Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie

Filteren op datum:
        
Video Streekhistorie: In de duinen van Westland maandag 20 februari 2017 09:09

Streekhistorie: In de duinen van Westland

In Monster, op de grens met Den Haag, staat een bijzondere toren. Komend vanaf het strand bij het Schelpenpad zie je hem liggen, maar ook vanaf strandopgang Molenslag is het een markant herkenningspunt. Het is de watertoren van Monster. Het is lang geleden dat dit rijksmonument toegankelijk was voor publiek, maar zaterdag 25 februari is het zover. Op deze dag stelt Dunea de watertoren tussen 10.00 en 16.00 uur open. Daarnaast worden er wandelingen georganiseerd over Solleveld. Dit natuurgebied maakt deel uit van het Oude Duinlandschap tussen Ter Heijde en Loosduinen, dat al 25 eeuwen door mensen bewoond en bewerkt wordt. Eerst door boeren, daarna door landgoedeigenaren en vanaf 1887 voor de winning van schoon drinkwater.  De Westlandsche Drinkwater Maatschappij (WDM) had het gebied ten noorden van het Schelpenpad sinds 1922 in gebruik. Het terrein ten zuiden ervan was eigendom van de gemeente Monster en zou vanaf de jaren 30 een transformatie ondergaan. In Monster, op de grens met Den Haag, staat een bijzondere toren. Komend vanaf het strand bij het Schelpenpad zie je hem liggen, maar ook vanaf strandopgang Molenslag is het een markant herkenningspunt. Het is de watertoren van Monster. Het is lang geleden dat dit rijksmonument toegankelijk was voor publiek, maar zaterdag 25 februari is het zover. Op deze dag stelt Dunea de watertoren tussen 10.00 en 16.00 uur open. Daarnaast worden er wandelingen georganiseerd over Solleveld. Dit natuurgebied maakt deel uit van het Oude Duinlandschap tussen Ter Heijde en Loosduinen, dat al 25 eeuwen door mensen bewoond en bewerkt wordt. Eerst door boeren, daarna door landgoedeigenaren en vanaf 1887 voor de winning van schoon drinkwater.  De Westlandsche Drinkwater Maatschappij (WDM) had het gebied ten noorden van het Schelpenpad sinds 1922 in gebruik. Het terrein ten zuiden ervan was eigendom van de gemeente Monster en zou vanaf de jaren 30 een transformatie ondergaan. Boschplan MonsterHoe krijg ik ruim 80 werkloze inwoners van Monster weer aan het werk? Met die zorg in het achterhoofd kwam de Monsterse burgemeester Kampschoër in 1934 op het idee om op 55 ha. kaal duingebied tussen Ter Heijde en het Schelpenpad een enorm duinbos aan te laten leggen, uit te voeren door werkeloze Monstenaren. Kampschoër kreeg het voor elkaar om subsidie los te krijgen van Provinciale Staten en de Rijkscommissie van advies voor werkverschaffing en werkverruiming in Zuid-Holland. Er werd een duinbebossingsplan gemaakt en in overleg met de Nederlandsche Heidemaat-schappij, onder wiens supervisie het plan zou worden uitgevoerd, werd een lijst van te planten bomen en struiken opgesteld. Op die lijst stonden o.a. 98.000 dennenbomen, 29.000 Acers en vele tienduizenden andere bomen en struiken. Zoals we kunnen zien op de tekening die het gemeentebestuur in 1938 liet maken, had men het plan om midden in het duinbos een uitkijkpost in de vorm van een berg te maken en rechts daarvan een vijver van ca. 2.000 vierkante meter.Fragment van boschplan Monster, 1938Bekijk de hele tekening op http://bit.ly/2m1EnyMOp 8 juni 1938 ging de eerste spade de grond in. En die eerste schep werd verricht door de heer Th. Heukels, voorzitter van de Rijkscommissie van advies voor werkverschaffing, in aanwezigheid van een groot aantal hoogwaardigheidsbekleders, waaronder burgemeester Kampschoër.   (Westlandsche Courant 9 juni 1938) Aanvankelijk zo’n vijftig en eind 1939 bijna honderd werkelozen vonden werk bij dit bijzondere werkverschaffingsproject. Zij kregen gemiddeld 14 gulden per week uitbetaald. Het werk verliep voorspoedig. (Monsterse werkelozen aan het werk voor het boschplan, 1938)   Het College van B&W van Monster kwam met het voorstel om bij het duinbos ook een hertenkamp te maken (de vergunning van het Hoogheemraadschap stond “grazend gedierte” toe). Kampschoër had bij de dierentuin in Den Haag en bij Artis al enkele herten in bestelling. Maar toen in november 1940 bleek dat het gehele terrein nog onvoldoende omheind was, is toch afgezien van het hertenkamp. En ook de geplande vijver is er niet gekomen. Het Hoogheemraadschap, dat bang was dat de toeristen zouden gaan pootjebaden in de vijver, vreesde voor de waterkwaliteit.Inmiddels waren de vele tienduizenden jonge boompjes en struikjes geplant en waren er wandelpaden aangelegd. Vervolgens bleek echter dat het terrein werd geteisterd door enorme aantallen konijnen, die de jonge aanplant kapot vraten. Er werden vergunningen verleend aan enkele omwonenden die er voor moesten zorgen dat, zoals de vergunning het stelde, “het konijn” bestreden werd.Hoewel de boompjes en struikjes, een jaar na aanleg, nog niet tot de knie reikten en het “duinbos” dus nog leek op een kale vlakte, wilde de gemeente Monster het duinbos al per 1 juni 1939 openstellen voor het publiek. Ze schreef “Wij denken er hierbij allerminst aan dat het loover al direct veel schaduw zal geven, doch het feit alleen, dat in dit natuurlijke, echt ongestoorde duinoord, vertoeft kan worden en een rustige wandeling, verwijderd van het gewoel der wegen, kan worden genoten, heeft voor deze streek en in het bijzonder voor deze gemeente groote betekenis”. Maar het Hoogheemraadschap was bang dat het publiek de jonge aanplant zou vertrappen en adviseerde het duinbos pas volgend jaar open te stellen. In april 1940 liet de gemeente Monster bordjes maken met het opschrift “Uitsluitend toegankelijk voor houders van wandelkaarten”. Een wandelkaart kostte 50 cent per jaar (kinderen gratis).Lang hebben de bezoekers er niet van kunnen genieten. De Duitse Weermacht nam het bos in gebruik als oefenterrein. Er werd met voertuigen door het aanstaande bos gereden, jonge aanplant werd vertrapt en de jonge struikjes werden door de soldaten uit de grond getrokken om te worden gebruikt als camouflage. Uit een rapport van maart 1941 bleek dat de Duitsers voor 7.500 gulden schade hadden aangericht. En alsof dat nog niet genoeg was, zorgden de strenge winter, een warme zomer en een brand er voor dat veel van de nog resterende jonge aanplant dood ging. Het bos maakte aan het eind van de oorlog dan ook een “deplorabelen” indruk. Met de inzet van tientallen werkelozen is halverwege de oorlog nog getracht de schade te herstellen en zijn nog eens tienduizenden bomen geplant, maar het mocht niet baten. Van al die honderdduizenden boompjes en struikjes zijn er nog maar enkele honderden in het huidige landschap terug te vinden. Vergelijk maar eens de foto van 2017 met het boschplan 1938:   De bloedbergVan alle oorspronkelijke plannen is eigenlijk alleen de uitkijkpost bewaard gebleven. Deze 11 meter hoge uitkijkpost is in 1938 tot stand gekomen door het, kruiwagen voor kruiwagen, verplaatsen van meer dan 5.000 kubieke meter zand. Daar zijn 15 werkelozen een paar maanden mee bezig geweest.   (aanleg bloedberg, 1938)“Dit uitkijkplateau is eenig in zijn soort, daar men er van een prachtig uitzicht kan genieten over het nieuwe bosch, de duinen, het strand, de zee en het Westland” zo schreef de Westlandsche Courant in mei 1939. (Google Maps)   (bloedberg, 2016)   En om het de bezoekers mogelijk te maken om de uitkijkpost te beklimmen werd er een spiraalpad op de berg aangelegd. Op het fotootje hierboven links zien we de uitkijkpost van bovenaf.Eenmaal boven op de uitkijkpost heb je inderdaad een prachtig uitzicht op de omliggende omgeving. De uitkijkpost wordt de laatste tijd vaak bezocht door vogelspotters. Richting het noorden zie je de watertoren en het duingebied van Solleveld liggen. Het is een beschermd broedgebied dat van 1 maart tot 15 september gesloten is. (bovenop de bloedberg, 2016)   De uitkijkpost heeft de wat pathetische naam “bloedberg” gekregen. Het schijnt dat deze naam is gegeven omdat de berg met bloed, zweet en tranen zou zijn aangelegd door de werkelozen. Wie dat bedacht heeft weet ik niet. Uit de archieven en kranten blijkt dat de werkelozen het niet zo slecht hadden. Ze werden redelijk betaald en de gemeente Monster had gezorgd voor werkketen (met verwarming in de winter) en toiletvoorzieningen. Er zijn maar twee bedrijfsongevallen gemeld, waarvan een een man betrof die in elkaar zakte wegens “algehele zwakte”.   (bloedberg, 12 feb. 2017) Tegenwoordig is de bloedberg en het omringende duingebied in beheer bij Dunea Duin en Water, die ook eigenaar is van Solleveld en de watertoren.Wij, Historisch Archief Westland, zijn op zoek naar verhalen over de (aanleg van) de bloedberg en oude foto’s.Wil je natuurgebied Solleveld en de watertoren op 25 februari bezichtigen? Kom dan op de fiets! Vanuit Monster is het een aanrader om bij de molen richting het strand te fietsen tot aan de Slapersdijk. Hier begint het drinkwatergebied van Dunea. Het dijkje kan je onderlangs volgen naar het Schelpenpad. Je ziet de watertoren al liggen, maar stop ook even bij de bloedberg en geniet van het uitzicht vanaf de top. Probeer je onderweg eens voor te stellen hoe het er hier uit had gezien wanneer het duinbos intact zou zijn gebleven. Kom je met de auto? Zet deze dan op de parkeerplaats van Molenslag. In de watertoren is de tentoonstelling over de opgravingen op het tegenoverliggende terrein te zien. Even teruglopen naar het dijkje en je wandelt in 10 minuten naar de bloedberg. Daarvandaan kan je doorlopen tot aan het Schelpenpad waar je rechtsaf na 200 meter op de Haagweg komt. De watertoren is uitsluitend te bereiken vanaf de Haagweg. De oprijlaan ligt links, vlak voor de Oorberlaan. Kijk voor het programma van 25 februari op www.monumentaalwestland.nl
Lees meer
Streekhistorie: Stoomoliemolen Mercurius in Den Hoorn maandag 13 februari 2017 12:12

Streekhistorie: Stoomoliemolen Mercurius in Den Hoorn

In Museum Het Tramstation te Schipluiden vindt tot eind april 2017 de tentoonstelling ‘Wonen in een monument’ plaats. Maar liefst elf monumenten worden er belicht. Naast fraai beeldmateriaal zijn er bouwfragmenten en attributen te zien die verband houden met de getoonde panden. Een opvallend monument is de voormalige stoomoliemolen Mercurius in Den Hoorn. Het is een prachtig voorbeeld van een pand dat door een andere functie een nieuwe toekomst heeft gekregen. De komst van oliemolen MercuriusAan de Hoornseweg, de weg van Den Hoorn naar Delft, stonden in de negentiende eeuw verschillende industrieën. Eén gebouw uit die eeuw is bewaard gebleven, namelijk de voormalige stoomoliemolen Mercurius. Aanvankelijk stond hier een oliemolen, die door windkracht werd voortgedreven, zie de reconstructietekening. De sluitsteen boven de deur van het hoofdpand vermeldt het jaartal 1829 en de initialen M.J.B., die herinneren aan Mattheus Johannes Blank, de man die hier een oliemolen liet bouwen. Bewaard is gebleven de vierkante onderbouw van de molen, die 12,80 bij 12,80 meter meet. Hierop bevond zich een achtkante molen. Molendeskundigen hebben berekend dat de Mercurius waarschijnlijk de grootste oliemolen van Nederland is geweest. De wieken hadden een vlucht van 29 meter. In totaal was de hoogte veertig meter! De ligging in het open landschap en aan het water van de Hoornsevaart was ideaal voor respectievelijk de toevoer van wind en de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van olie en veekoeken.De voormalige oliemolen Mercurius in Den Hoorn. Reconstructietekening van Bas Koster, ca. 2004.Productie van lijnolie en veekoekenOmstreeks 1860 werd Hendrik Pietersz. Lambert, burgemeester van Kralingen, eigenaar van Mercurius. In het begin van de jaren zeventig kwam bij de molen een apart gebouw met een hoge schoorsteen voor een stoommachine. Dit gebouw (met enige ronde raampjes) is achter de onderbouw van de molen nog aanwezig. Zowel wind- als stoomkracht konden hier als aandrijfmiddel worden gebruikt. Een dergelijke combinatie kwam op meerdere plaatsen voor, maar gewoonlijk werd na enige tijd toch de windmolen gesloopt. Dit is in Den Hoorn ook gebeurd; de zware onderbouw van de molen bleef echter in gebruik. Uit lijn- en raapzaad werd op deze plaats heel lang olie gewonnen. De olie was vooral bestemd voor de verlichting in huishoudens. Van het restafval werden veekoeken gemaakt. Een opgave uit 1847, de tijd van de oliemolen, vermeldt een jaarproductie van 600 vaten olie (1 vat was 100 liter) en 170.000 koeken. In 1897 werkten in de stoomolieslagerij 25 personeelsleden. Foto van de stoomoliemolen Mercurius, ca. 1900. De schoorsteen rechts is van de stoommachine.Nieuwe functiesRond 1900 kwam in een van de gebouwen de suikerbakkerij van de familie Van Woerden. De bruidssuikers van deze firma waren vanwege de voortreffelijke kwaliteit beroemd in wijde omgeving. Na de oorlog was er een autoplaatwerkerij en -spuiterij in het pand gevestigd. Daarna maakte het gebouw enige decennia deel uit van Dijco BV, die de ruimte verhuurde aan Ega Giftware, een bedrijf in relatiegeschenken. Het pand - feitelijk een industrieel monument - liep in 2002 gevaar om gesloopt te worden ten behoeve van woningbouw. Dit stukje Den Hoorn zou namelijk voor de bouw van huizen naar Delft gaan. Vlak voor de gemeentelijke herindeling op 1 januari 2004 bevestigde de Monumentencommissie van Schipluiden het belang van een gemeentelijke monumentenstatus van dit gebouw. De stad Delft erkende de waarde en gaf Mercurius een definitief beschermde status. Mercurius na de restauratie. Foto Henk Groenendaal 2008.De ontwikkelaar en het bureau Hulshof Architecten namen vervolgens de uitdaging aan om de bestaande gebouwen voor een woningcorporatie om te vormen tot woningen. In de voormalige oliemolen en het aangrenzende deel van een loods kwam in 2008 een Thomashuis. Hier krijgen acht mensen met een verstandelijke handicap begeleiding van een inwonend echtpaar. In het pand ernaast, een voormalig pakhuis, zijn enkele woningen gerealiseerd. Het wooncomplex is vooral bijzonder, omdat het dak en de spantconstructie van de voormalige loods het pakhuis met de oliemolen verbindt. Hierdoor is een poort ontstaan. De weg er onder leidt van de Hoornseweg naar een nieuwe Delftse woonwijk en vormt nu het markantste onderdeel van het fraai gerestaureerde complex. Een grote molensteen aan de Hoornseweg herinnert aan het oorspronkelijk gebruik van het pand erachter. Auteur: Jacques Moerman, Historische Vereniging Oud-Schipluiden Museum Het Tramstation, Otto van Zevenderstraat 2 te Schipluiden is geopend op woensdag (vanaf 1 april), zaterdag en de eerste zondag van de maand van 14.00-16.00 uur.
Lees meer
Streekhistorie: Op zoek naar Gerrit van Ravenhorst maandag 6 februari 2017 09:09

Streekhistorie: Op zoek naar Gerrit van Ravenhorst

De afgelopen jaren is de belangstelling voor onderzoek naar de eigen familiegeschiedenis flink toegenomen. De expositie in het Westlands Museum ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van de Studiegroep Genealogie Westland heeft inmiddels al veel bezoekers getrokken, waaronder een opvallend aantal jongeren. De expositie is nu zijn laatste maand ingegaan en is dus nog te bezichtigen tot 25 februari. Voor onderzoek naar voorouders is internet tegenwoordig een onmisbaar hulpmiddel. Het is haast niet meer voor te stellen dat er een tijd was dat je op reis moest naar een archief om daar met originele boeken en microfiches een stamboom samen te stellen. Naast de officiële aktes zijn er natuurlijk ook veel familiefoto's die een mooie aanvulling zijn op de 'kale' gegevens in de stamboom. In dit artikel wordt een kleine handleiding gegeven hoe er meer informatie kan worden gevonden over een persoon die op een oude foto te zien is.Sinds 28 juli 2014 zit in de collectie van de Historische Werkgroep Oud-Wateringen & Kwintsheul een foto die geschonken is door Aad Buijs. De foto is honderd jaar geleden, in 1917, gemaakt bij Atelier J.H Vaessen in Den Haag. Op de foto staat een jongeman in een militair uniform afgebeeld. Bij de schenking kregen we ook de naam van deze jongeman: Gerrit van Ravenhorst. Hij was in de Eerste Wereldoorlog ingekwartierd op de boerderij van Wenneker aan de Bovendijk 13 (nu 115). GrafsteenBij een dergelijke foto is het goed om meer informatie dan alleen de naam te hebben. Er is een kleine speurtocht uitgevoerd, te beginnen op internet. De naam en de woonplaats brachten een vermelding aan het licht op de website www.graftombe.nl. Deze website probeert van zoveel mogelijk begraafplaatsen in Nederland de gegevens te krijgen van de mensen die er begraven zijn. Behalve de naam van de overledene en de begraafplaats zijn ook de geboorte- en overlijdensdatum vermeld. Als er een partner is, staan ook deze gegevens erbij.Een mooie start die veel gegevens opleverde om verder te zoeken. Gerrit van Ravenhorst bleek in 1982 te zijn begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Julianastraat. In de collectie van de Werkgroep zitten foto's van de grafstenen van de Wateringse begraafplaatsen en de gegevens van de personen die daar begraven zijn. De gegevens in de collectie kwamen overeen met die van www.graftombe.nl.Geboorte en huwelijkHet tweede zoekresultaat dat verscheen na invoeren van de naam en woonplaats op Google verwees naar de website www.genealogieonline.nl. Op deze site staan de genealogische gegevens vermeld met wat bronnen. Dit maakt het verder zoeken een stuk gemakkelijker. Het is altijd noodzakelijk om de bronnen te controleren en vergelijken. Veel mensen schrijven gewoon informatie van anderen over en daar kan wel eens iets mis mee gaan. Zoek daarom zo veel mogelijk de originele bron.Zo bleek Gerrit van Ravenhorst volgens zijn grafsteen te zijn geboren op 4 augustus 1896. In de gegevens van de geboorteakte op www.wiewaswie.nl, die geplaatst was door Het Utrechts Archief stond echter dat zijn geboorte op 8 augustus 1896 was in Amerongen. De scans van de geboorteakten van deze gemeente zijn ook terug te vinden op internet. Uit de originele akte bleek dat Gerrit op 8 augustus om drie uur 's middags is geboren. Andere gegevens op www.wiewaswie.nl leidden naar zijn trouwakte uit Den Haag en de geboorteakte van zijn vrouw uit Loosduinen. In twee adressenlijsten van de gemeente Wateringen die zijn opgenomen in de collectie was zijn naam eveneens terug te vinden.Het resultaatAl dit zoekwerk levert het onderstaande resultaat op. Gerrit van Ravenhorstgeboren te Amerongen op zaterdag 8 augustus 1896overleden op 13 september 1982begraven te Wateringen op 17 september 1982 (Algemene Begraafplaats)beroep: landarbeider (in 1925), chauffeurwoont in 1931 in Wateringen, Kerklaan 42woont in 1968 in Wateringen, Willem III straat 8Zoon van Dirk van Ravenhorst en Heintje van Straten.Hij is getrouwd op 10 juni 1925 te Den Haag met Neeltje van Eijkgeboren te Loosduinen op 24 januari 1901overleden te Wateringen op 18 augustus 1980begraven te Wateringen op 22 augustus 1980 (Algemene Begraafplaats)Dochter van Gerrit van Eijk, arbeider, en Annigje van der Vlist. Auteur: Jan de Brabander van de Historische Werkgroep Oud-Wateringen & KwintsheulBronnen op internetwww.graftombe.nlwww.wiewaswie.nlwww.genealogieonline.nl/familie-van-eijk-tak-gouderak/I17187.phpdenhaag.digitalestamboom.nlBronnen in de collectieAdresboek van het Westland 1931Wegwijzer voor Wateringen en Kwintsheul 1968
Lees meer
Streekhistorie: Van Veiling tot Kerk maandag 30 januari 2017 09:09

Streekhistorie: Van Veiling tot Kerk

Zeer weinig mensen zullen het persoonlijk hebben meegemaakt, maar de kerk Onze Lieve Vrouw van Goeden Raad in Honselersdijk was eerst een veilinggebouw. Dit was natuurlijk niet de kerk zoals die er nu staat, maar een klein kerkje dat zich bevond op waar nu het plein voor het huidig gebouw ligt. Het was in die tijd dat de Dijkstraat een Dijkgracht was, met water, bruggetjes en paard en wagen. De tijd waarin voornamelijk geveild wordt in lokale horeca, zoals in bijvoorbeeld Café Sport in Honselersdijk. Van een veilingklok had men nog niet gehoord, ‘handjeklap’ was de veilmethode. In de tijd die hiervoor wordt beschreven, wordt het veilinglokaal van de afdeling Honselersdijk gebouwd. Een veilinggebouw waar met name groenten worden geveild. Dit veilinggebouw zal tot 1927 blijven staan, alhoewel het al snel te klein blijkt te zijn…..De veiling verhuist naar een groter gebouw en de heer Jac. Janssen, eigenaar van de grond, stelt deze beschikbaar ten behoeve van de stichting van een parochiekerk. Dat dit niet zonder slag of stoot gaat mag duidelijk zijn, men wil immers een relatief kleine parochie bouwen tussen de kerken van Naaldwijk, Poeldijk en Kwintsheul, allen zeer goed aangeschreven en grote parochies. In goed overleg ontstaat uiteindelijk de Parochie Onze Lieve Vrouw van Goeden Raad in 1907, welke ter kerke zal gaan in het maar kort gebruikte veilinggebouw van Honselersdijk. Een veilinggebouw kan niet zomaar worden hernoemd tot kerk, de bisschop van Haarlem (tegenwoordig valt de parochie onder Rotterdam) geeft akkoord en het verbouwen van het veilinggebouw kan starten. Één van de aanpassingen is het plaatsen van kerkbanken. Deze worden ingetekend op een plattegrond en hierdoor ontstaat relatief gemakkelijk een inrichting van een kerkgebouw. In het archief zijn de tekeningen gevonden van dit plan.De allereerste pastoor van de nieuwe opgerichte parochie is pastoor Van Buren, hij zorgt dat de parochie start en haar bestaansrecht verwerft. Dat de kerk op zekere dag van “veiling tot kerk” naar een nieuw gebouw gaat, maakt hij niet meer mee, hij komt te overlijden in 1917. In deze tijd is de Dijkstraat nog een Dijkstraat met een sloot. Op de plaats waar nu huizen staan (zeg maar de overburen van de kerk) lag deze sloot. Het landelijke is ondertussen wel verdwenen en de dorpskern Honselersdijk heeft meer vorm gekregen als centrum. Duidelijk is dat de parochianen een goede hoop hadden op de toekomst van hun nieuwe parochie: de pastorie, is vele malen groter dan het veilinggebouw. Pastoor Van Buren had immers wel slaapplaats nodig en die kerk zou er op termijn worden gebouwd. Het is bijzonder om dit beeld te zien, zeker als wij nagaan dat dit pas een eeuw geleden is.In 1927 is het dan eindelijk zover: het allerheiligste wordt overgebracht naar de nieuwe kerk. Op dat moment staan het nieuwe kerkgebouw, de pastorie en het veilinggebouw dicht tegen elkaar aan geschurkt op de kerkgrond. Dat er niet veel ruimte was voor het plaatsen van een toegang tot de kerk mag op de foto duidelijk zijn, de arbeiders zijn hard bezig het aanzicht van de nieuwe kerk te verfraaien door het weghalen van het veilinggebouw. Hierdoor ontstaat plaats voor het bouwen van het kerkportaal zoals wij dat nu nog steeds kennen.Wij kunnen concluderen dat door de inzet van de heer Jac. Janssen, pastoor Van Buren en vele anderen in die tijd, Honselersdijk mag beschikken over een prachtige kerkgebouw dat haar hart en wortels midden in het Westland ook heeft staan in het hart van het veilingwezen, dichter bij de tuinbouw kan een kerkgebouw niet komen!Auteur: Angela Valentin-van Beek van de Historische Vereniging Naaldwijk-Honselersdijk
Lees meer
Streekhistorie: De ramp met het SS ‘Holland’ maandag 23 januari 2017 10:10

Streekhistorie: De ramp met het SS ‘Holland’

Op zondagmorgen 27 januari 1901 lag het stoomschip ‘Holland’ van de ‘Nederlandse Stoomboot maatschappij’ aan de kade in de haven van Londen. De Holland was een klein vrachtschip, gebouwd in 1874 en 726 bruto register ton groot. Het schip voer in een vaste dienst tussen Rotterdam en Londen. Nadat de lading stukgoed in de ruimen was gestuwd werden ze gesloten met luiken en dekzeilen. De dekzeilen werden vastgezet en vervolgens werd de lading op het dek zeevast gesjord. Deze lading bestond uit vaten benzine en carbolzuur. Tot slot werden de laadbomen goed vastgezet en het schip was klaar om naar zee te vertrekken. Naast de lading waren er ook nog vier passagiers, drie volwassenen en een kind, en enkele paarden aan boord.Het commando ‘voor en achter’ klonk nu en de trossen werden losgemaakt van de kade. Kapitein W.H. van der Poll stond samen met zijn vaste loods J. Posthumus, en de roerganger achter het stuurwiel, op de open brug. De Holland maakte zich langzaam los van de kade en voer de Thames op richting zee. In de machinekamer stond het personeel onder leiding van de 1e machinist, J.W. Kerkhof, te zweten en maakte de 2 cilinder compoundmachine van 430 ipk de nodige toeren. Toen het vrachtscheepje omstreeks 18 uur de Thamesmonding uitvoer en het lichtschip ‘Tongue’ passeerde stond er een harde bries waardoor het schip begon te slingeren. Om ongeveer 21 uur ruimde de wind naar het noordwesten en wakkerde aan tot een zware storm. Door de storm die steeds meer toenam begon een hoge zee te lopen en de golven begonnen te breken over de Holland, die zwaar stampend en slingerend zijn koers vervolgde.In de Berghaven te Hoek van Holland had schipper G. Jansen van de stoomreddingboot “President van Heel” die morgen de slechter wordende weersvoorspellingen gevolgd. Hij liet de stoommachine opstoken om bij een oproep snel weg te kunnen. Tegen 2 uur ’s-nachts naderde het zwaar stampende en slingerende schip de Nederlandse kust en passeerde men het lichtschip ‘Schouwenbank’. Kapitein van der Poll overlegde met zijn 1e stuurman W.H. Gorlach en de 1e machinist hoe men het beste, met dit slechte weer, de monding van de Nieuwe Waterweg kon aanlopen. De kapitein besloot hierop snelheid te minderen en bij te draaien zodat men bij daglicht de monding van de Nieuwe Waterweg zou binnen lopen. Er werd nu een oostnoordoosten koers uitgezet en omstreeks 6 uur passeerde de Holland het lichtschip “Maas’. De kapitein durfde echter niet verder bij te draaien omdat hij bang was voor de vele vaten benzine die aan dek stonden. Als de reling weg zou slaan was alles verloren. Toen het vrachtschip de gasboei passeerde om voor de monding van de Nieuwe Waterweg te komen sloeg een zware grondzee het schip uit zijn koers. Met vereende krachten lukt het weer om het schip op koers te krijgen en binnen de lichtenlijn van de aanloop Nieuwe Waterweg te komen Vrachtschip in zwaar weer. Kort daarna werd het schip opnieuw door een zware breker uit koers geslagen. Toen men probeerde om weer op koers te komen, brak de stuurketting. Hierdoor werd de verbinding tussen stuurwiel en roer verbroken waardoor het schip stuurloos werd. Het stuurloze scheepje werd nu een speelbal van de golven. Direct daarna zette een kwade zee met een daverend gekraak het schip op de kop van de Noorderpier. Op dat moment stond de kapitein samen met de loods te overleggen over de hachelijke toestand. Door het geweld van het water werd alles op het dek losgeslagen en sloeg de brug los van het schip. Kapitein, loods en roerganger kwamen op het voordek terecht. Door de klap werden beide benen van de loods gebroken. Ter hoogte van de machinekamer raakte het schip voor het eerst de pier en de lichtopstand. Stuurman Gorlach en matroos Van Buuren probeerden zich te redden door op de lichtopstand te springen. Het schip had echter de enorm versterkte nieuwe lichtopstand stuk geslagen en brak vervolgens door midden. De lichtopstand werd echter door een deel van de Holland meegesleept en zonk in zee. Matroos Van Buuren zag kans om op het voorschip van de Holland terug te springen, waarbij hij zijn hele lichaam kneusde. Stuurman Gorlach verdween in de golven. Hoofd van de Noorderpier met lichtopstand.Door de enorme klap kwamen de passagiers, een echtpaar dat met een driejarig kind de reis meemaakte en een fotograaf naar het dek op het voorschip. Hier waren de kapitein, de loods en de 2e machinist terecht gekomen. Zij vielen de kapitein om den hals en smeekten: “Wat moeten we doen? Redt ons”. Radeloos wees de gezagvoerder in kolkende zee en antwoordde: “Dat is uw voorland, menschen”. Zij werden allen overboord geslagen.Inmiddels was het achterschip ten zuiden van de pier gezonken en daarmee verdronk het machinekamer personeel. Het voorste deel van het schip wat het langste boven bleef zonk aan de zuidkant, binnen de pier. Binnen 10 minuten had de ramp zich voltrokken. De fokkemast stak nog boven water. Zes bemanningsleden hadden kans gezien in die fokkemast te klimmen en zich daaraan vast te klemmen. Zij zagen hoe de kapitein, de machinist en de passagiers overboord sloegen. De kapitein zag kans zich zwemmend in leven te houden. Hij greep een waterketel waaraan hij zich vasthield tot deze zonk. Hierop greep hij een voorbij komende deur en hij wist erop te klimmen. Tot twee maal toe werd hij er door de golven afgeworpen. Tenslotte greep hij een stuk van het gangboord en belandde hij op de pier waar hij buiten bewustzijn raakte. De reddingAan de wal had men niets gemerkt van de ramp. Door de duisternis en het slechte weer was het zicht erg beperkt en het lawaai van de storm en de woeste zee overheerste alle geluiden. Wel hadden de kustwachters gezien dat ondanks de zware storm het bliksemlicht op de kop van de Noorderpier en de gasboei waren blijven branden toen zij om zes uur de Harwichboot ‘Berlin’ binnen zagen komen. Achter de Berlin zagen zij een topvuur dat echter een half uur later verdwenen was. Zij schonken daar verder geen aandacht aan. Toen zij vervolgens bij het dagen weer keken zagen zij twee masten boven de golven uitsteken. Niemand had echter noodseinen gezien of gehoord. Reddingboot President v Heel in de Berghaven Toen het licht werd zag men dat de lichtopstand op de kop van de Noorderpier verdwenen was en het deel van de mast met de zes drenkelingen. Omstreeks 7.30 uur kreeg schipper Jansen van de stoomreddingboot ‘President van Heel’ bericht dat er een schip op de kop van de Noorderpier was gestrand. De bemanning ging zo snel mogelijk aan boord van de reddingboot. Gelukkig had Jansen de avond ervoor al stoom laten maken in verband met het te verwachten stormweer. Hierdoor voer de President van Heel om 07.45 uur de Berghaven uit, koers NW ten W tot bij de strandingsplaats. Na een mislukte poging om bij het wrak te ankeren lukte het de tweede maal wel. Er werd een verbinding gemaakt met een tros naar de mannen in de mast. De eerste kwam langs die tros aan boord. De tweede kwam op dezelfde manier over. De derde ook maar deze zakte met de tros onder water en moest loslaten. Hij werd met een haak binnenboord gehaald. De vierde kwam langs de tros die toen brak maar hij kwam ook goed aan boord. De vijfde man werd een lijn toegegooid. Hij bond zich eraan vast waarna hij door het water aan boord werd getrokken. Ook de zesde man werd op dezelfde wijze aan boord gehaald. Maar deze, een jongen, was bijna verdronken voor hij aan boord was. Tijdens de reddingactie stond er een NW storm en de zee was buitengewoon hoog. De reddingboot stootte onder water op een stuk van het wrak, vermoedelijk de brug. Toen de drenkelingen aan boord waren moest schipper Jansen het anker kappen. Om 9.30 uur liep de President van Heel de Berghaven weer binnen. De stoomreddingboot ‘President van Heel’, station Hoek van Holland. De gereddenDe zes geredden werden, nat, verkleumd en aan alle kanten gekneusd aan de wal afgezet en onder luid gejuich van het publiek naar het logement “Hoek van Holland” gebracht. Toen kapitein Van der Poll het seinwachtershuisje werd binnen gedragen, bleek hij bewusteloos; hierop werd hij ook, in zorgwekkende toestand, gedeeltelijk verlamd, naar het zelfde logement gebracht, waar hij door ‘den goede zorgen’ van twee ’s-Gravenzandsche artsen en de pensionhouder met zijn vrouw werd bijgebracht. Hier lagen nu de zeven geredden samen, allen op bedden uitgestrekt, onder wollen dekens met warme kruiken. De agent L. Borst had op ‘den kapitein’ de voorschriften voor het bijbrengen van drenkelingen toegepast; hij was geborsteld en flink warm gewreven, de anderen hadden warme voetbaden gebruikt, en toen, onder ‘den dekens’, kwamen ze allen weer gelukkig bij. De veertien jarige scheepsjongen bleef het langst in zijn gevaarlijke toestand. Matroos Van Buuren, had zijn arm gekneusd. Toen zij later in droge kleren rond de kachel zaten beseften zij dat een aantal van hun makkers waren verdronken. De hele bemanning toch, de machinisten en stokers in de machinekamer, stuurlieden, matrozen, de loods en de passagiers zijn, op deze zeven man na, in zee geslagen of verdronken in het schip. Die middag zijn alle schipbreukelingen met de trein naar Rotterdam gebracht. De balansDe scheepsramp kostte het leven aan 13 bemanningsleden en 4 passagiers:Loods J. Posthumus, 1e stuurman W.H. Gorlach, timmerman D. Dodeijn, hofmeester J. Antoniette, hofmeesteres H. v.d.Broek, matroos J. v.d.Steen, 1e machinist J.W. Kerkhof, 2e machinist J.J. Drukker, donkeyman C.J. Konijnenburg, stoker K. de Jong, stoker J.A. Bezooijen, stoker W. Schroewe en matroos M.P. Noordzij.De 7 overlevende waren:Kapitein W.N. van der Poll, kok A.H. Witbergen, 2e hofmeester C. Dekker, matroos W. van Buuren, matroos L. Hans, matroos L. Visser en scheepsjongen A.J. Visser (14 jr. oud) Kapitein W.H. van der Poll was een jonge maar zeer ervaren zeeman. Hij had eerder als 2e stuurman bij de Holland Amerika Lijn gevaren. Stuurman W.H. Gorlach had voordien als stuurman bij de Rotterdamsche Lloyd gevaren en was pas enkele maanden getrouwd. Loods J. Posthumus was een oude, zeer ervaren zeeman. Hij voer als vaste loods op de dienst Rotterdam – Londen. Hij liet een vrouw en negen kinderen achter.Het lot wil dat ongeveer vijf jaar later, op 21 februari 1907, onder nagenoeg gelijke omstandigheden, een der grootste scheepsrampen in onze geschiedenis plaats vond. De stranding van de Harwichboot ss. Berlin op de kop van de Noorderpier. Auteur: Dick Ruis van het Historisch Genootschap Hoek van HollandBronnenScheepsjournaal van de reddingboot Pres. v.Heel, archief Reddingmuseum Jan Lels.In het Zicht van de Haven, deel 1, P. Heijstek en G.R. van Veldhoven. De Bataafsche Leeuw 1984.Rotterdams Nieuwsblad, 29-01-1901Nieuwsblad van het Noorden, 29-01-1901 Tilburgse Courant, 31-01-1901Leeuwarder Courant 01-02-1901Internet. Scheepsrampen koopvaardij 1855 – 1991.Foto ss. Holland, collectie Reddingmuseum Jan LelsAnsichtkaart vrachtschip in zwaar weer.Foto reddingboot Pres. Van Heel in de Berghaven, collectie St. Videoarchief Hoek v HollandFoto reddingboot Pres. Van Heel, collectie St. Videoarchief Hoek v HollandSchilders aan de Nieuwe Waterweg, Maarten van der Schaft & Martha Vollering, pag. 21, nr. 16 Olieverfschilderij van C.C. Dommelshuizen, vuurtoren aan eind van Noorderpier 1893.
Lees meer
Video Streekhistorie: Vernieuwde Weddebrug in Maassluis maandag 16 januari 2017 09:09

Streekhistorie: Vernieuwde Weddebrug in Maassluis

De Weddebrug tussen de Noorddijk en de Wagenstraat in Maassluis is afgelopen jaar grondig gerenoveerd. Zeg maar gerust opnieuw gebouwd. De brughoofden, de kademuren en de brug zelf waren dringend aan vernieuwing toe. Is het erg dat de oude brug vervangen is en niet gerestaureerd? En heeft deze brug een geschiedenis? Op de tweede vraag: een volmondig ja, en wat voor één! Op de eerste vraag: aarzelend nee, en aan het eind van het stukje snapt u waaróm. Wat we weten over deze brug begint in 1656. Er werd toestemming verleend om een wedde (wad, doorwaadbare plaats) te maken om vanuit de Wagenstraat op de Noorddijk te kunnen komen. Het zal vanouds altijd wel een plaats geweest zijn waar men gemakkelijk vanuit de laaggelegen polder op de dijk kon komen. En mogelijk heeft er altijd wel een slootje gelopen onderlangs de dijk, waar men doorheen moest. Maar in 1654 was de ‘Nieuwe Waterlozinge’ gegraven om het overtollige polderwater van ’s-Gravenzande af te voeren naar de Monsterse Sluis. Via het Gantelsysteem liep dit ‘Nieuwe Water’ langs de Maasdijk helemaal naar Maassluis om daar aan te sluiten op de Fortegracht en de Noordvliet. Tja, toen was er wel een brug nodig. De Weddebrug in 2016, vlak voor renovatie.Hoewel men in 1656 dus spreekt van een doorwaadbare plaats zal er waarschijnlijk wel een brug bedoeld zijn. Want de waterafvoer zou belemmerd worden door een wad of ondiepte te maken en dat zou Delfland nooit hebben goedgekeurd. Op de kadasterkaart van 1821 staat hier een ‘Steene brug’ aangegeven.De noodzaak van renovatie is duidelijk.Internationale route door MaassluisDe Weddebrug was een cruciaal onderdeel van een belangrijke route die ver boven het plaatselijke belang uitging. Het was een kruispunt van twee doorgaande routes die van nationaal en zelfs internationaal belang waren. Enerzijds kon men langs de gehele Duitse en Hollandse kust naar het zuiden reizen. Uit het noorden gekomen ging de route langs de Maasmonding over de dijk, een hoge en droge weg die bijna altijd begaanbaar was. In Maassluis lag het veer over deze brede waterweg. Internationale reizigers staken over naar Brielle en konden verder reizen door Zeeland naar de kust van Vlaanderen. Ze konden zich via Maassluis ook inschepen voor internationale reizen naar Engeland. De dijkweg kon ook gevolgd worden langs de hele Maasoever en dan kwam men in de belangrijke handelsplaatsen Schiedam, Rotterdam en Dordrecht. De Wedde in de jaren ’70, toen we nog met de auto op de dijk konden komen. De dienstwoning naast de energiecentrale uit 1900 stond precies in de as van de verkeersroute. In 2015 is het pand afgebroken.Anderzijds was de route tussen Delft en Hellevoetsluis van groot strategisch belang voor Holland. Delft was de garnizoensstad waar legeronderdelen waren gevestigd, het arsenaal. In Hellevoetsluis lag de Hollandse vloot. De reis vanuit Delft ging over de verhoogde kades van de waterwegen naar Maassluis. Het laatste stuk was dan langs de Noordvliet en door de Wagenstraat naar de Wedde. Bij de Wedde waren kruiselings twee afrollen gemaakt, zodat je met koets en paarden boven op de dijk geen scherpe draai meer hoefde te maken. Die twee afrollen bestaan nog steeds: vanaf de Weddebrug leiden twee paden in beide richtingen naar de dijk. PaardenwisselplaatsOnder andere de postkoets, met een geregelde dienst naar Rotterdam, maakte gebruik van het kruispunt aan de Wedde. In het water onderaan de dijk werden de paarden gedrenkt. Bovenaan de Wedde stond de gebruikelijke herberg die op belangrijke kruispunten altijd te vinden is. In de 17e eeuw was dit café Oranjeboom, in de 19e eeuw café De Zon. Ernaast was een stalhouderij en wisselplaats voor de paarden van de postkoets. In de tweede helft van de 20e eeuw is het café afgebroken.Café De Zon boven aan de Wedde deed onder andere dienst als station voor de postkoets. In de jaren ’50 van de 20e eeuw is het afgebroken. Oranjevorsten in MaassluisOok Napoleon zag het belang van dit kruispunt in. Hij liet door heel het door Frankrijk overheerste deel van Europa rijkswegen aanleggen. Door Maassluis, langs de Noordvliet, liep Rijksweg 4. En inderdaad: die ging de Wedde op, over de dijk naar de Zandweg (Fenacoliuslaan), en via het veer naar Brielle. De Wedde begin 1900.Veel oranjevorsten hebben in de loop der eeuwen gebruik gemaakt van deze route. Zo reisde Willem de Zwijger in 1575 over Maassluis om in de kerk van Brielle zijn huwelijk te sluiten met zijn derde vrouw, Charlotte de Bourbon. En stadhouder Willem III reisde in 1688 via Maassluis naar Engeland om er tot koning gekroond te worden. Koning Willem I heeft in 1913 gebruik gemaakt van de Maassluise haven om na aankomst verder te reizen over de dijk naar de Hollandse steden. De vernieuwde Weddebrug uit 2016 kan weer jarenlang de weersinvloeden doorstaan.Om nog even terug te komen op het belang van de Weddebrug: met het bovenstaande is aangegeven hoe groot het historisch belang is dat men vanuit de polder op deze plaats op de dijk kon komen. Hoe de brug eruit ziet is van ondergeschikt belang. Als deze ‘oversteekplaats’ over het Nieuwe Water én de beide afrollen maar bewaard blijven. Als herinnering aan een stukje Maassluise historie.Auteur: Ineke Vink van de Historische Vereniging Maassluis
Lees meer
Streekhistorie: Het ambachtshuis van Monster maandag 9 januari 2017 09:09

Streekhistorie: Het ambachtshuis van Monster

Wie nu het Kerkplein van Monster op komt lopen, heeft een mooi uitzicht op de imposante N.H. kerk die al vele eeuwen het beeld in het dorpscentrum bepaalt. Het is echter nog niet zo heel lang geleden dat het zicht op de kerk van nabij voor een groot deel werd weggenomen door het silhouet van het gemeentehuis dat van 1924 tot 1982 midden op het Kerkplein heeft gestaan. Op dezelfde plaats heeft het gemeentehuis nog een voorganger gehad. Deze voorganger was van bescheidener afmetingen en heeft aanmerkelijk langer dienst gedaan, namelijk van 1740 tot 1924. Het huidige gemeentehuis, na de fusie van vijf Westlandse gemeenten tot één gemeente Westland aangeduid als gemeentekantoor, bevindt zich halverwege de Choorstraat. De gemeenteambtenaren die daar nu onderdak vinden, verhuizen halverwege 2017 naar een nieuw onderkomen in Naaldwijk. Voor het gebouw aan de Choorstraat is nog geen nieuwe bestemming gevonden. Over afbeelding 1: Het in 1740 gebouwde ambachtshuis aan het Kerkplein met op de voorgrond de dorpspomp uit 1748. Ansichtkaart uit het prille begin van de 20e eeuw. Op de achterkant staat geschreven: Overeenkomstig mijne belofte zend ik U een raadhuis. Veel bijzonders is het niet, maar daar kan ik niets aan doen. Hier haal ik altijd mijn salaris. Het gemeentehuis dat in 1924 deels op de fundamenten van het oude ambachtshuis is gebouwd en dat heeft dienst gedaan tot 1982. Het zicht op de kerk in de huidige situatie. VoorgeschiedenisHet eerste gemeentehuis op het Kerkplein, in zijn jonge jaren nog ambachtshuis genoemd, dateert zoals gezegd van 1740. Vóór die tijd beschikte het college van schout en schepenen vermoedelijk over een rechtkamer tegen de noordgevel van de kerk. Men vergaderde echter ook in een kamer van herberg De Vergulde Valk op de hoek van de Molenstraat en het Kerkplein. In 1739 betaalde men aan de herbergier van de Vergulde Valk, Jacob van der Nol, nog een bedrag van 25 gulden wegens het gebruik gedurende een jaar van een kamer ten behoeve van de vierschaar, alsmede 3 gulden voor het bewaren van de ambachtskist. Deze kist heeft de tand des tijds goed doorstaan en staat op dit moment in de hal van het gemeentekantoor aan de Choorstraat. Tekening uit 1649 van de kerk van Monster. De uitbouw tegen de gevel van de kerk heeft vóór 1740 vermoedelijk dienst gedaan als rechtkamer. In de vergadering van schout en schepenen van 29 mei 1740 merkte secretaris Nicolaas Boudewijn Roels op dat ‘de vergaderplaatse van de justitie, soo wel crimineel als politicq (bestuurlijk), binnen deese heerlijkheijt seer onbehoorlijk en van geen aanzien in het minste is, hetwelk ook – soo als aan ons meermaalen is gebleken – onder de ingezeetenen deeses ambaghts een kleijnachtingh voor de justitie veroorzaakten’. Hij stelde daarom voor een nieuw ambachtshuis te bouwen. Hij voerde daarbij aan dat het ambacht een mooie reserve had van ruim 5445 gulden in de vorm van drie obligaties en een bedrag aan contanten. Het voorstel van de secretaris viel bij het college in goede aarde, want besloten werd een bouwcommissie samen te stellen, waarin naast de secretaris ook de schepenen Pieter van Bremen en Nicolaas Zijtregtop zitting namen. Met het kerkbestuur werd overeengekomen dat een bedrag van 12 gulden zou worden betaald voor twee iepen die op het kerkhof bij de kerk stonden ‘ter plaatse alwaar door schout en schepenen geresolveert (besloten) is een ambachtshuys te bouwen’. Die iepen stonden dus in de weg en moesten gekapt worden. Vlakbij die plaats stond sinds 1702 ook het gebouwtje van de waag annex visbank. In de visbank werd een deel van de vis die door de vissers van Ter Heijde was gevangen, verkocht aan de inwoners van Monster. Het gebouwtje stond precies op de plaats waar men het nieuwe ambachtshuis wilde bouwen. Men besloot daarom in 1740 om het enige tientallen meters in westelijke richting te verplaatsen. Van een waag was overigens reeds sprake in 1614, toen deze verpacht werd aan Adriaen Gerritse van Middelburgh, wiens vader, gemeentesecretaris van 1586 tot 1602, de stamvader van het Westlandse geslacht van die naam werd. BouwDe tekening en het bestek voor het nieuwe ambachtshuis werden gemaakt door Monsternaar Jan Dortwegt. Hij ontwierp een eenvoudig gebouw van 7 meter diep en 14 meter breed. Toen de tekening en het bestek goedgekeurd waren, ging de bouwcommissie op pad om de voor de bouw benodigde materialen in te kopen. Men toog onder andere naar het gebied langs de Rijn en de IJssel, waar veel steenbakkerijen waren, om stenen, pannen en tegels aan te schaffen. Zo kocht men bij een zekere Wigger van de Capelle, steenbakker aan de IJssel, 4000 stuks zogenaamde ondersteen voor de put van de dorpspomp bij het ambachtshuis. Vervolgens vond de aanbesteding van het metselwerk en het timmerwerk plaats. Voor 1 gulden en 14 stuivers per 1000 stuks mocht Jan van Duijn het metselwerk voor zijn rekening nemen (in totaal werden niet minder dan 181.442 stenen verwerkt) en voor 934 gulden ging het timmerwerk naar Jan van Hees. In het midden van de voorgevel was een natuurstenen trap. Deze leidde naar de voordeur, waarboven een sierraam was geplaatst. Een betegelde gang verdeelde het gebouw in twee helften. Links van de gang was de zogenaamde rechtkamer, waar schout en schepen vergaderden en van tijd tot tijd rechtdag hielden. Aan de rechterkant van de gang waren een kantoortje en de keuken. Het kantoortje, dat later als burgemeesterskamer is gaan fungeren, bevond zich boven een kelder. Vanuit de gang leidde een trap naar de zolder, die dienst deed als ‘gijzelkamer’ waar arrestanten konden worden opgesloten. Afzonderlijk in de rekening werd vermeld het plaatsen van een in steen gehouwen ambachtswapen in de gevel van het gebouw, bestaande uit drie halve manen. Dit wapen is bewaard gebleven en siert sinds 1982 de gevel van het gemeentekantoor aan de Choorstraat. Het schilderij Salomons eerste recht van Mattheus Terwesten uit 1751 dat altijd in de raadzaal heeft gehangen.Natuurstenen ambachtswapen van Monster uit 1740 met drie halve manen, thans ingemetseld in de gevel van het gemeentekantoor aan de Choorstraat. AankledingHet nieuwe gebouw moest uiteraard ook gemeubileerd en gestoffeerd worden. In de rekeningen vinden we onder andere uitgaven voor een groen tafellaken, een spiegel met geslepen glas in een lijst en 28 zwart geverfde stoelen. Verder werden wijnroemers, bierglazen, tinnen bierkannen, zoutvaatjes e.d. aangeschaft en koperen en tinnen keukengerei. Het is wel jammer dat van dit alles niets bewaard is gebleven. Hoe het ook zij, men zal in 1740 niet weinig trots zijn geweest op het bezit van een eigen vergaderhuis, al was het dan maar een eenvoudig gebouw en had het lang niet de allure van het in Naaldwijk ruim 50 jaar eerder tot stand gekomen ambachtshuis dat daar tot op de dag van vandaag aan het Wilhelminaplein staat. Blijkbaar vond men de aankleding van het gebouw op den duur toch wat sober. Dat pakte men in 1751 echter goed aan, want aan Mattheus Terwesten in Den Haag werd opdracht gegeven om een groot schilderij te maken, dat een waardige plaats zou kunnen innemen in de kamer waar de vierschaar gespannen werd. Deze Terwesten, telg uit een hele familie van schilders, was geboren in 1670 en dus al ruim 80 jaar oud toen hij op 2 oktober 1751 de kwitantie tekende wegens de vervaardiging van ‘een Stuk, verbeeldende Salomons Eerste Recht, geaccordeert voor 85 gulden’. Of er aan het schilderij nog wat mankeerde of dat de lijst er nog om moest is niet duidelijk, maar in elk geval ontving C. van der Gaag op 13 oktober 1751 een bedrag van 2 gulden en 19 stuivers wegens ‘voor het ambagt van Monster gevaren een schilderij na Den Haag en werom’. Dit schilderij is door de eeuwen heen bewaard gebleven en prijkt nog steeds aan de wand van de niet meer in gebruik zijnde raadzaal in het gemeentekantoor aan de Choorstraat. In 1924 is het ambachtshuis afgebroken, na 184 jaar dienst te hebben gedaan als centrum van het bestuur van Monster. Door de groei van de gemeente en de daarmee samenhangende uitbreiding van het gemeentelijk apparaat was het gebouw te klein geworden. Het werd daarom vervangen door een nieuw, aanmerkelijk ruimer en hoger gemeentehuis op dezelfde plek. Daarbij heeft men gebruik gemaakt van de fundering van het oude gebouw en zijn ook enkele muren gehandhaafd. ToekomstBij alle verhuizingen heeft het schilderij van Salomons eerste recht van Terwesten altijd een prominente plaats behouden in de raadzaal. Ook de ambachtskist is steeds meeverhuisd, evenals onder meer het uit 1518 stammende rederijkersbord. Deze hebben een plek gevonden in de hal van het gemeentekantoor. Het natuurstenen ambachtswapen uit 1740 heeft eveneens alle verhuizingen doorstaan en prijkt nu aan de gevel van het gebouw. Op het ogenblik is een discussie gaande over de toekomst van het gemeentekantoor. Wat er ook met dit gebouw zal gaan gebeuren, het is te hopen dat, als het even kan binnen de voormalige gemeente Monster, een goede en voor het publiek toegankelijke bestemming wordt gevonden voor de kunstwerken die jarenlang deel hebben uitgemaakt van de inboedel. Dat geldt uiteraard ook voor het ambachtswapen en voor de zeer fraaie uit 1982 stammende bronzen toegangsdeur van het gemeentekantoor, waarop de kerken van Monster, Ter Heijde en Poeldijk zijn afgebeeld. Auteur: Leo van den Ende van de Werkgroep Oud-MonsterVoor dit artikel is onder meer gebruik gemaakt van de aantekeningen van de voormalig gemeentesecretaris van Monster, de heer P. Bos. Met dank aan werkgroeplid Wim Duijvestijn voor aanvullende gegevens. Een eerdere versie van dit artikel is in maart 2003 gepubliceerd in De Zuid-Wester, kwartaaluitgave van de Rabobank Westland Zuid-West.
Lees meer
Streekhistorie: Het verleden van de Maaslandse Dam II maandag 2 januari 2017 09:09

Streekhistorie: Het verleden van de Maaslandse Dam II

In de vorige aflevering heb ik iets geschreven over de naam "Maaslandse Dam". Ik ga daar eerst nog wat dieper op in, voordat ik andere wetenswaardigheden beschrijf. H. van Buuren schrijft het volgende:"Gehuchten, dorpen, steden en landstreken kregen vaak hun naam door de geografische verschijningsvorm, de persoon die er woonde, of een gebeurtenis die er plaatsvond. Geografische verschijningsvormen in plaatsnamen zijn te onderscheiden in landschappen (berg, duin, bos), bodemgesteldheid (zand, veen, zout) en menselijke activiteit (dam, burg, kanaal). Een hele bekende is het woord dam. Een dam in het water betekende dat je niet door kon varen. Dat had activiteiten ten gevolge. Goederen werden overgeladen. Handel ontstond. Steden als Rotterdam en Schiedam zijn zo ontstaan. De Maaslandse Dam heeft het nooit tot een stad gebracht. Iedereen in Maasland weet waar hij ligt, maar nergens staat een straatnaambord of een aanduiding. En maar weinig mensen weten waar nu precies die naam vandaan komt. Toch is de naam eeuwenoud. Het duidt op iets wat er niet meer is. Een dam, daar waar Westgaag, Oostgaag en Zuidgaag elk hun weg gaan. Oorspronkelijk een dam om de waterstand te reguleren. Dat de dam er is geweest, is te zien op de kaart die Jan Jansz. Potter in 1569 vervaardigde in opdracht van de Zevengetijdemeesters te Delft. Potter noemt hem de Hinderdam en tekende hem in de Zuidgaag. Op de kaart van Cruquius uit 1712 wordt de naam nog genoemd: Maeslantsche Dam. Een klein streepje duidt dat er nog iets was. In 1917 wordt de geografische driesprong gebruikt door de Westlandsche Stoomtram Maatschappij voor haar verbindingen van Delft richting Westland en Maassluis. Tegenwoordig een prachtig fietspad. En nu wordt de naam als werknaam gebruikt voor een aantrekkelijke bouwlocatie. Een unieke kans om nu eindelijk de naam daadwerkelijk in stand te houden door haar te verbinden aan de moderne enclave, vlakbij de oorspronkelijke dam. Een stad als Rotterdam zal het hopelijk niet worden, maar een dam in het water, ook al is hij verdwenen, geeft nu toch een mooie naamsverbinding aan het cluster woningen! " In de vorige aflevering kwam de rol van de Maaslandse Dam aan de orde bij het vervoer van de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij, de WSM. Maar er was meer op en rond de Maaslandse Dam.Zo staat er nog steeds een markante woning aan de Maaslandse Dam, Westgaag nr. 2. Een herbouwde versie van een huis dat lange tijd dienst had gedaan als middenstandswoning, met een kleurige voorgevel en witte kalklaag. Deze laag verhinderde het doorwateren en wit was het symbool van Hollandse zuiverheid. De bogen boven de vensters en de deur duiden erop, dat de oude woning in het midden van de zeventiende eeuw werd gebouwd. Het dak was afgedekt met riet. Deze woning is in 1989 gesloopt. Rien Poortvliet heeft ons het pand nagelaten in de vorm van een aquarel, de afbeelding is afgedrukt in zijn boek ‘Te hooi en te gras’. In 1712 tekende Cruquius het erf en het huis in op zijn kaart van de omgeving. We kunnen tot 1569 teruggaan, daar zien we al een huis ingetekend dat later vervangen is door het huis dat Cruquius tekende. Aan de Westgaag 2 woonde weduwe Van der Loos met haar kinderen. Zij had een kruidenierswinkel. De spullen werden met paard en wagen geleverd. In het voorhuis werd in het opkamertje koffie of een borrel tegen betaling geserveerd voor klanten en passanten. Vooral de boeren die naar de veemarkt in Delft gingen, maakten daar gebruik van. Haar enige zoon Petrus van der Loos trouwde met Helena Catharina Langelaan. Zij kregen vijf kinderen. Op jonge leeftijd overleed Petrus van der Loos. De twee weduwen Helena Langelaan en haar schoonmoeder de weduwe van der Loos, runden toen gezamenlijk het kruideniersbedrijfje. In 1909 trouwde Helena Langelaan met de boerenzoon Gerrit de Koning uit Schipluiden. De Koning kwam zo op Westgaag 2 te wonen en nam het kruideniersbedrijfje over. Samen kregen zij nog zes kinderen. Later stopte Gerrit met het kruideniersbedrijfje, hij werd weer boer. Hij liet aan het pand Maaslandse Dam een stal bouwen. In de zomer pachtte hij weiland van het oorspronkelijke land van zijn vader aan de Gaagweg te Schipluiden. Het huis had de bijnaam "Villa Vangrail". Het gebeurde toen wel dat ter hoogte van dit huis een auto, komend uit de richting Maasland, de scherpe bocht nam, uit de bocht vloog en in de tuin van nr. 2 belandde. Hoeveel auto's hier de bocht te ruim namen is niet bekend. Ook niet bekend is, of het huis zelf als vangrail heeft gediend. Wel is nu nog zichtbaar dat de rijweg aan de kant van nr. 2 over een lengte van 25 meter een strook breder is dan de rest van de weg. De vorm van de huidige bebouwing is afgeleid van het karakteristieke pand, dat in 1989 is gesloopt. De bouwer van het nieuwe huis heeft de oorspronkelijke situatie willen benaderen. Overigens staat op de voordeur nog steeds de naam "De Koning". Even verderop kun je over een fietspad richting De Lier. Dit Kralingerpad is de oude spoorlijn naar De Lier-Poeldijk. Een kaarsrechte streep door de polder en al fietsend beland je al snel tussen de kassen, het Westland neemt hier het polderdecor van Maasland over. De tweede wereldoorlog: wie zich verdiept in het verleden ontkomt er niet aan. De geallieerden hebben tijdens de bezetting ongeveer 600 bomaanvallen op Nederlands grondgebied uitgevoerd. Zo ook op de Maaslandse Dam. Op 4 april 1941 vloog een Engels vliegtuig vlakbij de spoortrambrug laag over, hij dropte 3 bommen, waarvan er 1 de trambrug licht beschadigde. De andere 2 misten doel. Een actie van geen strategische waarde. Oostelijk van de Maaslandse Dam ligt nu het bouwrijp terrein met de gelijknamige werknaam. Deze bebouwing kan eindelijk na veel touwtrekken tussen diverse partijen gerealiseerd worden. De gemeente kocht hier tuinders uit en haalt nu inkomsten terug uit woningbouw. Wie verder oostelijk van de Dam gaat, komt voor de Kwakelweg een koffiehuis tegen. Wanneer je hier op het terras zit, kijk je op 25 meter afstand tegen een dijk aan. Of eigenlijk kijk je er tegenop omdat het hoogteverschil zo'n 5 meter is. Dit is de oude spoordijk, tussen de Maaslandse Dam en Schipluiden. Het taluut verheft zich statig in het landschap. Hier is het goed wegdromen naar vroeger tijden, in gedachten zie je dat de stoomtram richting Schipluiden over de dijk puft, om daar over het monument van Midden Delfland te rijden; de oude spoorbrug. De realiteit is dat je hier over de oude spoordijk fietsers voorbij ziet komen, een leuk schouwspel, door het voornoemd hoogteverschil. Auteur: Gert Schoneveld van de Historische Vereniging Maasland Gebruikte bronnen:- http://www.zoekenbel.nl- niod.nl- J. Moerman, Twee gezichten van… /8. Een pand aan de Maaslandse Dam 2- mondelinge informatie: A. Aling- H. van Buuren, "De Maaslandse Dam"
Lees meer
Streekhistorie: De Bospolder in Honselersdijk maandag 19 december 2016 12:12

Streekhistorie: De Bospolder in Honselersdijk

De waterhuishouding van het Westland werd in de Middeleeuwen op een natuurlijke manier gereguleerd. Dat betekende dat het land hoog genoeg gelegen was om het regenwater via kreken en riviertjes op de Maas te laten afwateren. In de 11de eeuw begon dit te veranderen omdat door een intensiever grondgebruik de bodem begon in te klinken. Dit, in combinatie met een zeespiegelstijging die al enkele eeuwen aan de gang was, was de oorzaak dat er in de 12de eeuw twee ernstige overstromingsrampen plaatsvonden. Via de Gantel stroomde er veel zeewater het Westland binnen. Om deze watervloed te beteugelen ging men vanaf het eind van de 12de eeuw de Gantel bedijken. Er werd een lengtebedijking aangelegd om de Gantel ook bij hoog water in haar bedding te houden. Opgegraven fundament van de watermolen van de Bospolder De noordelijke Ganteldijk vinden we terug in het tracé van de Poeldijkseweg, Monsterseweg, Voorstraat en Wateringseweg. De zuidelijke Ganteldijk liep vanaf de Naaldwijkse Hoge Geest, schuin door de Bospolder naar de Dijkstraat, de Endeldijk en de Mariëndijk. Bij het bedijken van het stroomgebied van de Gantel tussen ’s-Gravenzande en Wateringen is in de 13de eeuw het gebied ontstaan dat nu de Bospolder wordt genoemd. Toen was er echter nog sprake van een binnendijks en buitendijks gebied. De Ganteldijk liep namelijk vanaf de Zwartendijk, ongeveer via het tracé van de Dortlaan naar de Dijkstraat in Honselersdijk. Op oude kaarten is dit dijklichaam nog te zien. Een windmolen in de nabijheid van de Zwartendijk maalde het overtollige water in de Gantel. In het gebied lagen verschillende boerderijen, o.a. de Hoge en Lage Doortoge. Deze namen zijn waarschijnlijk een verbastering van ‘doortocht’ en zijn een aanwijzing voor een doorwaadbare plaats die ter hoogte van de genoemde boerderijen in de Gantel lag. Frederik Hendrik stichter van de BospolderIn 1612 kwam het gebied in bezit van Frederik Hendrik, hij kocht het oude kasteel van de Heren van Naaldwijk, dat zich bevond in Honselersdijk, met de bijbehorende landerijen. In de loop van de 17de eeuw liet Frederik Hendrik het kasteel verbouwen tot het prachtige paleis Huis Honselersdijk. Het gebied rondom het Huis werd ingericht met tuinen, waardoor de infrastructuur helemaal veranderde. In 1638 werd een rechthoekig gebied aangelegd omgeven door nieuw gegraven sloten, met de namen het Lopende Gat en de Bossloot. Dit werd een aparte polder, waarin nu ook het buitendijkse gebied langs de Gantel werd opgenomen. In het westelijk deel van deze nieuw gevormde polder liet Frederik Hendrik bos aanplanten, dit is de reden dat het gebied de Bospolder werd genoemd.  Langs dit soort smalle paden kreeg men toegang tot de tuinbouwbedrijven in de Bospolder Op oude landkaarten is te zien dat de Bospolder werd aangelegd dwars door de oude historische structuren heen. De polder was oorspronkelijk 140 hectare groot en had als grens ten noorden, de Gantel, ten westen en oosten de beide genoemde vaarten en ten zuiden de Dijkweg tussen Naaldwijk en Honselersdijk. Voor de waterhuishouding werd een nieuwe molen gebouwd die stond aan de Bossloot op de plaats waar nu de Bosweg loopt. Deze molen werd in 1928 afgebroken en vervangen door een gemaal dat stond aan de Nieuweweg. Fundamenten van de oude watermolen zijn in 1997 nog blootgelegd tijdens werkzaamheden ten behoeve van de meubelboulevard en de aanleg van de Bosweg. Wat er nu nog rest van de Bospolder is een gebied van ongeveer 70 hectare.Boeren en tuinders in de BospolderIn de Bospolder stonden twee boerderijen, de Hoge en Lage Doortoge. De Lage Doortoge is omstreeks 1790 afgebroken, waarschijnlijk nadat die was afgebrand. De Hoge Doortoge met een omvang van 50 hectare, werd in 1856 in tweeën gedeeld. De naam van de boerderij werd toen veranderd in Bouwlust met als eigenaar Louw van der Klugt. Voor het nieuw gevormde deel werd vooraan in de Bospolder een nieuwe woning gebouwd. Langs dit soort smalle bruggetjes kreeg men toegang tot de tuinbouwbedrijven in de Bospolder In 1890 werd Bouwlust publiek verkocht en begon de versnippering. Na 1910 werd ook de andere boerderij verkocht en werden in de Bospolder steeds meer tuinbouwbedrijven gesticht. In 1930 was de gehele Bospolder veranderd in een tuinbouwgebied met 62 bedrijven, die vaak klein waren en een moeilijke vorm hadden omdat het gebied doorsneden werd met talloze vaarsloten die nog dateerden uit de Middeleeuwen. Langs de sloten liepen voetpaden van kool-as, die door planken en bruggetjes met elkaar verbonden waren. Deze situatie was zeer ongeschikt om efficiënt tuinbouw te bedrijven.    In 1964 werd de polder ontsloten door het dempen van sloten en het aanleggen van wegen. Elk bedrijf was daarna per auto bereikbaar over nog smalle wegen. De onlogische verkaveling bleef een probleem en ook het transport vroeg steeds meer ruimte. Daarom begon men in 1998 met de herstructurering van het gebied. Bedrijven werden samengevoegd en er werd een nieuwe weg aangelegd die het mogelijk maakte om naar de Zwartendijk en Poeldijk te rijden. Van de oorspronkelijke 62 bedrijven waren er na de reconstructie van 1998 nog twaalf over en dit aantal zal in de toekomst waarschijnlijk nog kleiner worden. Auteur: Ton Immerzeel van het Westlands Museum, met dank aan Nico ’t Hoen
Lees meer
Streekhistorie: De WSM en het wonder van Trijntje van Vliet dinsdag 13 december 2016 12:12

Streekhistorie: De WSM en het wonder van Trijntje van Vliet

Wat waren de Honselersdijkers blij dat de directie van de Westlandsche Stoomtramweg- maatschappij (WSM) in 1882 besloot om de Haagse spoorlijn door te trekken langs de Nieuweweg naar Poeldijk, Honselersdijk en Naaldwijk. Het tracé liep van Loosduinen via Poeldijk naar de rolpaal en vervolgens linksaf, langs de veiling, richting Honselersdijk.Op bovenstaande foto, genomen bij kwekerij vd Knaap aan de Nieuweweg, zien we op de achtergrond de bloemen- en fruitveiling Poeldijk en links de spoorrails van de WSM.de spoorrails bij de rolpaalNieuweweg richting Honselersdijk, links liggen de spoorrailsIn Honselersdijk werden de rails langs de voorkant van de Nederhof en door de Hofstraat richting Naaldwijk gelegd. Op onderstaand kaartje van de Westlandkaart (1895) zien we de hoefijzervormige Nederhof met het tracee van de spoorlijn. Westlandkaart 1895Bij de Nederhof maakte het tracé, ter hoogte van het huidige Café Bij ‘t Hof, een scherpe bocht naar rechts. Omdat de ruimte in de Hofstraat nogal beperkt was, werd de hoek van het pand de Nederhof afgeschuind. Zie foto onder.linkerhoek van de Nederhof werd afgeschuind  Eenmaal om de hoek liep het trace verder door de Hofstraat richting Naaldwijk.Hofstraat Honselersdijk. Rechts de spoorrails De Westlandse stoomtram stond er om bekend dat hij niet zo snel reed. Je kon hem op de fiets bijhouden. Maar ondanks die trage snelheid gebeurde het nogal eens dat de stoomtram uit de rails liep. Op onderstaande foto (begin jaren ’20) zien we een ontspoorde stoomtram bij de rolpaal.Het wonder van Trijntje en de stoomtramOok op 3 mei 1883 ging het flink mis. Om 16.30 uur in de middag die dag liep de stoomtram (die, zo later bleek, te hard reed) uit de rails op de hoek van de Nederhof. De stoomtram boorde zich door de voorgevel van de tapperij van Trijntje van Vliet (het latere café bij ’t Hof). Trijntje werd met buffet en al de gelagkamer ingeschoven. Zij “bekwam, als door een wonder, gelukkig geen letsel, evenmin eenige bezoekers in de tapperij aanwezig” aldus de Courant voor Maassluis, het Westland en Rozenburg van 9 mei 1883 (grappig is dat de krant er expliciet bij schrijft dat de stoomtram “zonder vergunning” de tapperij binnen reed).Courant voor Maassluis, het Westland en Rozenburg 9 mei 1883Het ongeval werd nationaal nieuws. Er werd over bericht door De Amsterdammer, de Tilburgse, de Haagse en Delftse Courant. De Amsterdammer wist te vertellen dat Trijntje “niet te zeer verschrikt was, om de zonderlinge gasten iets tegen den schrik aan te bieden”. Je bent herbergierster of niet (met vergunning).Wie kent Trijntje van Vliet?Wij zouden graag in contact komen met nabestaanden van Trijntje van Vliet. Is er een foto van haar? Kent u familie van Trijntje? Laat het ons weten? ( hawestland@gemeentewestland.nl ) Tracee wordt verlegd. Het ongeval leidde tot klachten van de Honselersdijkers. En de directie van de WSM besloot in 1911 het tracé van de stoomtram te verleggen. De spoorrails werden weggehaald bij het café en werden achter de Nederhof langs gelegd. Op de Westlandkaart van 1912 zien we het nieuwe tracé.Westlandkaart 1912 Auteur: Jan Buskes van het Historisch Archief Westland
Lees meer
Streekhistorie: Park Hollandse Duinen / De Banken dinsdag 6 december 2016 11:11

Streekhistorie: Park Hollandse Duinen / De Banken

In de door staatssecretaris Van Dam voor ons land uitgeschreven verkiezing van Nationale Parken van Wereldklasse is het Nationaal Park Hollandse duinen naast de Waddenzee en de Veluwe gekozen tot één van de drie winnaars. Daarnaast heeft een vakjury een vierde gebied aangewezen, namelijk Biesbosch/Haringvliet. De winnende natuurgebieden krijgen elk een bedrag van rond de 300.000 euro van het ministerie van Economische Zaken om te investeren in natuurontwikkeling en kwaliteitsverbetering. Het Park Hollandse Duinen is een nationaal park in oprichting langs de kust van de provincie Zuid-Holland. Het park is 43 kilometer lang en 8.5 km breed en beslaat een gebied van 200 vierkante kilometer en loopt van Hoek van Holland tot voorbij Noordwijk. Het is een initiatief van Het Zuid-Hollands Landschap, waterleidingbedrijf Dunea en Staatsbosbeheer en heeft voornamelijk tot doel een betere bescherming van het unieke duinlandschap en het bevorderen van meer waardering voor de waardevolle kustnatuur. De plannen voor dit park werden in september van dit jaar gepresenteerd en kort daarop koos het publiek het als één van de mooiste natuurgebieden van Nederland. Onderdeel van dit nieuwe park zijn in ’s-Gravenzande een deel van de Kapittelduinen en het Staelduinse bos. Tot deze Kapittelduinen behoort ook het natuurgebied “De Banken”. Dit gebied van ongeveer 90 hectare groot bestaat uit twee laaggelegen kalkrijke vochtige duinvalleien die in 2011 door het ministerie van Economische Zaken al tot Natura 2000-gebied “Solleveld & Kapittelduinen” zijn aangewezen waardoor er een bijzondere bescherming op het terrein ligt. Het ligt in het noordelijk deel van de Kapittelduinen. Vooral deze natte duinvalleien zijn van grote betekenis voor de flora en fauna. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft De Banken daarom benoemd tot “waterparel”, een watergebied met een bijzondere natuurwaarde . Detail van de Kaart van Kruikius getekend in 1712 met de Kapittelduinen. De Bank komt hierop voor als een honderden meters brede vlakte. Het natuurgebied “De Banken” ligt tussen de strandopgang van Arentsduin aan de Monsterse weg in ’s-Gravenzande en het slag Vlugtenburg. Het slag Beukel aan het eind van de Zanddijk loopt er dwars doorheen en het gebied wordt aan de zuidzijde voor een groot deel begrensd door de Noordlandse dijk, waarover het toeristische fietspad tussen Ter Heijde en Hoek van Holland loopt. Het gebied bestaat uit een smalle strook ruig grasland, waarop in de zomer vee geweid wordt. Tegen het duin aan zijn een aantal ondiepe poelen ontstaan, die afhankelijk van de hoeveelheid neerslag in omvang variëren. De Banken kennen een rijk broedvogelbestand en zijn ook belangrijk voor planten, paddenstoelen, insecten en amfibieën. Op de drogere delen van De Banken komt een aanzienlijke populatie rugstreeppadden en zandhagedissen voor. Het gebied is bijzonder in trek bij watervogels. In de herfst en winter zijn er veel bijzondere vogelsoorten te zien, die langs de kust naar het zuiden trekken en deze poelen als foerageerplaats gebruiken. Ook is het een hoogwatervluchtplaats voor watervogels en steltlopers en komen er vaak bijzondere eendensoorten voor. De laatste jaren is de lepelaar er een regelmatige bezoeker. Ook worden hier met enige regelmaat vossen gezien. Vroeger, in de late middeleeuwen, was de Bank veel uitgestrekter. Op oude kaarten is te zien dat ’s-Gravenzande tegen de zee werd beschermd door een omvangrijk duingebied, de zogenaamde Kapittelduinen, die toen toebehoorden aan het kapittel van St. Marie op het Hof (het huidige Binnenhof) in Den Haag. Het kapittel beschikte echter vaak niet over voldoende geld om de duinen goed te onderhouden waardoor in de loop de tijd door stormen en verstuiving regelmatig veel duin verloren ging. In 1514 alleen al waren er wel 3 stormvloeden waardoor uitgebreide overstromingen in Holland plaats vonden. Ook werden de duinen bij ’s-Gravenzande dat jaar ernstig aangetast. In ’s-Gravenzande klaagde men in die tijd dat er in Zand-Ambacht ieder jaar door de aanvallen van de zee wel enkele haardsteden ( huizen) verdwenen, in 1514 waren het er drie. Tijdens een inspectierit op 28 maart 1564 door de duinen door twee commissarissen van het Hof van Holland, de schout van Monster en een paar kanunniken van het Kapittel zag men tot grote schrik dat er in de Kapittelduinen ten zuiden van Ter Heijde, naast enkele kleinere gaten, twee grote open vlakke gaten van elk wel 190 meter ontstaan waren waardoor het duin op die plaatsen gelijk lag met de zee. Na moeizaam overleg binnen de regio besloot men uiteindelijk dat het herstel van de duinen met ingang van 1 oktober 1564 ter hand genomen zou worden. Een paar jaar later was het weer raak, op Allerheiligendag in 1570 sloegen stormen en hoge vloeden zoveel zand van de Kapittelduinen weg dat De Bank onder water kwam te staan. Detail van een tekening van de kustafslag voor De Banken sinds 1606 (onderste getekende lijn) Tussen 1606 en 1765 moet de duinvoet voor de Bank door de zee al meer dan een kilometer zijn teruggedrongen. De mens heeft daarbij overigens een handje geholpen door het uitzetten van jachtwild, zoals het hier oorspronkelijk niet inheemse konijn. Verder werden de duinen verpacht aan boeren die er hun varkens en schapen weidden, waardoor de duinbegroeiing te gronde ging en verstuiving optrad. Tegen deze misstanden nam Delfland al voor het jaar 1500 maatregelen. De aan de kust gelegen dorpen werden verplicht hun bijdrage te leveren in de helmbeplanting en er werden verordeningen vastgesteld die het houden van beesten in de duinen verboden. Een van de oudst bekende middelen tot bescherming, die opgedragen was aan de duineigenaren, was de uitroeiing van de in het duin veelvuldig voorkomende konijnen. Daarvan kwam om allerlei redenen echter niet veel terecht! Ook in de 18e eeuw is de zee regelmatig door de resterende smalle duinenrij gebroken, waarna de duinen bij De Bank door het Hoogheemraadschap van Delfland weer werden versterkt. In 1762 sloeg zelfs 560 meter zeewering weg, waarna men begon met het aanbrengen van palenhoofden op het strand om afslag van het strand te verminderen. De eerste stenen strandhoofden werden aangelegd omstreeks 1790. Desondanks brak onder andere in 1845 de zee door het duin, waardoor de bankvlakte en de hele Nieuwlandse polder werden overstroomd. Dat was opnieuw aanleiding voor duinverzwaring.Aanleg zandlichaam bij slag Arentsduin Tijdens de watersnoodramp in 1953 hebben de duinen bij ’s-Gravenzande op het punt gestaan om door te breken, waardoor het Westland groot gevaar liep overstroomd te worden. Daarom werd tegen de smalle duinenrij tussen Hoek van Holland en Ter Heijde, met gebruikmaking van een tijdelijke spoorweg, een enorm zandlichaam aangebracht. Hierdoor werd het natuurgebiedje van “De Banken” een stuk kleiner. Omdat de zee steeds zand wegvoert van de Nederlandse kust werd het strand als kustbescherming door Rijkswaterstaat elke 5 jaar opgespoten. Het smalle duingebied langs de kust van het Westland bleef een zwakke schakel in de Hollandse kust. Daarom is enkele jaren geleden in het kader van de kustversterking een flink stuk strand en nieuw duin voor de oude duinenrij opgespoten. Werkzaamheden op het nieuwe strand bij slag Beukel Rijkswaterstaat en de provincie Zuid-Holland hebben in 2011 als experiment voor de kust tussen Ter Heijde en Loosduinen een schiereiland van zand aangelegd dat 1 kilometer in zee steekt, de zogenaamde zandmotor. Het is de bedoeling dat dit zand door zeestromingen in de loop der tijd op een natuurlijke manier langs de kust wordt verspreid. Auteur: Jan Dahmeijer, Historische Werkgroep Oud ‘s-Gravenzande
Lees meer

Meer Streekhistorie