Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Onderzoek

Filteren op datum:
        
Video Leerlingen en leraren basisscholen blijven thuis na coronamaatregelen vrijdag 13 maart 2020 17:05

Leerlingen en leraren basisscholen blijven thuis na coronamaatregelen

Schooldirecteuren in onze regio merken dat ouders hun kinderen thuis houden naar aanleiding van de maatregelen rond het coronavirus. Ook een aantal leraren met lichte griepklachten is vrijdag niet gaan werken. Dat blijkt uit onderzoek van de WOS onder de directeuren van basisscholen in onze regio. Alle schooldirecteuren in onze regio werden vrijdag benaderd met een korte vragenlijst, negentien van hen reageerden. Dertien directeuren merkten vrijdagochtend dat ouders hun kinderen uit voorzorg thuis hielden. Uit aanvullende vragen van de WOS blijkt het aantal afwezige leerlingen per school gemiddeld tussen de 10 en 20 procent te liggen. Op een enkele school is een complete klas naar huis gestuurd, omdat de leraar met gezondheidsklachten naar huis moest. De meeste leerkrachten blijken op dit moment echter nog wel aan het werk, maar dertien directeuren sluiten niet uit dat dat op korte termijn verandert. Daarmee wordt gevreesd voor een verder lerarentekort. Zeventien schooldirecteuren zeggen dat sommige activiteiten worden afgelast. Het gaat dan bijvoorbeeld om de spinningmarathon die vrijdag zou plaatsvinden in sporthal De Wielepet in Monster. Lessen gaan zoveel mogelijk nog wel door. "Nu je echter voor een verkoudheid al thuis moet blijven, schiet het verzuim echter omhoog", zegt Kevin Mooij van De Groene Oase in Maasland. Scholen blijven open Het kabinet besloot donderdag dat tot 31 maart alle evenementen en bijeenkomsten met meer dan honderd personen niet mogen doorgaan, om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan. Scholen, waar soms wel honderden kinderen tegelijk bijeen zijn, mogen echter wel open blijven. Volgens premier Rutte raken kinderen minder snel besmet en zouden de gevolgen van het sluiten van scholen groot zijn. Als scholen dicht gaan, moeten ouders thuisblijven en kunnen ze niet werken. Zeven directeuren vinden dat hun school dicht zou moeten, maar geen van hen overweegt zelf tot sluiting over te gaan. De rest wacht liever op het advies van het RIVM en het kabinet. "We vinden dat we de landelijke richtlijnen moeten volgen, gebaseerd op het oordeel van deskundigen", reageert directeur Erik de Jong van De Driekleur in 's-Gravenzande. Verwarring Wel zorgen de huidige maatregelen voor veel verwarring en onrust onder zowel leraren als ouders. Zeker omdat in andere landen kinderen juist niet naar school mogen. "In Frankrijk gaan de scholen wel dicht. President Macron geeft aan dat kinderen de ziekte verspreiden. Hier zeggen ze het tegenovergestelde", zegt Mandy Voois, directeur bij de Koningin Julianaschool in De Lier. Xander Damen van De Nieuwe Weg in Poeldijk vindt wel dat de mensen rustig moeten blijven. "Het is een bijzondere situatie en daar moeten we naar handelen, maar paniek is volgens mij nergens voor nodig." Verantwoording De WOS stuurde vrijdag een enquête naar de directies van 59 scholen in Hoek van Holland, Maassluis, Midden-Delfland en Westland en kreeg reactie van 19 scholen. Daarmee is het onderzoek niet representatief, maar het geeft wel een goed beeld. Dit verhaal werd mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Dtv, Omroep Venlo, Studio040 en de WOS werken gezamenlijk aan lokale onderzoeksjournalistiek.
Lees meer
Video 'Gemeenten niet alleen verantwoordelijk voor verkeersveiligheid' woensdag 12 februari 2020 17:05

'Gemeenten niet alleen verantwoordelijk voor verkeersveiligheid'

De gemeenten in onze regio zien de verkeersveiligheid rond basisscholen als een belangrijk thema en nemen waar mogelijk maatregelen. Dat zeggen verkeerswethouders van Westland, Midden-Delfland en Maassluis in reactie op het onderzoek van de WOS. Maar volgens hen is verkeersveiligheid geen verantwoordelijkheid die de gemeente alléén moet dragen. De gemeenten zelf zetten vooral in op fysieke maatregelen en gedragsbeïnvloeding. "Voorbeelden van fysieke maatregelen zijn het inrichten van schoolzones, instellen van parkeerverboden en kiss&ride zones", zegt de Westlandse wethouder Pieter Varekamp. En Hans Horlings (Midden-Delfland): "Wij streven altijd bij elke locatie naar een voldoende veilige situatie." Maar zegt Horlings: "Vaak is het niet de infrastructuur, maar het gedrag van mensen. Kinderen worden met de auto naar school gebracht, men wil het liefst zo dicht mogelijk bij de school parkeren/de kinderen afzetten. Ouders moeten het goede voorbeeld geven, met het kind oefenen, zorgen voor een veilige fiets en veilige beveiligingsmiddelen en zoveel mogelijk lopend of op de fiets naar school gaan." Fred Voskamp van Maassluis daarover: "Het zou de verkeersveiligheid rond scholen goed doen als ouders hun kinderen niet met de auto naar school brengen, maar lopend of met de fiets. Daarvoor is een gedragsverandering bij de ouders nodig." Westland communiceert dan ook jaarlijks over de voordelen van het lopend of met de fiets wegbrengen. Maassluis en Midden-Delfland ondersteunen acties en campagnes vanuit de scholen of andere partijen waarbij ouders worden gestimuleerd om niet met de auto naar school te komen. Schoolomgeving Midden-Delfland ‘voldoende veilig’In Midden-Delfland zijn de situaties rond de scholen 'voldoende veilig', vindt Horlings "In de periode 2014 t/m 2019 zijn geen ongevallen geregistreerd in de straten rondom scholen tijdens schooltijden." Dat betekent echter niet dat er geen maatregelen meer mogelijk zijn. "Als scholen een probleem melden gaan we altijd met ze in contact. We bekijken samen wat nodig en wenselijk is." Die lijn wordt ook in Westland gehanteerd. Daarbij moet aangetekend worden, dat een maatregel niet van de ene op de andere dag genomen kan worden. "Hierbij is het belangrijk om te zien of potentiële oplossingen geen ongewenste neveneffecten veroorzaken. Voor gewenste maatregelen moet budget vrijgemaakt worden en de werkzaamheden moeten ingepland worden. Er gaat dus tijd overheen voordat op een zorgvuldige manier aanpassingen kunnen worden doorgevoerd in de fysieke omgeving." Kiss&ride-zoneEen van de maatregelen die scholen graag zouden zien is de aanleg van een kiss&ride-zone. Een strook waar ouders hun kinderen snel kunnen afzetten, waarna ze weer wegrijden. Westland is positief over deze maatregelen heeft er zelfs al een aantal aangelegd. "Of een kiss&ride zone gewenst is of passend is verschilt per situatie. Dit is maatwerk. Waar een kiss&ride zone een oplossing lijkt te zijn, wordt deze gerealiseerd." Midden-Delfland en Maassluis zien daar minder heil in. “Dit kan een nuttig middel zijn. Maar onze ervaring in Den Hoorn heeft aangetoond dat dit niet altijd zo is. Deze is weer opgeheven in samenspraak met de school”, zegt Horlings. Voskamp: "De aanleg van kortparkeren kan in bepaalde situaties een uitkomst zijn. In de praktijk blijkt handhaving vaak lastig omdat buurtbewoners er langdurig gaan parkeren." HandhavenEen eventuele ultieme maatregel is voor scholen dat buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) foutparkeerders controleren en waar nodig beboeten. In beide gemeenten gebeurt dit al af en toe. "Er zijn echter dermate veel basisscholen in het Westland (en dan hebben we het nog niet over andere handhavingsvraagstukken) dat het voor de boa’s qua capaciteit niet te doen is om op regelmatige basis bij elke school aanwezig te zijn", zegt Varekamp.Lees ook:Veel zorgen over verkeersveiligheid rond basisscholenSchoolbesturen: Ouders, breng kinderen lopend of met de fiets
Lees meer
Video Schoolbesturen: Ouders, breng kinderen lopend of met de fiets woensdag 12 februari 2020 15:03

Schoolbesturen: Ouders, breng kinderen lopend of met de fiets

De verkeersproblemen rond basisscholen moeten worden opgelost door het verminderen van autogebruik. Dat is de belangrijkste conclusie van schooldirecteuren. Ook ouderraden vinden dat een belangrijke oplossing, maar hopen dat ook fysieke maatregelen genomen kunnen worden, zo blijkt uit onderzoek van de WOS. Dat de grote toestroom aan auto’s tijdens het brengen en halen van leerlingen voor problemen zorgt, daarover zijn schooldirecteuren en ouders het eens. Uit het onderzoek van de WOS blijkt dat dit in veel gevallen leidt tot foutparkeren, onoverzichtelijke verkeerssituaties en een slechte doorstroming. Scholen en ouders verschillen echter van mening over de oplossingen en wie daar verantwoordelijkheid voor draagt.Scholen hebben de afgelopen jaren veel werk gestoken in de ontmoediging van het autogebruik, zo blijkt uit de enquête. Door middel van nieuwsbrieven wordt ouders regelmatig gevraagd om hun kinderen waar mogelijk lopend of met de fiets naar school te brengen. Dat gebeurt dan met een positieve insteek. Basisschool de Driekleur in 's-Gravenzande: "Wij wijzen ouders op het feit dat fietsend en lopend naar school komen ook gezond is."Werkt dat niet, dan gaat schoolpersoneel zelf naar buiten om ouders aan te spreken op hun gedrag. Al valt dat niet bij iedereen in goede aarde. Een enkele school zegt zelfs agressieve reacties te hebben gekregen.Zebrapad en verkeersbordenOverigens zetten scholen niet alleen in op het ontmoedigen van het autogebruik. Ook zijn fysieke maatregelen genomen, zoals de aanleg van een zebrapad of het neerzetten van paaltjes en verkeersborden. Daarnaast krijgen kinderen verkeerslessen op school, zodat zij zelf gevaarlijke situaties in het verkeer kunnen vermijden.Wat hebben scholen de afgelopen jaren gedaan?Hoewel al veel is geïnvesteerd in het voorkomen dat ouders met de auto komen, vindt 32 procent van de directeuren dat ze daarmee moeten doorgaan. En als dat niet werkt, dan moeten er meer parkeerplekken bij komen.BekeurenOp sommige scholen willen ze verder gaan om problemen als foutparkeren aan te pakken. Zij hopen dat agenten of buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente langskomen om te controleren. In sommige gevallen gebeurt dat nu al. Niet iedereen vindt dat dit een ideale oplossing is. "Dit helpt tijdelijk, maar daarna sluipen de oude gewoontes er weer in", schrijft een directeur uit Hoek van Holland.Ouders zien vaak meer heil in fysieke maatregelen. Waarschuwingsborden worden veel genoemd, maar ook spiegels om meer verkeer aan te zien komen en groen weghalen zijn potentiële oplossingen.Welke maatregelen vinden scholen belangrijk?Welke maatregelen vinden ouders belangrijk?Kiss&RideWat fysieke maatregelen betreft hebben ook scholen zo hun voorkeur. Een aantal hoopt dat er een zogenoemde kiss&ride-strook wordt aangelegd. De vraag is echter of dit niet juist leidt tot meer autogebruik. En tenminste één school zet vraagtekens bij deze oplossing. Bij IKC De Regenboog in Maassluis is de kiss&ride-strook wel aangelegd, maar 'nog niet goed' in gebruik.Wie is verantwoordelijk?Directie en ouders verschillen in de meeste gevallen over wie verantwoordelijk is voor de oplossing voor de problemen. Ruim twee derde van de schooldirecteuren zegt dat ouders te weinig doen en meer verantwoordelijkheid moeten nemen. Iets meer dan 40 procent wil dat de gemeente meer doet om problemen op te lossen.Ouders daarentegen wijzen eerder naar de gemeente; 60 procent zegt dat die te weinig of veel te weinig doet. Met de gemeente lopen overigens vaak wel gesprekken, maar voor veel respondenten blijft de vraag of daar ook daadwerkelijk iets uitkomt.Over de schoolleiding zijn ouders over het algemeen wél tevreden. Liefst 70 procent geeft aan dat die voldoende of zelfs heel veel doet.Lees ook: Veel zorgen over verkeersveiligheid rond basisscholenOver dit onderzoekDe WOS stuurde een enquête naar de directies en ouderraden of medezeggenschapsraden van 60 basisscholen in onze regio over hoe zij de verkeersveiligheid ervaren. Bij 13 scholen reageerde zowel de schoolleiding als de ouderraad, bij 21 scholen reageerde alleen de directie, bij 13 scholen ontvingen we alleen een reactie van de ouderraad. 13 scholen reageerden niet.Dit verhaal werd mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Dtv, Omroep Venlo, Studio040 en de WOS werken gezamenlijk aan lokale onderzoeksjournalistiek.
Lees meer
Video Veel zorgen over verkeersveiligheid rond basisscholen dinsdag 11 februari 2020 16:04

Veel zorgen over verkeersveiligheid rond basisscholen

Ongeveer driekwart van de basisscholen en ouderraden in onze regio maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid rondom de scholen. Toch wordt de situatie over het algemeen met een nipte voldoende beoordeeld. Dat blijkt uit onderzoek van de WOS. Schooldirecties geven de veiligheid rond hun locatie gemiddeld een 6,4. Ook ouderraden beoordelen de situatie als voldoende, zij geven gemiddeld een rapportcijfer van 5,8. Dat lijkt positief, maar rondom vrijwel alle scholen spelen problemen tijdens het brengen en ophalen van leerlingen.De situatie is er de afgelopen jaren ook niet beter op geworden. Het overgrote deel van zowel de directies als de ouderraden ziet geen verandering of zelfs een verslechtering. Driekwart van alle respondenten van onze enquête over verkeersveiligheid zegt zich dan ook zorgen te maken over de verkeersveiligheid rond de school.Ouders vaak iets negatieverOuders hebben over het algemeen een negatiever beeld van de verkeersveiligheid rond de school. In drie van de vier gemeenten ligt hun rapportcijfer onder dat van de schoolleiding. Ook hebben zij procentueel minder het gevoel dat de situatie is verbeterd.Klik op de afbeelding om de volledige grafiek te bekijken.AutogebruikDat veel ouders hun kinderen met de auto naar school brengen, lijkt voor de meeste problemen te zorgen. Zowel schoolleidingen als ouderraden zeggen geregeld te maken te hebben met foutparkeren (respectievelijk 74 van de directeuren en 77 procent van de ouderraden noemt dit als probleem). "Doordat sommige ouders/grootouders hun auto fout parkeren, brengen ze de kinderen in gevaar met oversteken en bijna aanrijden", zegt een directeur van een school in Naaldwijk. En de ouder van een school in Maassluis: "Ouders stoppen de auto op het midden van de weg of voor het zebrapad om kinderen uit te laten stappen."De oorzaak van dat probleem ligt volgens sommige scholen niet alleen bij ouders. Vaak blijft het aantal parkeerplaatsen ook achter ten opzichte van het aantal leerlingen, bijvoorbeeld in Wateringen (De Hofvilla) en Poeldijk (Verburch-Hof).Andere problemen die samenhangen met het autogebruik: een gebrek aan doorstroming van het verkeer en leerlingen die niet veilig kunnen oversteken.Aanvullend wordt ook de onoverzichtelijke verkeerssituatie veel genoemd als een probleem. "Het is rondom brengen en halen erg druk met voetgangers, fietsers én auto's. Die momenten zijn voor kinderen soms onoverzichtelijk", klinkt het vanuit Maasdijk.Zo scoort jouw school op het gebied van verkeersveiligheid:Klik op de afbeelding om de kaart te bekijken.Lees ook: Schoolbesturen: Ouders, breng kinderen lopend of met de fietsBasisscholen, maar ook diverse organisaties als Veilig Verkeer Nederland (VVN), maken zich al jaren hard voor een verkeersveiligere schoolomgeving. Toch gebeuren er nog altijd veel ongelukken rondom basisscholen. In de periode na de zomervakantie komt elke dag zelfs één complete klas op de eerste hulp terecht als gevolg van een verkeersongeval, becijferde VVN eerder. Over dit onderzoekDe WOS stuurde een enquête naar de directies en ouderraden of medezeggenschapsraden van 60 basisscholen in onze regio over hoe zij de verkeersveiligheid ervaren. Bij 13 scholen reageerde zowel de schoolleiding als de ouderraad, bij 21 scholen reageerde alleen de directie, bij 13 andere scholen ontvingen we alleen een reactie van de ouderraad. 13 scholen reageerden niet.Dit verhaal is mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Dtv, Omroep Venlo, Studio040 en de WOS werken gezamenlijk aan lokale onderzoeksjournalistiek.
Lees meer
Video Politici over Hoekse Lijn: 'Wij hadden beter geïnformeerd moeten worden' vrijdag 24 januari 2020 07:07

Politici over Hoekse Lijn: 'Wij hadden beter geïnformeerd moeten worden'

Diverse politici in de gemeenten aan de Hoekse Lijn vinden dat ze beter en tijdiger geïnformeerd hadden moeten worden over wat er allemaal misging bij de ombouw van treinverbinding naar metrolijn. Onder meer Jan-Willem Verheij van de Rotterdamse VVD en Marcel 't Hart van CDA Maassluis zeggen dat in de tweede aflevering van de serie 'Hoekse Lijn - De metro die miljoenen kostte', die vrijdagavond uitgezonden wordt door de WOS, Open Rotterdam en Schie. De ombouw van de Hoekse Lijn heeft in totaal 2,5 jaar geduurd, terwijl het in vijf maanden af had moeten zijn. Uit een kritisch rapport komt later naar voren dat Pex Langenberg, die toen verantwoordelijk wethouder was voor het project, al maanden voor de start van de ombouw van meerdere kanten te horen kreeg dat het niet goed liep met de nieuwe metroverbinding. Pas halverwege de ombouw besloot hij in te grijpen. Maar toen was het al te laat. Met grote vertraging en een enorme kostenoverschrijding tot gevolg.Jan-Willem Verheij: "Als raad kwamen wij iedere keer voor verrassingen te staan. We wisten niet waar we aan toe waren. Dat is voor ons een slecht verhaal, maar dat is voor de reizigers die gebruik willen maken van die lijn natuurlijk nog een veel slechter verhaal, want die hebben elke dag last gehad daarvan. Wij hadden beter geïnformeerd moeten worden over wat er allemaal gaande was."Vervangend vervoerEen deel van de aflevering is gewijd aan het vervangend vervoer dat door Marcel 't Hart als 'dramatisch' wordt getypeerd. Hij doelt vooral op het feit dat het inzetten van de bussen wellicht voor de zomer een goede oplossing was, maar dat het in de winter toch wel erg koud was om in weer en wind te wachten op het vervangend vervoer."Inwoners kregen korting, maar van korting krijg je het niet warm", aldus 't Hart. Onder meer in Maassluis werd er gevraagd om extra bushokjes, maar veel wachtruimtes kwamen er niet bij.Dit verhaal komt voort uit een samenwerking van onderzoekscollectief Spit en lokale omroepen Open Rotterdam, WOS en Schie en wordt medemogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.Bekijk hieronder alvast aflevering 2
Lees meer
Video Metroverbinding Hoekse Lijn valt 175 miljoen euro duurder uit vrijdag 17 januari 2020 07:07

Metroverbinding Hoekse Lijn valt 175 miljoen euro duurder uit

De verbouwing van de Hoekse Lijn tot metro kost veel meer dan tot nu toe bekend is. Dankzij een kostenoverschrijding van 175 miljoen euro loopt de eindafrekening op tot bijna 500 miljoen euro. Dit blijkt uit een reconstructie van onderzoekscollectief Spit voor WOS, SCHIE, OPEN Rotterdam en Vers Beton. door Bram Logger en Parcival WeijnenBij de opening van de metrolijn in september 2019 meldde de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) dat de totale investering 462 miljoen euro bedroeg, een overschrijding van 90 miljoen. Maar dat is lang niet alles. Zo betaalde de MRDH - een samenwerking van 23 gemeenten - in 2017 ruim 18 miljoen euro aan ProRail om het spoor richting Hoek van Holland over te nemen. Ook de tussentijdse verhogingen van het budget door MRDH zijn niet meegeteld, evenals zes miljoen euro aan extra vertragingskosten.De totale investering loopt daardoor op tot rond 500 miljoen euro. Daarbovenop komt nog de 80 miljoen euro die vervoersbedrijf RET heeft geleend bij de Europese Investeringsbank voor zestien nieuwe metrostellen die op het omgebouwde treinspoor gaan rijden.Het bedrag kan bovendien verder oplopen, want de verlenging naar het strand is niet klaar. Tankopslagbedrijf Vopak ontvangt daarnaast nog altijd een onbekende financiële compensatie, omdat het vanwege problemen met de vergunning niet met goederentreinen naar zijn terminal in Vlaardingen kan rijden.Twijfels over voordelenToen alle betrokken partijen in 2013 hun handtekening zetten voor het Project Hoekse Lijn was het budget 312 miljoen euro. Het subsidiebedrag dat de MRDH beschikbaar stelde voor het project is tussentijds verhoogd. De totale kostenoverschrijding bedraagt daarmee 175 miljoen euro. In de allereerste plannen, daterend uit 2006, werd er nog vanuit gegaan dat de ombouw niet meer dan 56 à 73 miljoen euro zou gaan kosten.Ov-experts betwijfelen of de enorme investering opweegt tegen de voordelen. Over het traject reed tot 2017 een trein. De metro is weliswaar goedkoper in exploitatie en bezorgt reizigers naar het centrum van Rotterdam een paar minuten reistijdwinst. "Maar met 500 miljoen had je heel veel andere projecten kunnen doen, bijvoorbeeld op plekken waar nu nog helemaal geen ov is", zegt Lars Lutje Schipholt, ov-deskundige en in de jaren '90 als student de bedenker van het plan om de Hoekse Lijn om te bouwen tot metro. Hoogleraar vervoersbeleid Bert van Wee (TU Delft): "De totale kosten per kilometer zijn bijna net zo hoog als de Betuwelijn, terwijl op de Hoekse Lijn het spoor er al lag. Je kunt je afvragen of hier goed over is nagedacht. Wat was nu het probleem, en wat waren mogelijke oplossingen?"Democratische controle ontbreektDe MRDH draagt als de regionale ov-autoriteit het grootste deel van de kosten voor de Hoekse Lijn. Er is geen rechtstreekse democratische controle op de besteding van het geld van MRDH. Dat steekt Michel Rogier, oud-raadslid CDA in Den Haag. In zijn stad konden ov-projecten niet doorgaan omdat de Metropoolregio Rotterdam Den Haag er geen geld voor had. "Toen er meer financiering naar de Hoekse Lijn moest, werd er populair gezegd: Rotterdam betaalt de rekening. Maar andere gemeenten hebben wel degelijk bijbetaald. Want de MRDH betaalt met geld dat anders voor projecten elders in de regio gebruikt had kunnen worden."Het steekt Rogier dat hij als raadslid nauwelijks invloed had op de besluitvorming bij de MRDH. "Als hier een buslijn werd ingekort, werd ik daarop aangesproken op straat. Maar ik had er geen invloed op. De MRDH is zo vormgegeven dat de gemeenteraden buitenspel zijn gezet. Dat is ooit zo besloten. Het is een goed bewijs dat de democratie zichzelf kan afschaffen."Dubbele pettenDe Hoekse Lijn zou in vijf maanden worden omgebouwd, maar dat duurde twee jaar langer. In interne stukken van de RET, die onderzoekscollectief Spit in handen kreeg, werd al gewaarschuwd voor veel van de problemen die zich later daadwerkelijk manifesteerden. Zo lukte het de projectleiding niet om alle werkzaamheden goed op elkaar af te stemmen. "De samenwerking met andere partijen onder leiding van het projectbureau, zoals ProRail, verloopt niet soepel omdat deze andere prioriteiten hebben. Dit heeft een disruptieve werking op het programma binnen de RET", staat in een audit uit 2016. "De rol van het projectbureau als overall verantwoordelijke en de dubbelrol van de RET als leverancier en beheerder kan in de ombouwperiode tot conflicten leiden."Volgens de RET voldoet de Hoekse Lijn sinds de officiële ingebruikname aan de verwachtingen. In november 2019 maakten dagelijks 27.000 reizigers gebruik van de nieuwe metroverbinding. Dat zijn er volgens het ov-bedrijf meer dan verwacht.Marc Rosier, portefeuillehouder OV-ontwikkeling MRDH: "De ombouw van de Hoekse Lijn van trein- naar spoorlijn is een intensief en moeizaam traject geweest. Er valt, zoals zo vaak bij grote projecten, wat van te leren. Maar het doel is bereikt: een snellere en kwalitatief betere verbinding voor de mensen die hier wonen, werken en recreëren. Dat nu al de reizigersaantallen worden gehaald die pas over drie jaar werden verwacht, geeft aan hoe noodzakelijk deze metrolijn is."Lees in de uitgebreide reconstructie op Vers Beton hoe de ombouw van de Hoekse Lijn zo kon ontsporen.Vrijdagavond rond 19.15 uur is de eerste aflevering te zien van de vierdelige serie 'Hoekse Lijn, metro die miljoenen kostte' bij de WOS.De uitzending is hieronder nu al online te bekijken!Dit onderzoek is een samenwerking van onderzoekscollectief Spit, Vers Beton en lokale omroepen OPEN Rotterdam, WOS en SCHIE en wordt mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en de supporters van Vers Beton.
Lees meer
Video Maassluis koploper oprollen drugspanden vrijdag 13 december 2019 16:04

Maassluis koploper oprollen drugspanden

De gemeente Maassluis is relatief gezien koploper als het gaat om het aantal opgerolde 'drugspanden' in onze regio. In de afgelopen jaren gooide de gemeente in totaal 25 van zulke panden op slot of gaf ze een waarschuwing. Daarmee scoort Maassluis het hoogst in vergelijking met de gemeenten Westland en Midden-Delfland. De WOS bracht alle drugslocaties in kaart die tussen 2016 en 2019 in Westland, Maassluis en Midden-Delfland zijn aangetroffen. De gemeente Rotterdam en de politie konden geen gegevens verstrekken over eventuele locaties in Hoek van Holland.Klik hier om de kaart te bekijkenIn totaal gaat het in deze periode om 59 drugspanden in Westland, Maassluis en Midden-Delfland, waarin met name hennepkwekerijen of drugslabs gevestigd waren. Relatief de meeste daarvan concentreerden zich in Maassluis: dat is opvallend voor zo'n kleine gemeente. In Westland werd weliswaar iets vaker drugs gevonden in woningen of bedrijfspanden, maar die gemeente is maar liefst drie keer zo groot. In totaal is daar 28 keer een inval gedaan. In Midden-Delfland, de kleinste gemeente in onze regio, was het vrij rustig de afgelopen jaren: daar stuitte men 6 keer op een drugspand. Het merendeel van de drugspanden in Maassluis betrof hennepkwekerijen. Zo werd in augustus dit jaar een kwekerij ontmanteld aan de Dr. Jan Schoutenlaan, waar de resten van 295 wietplanten stonden. In januari 2019 rolde het Team handhaving een hennepkwekerij op, die gevestigd was in een pand aan de Haven van de stad. Hier trof men ongeveer 300 wietplanten aan. Daarnaast bleken er dit jaar drugspanden te staan aan het Da Costaplein, de Van Ostadestraat, de Paltrokmolen en de G.A. Brederolaan. In de laatste jaren zijn er geen harddrugslabs in Maassluis ontdekt. 'Drugs is een gruwel'Burgemeester Edo Haan van Maassluis zegt geen idee te hebben hoe het komt dat juist in zijn stad relatief veel drugspanden gevonden zijn. Hij is ervan overtuigd dat er een link is met de onderwereld: "Daar zitten bendes achter. Soms hebben we daar zicht op, maar soms ook niet."Haan maakt zich ook zorgen over wat er in de hennepkwekerijen gebeurt: "Drugs is een gruwel. De locaties zijn heel divers. Het is verontrustend dat het soms bij mensen thuis gebeurt. Er wordt met elektriciteit geknoeid; soms wordt er een tent in een kamer neergezet. Dat is brandgevaarlijk."Burgemeester Edo Haan: "We zitter er bovenop."De burgemeester zegt er wel alles aan te doen om illegale drugshandel tegen te gaan: "We hebben een heel goed Team Handhaving en Toezicht. We werken goed samen met de politie. We zijn erop gespitst." Als de gemeente een drugspand op het spoor is, wordt er ook doorgepakt, aldus Haan: "We zitten er bovenop. Ik laat een pand onmiddellijk sluiten voor een paar maanden. Niet eerst de uitspraak van de rechter afwachten. De kosten worden verhaald op degene die de plantage runt."Haan roept Maassluizers op om verdachte zaken vooral aan de gemeente of politie door te geven: "Als u een winkel ziet waar nooit een klant komt, meld u dat. Dat is alleen maar om geld wit te wassen. Laten we met z'n allen niet naïef zijn, laten we nuchter nadenken. Als het niet kan kloppen, dan klopt het vaak ook niet."WestlandIn absolute aantallen stonden er in de onderzochte periode, zoals gezegd, iets meer drugspanden in Westland dan in Maassluis. De meeste van die gebouwen waren hennepkwekerijen. Een concentratie daarvan bevond zich in Maasdijk. Archiefbeeld van ontruiming drugslab Wateringen(Regio15)Een andere in het oog springende plaats in Westland, waar drugspanden zich concentreerden, is Wateringen. Hier waren de meeste drugslabs van de regio: aan de Linnewever, de Naaldwijkseweg en de Schipluidenseweg. Overigens trof de gemeente Westland daarnaast in De Lier nog een drugslab aan, aan de Lierweg. Midden-Delfland Ook in Midden-Delfland vormden hennepkwekerijen de meerderheid. Het gros van de drugspanden in dit gebied ontdekte men in Den Hoorn. Behalve panden met hennepplanten, zoals aan de Oranjelaan, was er ook tenminste één drugslab, aan de Zwethkade Zuid. Waarschijnlijk waren er zelfs twee drugslabs in deze plaats; zowel de gemeente als de politie kon hierover echter geen nadere informatie verstrekken. Frappant, tenslotte, is ook de vondst van honderden kilo’s cocaïne aan de Vrij-Harnasch in Den Hoorn. Dit verhaal werd mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Dtv, Omroep Venlo, Studio040 en de WOS werken gezamenlijk aan lokale onderzoeksjournalistiek.
Lees meer
Video Maassluizer: Ik ben Nederlander met meest langdurige uitkering maandag 22 juli 2019 15:03

Maassluizer: Ik ben Nederlander met meest langdurige uitkering

Hij noemt zichzelf de Nederlander die het meest langdurig een bijstandsuitkering ontvangt, al sinds 1977: Marcel Thomassen uit Maassluis. Thomassen heeft sterke bedenkingen bij werken. Toch heeft hij in de afgelopen tweeënveertig jaren allesbehalve stilgezeten. Marcel Thomassen ging al op jonge leeftijd varen, vertelt hij, de hele wereld over. Hij werkte bij de zeesleepdienst in Maassluis en daarna voor een bedrijf dat naar olie boort. Maar na zeven jaar was hij het helemaal zat. "Toen dacht ik: we gaan iets anders doen. Wat wist ik nog niet, je gooit jezelf in het diepe."Lees ook: Meer inwoners uit onze regio langer in de bijstandHet werd een bijstandsuitkering. In de jaren zeventig was daar via de gemeente vrij gemakkelijk aan te komen, aldus Thomassen. Gemeenten controleerden bijstandsgerechtigden in die tijd nog niet zoveel als ze later deden. Waarom koos Thomassen voor een uitkering en ging hij niet gewoon ergens anders werken? "Werk is heel discutabel. De kerk zegt: 'in het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen.' Elke neo-liberaal zoals Rutte zegt: 'werk, werk, werk.' 'Arbeid maakt vrij.' Die kreet kennen we ook nog wel allemaal. Ik heb daar hele andere ideeën over gekregen in die tijd. Ik ben de bijstandsuitkering gaan zien als een basisinkomen, zodat je toch nuttig je eigen dingen kunt doen."VrijheidDankzij zijn uitkering kon Thomassen actief zijn op heel verschillende gebieden. Zo ging hij, naar eigen zeggen, werken op de politieschool in Den Haag en Rotterdam, was hij docent maatschappijleer, zat hij bij de Coornhert-Liga (de Nederlandse vereniging voor strafrechthervorming), waar hij samenwerkte met grote advocaten als Spong en Hammerstein, en had hij zelfs een eigen radioprogramma bij de VPRO op het toenmalige Hilversum 3. "In feite heb ik dus nooit zonder werk gezeten", glimlacht Thomassen. "Door de bijstandsuitkering had ik de vrijheid om mezelf te ontwikkelen. Ik heb heel veel studies gedaan."De gemeente Maassluis heeft wel pogingen ondernomen om Thomassen weer uit de bijstand te krijgen, maar die liepen op niets uit. Dat zou gekomen zijn doordat hij gaandeweg meer bekendheid kreeg als activist. Op een gegeven moment heeft de gemeente toen besloten Thomassen tot aan zijn pensioen een uitkering te geven. "Als activist probeer ik in de hele regio (maar ook in Amsterdam en Rotterdam) een beetje een mentaliteitsverandering teweeg te brengen. De bejegening om in de bijstand te zitten, met name bij de gemeente, de ambtenaren, maar ook de vooroordelen die daarover heersen bij de bevolking kunnen zelfs stressgevend of ziekmakend zijn." Om op te komen voor de belangen van mensen met een uitkering is Thomassen verbonden aan FNV Uitkeringsgerechtigden, de Bijstandsbond Amsterdam en RoSA!, de Rotterdamse Sociale Alliantie. "Er is geen item in Nederland op sociaal gebied, waar ik me niet mee kan bemoeien. Want ze kennen me allemaal. Ik heb al mijn tentakels als actievoerder, activist, luis in de pels en ook een beetje een politiek persoon, in heel Nederland zitten. Dit wordt niet voor niets het 'tweede stadhuis van Maassluis' genoemd." 'Iedereen is nuttig op zijn manier'Thomassen heeft ook goede contacten met Stroomopwaarts, de sociale dienst van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Met directeur Desiree Curfs bespreekt hij problemen die mensen met een uitkering kunnen ervaren. "Vaak is het natuurlijk zo met die sociale diensten, dat die doelstellingen moeten halen. Het gaat om de centen. Dat gaat vaak ten koste van het welzijn. Laten we niet vergeten: in de grondwet, artikel 20, staat dat de overheid, zowel landelijk als lokaal, het welzijn van de mensen moet bevorderen. Iedereen is nuttig op zijn manier."Het ideaal van Thomassen is een onvoorwaardelijk basisinkomen in Nederland voor iedereen. "Dat geeft meer vrijheid aan mensen aan de persoonlijke ontplooiing. Ik geloof ook in de goedheid van mensen. Plus: mensen gaan toch wel aan het werk. Het kan vrijwilligerswerk zijn, iets voor de samenleving doen. Er kan geen misbruik van worden gemaakt, want we zijn allemaal gelijk." Als de overheid zo’n basisinkomen invoert, kunnen de uitkeringen gelijk worden opgeheven, betoogt Thomassen. "Dat is dan niet meer nodig. En wat je erbij doet… Je mag zoveel geld verdienen als je wilt. Maar je hebt een minimale bestaanszekerheid."Dit verhaal werd mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Dtv, Omroep Venlo, Studio040 en WOS Media werken gezamenlijk aan lokale onderzoeksjournalistiek.
Lees meer
Video Meer inwoners uit onze regio langer in de bijstand maandag 22 juli 2019 12:12

Meer inwoners uit onze regio langer in de bijstand

Het lukt gemeenten in onze regio niet goed om personen die langdurig in de bijstand zitten daar uit te krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van WOS Media. Vooral in Maassluis en Hoek van Holland is het aantal personen dat langer dan vijf jaar een uitkering krijgt (op grond van de Participatiewet) in drieënhalf jaar tijd fors toegenomen in verhouding tot mensen die minder lang bijstand ontvangen. Zat in Maassluis in 2016 bijvoorbeeld nog ongeveer een derde van de uitkeringsgerechtigden langdurig in de bijstand, anno 2019 is dat bijna de helft. En dat terwijl het totale aantal personen met een uitkering in Maassluis en Hoek van Holland is afgenomen. In Westland groeide het totale aantal juist en dus ook het aantal mensen dat vijf jaar of langer in de bijstand zit. Maar in tegenstelling tot Maassluis en Hoek van Holland zitten de meeste mensen hier korter dan drie jaar in de bijstand. In Midden-Delfland nam het aantal mensen dat jarenlang in de bijstand zit ook toe, maar de meeste uitkeringen daar worden (net als in Westland) verstrekt aan mensen die korter dan drie jaar zonder werk zitten. OorzakenHoe komt het nu dat er zoveel meer inwoners uit onze regio langdurig een bijstandsuitkering ontvangen? Over het algemeen geldt, zo geven de gemeenten Westland en Rotterdam aan, dat hoe langer iemand in de bijstand zit, des te groter de afstand tot de arbeidsmarkt wordt. Daardoor is het voor deze personen lastiger om werk te vinden. Tegelijkertijd profiteren bijstandshouders met een kleinere afstand tot werk juist van het aantrekken van de arbeidsmarkt: zij vinden sneller nieuw werk. Op die manier zou de groep mensen met een langdurige uitkering groter zijn geworden in verhouding tot de groep met een relatief kortdurende uitkering. Diverse gemeenten wijzen ook op de verhoging van de pensioenleeftijd naar ruim 66 jaar. Hierdoor behouden bijstandsgerechtigden hun uitkering ook langer. Daarnaast stellen de gemeenten dat veel inwoners met een langdurige uitkering oudere werkzoekenden zijn, die door de economische crisis, in de jaren 2008-2015, hun baan zijn verloren. Eerst kregen zij een WW-uitkering; daarna stroomden ze de bijstand in. Vanwege hun leeftijd en fysieke gesteldheid is het voor hen lastiger om werk te vinden. Volgens wethouder Sjoerd Kuiper (Werk en Inkomen) van Maassluis speelt verder mee dat de personen die lange tijd in de bijstand zitten met meerdere problemen te kampen hebben, waardoor ze weinig aantrekkelijk zijn voor werkgevers. Kuiper spreekt van een ‘mismatch’ tussen deze inwoners, die de gemeente naar werk wil begeleiden, en wat werkgevers van nieuwe werknemers vragen. Oplossingen Dat er anno 2019 meer inwoners uit onze regio langere tijd in de bijstand zitten, is dus een feit. Maar hoe willen de gemeenten ervoor zorgen dat deze personen er weer uit komen? De gemeente Maassluis geeft, bij monde van wethouder Kuiper, aan bezig te zijn om de banden met werkgevers aan te trekken. Verder is deze gemeente gestart met een zogenoemd ‘opleidingshuis’, waar bijstandshouders worden opgeleid tot werknemers naar wie er veel vraag is, bijvoorbeeld in het groenonderhoud, de techniek en de metaalindustrie. Ook spreekt de gemeente Maassluis met alle inwoners die al langer bijstand ontvangen over wat ze allemaal kunnen en willen. Daarbij wordt geprobeerd drempels weg te nemen die mensen belemmeren om aan het werk te gaan. De gemeente wil middels die gesprekken, waarin ze ook druk op de desbetreffende personen uitoefent en hen stimuleert, deze bijstandsgerechtigden weer aan het werk krijgen.De gemeente Rotterdam wil inwoners van Hoek van Holland met een langdurige bijstandsuitkering de komende tijd beter gaan begeleiden naar werk. Zo zullen ze daarbij meer persoonlijke aandacht krijgen. Werkzoekenden zullen, volgens de gemeente, vaker spreken met een ‘activeringscoach’, die hen motiveert en helpt bij hun ontwikkeling. Ook hier zullen belemmeringen om te gaan werken worden aangepakt. De gemeente biedt deze personen zo nodig hulp aan om problemen, zoals schulden, op te lossen. Verder werken ze gezamenlijk aan presentatie- en sollicitatietechnieken. Bovendien maakt de gemeente het mogelijk dat deze inwoners ‘laagdrempelige scholing’ kunnen volgen, waardoor ze diploma’s en certificaten kunnen behalen, aldus de gemeente Rotterdam.De gemeente Westland probeert, samen met organisatie Vitis Welzijn, inwoners die lang in de bijstand zitten, sociaal te activeren, vaak door hen te stimuleren om vrijwilligerswerk te gaan doen. In Westland is Patijnenburg de organisatie die mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt naar betaald werk begeleidt. Ook Patijnenburg zet in op het motiveren van personen in deze categorie om zich verder te ontwikkelen, waarbij ze een opleiding kunnen volgen en werkervaring kunnen opdoen in een werkleerbedrijf. In samenwerking met Vitis heeft Patijnenburg vorig jaar een methode ontwikkeld, ‘Activering naar werk’, waarbij de beide organisaties het vrijwilligerswerk van mensen die lange tijd bijstand ontvangen als opstap gebruiken naar betaald werk. De gemeente Midden-Delfland, tenslotte, geeft aan sinds 2017 sterk in te zetten op het vergroten van de uitstroom van bijstandsgerechtigden naar werk, ongeacht of ze nu korter of langer in de bijstand zitten. Het uitgangspunt hierbij is dat iedereen naar vermogen meedoet, aldus deze gemeente.Dit verhaal werd mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Dtv, Omroep Venlo, Studio040 en WOS Media werken gezamenlijk aan lokale onderzoeksjournalistiek.
Lees meer
Video Kleinste partijen Westland actiefst met moties; grootste partijen succesvoller dinsdag 7 mei 2019 14:02

Kleinste partijen Westland actiefst met moties; grootste partijen succesvoller

De kleinste partijen in de gemeenteraad van Westland zijn, gemeten per raadslid, het meest actief als het gaat om het indienen van moties en amendementen. De coalitiepartijen zijn op die gebieden juist het minst actief. Maar: deze partijen boeken daarbij wel het meeste succes. Dat blijkt uit onderzoek van WOS Media naar de activiteit van de gemeenteraad. De WOS heeft sinds de installatie van de huidige gemeenteraad vorig jaar (op 29 maart 2018) gedurende een jaar lang bij alle raadsvergaderingen bijgehouden welke politieke partijen moties en amendementen indienden, welke er schriftelijke en mondelinge vragen stelden en hoe vaak dat gebeurde. Ook werd er gekeken naar het succes dat partijen hadden met hun moties en amendementen. Interrupties en de inbreng van raadsleden in commissievergaderingen zijn in dit onderzoek niet meegerekend. MotiesHet raadslid dat de meeste moties indiende is Peter Duijsens van Westland Verstandig: hij deed dat 113 keer. Zijn partij is met 114 moties ook 'kampioen' moties indienen in de gemeente. Desondanks is Westland Verstandig ook de partij die met moties het minste succes boekte: slechts een kleine 39 procent van hun moties werd aangenomen. Opvallend is dat, gemeten per raadslid, de kleinste partijen het actiefst zijn met moties indienen: GroenLinks, PvdA en D66 steken met kop en schouders boven de andere partijen uit. Het minst actief op dit vlak zijn de coalitiepartijen CDA, LPF, ChristenUnie-SGP en VVD. Maar deze partijen zijn daarbij wel het meest succesvol. Zo wist de ChristenUnie-SGP alle moties die ze indienden door de raad te loodsen; op plaats twee staat de LPF, waarbij 90 procent van de moties werd aangenomen.AmendementenBij de amendementen is een soortgelijke uitkomst te bespeuren. Peter Duijsens diende ook de meeste amendementen in: 20 in totaal. Daarmee is Westland Verstandig ook de partij met het grootste aantal amendementen. Toch lukte het de partij lang niet om al die amendementen door de raad te krijgen: slechts 25 procent haalde het. Wederom zijn de eenmansfracties GroenLinks en PvdA, gemeten per raadslid, het meest actief. CDA, VVD, LPF en ChristenUnie-SGP dienden het minst vaak een amendement in, maar de amendementen die ze indienden werden allemaal aangenomen. Het minst succesvol bij de amendementen waren D66 (geen enkele aangenomen) en GroenLinks (16,7 procent aangenomen). Schriftelijke en mondelinge vragenNaast de moties en amendementen heeft de WOS ook de schriftelijke en mondelinge vragen geturfd die de politieke partijen in het afgelopen jaar indienden of stelden. Opmerkelijk is dat de partijen in verhouding veel meer schriftelijke dan mondelinge vragen stelden: 359 sets schriftelijke vragen versus 35 sets mondelinge vragen. Het is (weer) Peter Duijsens die de lijsten aanvoert van raadsleden die het vaakst een vraag stelden. Duijsens diende in totaal maar liefst 200 sets schriftelijke vragen in en stelde daarnaast 11 sets mondelinge vragen. Daardoor is Westland Verstandig de partij met het hoogste aantal sets schriftelijke vragen en de meeste schriftelijke vragen in totaal. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze partij, gemeten per raadslid, het meest actief is op dit gebied. GemeenteBelang Westland stelde van alle partijen in totaal de meeste mondelinge vragen: 11 sets vragen. Deze partij is, ook gemeten per raadslid, de actiefste partij met het stellen van mondelinge vragen. In totaal 9 raadsleden stelden nooit een schriftelijke vraag. Het minst actief met schriftelijke vragen zijn (gemeten per raadslid) de coalitiepartijen CDA en LPF. Bij de mondelinge vragen zijn (gemeten per raadslid) coalitiepartij ChristenUnie-SGP en de PvdA het minst actief. Fractieleden van deze partijen stelden in de onderzoeksperiode nooit een mondelinge vraag. Dit verhaal werd mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Dtv, Omroep Venlo, Studio040 en WOS Media werken gezamenlijk aan lokale onderzoeksjournalistiek.
Lees meer