Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie: Het Begijnhof van ’s-Gravenzande

Door: Bas Booister

Gepubliceerd op: maandag 22 mei 2017 08:34


Als u wel eens op bezoek bent in Zuid-Nederlandse of Belgische steden dan bent u waarschijnlijk wel eens een begijnhof tegengekomen. Deze mooie historische gebouwencomplexen zien er heel erg pittoresk uit. Een verzameling huisjes die een besloten hof vormen en toegankelijk maar ook afsluitbaar via een poort. Op het begijnhof is ook een kapel aanwezig. Als je daar tijdens een wandeling door een drukke stad bij toeval terecht komt dan overvalt je gelijk een gevoel van rust.

Aquarel uit ca. 1760 van buitenplaats Vreeburg, het poortgebouw en de muur van het begijnhof zijn nog aanwezig (bron Nationaal Archief)

 Heerlijk om daar te zijn en te wonen. Als ik mensen vertel dat zo’n begijnhof zich ook ooit in ’s-Gravenzande heeft bevonden kijken ze mij altijd ongelovig aan. Toch is dat zo en het was zelfs een heel oud begijnhof. Het werd al in 1255 voor het eerst genoemd en daarmee is het ’s-Gravenzandse begijnhof het oudste begijnhof van de noordelijke Nederlanden. De Begijnen van 's-Gravenzande kregen toen een jaarrente van graaf Willem II van Holland. In datzelfde jaar beloofde Jan van Diest, de wijbisschop van de bisschop van Utrecht aan iedere gelovige een aflaat als die de Begijnen hielp bij de aanleg van hun hof. De grond waarop het Begijnhof werd gebouwd was ter beschikking gesteld door gravin Machteld, de moeder van graaf Willem II. Later schonk zij nog een aangrenzend stuk land met een huis. Het ’s-Gravenzandse begijnhof bevond zich op het terrein waar nu het appartementencomplex Vaarthof is, begrenst door het Vaartplein, de Vreeburghlaan en de Gasthuislaan.

Het middeleeuwse poortgebouw van het begijnhof, aquarel uit ca. 1760 (bron Nationaal Archief)

 In een Begijnhof woonde een groep vrouwen bij elkaar die een vroom en kuis, religieus leven leidden. Zij legden echter geen kloostergeloften af en traden ook niet toe tot een (klooster)orde. Zij onderwierpen zich vrijwillig aan een strenge religieuze levenswijze. De gelofte van armoede bond hen niet, zodat ze wel privé-bezittingen mochten hebben. Daarbij bleven ze een zelfstandig leven leiden, maar wel afgescheiden van de buitenwereld. In de praktijk kwam dit er op neer dat de vrouwen een eigen huis(je) hadden op een ommuurd en afgesloten terrein.

Opgraving van het fundament van de muur om het begijnhof in 1999 (collectie Westlands Museum)

 De Begijnhoven ontstonden in het tweede kwart van de 13de eeuw in België, Nederland, Noord-Frankrijk en het Duitse Rijnland. Waarschijnlijk omdat er te weinig vrouwenkloosters waren en er in die periode grote groepen vrouwen waren die zich wilden toeleggen op een religieus leven. Het Begijnhof was dus een half geestelijke, half wereldlijke instelling. De vrouwen voorzagen in hun eigen onderhoud door opbrengst van hun landbezit of het maken van kleding en het bereiden van voedsel. Ook hielden zij zich bezig met het verzorgen van zieken.

Middeleeuwse waterputten verbonden door middel van gemetselde kokers

 In ’s-Gravenzande is nu behalve een straatnaam niets meer te herkennen of te zien van het begijnhof. Toch weten we er nog aardig wat vanaf. Er bestaan nog oude kaarten waarop het begijnhof staat afgebeeld en er zijn ook nog historische schilderingen waarop delen van het begijnhof te zien zijn. Verder zijn er in archieven en oude aktes ook nog gegevens van het ’s-Gravenzandse begijnhof terug te vinden.

Muurwerk van de grote middeleeuwse kelder van een gebouw op het begijnhof

Niet zo heel lang geleden, namelijk in 1999 zijn er bij een archeologisch onderzoek op de locatie waar het appartementencomplex Vaarthof werd gebouwd, tastbare sporen teruggevonden van het begijnhof. Bij die archeologische opgraving werden de fundamenten gevonden van de muur die het begijnhof omgaf en van een deel van het poortgebouw. Ook van het huis dat genoemd werd in de schenking van gravin Machteld zijn sporen terug gevonden, o.a. zwaar muurwerk, een grote kelder en verschillende afval- en beerputten waar heel veel aardewerkvondsten uit de 13de en 14de eeuw uitkwamen. Verder zijn er meerdere waterputten terug gevonden die aan elkaar verbonden waren door middel van gemetselde kokers. Het vermoeden bestaat dat deze waterputten gebruikt werden voor het brouwen van bier waar je schoon water voor nodig had. Het brouwen van bier was ook een van de activiteiten waar de begijnen zich mee bezig hielden. In meerdere archiefstukken die met het begijnhof te maken hebben wordt een brouwhuis genoemd.

Middeleeuws gebruiksaardewerk van het begijnhof

 Van de begijnenhuisjes zijn geen fundamenten gevonden, waarschijnlijk omdat die niet heel erg groot waren en daarom niet beschikten over zware funderingen. De toplaag van het terrein was tot op een diepte van bijna een meter erg verstoord door bouwactiviteiten uit het verleden. Dat we ook geen funderingen terug gevonden hebben van de kapel is wel vreemd. Op oude landkaarten staat deze kapel duidelijk ingetekend en ziet er daar uit als een behoorlijk zwaar bouwwerk. Het zou kunnen dat alles wat nog restte van de kapel verdwenen is want die heeft gestaan op de plek waar in de 20ste eeuw de groenteveiling werd gebouwd. Daar heeft een behoorlijk grote veilinghal met een zware vloer gestaan waar heel wat grondwerk voor is verzet. De kapel is er zeker geweest want we hebben tijdens de opgraving meerdere profielstenen van kerkramen terug gevonden en gebrandschilderd glas met religieuze afbeeldingen.

Plantbedden van de moestuin van het begijnhof tekenen zich af als verkleuring in de ondergrond

 Andere interessante vondsten waren die van plantbedden van de moestuinen uit het begijnhof. Deze plantbedden tekenden zich heel duidelijk af als verkleuringen in de ondergrond. Op de oude landkaart van het begijnhof zien we veel bomen van boomgaarden staan voor de productie van fruit. Door de verkoop van fruit konden de begijnen in hun levensonderhoud voorzien. Dit is een mooi gegeven omdat deze vondsten laten zien dat de Middeleeuwse Westlanders al met tuinbouw bezig waren, ver voordat het Westland een grootschalig tuinbouwgebied werd.

’s-Gravenzande op een kaart uit 1566, het begijnhof is direct rechts van de kerk (bron Nationaal Archief)

 Het begijnhof heeft bestaan tot aan het begin van de 80-jarige oorlog. Het werd na de Reformatie als katholieke instelling door de staten van Holland in beslag genomen, waarna het in 1576 verkocht werd aan Adriaan Duyck, rekenmeester van Holland. Bij de verkoop werd bepaald dat de begijnen die nog in het hof woonden tot hun dood hun eigen huisje mochten blijven gebruiken.
Middeleeuwse vingerhoedjes van het begijnhof, opgegraven in 1999

In 1615 kwam het huis aan de Vaart in handen van Dirk Gerritsz. Meerman een koopman uit Delft. Zijn zoon Francois kocht later alle voormalige bezittingen van het begijnhof op, waarna hij op die plaats een zogenaamde buitenplaats liet aanleggen. Dit is een mooi landhuis met een siertuincomplex. Na de vrede van Munster, waarmee de 80-jarige oorlog ten einde kwam, kreeg de buitenplaats de naam Vreeburg.

Auteur: Ton Immerzeel, conservator Westlands Museum


Terug

Deel deze pagina: LinkedIn Google+
Greve banden algemeen
Gerelateerd
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS