Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie: Buitenplaats Zuidwind

Door: Bas Booister

Gepubliceerd op: zondag 16 juni 2019 10:22


In het Westlands Museum in Honselersdijk loopt tot medio maart 2020 een grote expositie over de Westlandse buitenplaatsen in de Gouden Eeuw. De tentoonstelling laat de bezoeker kennismaken met de buitenplaatsen en hun ontwikkeling, de bewoners, hun gewoonten en de levensstijl. Tijdens de tentoonstellingsperiode worden veel activiteiten georganiseerd, o.a. workshops en demonstraties, lezingen en cursussen en er is een fietsroute langs nog bestaande buitens.

In en na de Gouden Eeuw, kwam een "buiten" bij de rijke Hollandse kooplie­den erg in trek. Zo ont­stonden in aantrekke­lijk stre­ken vlak­bij de belang­rijkste steden buiten­plaatsen, die eerst als "twee­de" woning dienden en later perma­nent bewoond werden. 's-Gravenzande was in die tijd zo'n aantrekke­lijk woonge­bied. In de 17e en 18e eeuw werden hier wel veertien buitenplaatsen aangelegd. De grootste was Alsemgeest, die aan de Maasdijk lag en een oppervlakte had van 46 morgen (ongeveer 40 hectare).

Eén van deze buitenplaatsen was het voorname Zuidwind, gelegen aan de zuidzijde van het dorp aan het einde van de Langestraat. De buitenplaats had als grenzen de huidige Zuid­wind, Naald­wijkse­weg, Berkenstraat en liep aan de zuidzijde tot bijna aan de Eiken­laan.

De oudste gegevens over de buitenplaats Zuidwind date­ren uit het jaar 1669. Op 7 november van dat jaar kocht jonker Johan de Crequi dit la Roche de buiten­plaats van Salomon Sweers, koopman te Amsterdam. Jonker Johan was als kapi­tein van de Pittardiers (Picardiers?) in staatsdienst werkzaam. Kennelijk beschikte hij niet over de gehele koopsom want op 7 december 1670 erkende hij nog een restant van de kooppenningen schuldig te zijn. Deze schuld bleef bestaan en was er waar­schijnlijk de oorzaak van dat de buitenplaats op 16 september 1697 verkocht werd aan Mr.Gerbrand Zas van den Bossche, secre­taris van het Colle­gie der Admiraliteijt op de Maze tot Rot­terdam. De bui­ten­plaats werd in de koopakte als volgt om­schre­ven: "een plaets of hoffsteede, stallinge, ende tuij­nma­nshuijs met omtrent 13 mergen en zeshalf hondt, zoo gront, boomgaerd, plantage, bosch, weij ende ander land gelegen soo tot 's-Gravensande als in Sant Ambacht met eenige meubilen en gereed­schappen".

Ook Mr.Gerbrand Zas kwam in financiële moeilijkheden te verke­ren. Na zijn overlijden werd de buitenplaats op 26 september 1703 verkocht aan Reijer Evertse van Bleijswijck uit Delft, van beroep kapitein van een compagnie infanterie voor de som van 5.020 gulden.

Het landgoed werd toen omschreven als: "hoffsteede, stalling voor koets, vijff paerden, tuijnmanshuijs met omtrent 14 mergen (volgens de verponding 5 mergen plantagie en getimmer­tes onder 's-Gravenzande en 9 mergen plantagie onder Sand Ambacht) met een bequame vijver daarin plantagie, bosch enz.".

Hoe het buiten er in 1712 uitzag is te zien op de kaart van landmeter Krui­kius. In de hoek van de Zuidwind/Naaldwijk­seweg lag de hofstede met koetshuis en bijgebouwen met daarom­heen ­bosjes, boomgaarden en een stelsel van ster­vormige lanen in barokke tuinaanleg. Van Bleijs­wijck had kort daarna op de buiten­plaats een indruk­wekkend landhuis laten bou­wen dat in 1715 gereed kwam. Dit kapitale landhuis lag in het verlengde van de Langestraat, ongeveer 70 meter vanaf de huidige Zuid­wind. De oude tuinen werden op­nieuw inge­deeld en de oude hof­stede werd verbouwd tot oranje­rie. Veel plezier van zijn landhuis heeft hij niet gehad omdat hij op 22 septem­ber 1719, op de leeftijd van 71 jaar, over­leed. Het buiten bleef daarna in het bezit van zijn weduwe, Petro­nella Ver­burgh ( 1662-1727) en na haar over­lijden trad haar zoon Franco op als erfge­naam. Enige jaren later omstreeks 1735 erfde Mr. Hendrik rijksba­ron van Slinge­landt (1702- 1759), sche­pen en burgemees­ter van 's-Gra­venhage, het landgoed. Hij was namelijk gehuwd met Maria Catharina van der Burch, (1707-1761) de klein­dochter van Reijer van Bleijs­wijck.

Maria Catharina van der Burch, echtgenote van Hendrik van Slingelandt. Links achter op de prent een afbeelding van het huis Zuidwind.

Hendrik van Slingelandt heeft aan zijn landhuis en het omlig­gende tuinencomplex veel geld besteed. Van de hier­aan verbon­den werk­zaamheden is onder andere het volgende bekend.

In 1753 liet hij een nieuwe muur bouwen langs de Rijwegh (de Zuidwind), er werd een nieuwe wagen­schuur gebouwd en het "secreet" (toilet) werd vernieuwd. Ook werden er stukken land bijge­kocht. Hij liet een lange leimuur metselen, 26 roeden lang, 9 1/2 voet hoog en 1 1/2 steen dik, waartegen fruitbomen konden worden geplant. Omdat het waterpeil van de buiten­plaats niet optimaal was liet Van Slinge­landt in 1753, aan de oost­zij­de van de buitenplaats, een sloot graven die lag op de schei­ding met het land van " Juf­frouwe weduwe Antonij van Eepen­huijze". Later in 1755 werd deze sloot ver­lengd met 130 roe tot in totaal ongeveer 700 meter. Op 1 november 1755 schreef Van Slinge­landt een brief aan Schout, Am­bachtsbe­waar­ders en Croos­heemraden van 's-Gravenzan­de en Sand- Ambacht om een paardewa­termolen te mogen bouwen, zodat water gemalen kon worden uit de Oudelandse banwatering. De kosten van deze stenen watervij­zelmolen be­droegen 500 gulden. Reden hiervoor was dat de sloten en vij­vers van zijn buiten in de zomer meest­al droog lagen, vooral de sloten aan de westzij­de langs de “Publicque Heere­wech" (Naaldwijkseweg), zodat "droog­voets over deselve konde werden gepasseerd en de voor­noemde Hoffsteede was openleggende voor alle quaade en ondeu­gende persoonen".

Het herculesbeeld op Zuidwind

Later in 1756 kocht Van Slingelandt van Jop Thoen, meestertim­merman te Delft, 284.000 stenen van het gesloopte Domeinkwar­tier van de lusthof Honselaarsdijk. Deze stenen werden per schip naar 's-Gravenzande vervoerd. Wat hiervan gebouwd is, is niet bekend. Deze tijd, het midden van de 18e eeuw was het hoogtepunt van deze fraaie buiten­plaats.

De lanen die over de buitenplaats liepen waren verfraaid met beelden­groepen, waaronder een imposant beeld van een hercules­figuur. In vijvers werden water­vo­gels en goudvis­sen gehou­den. Verder was er een baan waar men met familie en vrienden het colf­spel kon spelen, in die tijd een zeer geliefde bezig­heid. Ook aan de westzijde van de buiten­pla­ats, aan de andere zijde van de huidige Naald­wijkseweg, werd grond gekocht tot aan de Maas­dijk toe. Op dit deel van de bui­ten­plaats was een kunstma­tige heuvel, waarvan men een prachtig uitzicht over de omge­ving had. Verder was daar in de tuinen een monumen­tale stenen bank geplaatst, de zoge­naamde Europabank. Aan de Zand­dijk, op de toen­malige geest van Van Straalen, ten westen van de oude molen stond het vinken­huis, waar tijdens de na­jaars­trek met netten vogels werden gevan­gen. Dat was waar­schijn­lijk voor consumptie maar ook als aanvul­ling van de mena­gerie.

De menagerie van Zuidwind.

Van deze buiten­plaats bestaat een serie unieke aquarellen die, in opdracht van Van Slingelandt, tussen 1744 en 1749 gemaakt zijn door A.Schouman. Deze aqua­rellen geven een prachtig beeld van deze bui­ten­plaats in al zijn barokke pracht en praal. Helaas is er uit die tijd geen plattegrond van de buitenplaats bewaard gebleven.

Op de buitenplaats was werk voor talloze tuinlieden, die niet alleen de perken bij moesten houden en de laanbomen in model moesten knippen, maar ook tot taak hadden de meest exotische gewas­sen te verzorgen. Zo groeiden er sinaasappelboompjes en agaves in kuipen en verder perziken en ananas. De kuipplanten werden in de winter in de oranjerie geplaatst. Voor de perzi­ken, druiven en ananas waren speciale kassen gebouwd. In de ananaskassen moesten in de winter kachels gestookt worden om de planten vorstvrij te houden.

De voormalige boerderij verbouwd tot de oranjerie van Zuidwind.


Ook waren er koet­siers, paardenknechten en een uitge­breide staf aan huis­per­soneel. Bij de aanleg van de tuinen en de verbou­wings­werk­zaam­heden hebben veel 's-Gravenzanders arbeid ver­richt. Er zijn rekeningen bewaard gebleven waar­uit blijkt dat arbei­ders voor diverse werkzaamheden per week (toen nog 6 dagen) 5 gulden en 8 stui­vers ver­dienden. Voor o.a. het ver­plaatsen van grond met paard en wagen kreeg Jan van Staal­duijnen op 15 sep­tember 1758 3 gulden per dag.

Na het overlijden van Mr. Hendrik van Slingelandt vond op 2 november 1761 een boedelscheiding plaats. De buitenplaats kwam daarbij in het bezit van zijn zoon Mr. Barthout, rijksbaron van Slinge­landt en Goidschalkxoord, burgemeester van Dordrecht (1731- 1798). Zijn tweede echtgenote was Magdalena Anna Elisabeth van Boetze­laar (1756-1809). Zij woonden permanent op huize Zuijd­wind, beiden zijn op de buitenplaats overleden. Mevrouw de barones Van Boetzelaer overleed op 8 augustus 1809. Bij akte van 12 november 1810 werd de buitenplaats door de executeur van het testament verkocht.

De koper, Willem Hubert junior, betaalde voor het hele complex f 27.000,- met 5% pond­geld aan het gerecht van 's-Gravenzande en Sand- Ambacht en 5% rantsoen aan de notaris te 's-Gravenha­ge. Uit de verkoopakte krijgen we een goed beeld van de toen­malige buitenplaats. Verkocht werd:

"De buitenplaats Zuidwind, met deszelfs Heeren Huizinge, geleegen onder s Gravenzande en zand Ambacht, circa twee uren van den Haag,bestaande dezelve huizinge in verscheidene behan­gene kamers waaronder voornamentlijk uitmunt een met vogels geschilderd behangsel door wijlen den beroemden A.Schouman. Voorts gedeeltelijk met schilderijen boven de schoorstenen en marmere schoorsteenmantels voorzien, benevens verscheidene domesticken kamers, mangelkamer, kapitale zolders, kelders en verdere appartementen en offices, tot eene zeer gedistingueer­de woning behorende. Hebbende hetzelfve gebouw een allerver­rukkelijkst en uitgestrekt uitzigt over een gedeelte der buijtenplaats en de landerijen rondom dezelve gelegen. Wijders een zeer ruime tuinmanswoning en getimmertens tot diverse gebruijken kunnende strekken, orangerie, schuuren, wagenkeet, spaciens koetshuijs en stalling. Zijnde dezelve buitenplaats en zijne bepptinge en beplantinge groot, zeven mergen en vierhonderd roeden, waarvan een aanmerkelijk gedeelte is beplant met zwaarde opgaande beuke en linde boomen gevarieerd wordende en deszelfs laanen door engelsch plantsoen en terras­sen, als ook een menagerie waarin meede een kapitale kom voor watergevogeltens, bevattende wijders moestuijnenn, boomgaar­den, goudvis- en ander vijvers, bloem en grasperken, steenen druijven, persikken en ananaskassen, zijnde de moestuijnen met exquise vrugtboomen van allerlei soort voorzien, alsmede nog den opstand van een watervijzelmolen tot het opmalen van het benodigde water van de plaats en voorts allees wat tot agree­ment en sierraad van een kapitale buijtenplaats kan verstrek­ken. Onder het verkogte wordt verstaan begreepen te zijn de boomen welken op de Herenweg ten westen en ten noorden van de vorengemelde buijtenplaats zijn staande alsmede de twee banken in de kerk te 's-Gravenzande. Voorts een perceel land, groot omtrent acht mergen, gelegen ten westen van de voorgaande partij beplant met zware eijken, beuken ijpe en abeeleboomen, waaronder eenoge zeer bekwaam tot werkhout en een partij hakbaar houtgewas. Voorts met diverse kapitaale laanen, alsook eene met palissade afgeslotene menagerie.".

Kennelijk is de buitenplaats aangekocht voor de sloop. Dit lag ook wel in de lijn van de verwachtingen in die tijd, zo kort na de Franse revolutie toen Nederland verarmd was en bezit uit den boze was.

In 1813 kwam het "gedemolierde" Zuijdwind in het bezit van de heer A.A. de Vries Robbe te 's-Gravenhage. Op de ter­reinen die tot de buitenplaats hebben behoord zijn in later jaren tuinde­rijen aangelegd, o.a. die van de heer Pieter van den Berg. Kennelijk is toch niet het gehele bezit door de familie Van Slingelandt verkocht. In 1833 vond namelijk nog een verhu­ring van een stuk land plaats aan Abraham van Straalen, bouw­man te 's-Gravenzande, door een zaakgelastigde van Agatha Jacoba van Slingelandt, echtgenote van de heer Amede Joannes Maria Ghis­lenus baron Defailly, grondeigenaar te Brussel.

Nu is er niets meer aanwezig van wat eens de buiten­plaats was. In de tachtiger jaren zijn door de Historische Werk­groep Oud 's-Gravenzande de funderingen van het koetshuis opgegra­ven. Rond 1980 werd bij het leggen van leidingen aan de Zuidwind de funde­ring blootgelegd van de in 1753 gebouwde muur. De enige blij­vende herinnering aan de buitenplaats is de straat­naam Zuid­wind en de vreemde bocht in de Zuidwind op de hoek van de Oudelandstraat. Hier begon vroeger de oprij­laan naar het landhuis.

Maquette van de buitenplaats Zuidwind.

Onderdeel van de grote expositie in het Westlands museum is een maquette van de buitenplaats Zuidwind. Deze maquette kon met veel moeite uiteindelijk aan de hand van de vele aquarellen van Schouman gereconstrueerd worden. Rechts de wagenschuur met daarachter kassen mogelijk werden hier de ananassen geteeld. Daarboven is de oude boerderij te zien die in de winter als oranjerie werd gebruikt.

Auteur: Jan Dahmeijer van de Vereniging Oud ’s-Gravenzande


Terug

Deel deze pagina: LinkedIn Google+
TipTop
Gerelateerd
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS