Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie: Een bijzondere 's-Gravenzander

Door: Bas Booister

Gepubliceerd op: zondag 2 februari 2020 09:09


Wekelijks wordt bij ons het huisvuil opgehaald en eens in de maand papier. Verder doen we aan afvalscheiding van glas, plastic en oude kleding en veel overbodige spullen gaan naar de recycling. Vroeger had men weinig afval, eigenlijk alleen kapotte flessen, gebroken aardewerk en de as van het haardvuur. Vaak ging dat in een afvalput of werd als bestrating gebruikt. Hout werd opgestookt en plantaardig en dierlijk afval ging op de afvalhoop op het erf. Bijna alles werd hergebruikt.

In de 19e eeuw werd de as van het haardvuur opgehaald door een "aschman" zoals hierboven met zijn kar en ratel is afgebeeld. Deze prent met allerlei goede wensen staan op een pamflet, dat de 's-Gravenzandse asophaler Geerlof Haaring ter gelegenheid van nieuwjaar 1865 aan zijn klanten in het dorp overhandigde. De bedoeling was dat er dan wat geld gegeven werd als dank voor de in het afgelopen jaar bewezen diensten. Deze pamfletten bevatten een standaard afbeelding, tekst en gedicht en werden bedrukt met de naam van de plaatselijke asman.

Geerlof Haaring was een man die alle 's-Gravenzanders kenden, hij overleed op 26 februari 1885. Hij was jarenlang in dienst van de gemeente en van de kerk (Ned. Hervormde Kerk). Hij leek een wat ruwe, onbeschaafde man maar van aard was hij goedhartig en hulpvaardig. Hij was bijna onvermoeibaar en overal inzetbaar. Van hem kon met recht gezegd worden dat hij een ruwe bolster was met een blanke pit.

Geerlof had een groot aantal taken. Hij was onder andere belast met de straatreiniging in het dorp. Ook haalde hij een paar maal per week met zijn kar huis aan huis de as van het haardvuur op. In de winter moest hij aan de Vaart bijten in het ijs hakken om bij brand bluswater te hebben en strooide hij bij gladheid zand op de straten.

Verder was hij waagmeester, hij woog de varkens van de tuinders in de stadswaag als ze verkocht werden. In het voorjaar werd hij ingeschakeld voor de schoonmaak, dan boende hij de gevels af en maakte de dakgoten van de huizen schoon. Ook was het zijn taak om regelmatig de beerputten bij de 's-Gravenzanders leeg te maken. De beer werd overgeschept in overdekte wagens, die vanwege de stankoverlast pas 's avonds na 10 uur door 's-Gravenzande mochten rijden!

Op zondagen was hij al voor dag en dauw op. Voor de kerkdienst begon moest hij de straten rond de dorpskerk schoonvegen, de klok luiden en de kerkdeuren openen. 's Winters stak hij voor de avonddienst de verlichting in de kerk aan. Bij feestelijkheden hing hij de vlag van de toren van de dorpskerk.



Nadat hij een hele dag gewerkt had was hij 's nachts nog vaak met zijn vishengel aan de waterkant te vinden.

Er werd over hem de anekdote verteld dat, toen hij eens een keer ziek was, hij direct weer herstelde en aan de slag ging toen het bericht kwam dat er een schip op het stand zat. Tenslotte was het zijn taak schipbreukelingen te helpen en gestrande goederen te bewaken. Ondanks zijn ziekte was het zijn eer te na om zijn taak te verzaken.

Over deze bijzondere 's-Gravenzander troffen wij in een oude krant uit 1885 een bericht ter nagedachtenis. Dit opmerkelijke artikel laten wij hier onverkort volgen.

's Gravenzande dd. 5 Maart 1885.

In de registers van den burgerlijken stand is het overlijden ingeschreven van Geerlof Haaring, een man, dien velen beschouwden als sterker dan de sterkste en taaier dan de taaiste. De ruwe, ronde Geerlof is niet meer.

Jaren lang was Geerlof in dienst van gemeente en kerk. De straatreiniging was aan hem opgedragen, het maken van bijten in het ijs, het uitsteken van de vlag uit den toren was zijn werk. Stak er een storm op uit het westen, dan liep Geerlof langs het strand, om daar te zorgen voor alles, wat de zee aanbracht. Moesten de gestrande goederen bewaakt worden, Geerlof was de waker, en 't zou lang duren, eer hij klaagde, dat zijn oogleden zwaar werden.


Boerderij Vlugtenburg waar de strandvonder woonde en de aangespoelde goederen in de schuur werden opgeslagen.

Geen lijk werd begraven, of Geerlof had het graf gemaakt. De boomen van de gemeente en van menigen particulier werden gesnoeid, gehakt en gerooid door hem. In de kerk was hij deurwachter, klokluider, lichtopsteker; het plantsoen van de kerk werd door hem verzorgd. En alsof dat aantal baantjes nog niet groot genoeg was, bekleedde hij bovendien een post, die hem tot een gewichtig man maakte in den drukken aardappelentijd. Voordat iemand anders op was, dikwijls reeds om half een of een ure, was Geerlof op de Vaart aan 't uitzoeken van de honderden leege kinnetjes (kleine manden waarin de aardappelen verzonden werden), die uit Rotterdam en Amsterdam teruggezonden worden. Alle manden te sorteeren naar de letters en verfstreepen, in die vreeselijke wanorde de orde te brengen, waaruit iedere tuinder zijn hoopje bijeen kon vinden, dat deed Geerlof en dat deed hij zoo, dat menigeen bedrukt aan zijn buurman vraagt: "wie zal nu voortaan onze kinnetjes uitzoeken".

Een merkwaardig man was Geerlof Haaring. Wat niemand durfde, dat durfde hij. Wat niemand kon, dat kon hij. Hoe ruw en onbehouwen Geerlof was, hij was hooggeschat door velen. En dat kwam zeker niet weinig daardoor, dat hij dikwijls getoond had, hoe groot en edel zijn hart was.

Menige armere dan hij vond bij hem steun. 't Moet inderdaad grappig, maar niet minder schoon geweest zijn, toen Geerlof eenmaal zijn verontwaardiging luchtte tegen eene commissie, die gecollecteerd had voor de armen, en zijne deur voorbijgegaan was. Mocht hij zijn gulden dan ook niet geven?

Geerlof Haaring is 65 jaar oud geworden. Hij was in de laatste jaren sterk verminderd. Kleinmoedigheid had hij vroeger nooit gekend, maar den vorigen zomer had hij, nadat een pieterman (een zeevis) hem duchtig gestoken had, geweeklaagd, dat nu voor hem ook gauw "een pitje" (een graf) zou moeten gemaakt worden. Zijne jaren en ook zijn onbesuisd voortwerken, als menig ander al lang gezegd zou hebben: "ik kan niet meer", hadden zijn krachten ondermijnd.

Dat was vroeger anders, toen hij den voerman van de diligence, die bij de Loosduinsche Brug tot vertrek naar 'sGravenzande gereed stond, en hem vroeg, of hij een plaatsje op den bok wilde hebben, ten antwoord gaf: "dankje man, ik heb geen tijd!"

Geerlof is dood, maar zijne gedachtenis zal nog lang blijven leven onder de 's-Gravenzanders. Zijne asch ruste in vrede!

Auteur: Jan Dahmeijer van de Vereniging Oud ’s-Gravenzande


Terug

Deel deze pagina: LinkedIn Google+
Gerelateerd
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS