Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie: Het drama van de torpedisten uit Hoek van Holland

Door: Bas Booister

Gepubliceerd op: zondag 24 februari 2019 09:00

Foto: De torpedisten leggen mijnen met hun barkas op de Nieuwe Waterweg


Dat het werk van de manschappen van het Korps Torpedisten bijzonder gevaarlijk kon zijn blijkt uit het drama van 14 oktober 1909. Dit drama had een enorme impact op de bevolking en was dagenlang nieuws in de kranten.

Op donderdag 14 oktober 1909 om 10 uur vertrokken een barkas (een grote sloep) met een duikertoestel aan boord, een vlet (een klein vaartuig van hout of staal) en de sleepboot Torpedodienst II uit de Berghaven te Hoek van Holland naar zee.

De barkas en vlet waren van het Korps Torpedisten uit het garnizoen Den Briel. Aan boord van de scheepjes bevonden zich torpedisten en soldaten van de Pantserfort Artillerie. De barkas en de torpedisten waren vanwege oefeningen te Hoek van Holland gedetacheerd en hadden hun onderkomen in de torpedoloods en het fort. Zij hadden opdracht om langs de kust naar Katwijk te varen en moesten daar het wrak van het vrachtschip ss. “Caledonia” met explosieven opruimen. De mannen waren een week eerder bij het wrak geweest maar door het slechte weer konden zij niet met het werk beginnen. De ruimploeg stond onder commando van de 1e luitenant Johannes Oostrijck. Als duiker ging sergeant C. Stigter uit Den Helder mee.

Het vrachtschip ss. “Caledonia”, ex Schmidborn. voer onder de Nederlandse vlag en werd gebouwd in 1870 op de scheepswerf van Backhouse & Dixon te Middlesbro. Het schip werd 1891 gekocht van E. Harris & Co te Middelsbro door de Nederlandse Stoomboot Mij. Later Wm. H. Müller & Co te Rotterdam. Op 14 december 1894 strandde het schip bij Katwijk, op weg van New Castle naar Rotterdam. Na de stranding brak het schip en ging het verloren.

De torpedisten zouden proberen het wrak van de “Caledonia” te laten springen met hulp van pikrine-zuur. Bij de torpedodienst gebruikte men in die tijd steeds vaker pykrine-zuur in plaats van dynamiet omdat het gebruik hiervan veiliger was dan dynamiet. Pykrine-zuur kon niet worden ontstoken door vuur of een schok. Het explosief werd ook gebruikt als lading voor granaten. Het explosieve goedje was geelkleurig en werd vervoerd in mandflessen van ongeveer 50 liter of in stenen kruiken van 5 kilo. De fles of kruik werd afgesloten met een dubbele kurk. De kurk was doorboord zodat door de opening de geleidingdraden voor de geleiding van elektriciteit konden lopen. Deze draad eindigde in een slagpatroon, welke het gele pykrine-zuur ontstak. De ontsteking vond plaats door een elektrische stroom uit een batterij.

Bij het scheepswrak gekomen bleven de sleepboot en de vlet op een afstand liggen. De barkas ging boven het wrak liggen. In de vlet zat korporaal Van Dijk met drie kanonniers van de Pantserfort-artillerie. Ook had hij twee ladingen pykrine-zuur aan boord. Deze ladingen moesten onder het wrak worden geplaatst. De duiker ging vanaf de barkas te water om twee ladingen op hun plaats aan te brengen. Aan boord bleef een hoeveelheid van 30 kilogram pykrine-zuur achter. Nadat de duiker de lading had aangebracht klom hij weer aan boord, waarna de barkas zich van het wrak zou verwijderen om van een afstand de lading met hulp van elektrische stroom tot ontploffing brengen.

Duiker van de torpedisten gaat te water om een explosieve lading aan te brengen.

Plotseling hoorden de vier mannen in de vlet een zware explosie. Op de plaats waar de barkas lag zagen zij een grote, schuimende, waterkolom tientallen meters omhoog schieten. Door de kracht van het water werd de vlet omhoog geslingerd maar sloeg niet om. Stukken ijzer van de barkas vlogen hoog op en werden naar alle kanten weggeslingerd.

Korporaal van Dijk was, om zichzelf te redden, uit de vlet in zee gesprongen, bang voor de rondvliegende stukken ijzer. Ondertussen was de zee weer tot rust gekomen. De kanonniers waren, verstard door de schrik, in de vlet gebleven. Deze lag nu weer in een vlakke zee. Korporaal Van Dijk was nog bij bewustzijn. Hij zwom weer naar de vlet en klom er in.De bemanning van de vlet ging direct naar overlevenden zoeken. Van de barkas en bemanning was niets meer te zien, wel zagen zij een lichaam drijven. Het was kanonnier-stoker Luypen uit Rotterdam. Men hees hem aan boord van de vlet. Hij was verschrikkelijk verminkt maar leefde nog. Toen hij op de bodem van de vlet lag sloeg hij de ogen op en fluisterde: “Wat is er gebeurt”. Hierna stierf hij. Van de andere opvarenden van de barkas, waaronder de commandant 1e luitenant Oostrijck werd niets meer gevonden. Oostrijck was 28 jaar oud en had een goede staat van dienst. Het zoeken werd gestaakt en de vlet keerde terug naar Hoek van Holland om het lichaam van Luypen aan de wal te brengen en rapport uit te brengen over het ongeval.

De kanonnier-stoker Luypen werd opgebaard in de Torpedoloods te Hoek van Holland. Op het Fort aan den Hoek van Holland werd de Nederlandse vlag in de rouwstand, halfstok, gehesen. De bevolking van de Hoek leefde erg mee. De commandant van het fort kreeg veel bewijzen van deelneming vanuit diverse delen van het land.

Getuige van de explosie was de garnalenvisser Jacob Jonker. Hij lag met zijn vistuig ongeveer 200 meter van de onheilsplek en had alles gezien. Hij vertelde dat de duiker juist het ontploffingstoestel in het wrak had gebracht. Vier manschappen stonden op de barkas aan de windas, de officier stond bij hen. Toen volgde de ontploffing en hij zag het water omhoog spuiten met een wolk van rook. Toen de wolk was voorbij gedreven, zag hij van de tien personen er nog vier in de vlet. Zij voeren weg in de richting van de sleepboot maar kwamen even later terug, blijkbaar om naar de lichamen te zoeken maar zij vonden niets.

Ontploffing van een explosieve lading.

Aantreffen van de omgekomen militairen
De dagen na het drama spoelden bij Wassenaar en Scheveningen delen van lichamen aan. Men kon vaststellen dat dit delen waren van omgekomen bemanningsleden van de barkas. Zo spoelde vrijdag te Wassenaar het lichaam aan van sergeant-majoor Vreugdenhil waarna dit werd overgebracht naar het lijkenhuis aldaar.

Maandag 18 oktober werd het lichaam van Luypen om half elf door een stoombootje van de Torpedodienst van Hoek van Holland overgebracht naar Den Briel. De kist stond op het achterdek, bedekt met de Nederlandse vlag. Ook het lichaam van Vreugdenhil werd per boot naar De Briel gebracht.

Die middag vond de begrafenis plaats van beide mannen. Om half twaalf zetten de stoet zich in beweging. Bij elke lijkwagen bevond zich een detachement torpedisten en artilleristen onder bevel van een luitenant.

Prachtige bloemen kransen, waaronder die van de torpedisten, bedekte de kisten. Vanwege het ministerie van Oorlog was aanwezig de kapitein der artillerie Blokhuis. Ook de inspecteur der artillerie en de marinecommandant van Hellevoetsluis waren aanwezig evenals het gemeentebestuur van Den Briel en vele andere autoriteiten. Toespraken werden gehouden door majoor Fabius, commandant Torpedodienst, de heer Lette, burgemeester van Den Briel en de inspecteur der artillerie.

Op verzoek van beide families werd de begrafenisplechtigheid gehouden zonder militaire muziek en saluutschoten.

Dezelfde dag spoelde op het strand bij IJmuiden het ongeschonden lichaam aan van milicien B. Visser, afkomstig uit Scheveningen.

Op maandag 25 oktober spoelde, binnen de pieren van IJmuiden, het lichaam van sergeant-schipper C. Smits aan. Nog dezelfde dag werd het per trein naar Den Briel vervoerd. Op alle militaire objecten en schepen werden de vlaggen halfstok gehesen.

Sergeant-schipper Smits werd in de ochtend van 27 oktober op dezelfde manier als de anderen te Den Briel begraven. Langs de route van de stoet waren veel woningen gesloten. Ook deze begrafenis vond plaats zonder militaire muziek en saluutschoten.

De sleepboot Torpedodienst II was met een barkas op sleeptouw naar Katwijk gegaan. Op de barkas stond een duikertoestel en aan boord was een duiker van Rijkswaterstaat. Men zou een onderzoek gaan instellen in en rond het wrak van de “Caledonia” omdat men vermoedde dat het lichaam van de omgekomen sergeant-duiker Stigter door het gewicht van zijn zware duikerpak nog in of bij het wrak zou liggen. Het wrak van de barkas was boven op het wrak van de “Caledonia” terecht gekomen.

Woensdag 27 oktober werd het lichaam van de duiker Stigter op het strand van Noordwijk aan Zee gevonden. Hij werd door collega’s en een chef herkend aan zijn duikerspak en militaire nummers op de kleding. Door de reddingboot werd het lijk overgebracht naar een barkas van de torpedodienst en hierna naar Den Helder vervoerd waar hij in het Marine-hospitaal te Nieuwendiep werd opgebaard.

Sergeant-duiker Stigter werd op vrijdag 29 oktober in Den Helder met bijzondere militaire eer begraven. De stoet vertrok om 10 uur onder grote belangstelling van het Marine-hospitaal, vooraf gegaan door het stafmuziekkorps van de Marine en detachementen van het korps torpedisten, de pantserfortartillerie, de infanterie, de marine en de kameraden van Stigter.

Tijdens de mars naar de begraafplaats en op de begraafplaats speelde het stafmuziekkorps treurmarsen. Op de begraafplaats hield zijn voormalige chef, kapitein J.N. Boom een toespraak en bracht hulde aan deze jonge man die was gevallen bij het vervullen van zijn plicht waarna er door de militairen saluutschoten werden gelost.

Vrijdag 12 november om 04 uur spoelde het lichaam van luitenant Oostrijck aan op het strand van Wijk aan Zee. Na identificatie werd het lichaam de volgende middag overgebracht naar Den Haag.

Op zondag 14 november werd 1e luitenant J. Oostrijck op de begraafplaats Nieuw Eikenduinen te Den Haag begraven. De stoet vertrok om 11 uur vanuit zijn woonhuis aan de Nassau-Odijckstraat. Er waren veel hoge officieren, onderofficieren en manschappen aanwezig. De minister van oorlog werd vertegenwoordigd door de kapitein der artillerie Logger, verder waren er generaal De Meester, commandant veldleger en gouverneur der residentie, generaal De Bordes, inspecteur der vestingartillerie, generaal Becking, inspecteur der genie, majoor J.F. Fabius commandant korps torpedisten en vele anderen. Er werden veel bloemen op het graf gelegd. Ook werden er veel lovende woorden gesproken over luitenant Oostrijck, die met en studie zou aanvangen aan de Hogere Krijgsschool.

Conclusie
Uit het rapport van korporaal Van Dijk en het onderzoek door deskundigen bleek dat waarschijnlijk één van de twee ladingen pykrine-zuur onder het wrak door de een of andere oorzaak werd losgewoeld. Toen de barkas zich van het wrak verwijderde dreef de zuurlading met de barkas weg. De ladingen waren nog door middel van electrische draden met de barkas verbonden. Het laten ontploffen van de explosieven gebeurde namelijk door middel van electriciteit. De lading onder de barkas ontplofte en daarmee ook de overgebleven 30 kilogram pycrine-zuur in de barkas.

Door het noodlottige ongeval zijn zes militairen tijdens de uitoefening van hun plicht gestorven, dit waren:

  1. 1e luitenant Johannes Oostrijck, geboren 10 mei 1880 te Etten, wonende te Den Haag, gehuwd, 2 kinderen.

  2. Sergeant-majoor Herman Leendert Vreugdenhil, geboren 14 januari 1864 te Monster, wonende te Den Briel, gehuwd, 3 kinderen.

  3. Sergeant-schipper Cornelis Hendrik Smits, geboren 29 augustus 1871 te Piershil, wonende te Den Briel, gehuwd, 1 kind.

  4. Sergeant-duiker C. Stigter, ongehuwd, wonende te Den Helder.

  5. Milicien B. Visser, ongehuwd, wonende te Scheveningen.

  6. Kanonnier-stoker, Luijpen, wonende te Rotterdam.


Bronnen:
Diverse kranten van de database “Delpher”, o.a.:
De Telegraaf, d.d.15-10, 13-11 en 15-11-1909, Tilburgsche Courant, 16 – 10 – 1909.
Algemeen Handelsblad, 15-10, 16-10, 27-10, 13-11 en 15-11-1909, Vliegend blaadje, nieuws- en advertentiebode voor Den Helder, 16-10-1909, De Tijd, godsdienstig –staatkundig dagblad, 19-10, 21-10, 28-10 en 13-11-1909. Haagsche Courant, 19-10 en 15-11-1909, Haarlem’s Dagblad, 29-10-1909 en Het Centrum, 26 oktober 1909.
De Nederlandsche Strydmacht en hare Mobilisatie in 1914. Kapitein J. Kooiman, Uitg. J. Muuses en Herman de Ruiter te Purmerend. Sept. 1915.

Foto’s:
De Nederlandsche Strydmacht en hare Mobilisatie in 1914. Kapitein J. Kooiman, Uitg. J. Muuses en Herman de Ruiter te Purmerend. Sept. 1915.

Auteur: D. Ruis, historisch onderzoeker, St. Fort a/d Hoek van Holland/bunker Bremen en Historisch Genootschap Hoek van Holland.


Terug

Deel deze pagina: LinkedIn Google+
TipTop
Gerelateerd
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS