Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie

Filteren op datum:
        
Streekhistorie: De struikelstenen van het Wilhelminaplein maandag 18 september 2017 15:03

Streekhistorie: De struikelstenen van het Wilhelminaplein

Vandaag zijn de werkzaamheden voor de herinrichting van het Wilhelminaplein van start. Daarbij zijn de vijf struikelstenen die voor de SNS bank liggen, verwijderd door wethouder Duivesteijn en leerlingen van groep 7 en 8 van de Openbare Daltonschool. Ze zijn tot de herplaatsing te zien in de hal van het nieuwe bestuurs- en publieksgebouw van de gemeente aan de Verdilaan. Ook het verhaal achter de steentjes wordt daar getoond. Voor wie zijn deze bedoeld en waarom liggen ze juist daar? Struikelsteen is de Nederlandse vertaling van de ‘Stolpersteine’ die de Duitse kunstenaar Günter Demnig maakt. Hij brengt deze gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi's verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. Het zijn dus persoonlijke gedenksteentjes en je vindt ze in vele Nederlandse straten, maar ook Duitsland en in 18 andere landen in Europa. Demnig heeft in 25 jaar tijd meer dan 50 duizend Stolpersteinen in de bestrating aangebracht. Op het kleine messing plaatje staat de naam, geboortejaar, deportatiedatum, sterfdatum en plaats vermeld. Je moet je hoofd buigen om de tekst te kunnen lezen. En als je het leest dan struikel je met je hoofd en je hart. In Naaldwijk zijn op initiatief van de historische vereniging vijf struikelstenen aangebracht. Dit gebeurde op 25 februari 2016. Op dezelfde dag zijn ook vijf struikelstenen in de Zeestraat in Monster gelegd. Aanleiding was de deportatie van twee Westlandse joodse gezinnen. In Naaldwijk woonde vlak vóór de oorlog nog maar weinig joden. Iedereen kende het gezin van Gabie van Tijn. Gerard Wolf, die Gabie genoemd werd, had zijn eigen slagerij aan het Wilhelminaplein. Hij woonde met zijn vrouw Naatje en hun drie kinderen: Levie, Roza en Ida achter de slagerij. Levie was handelaar, Roza kon heel mooi zingen en Ida wilde coupeuse worden. Zijn vader was ook slager geweest en Gabie had de winkel van hem overgenomen. Naatje was een dochter van Levi van Leeuwen, die een slagerij aan de Prins Hendrikstraat had. Haar broer Mozes had een eigen slagerij in Monster opgebouwd, op de hoek van de Zeestraat. Hij was getrouwd met Eva van Dijk uit Zuidland. Zij hadden twee kinderen: Levie Andries en Louise Roosje, die Wiesje werd genoemd. Mozes van Leeuwen was in 1938 gestorven en Levie Andries had de slagerij van zijn vader overgenomen. Tot de oorlog uitbrak waren het gewone gezinnen, waarvan de kinderen op gewone scholen hadden gezeten en die vrienden en vriendinnen hadden in hun dorp. Zodra de Duitsers Nederland bezet hadden, veranderde er veel voor hen. Vanaf oktober 1940 mochten joden geen eigen bedrijf meer hebben. Dat betekende dat de slagerij van Gabie in Naaldwijk en die van Levie Andries in Monster gesloten moesten worden. Ze bleven er wel wonen. In augustus 1942 kregen Levie van Tijn en Levie Andries van Leeuwen een oproep om zich te melden voor een werkkamp. Wiesje van Leeuwen was verloofd met Israël (Ies) Mesritz uit Oude Tonge. Ook hij had een oproep gekregen. De drie jonge mannen moesten zich gaan melden in Amsterdam. Wiesje trouwde nog snel met Ies en Levie Andries trouwde met zijn vriendin Dina Sanders uit Den Haag. Zij gingen mee naar Amsterdam. Levie van Tijn nam zijn zusje Ida mee naar Amsterdam. Daar woonde hun zus Roza, die getrouwd was met Levie Izaak de Jong. Ze hadden een dochtertje, Katja Anna, van een paar maanden oud. Waarschijnlijk hadden Levie en Ida hun nichtje nog niet gezien, want door alle verboden voor Joden was het moeilijk om te reizen. We weten niet of het ze gelukt is om Roza te ontmoeten.  Wat we wel weten is dat ze alle zes – Levie, Ida, Levie Andries, Dina, Ies en Wiesje - vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork in Drenthe zijn gebracht. Vanuit dit kamp zijn ze op 17 augustus in goederenwagons naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen zijn gestuurd. De lijsten met hun namen zijn te raadplegen in het herdenkingsmuseum in Westerbork. Het is niet bekend wanneer ze in Auschwitz gestorven zijn. Daarom is er na de oorlog, voor iedereen die op 17 augustus naar Auschwitz werd gedeporteerd, één sterfdatum vastgesteld: 30 september 1942. Levie van Tijn was 23 jaar oud, Ida van Tijn is 17 jaar oud geworden. Levie Andries van Leeuwen was in september jarig, hij was toen waarschijnlijk in concentratiekamp Auschwitz. Hij werd 25 jaar. Zijn vrouw Dina van Leeuwen-Sanders was 28 jaar. Louise Roosje Mesritz-van Leeuwen was 23 jaar oud en Israël Mesritz 26 jaar.  Eva van Leeuwen-van Dijk, die nog in Monster woonde, werd in oktober opgehaald van huis en door een politieman met de trein naar Amsterdam gebracht. Op 16 oktober is zij vanuit Westerbork naar Auschwitz gestuurd. Direct na aankomst op 19 oktober 1942 is zij vermoord.  Gabie en Naatje van Tijn zijn op 8 oktober gearresteerd en naar het politiebureau op het Wilhelminaplein gebracht, dat maar een klein stukje lopen van hun huis lag. Gabie van Tijn was 68 jaar oud en hij was ziek. Naatje was in paniek. Daarna zijn ze in een taxi gezet en naar Amsterdam gebracht, waar ze nog een paar dagen gevangen gezeten hebben. Op 14 oktober kwamen ze aan in Westerbork en op 23 oktober zijn ze naar Auschwitz gedeporteerd. Daar zijn ze op 26 oktober 1942 vermoord. Roza van Tijn en haar man Levie Izaak de Jong zijn op 20 juni 1943 in Amsterdam opgepakt, samen met meer dan vijfduizend andere Joden. Zij zijn met de trein naar kamp Westerbork gebracht en van daaruit gedeporteerd naar concentratiekamp Sobibor, op de grens van Polen en Rusland. Daar zijn ze op 2 juli aangekomen en dezelfde dag vermoord. Hun dochtertje hebben ze net op tijd in Amsterdam kunnen laten onderduiken. Zij heeft de oorlog overleefd.  Vanaf 22 september is de tentoonstelling over de struikelstenen van het Wilhelminaplein te zien in de hal van het nieuwe bestuurs- en publieksgebouw van de gemeente aan de Verdilaan. Na terugplaatsing in november liggen ze weer voor de deur van de SNS bank op het Wilhelminaplein in Naaldwijk. Auteur: Jolanda Faber van de Historische vereniging Naaldwijk-Honselersdijk
Lees meer
Streekhistorie: De Huydecoperstraat te Hoek van Holland maandag 11 september 2017 09:09

Streekhistorie: De Huydecoperstraat te Hoek van Holland

De Huydecoperstraat ligt in het gedeelte van het dorp welk men de “Nieuwe Hoek” noemt. Dit in tegenstelling tot het gedeelte bij station Strand welk men de “Oude Hoek” noemt. Het gedeelte waar nu de Huydecoperstraat ligt was voor de oorlog gedeeltelijk bebouwd en vormde het einde van de bebouwde kom. Men noemde dat gedeelte het tweede zandwerk. Dit, omdat er tijdens het graven van de Nieuwe Waterweg een deel van het vrijgekomen zand werd gestort. De bebouwing werd hier gevormd door de Nijverheidstraat, de Scheepvaartdwarsstraat, de Bonnenstraat, de 2e Scheepvaartstraat en een deel van de Prins Hendrikstraat.Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veel woningen en gebouwen in Hoek van Holland op last van de bezetter gesloopt. Men had ruimte nodig ten behoeve van de bunkerbouw en als schootsveld voor het geschut. De evacuatie van een groot deel der bevolking van de “Nieuwe Hoek” nam een aanvang. De politie te Hoek van Holland kreeg van het “Centraal Evacuatie Bureau” te Rotterdam opdracht om de evacuatie te begeleiden en hiervan regelmatig rapport uit te brengen. Veel Hoekse inwoners zouden in deze periode in Tuindorp Vreewijk te Rotterdam-Zuid worden gehuisvest. Op 9 januari 1943 begon men met de ontruiming van de woningen op het 2e zandwerk, waarna de panden werden gesloopt. De bezetter bouwde daar een groot bunkercomplex met anti-tank geschut. Dit complex kreeg de aanduiding St VII H = Stutzpunkt VII Heeres De taak van dit steunpunt was de verdediging van het landfront van de Festung Hoek van Holland. Het complex bestond uit 33 bouwwerken waarvan de kern gevormd werd door 4 geschutbunkers voor veldgeschut (type 669) en 3 munitiebunkers (type 674). Op de kaart aangeduid als RR 1-2-3-4 en RR 5-6-7. De overige bouwwerken waren gemetselde stenen gebouwen als woonschuilplaatsen, bergplaatsen, voedselbergplaatsen en dergelijke. Het steunpunt bestond uit totaal 33 bouwwerken.Plattegrond Bunkercomplex St. VII H op 2e Zandwerk.Na de oorlog werd dit bunkercomplex ontmanteld en gesloopt. Er werd een bouwverbod voor Hoek van Holland uitgevaardigd omdat er eerst uitbreidingsplannen moesten worden gemaakt. Op de vrijgekomen vlakte werd als een der eerste nieuwbouw plannen na de oorlog een project van 313 woningen gebouwd. Het project werd gebouwd in opdracht van de woningbouwvereniging “Rotterdam aan Zee” en uitgevoerd door het bouwbedrijf “Duinker en Verruijt”, een betonfabriek uit Alphen aan de Rijn. In de volksmond staat dit complex bekend als de ‘Duinker en Verruijt” woningen. De straten in het project kregen nieuwe namen. De voormalige Nijverheidstraat kreeg bij gemeentebesluit, op 24-2-1950 de naam Huydecoperstraat. De naam komt van Jan Jacobszn. Huydecoper, omstreeks 1599 zeevaarder. De naam Nijverheidstraat werd bij gemeentebesluit van 16-6-1950 ingetrokken.De namen van de andere straten luiden: De Mareesstraat, Van Ilpendamstraat, Van Caerdenstraat, Van Warwijckstraat, Brunelstraat en Houtmanstraat. Zij zijn ontleend aan zeevaarders/ontdekkingsreizigers.Huydecoperstraat omstreeks 1959/1960.De eerste huizen werden in 1950 opgeleverd en liggen aan de zuidoostelijke zijde van de Huydecoperstraat. De families Ahrens en Stam waren de eerste bewoners en betrokken op 8 september 1950 hun woningen. Zij betaalde toen een huur van f 8,30 per week. Aan de noordwestelijke zijde van de straat werd een rij winkels gebouwd met daarboven woningen. De winkels werden in 1956 in gebruik genomen. Toen kwamen de volgende middenstanders in de winkels: Van links naar rechts: bakker N. Droog (gedeeltelijk zichtbaar), drogist Van Haaster, electrische artikelen A. Koppenol, kapsalon J.B.M. van Leent, kruidenier VéGé, A.L. Cornelissens en groentewinkel H. de Man.Bronnen: Van Niet tot Iet (2). Historische beschrijving van het ontstaan en de ontwikkeling van Hoek van Holland door H.J. Nijland bewerkt en van 1964 aangevuld door L. van Ooijen.Uitgever Drukkerij Pranger/van der Graaf, juli 1989.Festung Hoek van Holland. Een parel van de Atlantikwall aan de Nieuwe Waterweg 1942-1945. Hans Sakkers. Uitgever Hans Sakkers Middelburg 1992.Het verhaal achter uw straatnaam, uitgever J.J. Jonker, Hoek v Holland, september 1989.Woningbouw Vereniging Hoek v Holland, www.wvhwonen.nl Foto’s:Prins Hendrikstraat, collectie H. v.d.LugtPlattegrond bunkercomplex RR, bureau Registratie Verdedigingswerken, tekening 602, d.d. 26-1-48. Bunkerarchief.Huydecoperstraat, collectie D. Ruis.Auteur: Dick Ruis van het Historisch Genootschap Hoek van Holland.
Lees meer
Streekhistorie: Zeeslepers herdacht maandag 4 september 2017 12:12

Streekhistorie: Zeeslepers herdacht

Het industrieterrein Nieuwe Waterweg ligt achter het ‘hotel in ontwikkeling’, het voormalige gebouw van L. Smit & Co’s Internationale Sleepdienst aan de Govert van Wijnkade. In de straatnamen zijn Maassluise sleepboten van Smit herdacht. Namen zoals Roode Zee, Noordzee, Zwarte Zee verwijzen dus niet naar de genoemde oceanen, maar naar scheepsnamen. Drie van de zeeslepers van Smit vergingen in 1940-1945 door oorlogsgeweld. De zeeslepers waren in actieve dienst voor de geallieerden. De Noordzee, die onder nr. BV 37 in Zeeland voer, kreeg opdracht op te stomen naar Engeland. Op de Westerschelde bij Zoutelande liep het schip op 14 mei 1940 op een mijn en zonk. Daarbij kwamen elf opvarenden om. Sleepboot de Roode Zee in de buitenhaven langs de Burg. de Jonghkade. Gebouwd in 1938 bij L. Smit & Zoon in Kinderdijk.De Roode Zee (in de oude schrijfwijze, met twee o’s) had een caisson op sleep voor de noodhaven bij Arromanches tijdens de invasie. Op 24 april 1944 sloeg het lot toe. Ter hoogte van Dungeness, in het Kanaal, werd het schip door de Duitse motortorpedoboot S 100 getorpedeerd. Hierbij kwam de gehele bemanning om het leven. Gedurende de oorlog lagen er regelmatig enkele motortorpedoboten, door de Duitsers Schnellboote genoemd, in de haven van Maassluis. Dikwijls hebben we tegen elkaar gezegd dat wellicht op deze boten de luchtaanvallen waren gericht. De Lauwerzee (door een speling van het lot zonder de verwachte s in de naam) voer onder nr. BV 39. Op 3 oktober 1940 was de sleper met het Engelse kabelschip ‘Lady of the Isle’ vertrokken van Falmouth. Een uur buitengaats was er een zware ontploffing op het kabelschip. Het vloog in stukken en zonk. De Lauwerzee haalde de sleeptros in en wilde koers zetten naar Plymouth. Plots was er een zware ontploffing op het voorschip en begon de sleepboot zwaar te hellen. Het schip zonk waarbij 12 opvarenden, waaronder 10 Maassluizers, om het leven kwamen. Eén opvarende werd gered. Ansichtkaart van de Buitenhaven in 1928 met een aantal stoomsleepboten. Langs de Govert van Wijkade liggen de Witte Zee en de Lauwerzee.Toen de straten van het industriegebied Nieuwe Waterweg namen van sleepboten kregen, heeft de Historische Vereniging Maassluis ervoor gepleit om de straatnaamborden van de Roode Zee en Noordzee te voorzien van een extra bord. Daarop staat dat de sleepboot door oorlogsgeweld is gebleven. Met de bouw van de woonwijk Het Balkon kreeg ook de Lauwerzee (zonder s) een straatnaam, naast de school. Men vond het logisch, dat onderbord, maar het duurde jaren voordat het er kwam. De Noordzee en de Roode waren al van een extra vermelding voorzien. En opeens, in juli 2017, was daar het onderbord van de Lauwerzee. We weten niet waarom het zo lang heeft geduurd, maar de Historische Vereniging Maassluis is er blij mee. Zo blijft de herinnering bewaard aan de twee schepen die op een mijn liepen en het derde dat werd getorpedeerd. Auteur: Ineke Vink van de Historische Vereniging Maassluis
Lees meer
Streekhistorie: Vrouwelijke politici in het Westland maandag 28 augustus 2017 09:09

Streekhistorie: Vrouwelijke politici in het Westland

Vrouwen zijn nu niet meer weg te denken uit de politiek maar er is een tijd geweest dat zij hun positie moesten bevechten. In het Historisch Jaarboek Westland van het Genootschap Oud-Westland geeft Martha Vollering in haar bijdrage een schets van de vrouwelijke pioniers in de Westlandse politiek. Het jaarboek verschijnt dit jaar voor de dertigste keer. Het jubileumnummer wordt op 16 september overhandigd aan een vrouwelijke politica, de voormalige Naaldwijkse wethouder Riet Barendse-Vijverberg. De eerste vrouw in een Westlandse gemeenteraad trad aan in 1939. Het was de legendarische mr. Marcus, die kantoor hield aan de Dijkweg in Honselersdijk. Zij trad vaak op als curator bij faillissementen in de tuinbouw. Mr. Marcus was raadslid voor de Christelijk Historische Unie. De Anti Revolutionaire Partij wilde niet met haar samenwerken. Voor de mannenbroeders was een vrouw in de politiek een stap te ver. Van mr. Marcus werd gezegd dat zij ‘ten onrechte de plek van een man bezet hield’.Op voorpagina van het jaarboek staat een van de drie klokken van de RK Adrianuskerk in Naaldwijk. De vier oude klokken van de kerk zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog onder vergeefs protest van de toenmalige pastoor afgevoerd naar Duitsland als grondstof voor de wapenindustrie. Personeel van de NSB-aannemer P.J. Meulenberg haalde de klokken uit de kerktoren. Meulenberg roofde in het hele land duizend klokken. De aannemer uit Heerlen werd daarvoor persoonlijk door Herman Göring onderscheiden. Na de oorlog zat Meulenberg jarenlang in de gevangenis. Het duurde tot 1948 voordat er weer nieuwe klokken in de toren van de Adrianuskerk hingen. Veertig jaar geleden schreef Leo Duifhuizen een doctoraalscriptie over de Reformatie in het Westland. Ter gelegenheid van het Lutherjaar 2017 is hij op verzoek van de redactie opnieuw in het onderwerp gedoken. Wij lezen over de periode tussen het moment dat Luther in 1517 zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel in Wittenberg spijkerde tot de inval van de Watergeuzen in het Westland in 1572. Het Lutheranisme kreeg in onze streek slechts zeer geringe aanhang. Wel vond er in 1535 een heftig oproer van wederdopers in Poeldijk plaats. Daarna bleef het jarenlang rustig totdat het Calvinisme aanhang kreeg. Pastoor Arent Vos uit De Lier ging over tot de nieuwe leer. Zijn leven eindigde in 1570 op de brandstapel in Den Haag. Na de komst van de geuzen waren de katholieken aan de beurt. Kapelaan Jacobus Lacops en pastoor A. van Hilvarenbeek werden opgehangen in een turfschuur in Den Brielle. Zij werden later heilig verklaard als de martelaren van Gorcum.Het jaarboek is na 16 september verkrijgbaar in het Westlands Museum en de Westlandse boekhandels.   Auteur: Frank de Klerk van Historisch Genootschap Oud-Westland
Lees meer
Streekhistorie: Huis ter Lucht maandag 21 augustus 2017 09:09

Streekhistorie: Huis ter Lucht

Het meest opvallend op deze locatie is de Noordvliet of Trekvliet, één van de drie vlieten tussen de Vlaardingervaart en Maassluis. Links ligt de boerderij (destijds) van de familie Buitelaar aan de Trekkade, het voormalige jaagpad. Rechts op de afbeelding uit ca. 1925 is een Maaslands industriegebiedje te zien, dat reeds in de achttiende eeuw werd ontwikkeld. In 1745 ontving Cornelis Post voor zijn zoon Pieter Post vergunning voor de bouw van een houtzaagmolen op deze locatie. In 1851 kregen de eigenaren Terlaak en Plomp toestemming van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland om de zaagmolen in te richten tot oliemolen. Uit lijnzaad werden lijnolie en lijnkoeken gefabriceerd. De lijnkoeken verkocht men als hoogwaardig veevoer aan de boeren. De lijnolie was een grondstof voor de zeep- en verfindustrie. In 1866 werd Johannes Reeser eigenaar van de molen, die in 1877 werd vervangen door een stoommachine. Bij het gebouw kwam een hoge schoorsteen en een fraai herenhuis (het hoge pand op de oude foto). Naast en tegen het herenhuis verrees nog een gebouw dat als bierbrouwerij en mouterij werd ingericht. De bierbrouwerij kreeg de naam ‘de Ree’, een verwijzing naar de naam van de eigenaar. In 1886 werd de stoomolieslagerij met een aantal aangrenzende woningen voor 11.400,- gulden verkocht aan Willem Ouweleen, namens de firma A. Speelman & Co in Overschie. De bierbrouwerij en het herenhuis veranderden in die periode enkele malen van eigenaar. In 1895 kocht Willem Ouweleen ook deze panden voor 7.125,- gulden. De gebouwen van de bierbrouwerij werden vanaf dat ogenblik voor andere doeleinden gebruikt. Huidige situatie Jaren huurde de firma Vermeer een deel van de panden voor de handel in land- en tuinbouwproducten. De lijnoliefabriek ging nog heel lang door. Pas in 1947 beëindigde Willem Ouweleen junior de handel in veevoer. De bouwvallige bedrijfsgebouwen, het herenhuis en nog enkele woningen werden door zijn familie in 1975 verkocht aan de bouw- en ontwikkelingsmaatschappij Beomij B.V. Een voorwaarde van de koper was dat hier woningen gebouwd mochten worden. De definitieve sloop van de gebouwen volgde in 1986. Kort erop begon men op deze plaats met de bouw van een aantal herenhuizen. De vestiging aan het water was vroeger aantrekkelijk vanwege de aan- en afvoer van producten en materialen. Nu nodigt een dergelijke ligging projectontwikkelaars uit tot de bouw van dure woningen. De Noordvliet en de nabij gelegen Middelvliet (Zuidvliet) werden kort voor 1334 gegraven om de waterafvoer vanuit het Westland naar de Maas te verbeteren. Omstreeks 1380 werd voor dit doel nog een derde kanaal gegraven, namelijk de Boonervliet. Bij de boerderij was het op- en afstappunt voor de trekschuit, die van 1645 tot ver in de negentiende eeuw zesmaal per dag heen en weer voer tussen Maassluis en Delft. Op donderdag ging er van Maasland nog een extra marktschuit naar Delft. Niet ver hier vandaan, op de plek van de huidige Sint Magdalenakerk, werd in 1659 een rooms-katholieke kerk gesticht. Deze schuilkerk stond bekend onder de naam ‘De Kluis’. Later werd het woord kluis verbonden met een boerderij langs de kade van de Zuidgaag. Huis ter Lucht was oorspronkelijk een herberg aan de andere kant van de Kerkweg. Het woord ‘lucht’ verwijst naar een laagte in een dijk. Vóór de komst van de windwatermolen, begin vijftiende eeuw, werd een ‘lucht’ benut voor de afvoer van overtollig water. De Trekkade leidt de fietser of wandelaar naar enkele fraaie uitzichtpunten van Midden-Delfland, namelijk de Commandeurspolder en de smalle strook vlietland tussen de Noord- en Middelvliet en vervolgens voorbij de Kwakelweg de Duifpolder en de Vlietlanden. Auteur: Trudy Werner-Berkhout van de Historische Vereniging Maasland
Lees meer
Streekhistorie: Logement Overheijde in Monster maandag 14 augustus 2017 11:11

Streekhistorie: Logement Overheijde in Monster

Op de hoek van de Choorstraat en de Dr. van den Brinkstraat in Monster staat sinds jaar en dag hotel-café-restaurant Overheijde. Al dateren de voor- en zijgevel uit het begin van de 20ste eeuw, het oorspronkelijke pand is veel ouder. Niettemin zijn alleen de buitengevels aangemerkt als gemeentelijk monument. Het pand staat al jarenlang leeg, hetgeen de onderhoudstoestand uiteraard niet ten goede komt. Gelukkig is onlangs vergunning aangevraagd om Overheijde met behoud van de buitengevels te gaan verbouwen tot een viertal appartementen. Overheijde wordt in de archieven voor het eerst bij name genoemd in het jaar 1727. Het is dan nog geen herberg of logement, maar een buitenplaats. Eigenaren zijn dan Rijnburgh van Bergen, weduwe van kolonel Philip Pieter Carpenter, en haar zus Anna van Bergen. Als zij Overheijde op 5 maart 1727 laten veilen in de Cloveniersdoelen in Den Haag wordt het bezit beschreven als de buitenplaats genaamd Overheijde, bestaande uit een herenhuis, koetshuis, stalling, boerenwoning en hooibergen. De bijbehorende percelen land in de omgeving beslaan tussen de 34 en 35 morgen, inclusief 4 à 5 morgen land behorend tot de buitenplaats zelf en 1 morgen 4 hond aspergeland (een morgen is circa 0,85 ha en een hond is eenzesde morgen). Eigenaresse wordt mevrouw Theodora Schrevelius, weduwe van Abraham Keijser, in leven raad en vroedschap van de stad Delft.De familie Van Bergen kan waarschijnlijk worden aangemerkt als de stichter van de buitenplaats. Zij hebben al in 1669 bezit in Monster. Het was in die tijd niet ongebruikelijk dat welgestelden uit de stad zich een buiten aanschaften in een van de omliggende dorpen om daar hun vrije tijd door te brengen of om er permanent te gaan wonen. Vaak ging het om boerenhofsteden die werden verbouwd en waar omheen een mooie tuin werd aangelegd. Zo is waarschijnlijk ook Overheijde ontstaan. Een bekend voorbeeld in Monster is de buitenplaats Geerbron aan de Herenstraat, die eind 17de eeuw is gesticht door luitenent-admiraal Pieterson.Het is overigens opvallend dat er in het begin van de 18de eeuw al op zo’n grote schaal asperges werden geteeld door de eigenaren van Overheijde of, als de eigenaren dat niet in eigen beheer deden, door de pachters van de bijbehorende landen. De zandige grond in de buurt van de duinen leende zich daar goed voor. Ook luitenant-admiraal Pieterson en latere eigenaren van de buitenplaats Geerbron teelden asperges.In 1729 verkoopt mevrouw Schrevelius Overheijde voor f. 12.750 aan de heer Otto van Cattenburgh, schepen van ’s-Hertogenbosch, raad te Veere en ontvanger. De tuinman van Otto van Cattenburgh betrapt in de herfst van 1737 een zekere Cornelis Meijvogel op het stelen van fruit uit de tuin van Overheijde. De dader weet te ontsnappen, maar wordt enkele jaren later opgepakt en in de toren van de kerk gevangen gezet. Hij wordt veroordeeld tot openbare geseling en vervolgens voor eeuwig verbannen uit Holland en Westfriesland. Een ander voorval dat de geschiedenis aan ons heeft overgeleverd, doet zich voor in 1783. Het gemeentebestuur looft dan een premie van f. 100 uit aan degene die de dader weet aan te wijzen van een inbraakpoging in de buitenplaats Overheijde. De dader heeft geprobeerd binnen te komen door aan de achterkant een raam te forceren. Overheijde werd in die jaren bewoond door oud-burgemeester Van der Crap van Brielle.Verbouwing Overheijde in 1907Wanneer Overheijde is getransformeerd tot logement en herberg is niet precies bekend, maar dat moet in het begin van de 19de eeuw zijn geweest. Op 28 juni 1824 plaatst S.A. Overgaauw, kastelein in logement Overheijde, een advertentie in de ’s-Gravenhaagsche Courant, waarin hij zijn alleszins ruim en wel gesitueerd logement aanbeveelt tot het ontvangen van alle fatsoenlijke gezelschappen. Met zijn advertentie probeert hij vooral bezoekers uit Den Haag te trekken. Hij wijst op de onlangs nieuw aangelegde straatweg tussen Loosduinen en Monster. Die heeft de ‘volmaaktste gelegenheid geopend om ook dit gedeelte vann het schoone Westland te zien, waarvan deze plaats door deszelfs vruchtbare situatie en maar slechts 10 minuten afstand van zee eene zeer aangename variatie oplevert.’ Later is jarenlang de familie Hersbach uitbater geweest. Al in 1851 zijn ze een begrip in Monster. Dat blijkt uit een lang gedicht dat Gerard Herckenrath, zoon van burgemeester Leon Herckenrath, in 1851 schreef en in Leiden liet publiceren. Het heet ‘Herinnering aan de laatste zomerdagen van 1851 te Geerbron’. Daarin komt een passage voor, waarin de kermis van Monster wordt beschreven.‘t Was kermis te Monster; en boer en boerin,De pret in het hoofd en plezierig van zin,Uit ’t Westland te zamen geloopen,Stoof dansend en springend gepaard langs de baanEn pikten een graantje, en leiden eens aan,Om koek bij de kramers te koopen;De mannen in ‘t zwart en de vrouwen in ‘t wit,Door ‘t edele vocht van God BACCHUS verhit,Drong beurtlings van STORM naar VAN PAASSEN,Of zongen bij HERSBACH van Jan Tourlejour!En ligtten de beenen daarbij van de vloer,Als poppen van Vader Jan Klaassen.In 1890 wordt Overheijde overgenomen door Piet Goemans. Zijn hoogbejaarde dochter Anna had in 1990 en in 1994 enkele gesprekken met leden van de werkgroep Oud-Monster. Ze vertelde dat er altijd hard gewerkt moest worden. Zo kwam het voor dat er ‘s ochtends een koffiemaaltijd werd gehouden in verband met een begrafenis en dat direct daarna alles weer in gereedheid moest worden gebracht voor een bruiloft. Een bekend gezegde in het gezin Goemans was: ‘opa is dood, krijgen we heerlijk krentenbrood’.In 1894 krijgt Overheijde toestemming zich ‘Bondshotel’ te noemen. De ANWB, toen nog echt een fietsersbond want auto’s waren nog in geen velden of wegen te bekennen, was in 1884 gestart met het keuren van overnachtingsmogelijkheden voor fietsers. Om het predicaat ‘Bondshotel’ te mogen voeren, moest worden voldaan aan kwaliteitseisen als een wc en een badkamer in het hotel en voorzieningen voor was- en scheerwater op elke kamer. Leden van de ANWB konden in deze hotels tegen een gereduceerde prijs logeren en kregen er vaak korting op maaltijden en wijnen. Volgens een mededeling in het bondsblad De Kampioen (ook toen al) kostte een overnachting in Overheijde met ontbijt f. 1,25, een diner zonder wijn f. 1,- en een diner met een halve fles wijn f. 1,65. Het predicaat ‘Bondshotel’ pronkt nog steeds op de zijgevel van het huidige pand. De kaaskelder van het voormalige boerderijgedeelte van Overheijde is jarenlang in gebruik geweest als opslagruimte voor de drankvoorraad. Rond 1913 wordt in Monster een elektriciteitcentrale gebouwd. De gelagkamer van Goemans was een van de eerste gelegenheden die elektrische verlichting hadden. Veel mensen, ook niet-klanten, kwamen kijken, hetgeen uiteraard een gunstige invloed op de omzet had. Meerdere keren per avond werd de knop omgedraaid om te laten zien hoe snel het dan na inschakeling van de elektriciteit weer licht werd. Deze nieuwigheid was in het begin niet zonder storingen. Daarom werden bij bruiloften uit voorzorg zes petroleumlampen in de keuken brandend gehouden.Overheijde rond 1920, voor de aanleg van de Dr. v.d. Brinkstraat.De eerste veilingen van groente en fruit in Monster zijn gehouden op het biljart in de gelagkamer van Overheijde. Er werd dan een plank over het biljart gelegd. De uitbetaling vond ter plekke plaats door de betaalmeester. Dat was volgens Anna reuze gezellig, zeker wanneer je dat met tegenwoordig vergelijkt nu alles via de bank gaat. Het sluisgeld van Delfland werd eveneens in Overheijde geïncasseerd en ook het ijken van de gewichten vond er van tijd tot tijd plaats. Voor het innen van het sluisgeld zat er een dag of een ochtend een kassier van Delfland in de gelagkamer.In 1907 wordt café Overheijde ingrijpend verbouwd door aannemer Linus Franke. Bij die gelegenheid kreeg het pand een nieuwe voorgevel en werd er een verdieping opgezet. Op de foto die tijdens de verbouwing is gemaakt, is goed te zien dat de Westlandse stoomtram vlak langs de gevel door de Choorstraat reed. Bij de verbouwing van Overheijde moesten de steigers dan ook zodanig worden aangebracht dat de tram er onderdoor kon rijden.Als het café te klein wordt om er veiling te houden laat Goemans in de tuin achter Overheijde een gebouw neerzetten waar in het vervolg geveild kon worden. Dat gebouw stond ongeveer op de plaats waar rond 1928 de Dr. van den Brinkstraat is gekomen.Na het overlijden van zijn vrouw in 1927 verkoopt Piet Goemans Overheijde aan de gemeente Monster. Goemans ging met zijn dochter Anna rentenieren. (van de verzopen centjes, volgens Anna). De gemeente gebruikte aan de zijkant een stuk van de tuin van Overheijde om de Dr. van den Brinkstraat aan te leggen. Daarna werd Overheijde min of meer als belegging gekocht door de uit Den Haag afkomstige Piet Janssen. Eind 1928 werd de uit Veur afkomstige familie Van Wissen de nieuwe exploitant van Overheijde. Ze huurden de eerste jaren het bedrijf van zwager Piet Janssen. Vader Koos van Wissen en zijn vrouw Cato Janssen hadden elf kinderen. Aanvankelijk hadden ze een boerderij in Veur, maar na een aantal jaren van tegenslag waagden ze in 1928 de overstap naar Monster. Na het overlijden van vader Van Wissen in 1949 wordt het bedrijf voortgezet door de dochters Riet en To. In 1965 verkopen ze Overheijde aan brouwerij De Drie Hoefijzers uit Breda.De speeltuin van Overheijde.In Overheijde zijn jarenlang twee sociëteiten geweest. Dat waren gezelligheidsverenigingen, waarvan de leden wekelijks bij elkaar kwamen om een kaartje te leggen of te biljarten. Op dinsdagavond was er de katholieke ‘soos’ en op donderdagavond de algemene. Van beide sociëteiten waren alleen mannen lid. Eens per jaar in de vastenavondtijd was er een feestavond, waar ook de vrouwen welkom waren. De ‘soos’ bestond volgens Anna Goemans al in de tijd dat haar familie in het bedrijf zat. Na het vertrek van de familie Van Wissen zijn beide verenigingen al snel ter ziele gegaan.Sinds 1965 is Overheijde enkele keren met uiteenlopend succes van eigenaar en van exploitant gewisseld en hebben diverse verbouwingen plaatsgevonden. De speeltuin achter het bedrijf is op een gegeven moment afzonderlijk verkocht om er enkele woningen te bouwen. Daarmee verdween een stukje groen en nostalgie uit het centrum van Monster. Het is te hopen dat de renovatie van Overheijde snel zijn beslag krijgt en het pand wat van zijn oude uitstraling terugkrijgt.Auteur: Leo van den Ende van de Werkgroep Oud-MonsterMet dank aan Ron Oosterveer voor het aanreiken van gegevens
Lees meer
Streekhistorie: Het Warenhuis maandag 31 juli 2017 10:10

Streekhistorie: Het Warenhuis

Op 18 juli 2017 is Aad Vijverberg overleden. Aad was een grote deskundige op het gebied van de historische tuinbouw in Nederland. Hij heeft talloze artikelen geschreven over de Westlandse tuinbouw die verschenen zijn in het Historisch Jaarboek Westland. Zijn proefschrift “Glastuinbouw in Ontwikkeling” verscheen in 1996. In 2008 schreef hij de “Canon van de Kassen”, waarin de vijftig belangrijkste ontwikkelingen en uitvindingen in de tuinbouw werden behandeld. Als eerbetoon aan Aad Vijverberg licht ik twee onderwerpen uit de ‘Canon van de Kassen’ over het zogenaamde warenhuis. Dit warenhuis is een Westlands/Loosduinse uitvinding en is nog steeds het basistype van de wereldwijde glastuinbouw. Het warenhuisEen tuinder was – en is – altijd op zoek naar goedkope oplossingen. Dat gold ook voor de Loosduinse tuinders anno 1906. De Loosduinse tuinbouw was toen gekenmerkt door twee dingen. Loosduinen was in die jaren een van de belangrijkste centra van de teelt onder platglas. De komst van de eenruiter hadden de Loosduiners aangegrepen om hun glasareaal flink uit te breiden. Na de omgeving van Amsterdam vormde Loosduinen het belangrijkste glastuinbouwgebied. In 1903/1904 waren hier de eerste komkommerkasjes gebouwd naar Engels voorbeeld. Deze dure bouwsels kon niet elke tuinder zich permitteren. Een inventieve tuinder kwam op het idee om het platglas omhoog te brengen. Een onderbouw van houten palen met een houten goot en een dek van eenruiters. In hetzelfde jaar was in Den Haag een groot warenhuis gebouwd in de Spuistraat. Dit warenhuis had een glazen koepel waardoor alle etages (4) voorzien werden van daglicht. De overeenkomst tussen beide bouwwerken gaf aan de nieuwe kas zijn naam: warenhuis. Het grote voordeel van het warenhuis was de hoogte. Onder platglas kon men alleen laagblijvende gewassen telen als komkommers, sla, andijvie, peen en bloemkool. Tomaten toen ‘Pomme d’Amour’ geheten waren in opkomst en die konden in dit primitieve warenhuis goed geteeld worden. Een belangrijke verbetering in het warenhuis was de ijzeren goot. Hiervoor werd het profiel gebruikt dat men kende van de dwarsliggers van het smalspoor. Het warenhuis werd meestal alleen in het voorjaar en de zomer gebruikt. In de herfst en de winter werden de ramen afgenomen om de ‘natuur’ op de grond te laten inwerken. De ramen werden dan elders op het bedrijf gebruikt als platglas. De noodzaak om ‘de natuur te laten inwerken’ op de kasgrond was bekend. Men wist ook dat de problemen op opdrachtige gronden (van nature vochtige gronden als veen en kleigrond) geringer waren dan op niet opdrachtige, droge gronden als zandgrond. Dit leidde ertoe dat tijdens de eerste wereldoorlog (1914-1918) tuinders een drainage systeem in hun kas aanlegden om vanuit de ondergrond water te infiltreren. Op die manier trachten zij het effect van de ‘opdrachtigheid’ te versterken. Een methode, zo schreef de tuinbouwconsulent Wiersma in 1918, die men op zand-, zavel- en zelfs vrij zware kleigronden meer en meer begint toe te passen en vrijwel algemeen is men er uiterst voldaan over. In 1932 ontdekte men de reden waarom ‘de natuur moest inwerken’. Het bleek de verzilting van de kasgrond te zijn. Het infiltreren was dus niet de oplossing maar het doorspoelen loste het probleem op. Doorspoelen in combinatie met drainage maakte het mogelijk de in de bovengrond aanwezige zouten af te voeren. Het warenhuis had als kas twee grote beperkingen, namelijk de geringe lichtdoorlatendheid en de vele kieren. Beide problemen zijn sterk verbeterd met de komst van het venlowarenhuis. Het VenlowarenhuisDe motoren achter de ontwikkeling van de kassenbouw zijn de lichtdoorlatendheid van het kasdek en de prijs per m2. Hoe meer licht een kas binnenkomt hoe beter. En hoe goedkoper een kas is, hoe beter. Die twee factoren hebben we al gezien bij de ontwikkeling van de eenruiter. De ontwikkeling van de Venlokas illustreert diezelfde gang van zaken. In het boek ‘Kassen en Kassenbouw’ uit 1918 schrijft Wiersma over de problemen van het warenhuis. Hij beschrijft het warmteverlies door de kieren tussen de eenruiters en de vele lekplaatsen die evenveel bronnen voor ziekten zijn. Hij schrijft ‘construeert men het model warenhuis als vaste kas, dan zal de bouw goedkooper zijn, daar men de houten lijsten nu door een roe kan vervangen en dus besparing van materiaal en arbeidsloon krijgt.’ Het idee was er dus al in 1918 maar het zou tot 1928 duren eer de lijst vervangen werd door een roede. De kas werd goedkoper en beter. Goedkoper omdat er minder hout nodig was. Illustratief is ook de eerste naam die men aan die kas gaf: crisiswarenhuis. De kas was beter omdat de lichtdoorlating groter was. Er zaten ook nadelen aan die eerste Venlokassen vast. Doordat de boven- en onderdorpel van de eenruiter verdwenen waren was de kapbreedte niet 3.20 maar 3.00 m breed. Daardoor paste er niet meer vier rijen tomaten in een kap en dat was een bezwaar. De teelt in Venlo vond plaats op hoog ontwaterde gronden. Zoutophoping in de bovengrond was hier dus een onbekend probleem. Het ‘inwerken van de natuur’ zoals we gezien hebben bij het warenhuis was in Venlo niet nodig. Vast glas op de kas betekende daardoor geen probleem. In 1950, 22 jaar na de bouw van de eerste Venlokas schrijven de medewerkers van het proefstation in Naaldwijk een boekje met als titel: ‘Groenteteelt onder glas’. Het idee van de Venlokas is in dit boekje nog niet te vinden. Kennelijk was de Venlokas in Naaldwijk toen nog onbekend. Geheel onbegrijpelijk was dit niet. Vanaf 1931 (begin van de grote crisis) tot 1950 (glas kwam weer beschikbaar voor kassenbouw) had de ontwikkeling van de glastuinbouw stil gelegen. In de jaren vijftig van de vorige eeuw is de breedte van de ruit niet veranderd maar wel de lengte. Ondanks een wat steilere glashelling werd de spantbreedte op 3.20 m gebracht. Pas in 1983 is de volgende, wezenlijke stap op weg naar de verbetering van de Venlokas gezet. Toen kwamen de eerste ruiten met een breedte van 1 m op de markt. Ook deze verbetering vond plaats op het geëigende recept: goedkoper en beter. De kas was goedkoper omdat het aantal roeden belangrijk afnam. De kas was ook beter omdat er minder schaduwgevende delen in het dak voorkwamen en er dus meer licht in de kas kwam. Daarnaast telde ook dat er minder koudebruggen in het dek voorkwamen en er dus minder warmteverlies optrad.Auteurs: Ton Immerzeel van het Westlands Museum en Aad Vijverberg
Lees meer
Streekhistorie: Een nieuw winkelcentrum in 's-Gravenzande maandag 24 juli 2017 09:09

Streekhistorie: Een nieuw winkelcentrum in 's-Gravenzande

Al in de vorige eeuw werd er gesproken over een nieuw winkelcentrum in ’s-Gravenzande ter vervanging van het oude winkelcentrum “De Koningswerf” dat verouderd was en kampte met leegstand. De eerste plannen bleken niet haalbaar en uiteindelijk is er een eenvoudiger plan opgesteld. Dit plan is ontworpen door de ontwikkelingscombinatie “Hart van ’s-Gravenzande”, een onderneming van gebiedsontwikkelaar BPD Ontwikkeling. Het nieuwe winkelcentrum ligt tussen de Langestraat, de Pompe van Meerdervoortstraat en het Marktplein. In de nieuwbouw is een nieuwe winkelstraat opgenomen waaraan twee supermarkten liggen en een groot aantal winkels waarvan er al enkele een bestemming hebben gekregen. Voor winkelend publiek en bewoners is er een groot parkeerdak voor 300 auto’s. Boven een deel van de winkels is een groot aantal appartementen gebouwd. Het totale project beslaat ongeveer 9.000 m2 aan nieuwe en gerenoveerde winkelruimten. De nieuwbouw bestaat voor een groot deel uit hoogbouw, ook aan de kant van het Marktplein, hierdoor is het aanzien van het centrum van ‘s-Gravenzande ingrijpend veranderd. Voor de nieuwe Graaf Willem II-straat werd het grootste deel van de Rabo-bank afgebrokenHet nieuwe winkelgebied Hart van ‘s-Gravenzande werd op vrijdag 9 juni 2017 om 16.00 uur officieel geopend door wethouder Duijvestijn van de gemeente Westland. Hij gaf samen met de winkeliers het startsein voor een feestelijke openingsweek in de nieuwe Graaf Willem II-straat. Deze straat loopt vanaf het Marktplein met aan het eind een afslag naar de Langestraat. ’s-Avonds bleven de winkels tot 10 uur open zodat het publiek kennis kon maken met de reeds gevestigde nieuwe en bestaande winkeliers van het nieuwe winkelgebied. Tijdens deze avondopenstelling was er live muziek en waren er artiesten actief om de belangstellenden te vermaken. Daarna begon een week vol feestelijke activiteiten en aantrekkelijke acties van de winkeliers om de opening van het nieuwe winkelcentrum met het winkelend publiek te vieren. Deze feestweek werd op zaterdag 17 juni afgesloten met een dag in Italiaanse sfeer. Het grootste deel van de nieuwbouw is daarmee afgerond net als de renovatie van bestaande panden aan de Langestraat. Na de sloop van het oude Lidl-pand in de Langestraat wordt gestart met de laatste fase van Hart van ’s-Gravenzande, die volgens de plannen ook zal bestaan uit winkels en appartementen en in september 2018 klaar zal komen. Daarna is het hele plan gerealiseerd. Met de realisatie van dit nieuwe winkelgebied zijn het oude overdekte winkelcentrum “De Koningswerf “ en de winkelgalerij “De Gravenhof” verleden tijd. ’s-Gravenzande opende dus al eens eerder een nieuw winkelcentrum. Na enige jaren intensief overleg met het gemeentebestuur werden door het bouwbedrijf MAB in 1975 plannen gepresenteerd om in het hartje van ’s-Gravenzande een winkelcentrum te bouwen. Volgens de plannen zou de dorpskom verrijkt worden met een prachtige overdekte winkelgalerij, die niet alleen het centrum van de gemeente een voornamer en aantrekkelijker aanzien zou geven, maar die bovendien als trekpleister zou kunnen gaan fungeren voor de hele plaatselijke middenstand. Dit centrum dat de naam “ De Koningswerf” zou dragen zou gebouwd worden op de grote open plek in het dorp die ontstaan was toen het tuinbouwtoeleveringsbedrijf van Brinkman verplaatst was van het Marktplein naar de het oude veilingterrein aan de Woutersweg. Met het nieuwe winkelcentrum zou het versnipperde winkelgebeuren in ’s-Gravenzande meer gecentraliseerd worden tot gemak van de winkelende consument. Ook zou de aantrekkelijkheid van het plaatselijke winkelgebeuren hierdoor op een hoger plan worden gebracht. De zuidzijde van het Markplein met het pakhuis van Brinkman (foto: J.P.A. van Staalduinen)Op 31 oktober 1975 werd de eerste paal voor de nieuwe zogenaamde Moduul-Bazaar “De Koningswerf” geslagen door burgemeester Van Prooijen. In zijn toespraak memoreerde hij dat het van groot belang is dat de aanwezige koopkracht voor de plaatselijke middenstand behouden blijft. Daarvoor is echter een aantrekkelijk winkelbestand met gevarieerde branches en een goed assortiment noodzakelijk. Om dat te kunnen bereiken wordt er door het NIPO een enquête gehouden onder 500 huisvrouwen naar wat zij menen dat er in ’s-Gravenzande nog aan winkels ontbreekt. Hij besluit zijn toespraak met de wens dat hij volgend jaar om deze tijd, wanneer het winkelcentrum klaar is, kan zeggen “hier is iets groots verricht”.Tijdens een voorlichtingsbijeenkomst voor de middenstand in november 1975 deelde burgemeester Van Prooijen mee dat het gemeentebestuur direct besloten had het bestemmingsplan te wijzigen toen het terrein van Brinkman in het centrum vrij kwam. Voorkomen moest worden dat zich op het terrein een kolossaal bouwwerk gevestigd zou worden of grondspeculanten er beslag op zouden leggen. De visie van het gemeentebestuur was dat er hier een aantrekkelijk winkelcentrum moest komen dat trekkracht zal uitoefenen op het kopende publiek. Volgens de plannen zal het koopgebeuren in het nieuwe winkelcentrum zich afspelen onder een glazen overkapping, in een soort passage gebouwd in een y-vorm met drie in/uitgangen. Er zal een ingang komen aan de Langestraat en aan de kant van het Graaf Florisplein en een derde aan het parkeerterrein aan de Pompe van Meerdervoortstraat dat grenst aan drukkerij Sonneveld. Ingangen Langestraat en Graaf Florisplein Er komt in ieder geval een grote supermarkt die vanuit het winkelcentrum te bereiken is. In het centrale punt van het winkelcentrum komt een ruimte waar allerlei culturele en sociale aangelegen kunnen plaatsvinden. Met het bouwbedrijf is afgesproken dat ’s-Gravenzandse middenstanders een voorkeurspositie hebben bij het huren van de nieuwe panden. De huurprijs gaat per m2 f 152,50 per jaar bedragen, exclusief servicekosten. Blijkens een onderzoek is er al een ruime belangstelling voor het nieuwe winkelcentrum, zowel uit deze gemeente als uit Naaldwijk, Maassluis, Den Haag enz. Als het geheel nu verhuurd zou moeten worden zou het al overtekend zijn. Vanuit de middenstand wordt gedacht aan zaken als een goede notenbar, een poelier en een zaak waar de vrouwelijke doe- het-zelver lappen stof kan kopen, knopen en naai- en borduurmaterialen. De in de plannen genoemde vestiging van nog een drogisterij, een bloemenzaak en een doe het zelf-zaak zien de middenstanders niet zitten, deze branches zijn in ’s-Gravenzande al voldoende vertegenwoordigd. Aan het eind van deze bijeenkomst werd ter geruststelling van de middenstanders meegedeeld dat de branchebezetting van de te bouwen winkels nauwlettend zal worden bezien om overbodige concurrentie te voorkomen.Voorlopige plattegrond van het nieuwe winkelcentrum waarop de gegadigden voor het huren van een winkel staan ingetekend enige tijd voor de opening.Een jaar later, op 28 oktober 1976 wordt het nieuwe winkelcentrum “ De Koningswerf” officieel geopend en er wordt 10 dagen lang feest gevierd. ‘s-Gravenzande werd omgetoverd in oosterse sferen, onder de naam “1000 en één nacht in het Westland”. Aan de toegangswegen van het dorp werden grote 5 meter hoge oosterse torens gebouwd. In de belangrijkste winkelstraten werd feestverlichting opgehangen en vlaggen van Nederland, de provincie en de gemeente. Het winkelcentrum werd versierd met bloemen en groen en in de winkels was oosterse muziek te horen en er werden oosterse geuren geventileerd. In het dorp werden mobiles in oosterse stijl opgehangen. Op het Marktplein werd een groot podium opgesteld waarop allerlei muziek en dansoptredens plaats zouden vinden, waaronder een optreden van een Marokkaanse dans- en muziekgroep met een buikdanseres. Ook zou er een oosterse markt gehouden worden waarbij de inwoners onder andere Marokkaanse en Turkse hapjes zouden kunnen proeven en de verrichtingen van een fakir en vuurvreter konden bewonderen. Een baby-kameel met een oosterse begeleider zou door het Westland trekken om overal feestprogramma’s uit te reiken. De kosten van dit alles zouden ruim f 85.000,- bedragen. De gemeenteraad verleende hierin een bijdrage van f 20.000,-. Bij de opening waren alle winkels verhuurd en had ’s-Gravenzande een prachtig overdekt winkelcentrum, uniek in het Westland. Auteur: Jan Dahmeijer, Historische Werkgroep Oud ‘s-Gravenzande
Lees meer
Streekhistorie: De vaas van ‘s-Gravenzande maandag 17 juli 2017 08:08

Streekhistorie: De vaas van ‘s-Gravenzande

In 1913 werd feestelijk herdacht dat Nederland 100 jaar geleden onafhankelijk werd. Vlaggen, erepoorten, versierde straten en optochten. Ook in 's-Gravenzande is groots feest gevierd. En de mensen waren zo enthousiast dat ze na afloop van het feest besloten een "gedenkteken" op te richten ter herinnering aan 100 jaar onafhankelijkheid. Het Comité onafhankelijkheidsfeest had nog wat geld over en stelde het College van B&W van 's-Gravenzande voor om bij de muziektent op het marktplein een gedenkteken te plaatsen. Het College zag dat wel zitten, maar had toestemming van de gemeenteraad nodig om geld beschik-baar te kunnen stellen voor het ombouwen van het hekwerk rond de muziektent (kosten f 170,-). De gemeenteraad was verdeeld. Wat moest zo'n klein dorp met zo'n potsierlijk monument? Waarom werd dat niet in Scheveningen neergezet? Daar was de prins van Oranje toch aan land gekomen. En was het niet zonde van het geld? Enfin, de Raad besliste uiteindelijk positief. Het Comité, dat er op gerekend had zelf de kosten voor het ombouwen van het hekwerk te moeten dragen besloot in te gaan op het voorstel van het College van B&W. Besloten werd geen vaas in gegoten zink maar een hardstenen vaas te laten maken. De gemeente stelde geld beschikbaar om bovenin de vaas verse planten te zetten. Op 17 november 1913 werd de vaas onthuld en overgedragen aan het gemeentebestuur. De heer B. Boers hield namens de feestcommissie een toespraak waarin hij meldde dat men van mening was dat er iets gedaan moest worden "opdat bij het nageslacht in herinnering zou blijven de feestvreugde, welke hier geheerscht heeft over de vrijheid die wij thans genieten". Hij voegde daar nog aan toe dat hij hoopte dat de vaas ook door het nageslacht in ere zou worden gehouden (wat helaas een ijdele hoop bleek). Burgemeester Brunt van ’s-Gravenzande nam de vaas in ontvangst. “Ik verblijd mij in de oprichting van dit stuk omdat het ons en volgende geslachten niet alleen zal bepalen bij hetgeen in dit jaar is geschied , maar meer nog in het bijzonder wat er nu 100 jaar geleden is voorgevallen.” Brunt had geen hoge pet op van het historisch besef van de Westlanders. Zo zei hij: “Helaas wordt de schoone geschiedenis des vaderlands nog onvoldoende verstaan en daardoor te weinig begrepen, op wat wondere wijze Nederland eenmaal in de rij der volken is teruggebracht. Alleen door de kennis van het verleden zal ons volk de verworven vrijheid leeren waarderen en zich deze waardig maken, en tegelijk ook, immer klaar staan om die vrijheid te bewaren, waar deze ook bedreigd of aan banden gelegd wordt.” En hij heeft gelijk gekregen. Lang heeft de "vaas" niet op het Marktplein gestaan. Toen, kort na de Tweede Wereldoorlog, de muziektent op het plein gesloopt werd, werd de vaas verplaatst naar de westmuur van het postkantoor, vlak voor het urinoir (!). En toen ook het postkantoor gesloopt werd, moest hij worden verplaatst naar achter de dorpskerk. Inmiddels staat hij, in goed gezelschap van het oorlogsmonument, in het plantsoen achter de dorpskerk op de hoek van de Gasthuislaan en de Vreeburghlaan. Auteur: Jan Buskes van Historisch Archief Westland
Lees meer
Streekhistorie: Kwintsheul zestig jaar grenzenloos maandag 10 juli 2017 12:12

Streekhistorie: Kwintsheul zestig jaar grenzenloos

Twee weken geleden werd herdacht en gevierd dat de gemeentegrenzen die Kwintsheul verdeelden werden gewijzigd. Tijdens de bijeenkomst in het centrum van het dorp nam de voorzitter van de Historische Werkgroep Oud-Wateringen & Kwintsheul de toehoorders mee door de rijke geschiedenis van Kwintsheul. Hier is zijn verhaal. Beste Heulenaars, Vandaag, 1 juli 2017, is het zestig jaar geleden dat Kwintsheul als dorp binnen één gemeente is komen te liggen. Voor die tijd was Kwintsheul één gemeenschap. Als voorbeeld de Harmonie van Gregorius, die ons vandaag voorging. Deze bestaat dit jaar al negentig jaar. Kwintsheul was voor 1600 nog geen dorp. Er waren enkele boerderijen. Grenzen werden gevormd door eigendommen van kloosters en landheren. Zo liep in de veertiende eeuw het land van de Abdij van Loosduinen tot aan de Kerkstraat, waar toen een Uithof - een boerderij van de Abdij - lag. Pas in de zeventiende, de Gouden Eeuw, ontwikkelde zich een buurtschap op het kruispunt van de weg Wateringen-Naaldwijk en de Holle en Lange Watering onder andere doordat ook veel weideland werd omgezet in boomgaarden. Kwintsheul wilde wel één zijn, maar tot de Franse revolutie had het volk niet veel te vertellen. Maar in 1798 en 1812 werd al over het 'grenzenprobleem' van Kwintsheul gesproken. In 1828 werd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland al gevraagd of het niet zinvol was Kwintsheul 'te verenigen met een gemeente' om te komen tot vermindering van administratieve kosten voor de ingezetenen. Men had problemen met de lange afstand naar Monster, de armenzorg en armenkassen, het onderwijs, de diverse belastingen, het kerkbezoek, de begraafplaatsen, de veldwachters, de brandweer etc. In het jaar 1825 werden zes lantaarnpalen in Kwintsheul geplaatst, waarvan Wateringen en Monster ieder de helft betaalden. In 1843 deed de gemeente Wateringen een voorstel aan gemeente Monster om het gedeelte van Monster ten oosten van de Hollewatering tegen een billijke schadevergoeding burgerlijk onder Wateringen te brengen. Dat viel niet in goede aarde bij Monster. In 1850 diende de gemeenteraad van Wateringen mede met steun van grote grondeigenaren een rekest in om het Monsterse deel van Kwintsheul naar gemeente Wateringen te halen, wat ook toen niet lukte. In 1914 werd door 64 ingezetenen van Monster, behorende bij het kerkdorp Kwintsheul, aan het college van Wateringen gevraagd te zorgen dat het Monsterse deel door een annexatie bij gemeente Wateringen gevoegd werd. Een voorstel met tekening ging in 1915 naar Gedeputeerde Staten met de uitnodiging een grenswijziging te ontwerpen. Maar Monster wilde hier weer niet aan meewerken. Grenspaal op de grens van de gemeenten Naaldwijk en Wateringen (foto: Historisch Archief Westland) In de jaren twintig richtte Kwintsheul een eigen, soort dubbele, gemeenteraad op i.v.m. de totstandkoming van een ongedeeld Kwintsheul. In 1939 kwamen bij de Provincie de Westlandse burgemeesters van de gemeenten Monster, Naaldwijk en Wateringen op bezoek om de ideeën over de annexaties voor één Kwintsheul toe te lichten. Burgemeester A.J. Verhoeven (Wateringen) hield daar een pleidooi voor: de strijd van 150 jaar moet nu geregeld worden. Naaldwijk had geen echte bezwaren tegen annexatie. Burgemeester G.W. Kampschöer van Monster wenste geen afstand te doen van gronden en verzette zich met kracht, ook financieel. Latere aanjagers voor één Kwintsheul waren met name Piet Vis, burgemeester M.P.A. Meissen en Jan van Vree.In de nieuwjaarsredes in 1956 en bij vergaderingen van Gedeputeerde Staten ging men al in op de komende grenswijziging in het Westland. De raad van Wateringen stelde dat één bestuurlijke gemeente voor Kwintsheul noodzaak is: 95% van de Monsterse Heulenaars is voor overgang. En de Heulse tuinders zeiden: "tijd is geld”. Maar de raad van Monster verzette zich tegen 'eigendomsoverdracht' en stelde dat 'een sportvereniging in zo’n kleine gemeenschap toch niet levensvatbaar is' (we weten nu wel beter met Quintus). De Monsterse raad verwierp het voorstel met 2 leden voor en 13 tegen. De Naaldwijkse burgemeester Hoogenboom wilde wel meewerken om die vreemde toestand in Kwintsheul te beëindigen, maar Wateringen moest niet te veel grond vragen.De Tweede Kamer nam in februari 1957 uiteindelijk de beslissing over een aantal grenswijzigingen waaronder begrepen dat Kwintsheul per 1 juli 1957 onder één gemeente (Wateringen) zou vallen. Burgemeester Hoogenboom sprak de legendarische woorden: "De Heulenaars waren te vergelijken met dorstige woestijnreizigers, die in een fata morgana het zo begeerde drinkwater menen te zullen vinden, doch in werkelijkheid deze lafenis niet krijgen". 2017-07-01 kwintsheul 60 jaar grenzenloos (foto: Historische Werkgroep OWK)Monster nam met deemoed afscheid van zijn gronden en inwoners. En de Wateringse (en nu ook Heulse) burgemeester Meissen heette de nieuwe inwoners van harte welkom binnen de gemeente. Een strijd van anderhalve eeuw was geëindigd in de eenheid van Kwintsheul. Op 1 juli 1957 werd 125 hectare grond met 372 inwoners uit Naaldwijk en 928 inwoners uit Monster toegevoegd aan de gemeente Wateringen. Daar hadden de Heulenaars zo’n 150 jaar voor gevochten. En dat werd in 1957 gevierd met het Oranjecomité en Harmonie voorop! Hoera!De Heulenaars waren toen al één in de organisatie van een aantal zaken, zoals1870 de bouw van een houten Hulpkerk 1906 vergunning voor bouw Heulse groenteveiling 1910 eerstesteenlegging katholieke jongensschool (Andreasschool in Wateringen)1916 bouw van het Mariagesticht voor ouderen (in Monster)1925 eerstesteenlegging katholieke meisjesschool (Theresia van Avilaschool in Monster)Rede van Chris Batist uitgesproken bij het zestigjarige "één zijn" van Kwintsheul. De herdenking is mogelijk gemaakt door Fonds Westland in het kader van De Glazen Pluim.
Lees meer
Streekhistorie: Jan Emmens wint cultuurprijs maandag 3 juli 2017 12:12

Streekhistorie: Jan Emmens wint cultuurprijs

Veertig jaar geleden werd de prijs van de Culturele Raad van Zuid-Holland toegekend aan Jan Emmens. Hij was toen 80 jaar. Emmens was geen Westlander van geboorte, maar wel een echte Westland-kenner die veel voor de streek en met name voor Honselersdijk en Naaldwijk betekend heeft. “Niemand in deze streek is zo op de hoogte van de wordingsgeschiedenis, de geschiedenis van de bedijking en drooglegging, van de buitenplaatsen, de fruitteelt, de tuinbouw en de sociale en economische ontwikkeling van het Westland als de heer Emmens. Zijn fabelachtige topografische kennis heeft hij zich niet alleen verworven door literatuurstudie, maar vooral ook door eigen onderzoek, door heldere observatie van wat hij zag, zwervend langs oude dijken en wegen, en door kritisch en nuchter verstand.” Aldus het jury-rapport van de Culturele Raad.Wie was Jan Emmens?Jan Emmens (1897-1988) werd geboren in het Drentse Rolde als zoon van Willem Emmens, hoofdonderwijzer en leraar aan de Rijkslandbouwwinterschool, en zijn vrouw Hendrikje Mulder. Na de u.l.o. en de Rijkslandbouwwinterschool te Zutphen ging hij 18-jarige werken op de tuinen van Velders op Klein-Zwitserland in Den Haag. De frisse lucht aan de kust zou beter zijn voor zijn gezondheid. Vier jaar laten vestigde hij zich in Naaldwijk waar hij in 1925 zelfstandig tuinder werd. Emmens trouwde in 1930 in Naaldwijk met Geertje Klinkenberg, met wie hij een zoon en een dochter zou krijgen.PoliticusIn Naaldwijk startte ook zijn carrière bij de S.D.A.P. (de voorloper van de PvdA.) Tot 1970 is hij voor deze partij actief geweest. In de niet bepaald socialistische gemeente Naaldwijk was hij lange tijd raadslid voor de sociaaldemocraten en invloedrijk wethouder na de oorlog. Hij was van 1927 tot 1941 raadslid, en na de oorlog ook lid van de tijdelijke gemeenteraad. Op 9 november 1945 werd hij benoemd tot wethouder van onder andere Onderwijs en Huisvesting, wat hij acht jaar zou blijven. Ondertussen was hij gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Hier hield hij zich van 1948 tot 1952 bezig met landbouw, visserij en waterstaat. Na vier jaar werd Emmens niet herkozen, maar hij was intussen wel lid geworden van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Na een onderbreking tussen 1953 en 1962 keerde hij ook weer terug als wethouder van Naaldwijk, nu voor financiën en sport. Hij zou dat blijven tot 1970, toen hij op 72-jarige leeftijd de politiek uiteindelijk vaarwel zei.Amateur-archeoloogEmmens was een veelzijdige en ambitieuze man met daarnaast een passie voor de historie. “Reeds in zijn jonge jeugd in Drenthe wekten de bodemvondsten, die zijn grootvader tijdens zijn agrarische werkzaamheden deed, zijn belangstelling. De verwondering over en nieuwsgierigheid naar zijn medemens en diens strijd om het bestaan heeft hem nooit meer losgelaten. Archeologie werd voor hem, zoals hij dat uitdrukt: “het lezen van het Boek van Moeder Aarde; een bezigheid, die met uiterste voorzichtigheid dient te geschieden, want elke bladzijde wordt na lezing vernietigd.” Deze eerbied en zorg legde hij aan de dag in eigen archeologisch onderzoek. In het Westland vervulde hij pioniersarbeid op dit terrein. Aankomende amateur-archeologen en -historici van thans kunnen terugvallen op vele boeken, gidsen en handleidingen en kunnen deelnemen aan werkgroepen en excursies. In de tijd dat de Jan Emmens zijn arbeid verrichtte, lag dat minder eenvoudig. Ook in dit licht dient zijn arbeid te worden beoordeeld. Volharding, liefde voor zijn grond en eerbied voor het verleden hebben hem gesteund op de weg van zelfstudie, bij het leggen van de noodzakelijke contacten en in het pionieren in een mentaal niemandsland.” aldus het jury-rapport.Deze volhardende instelling kwam ook tot uiting in zijn activiteiten als correspondent van het Rijksinstituut voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) te Amersfoort. Jarenlang doorkruiste hij wekelijks op de fiets en later per scooter het Westland om overal waar hij bouwactiviteiten signaleerde poolshoogte te nemen, deze aan het ROB te melden, en bij de architect en uitvoerders tot voorzichtigheid en begrip te manen. BeschermerVanaf 1935 als bestuurslid van de Historische Vereniging Oud-Naaldwijk en later als voorzitter van Genootschap Oud-Westland, maar ook als Wethouder van Naaldwijk, heeft hij zich zeer ingespannen voor het behoud van historisch dorpsschoon, voor monumentenrestauraties en landschapsbescherming.Daarmee heeft hij het, volgens de jury, niet eenvoudig gehad: “De – historisch wellicht begrijpelijke- naar materialisme neigende instelling van de Westlanders vormde niet de meest vruchtbare bodem, die men zich wensen kan. Dat hij er juist in deze omstandigheid in is geslaagd een grote bijdrage te leveren aan onder meer het behoud en restauratie van historische monumenten in het Westland maakt zijn verdiensten des te lofwaardiger.”Voor Honselersdijk heeft hij middels een heftig betoog de gemeenteraad zover gekregen dat zij de ontbrekende gelden voor de restauratie van de Nederhof vrijgemaakt hebben, zodat dit laatste restant van het ooit befaamde paleis Honselaarsdijk tot op de dag van vandaag de herinnering aan de oude allure levend houdt.“Het werk van een historische genootschap naar buiten heeft geen enkele zin als het niet mede dienstbaar gemaakt kan worden aan, of liever, ingepast kan worden in een actieve cultuurpolitiek” aldus de voorzitter van het Genootschap Oud-Westland, Jan Emmens, in het jaarverslag 1965-67.Inspirator voor de jeugdIn woord en schrift was Emmens een inspirerende verteller. Hij gaf rondleidingen in het Gemeentemuseum Naaldwijk, gaf lezingen aan zeer uiteenlopende groepen: scholieren, huisvrouwen, padvinders, tuinbouwkundige ingenieurs, onderwijzers, voor volksuniversiteiten, bejaardenbonden, historische verenigingen en historische werkgroepen. Ook hielp hij scholieren bij het maken van werkstukken en scripties over het Westland.In samenwerking met de VVV en de gemeente organiseerde hij een jeugdquiz, “Ken je Naaldwijk”, wat vervolgens ook in het programmaboekje van de toeristische Oogstfeesten opgenomen werd. PR-manAl deze voorlichtende activiteiten deed hij in een taal, die “de gewone man” aansprak, helder en eenvoudig. In deze taal schreef hij ook vele artikelen in de streekpers. Emmens was tevens handig in het inbedden van activiteiten van het Genootschap Oud-Westland in andere evenementen, die veel publiek trokken. Zo leverden de jaarlijkse Oogstfeesten duizenden bezoekers voor de tentoonstellingen en het museum. Samen met zijn zoon, die voorzitter was van de Westlandse Amateurfotografenvereniging, organiseerde hij in 1963 een fototentoonstelling waarin oude en nieuwe dorpsgezichten tegenover elkaar geplaatst werden.VerzamelaarEmmens heeft in de loop der jaren enorm veel historische gegevens en voorwerpen verzameld. De voorwerpen vonden een plaats in het Westlands Streekmuseum, waarvoor hij zich altijd enorm heeft ingezet. Hij was beheerder van het museum dat indertijd in de kapel van het Heilige Geesthofje gehuisvest was en later naar de Middel Broekweg verhuisde.De grote verzameling historische gegevens, oude ansichten en foto’s over de gemeente Naaldwijk die Emmens aangelegd had, zijn opgenomen in het historisch archief. Alleen al op basis van deze verzameling zou hij postuum geëerd moeten worden. Auteur: Jolanda Faber, Historische vereniging Naaldwijk-HonselersdijkBronvermelding:- Juryrapport Culturele Raad Zuid-Holland- Gemeente Naaldwijk 120 jaar in beeld, 1994, G. Beijer en G.J.M. de Vreede - Archief Jan Emmens in Historisch Archief Westland- Foto’s: Historisch Archief Westland
Lees meer