Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie

Filteren op datum:
        
Streekhistorie: De eerste veertien dagen van burgemeester Kramers zondag 29 maart 2020 09:09

Streekhistorie: De eerste veertien dagen van burgemeester Kramers

Alle evenementen en activiteiten rond Dodenherdenking en Bevrijdingsdag zijn dit jaar afgelast. Natuurlijk wordt er twee minuten stilte gehouden op 4 mei, maar het jubileumjaar van de bevrijding wordt niet in mei gevierd. De expositie van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul over oorlog en bevrijding in de twee dorpen wordt verplaatst naar december 2020. Om toch in de aanloop naar 4 en 5 mei aandacht te blijven houden voor deze periode, volgt hieronder een verslag van waarnemend burgemeester Richard Kramers over de eerste twee weken na de bevrijding dat hij stuurde aan de Commissaris der Koningin. De tekst is letterlijk overgenomen. Aan den Heer Commissaris der Koningin in de provincie Zuid-HollandVerslag. Wateringen, 19 mei 1945.Bij schrijven van 15 Mei j.l. zond ik u bericht, dat ik op Maandag 7 dezer de functie van loco-Burgemeester van Wateringen heb aanvaard. Ik veroorloof mij thans u een kort verslag aan te bieden van hetgeen door mij in de afgeloopen dagen is verricht en van hetgeen in deze gemeente is voorgevallen.Op Maandag 7 Mei 1945, des morgens om 9 uur, heb ik de taak van Burgemeester dezer gemeente op mij genomen. Tijdens een conferentie betreffende het verkrijgen van turf ten behoeve van de bakkers en de centrale keuken, verscheen de heer W.J. Boxce, de door de Duitschers tot Burgemeester van Wateringen benoemde N.S.B.-er. Ik heb dezen de gewijzigde omstandigheden onder het oog gebracht en heb hem verzocht de daaruit volgende conclusies te trekken. W.J. Boxce heeft mij hierop de noodige sleutels en bescheiden overhandigd en de onder hem rustende voorschotkas overgedragen. Hierna is de heer Boxce - met de arrestatie van N.S.B-ers e.a. was alhier nog geen aanvang gemaakt - naar zijn huis te Rijswijk teruggekeerd. Naar mij werd medegedeeld, is hij op Woensdag d.a.v. in verzekerde bewaring gesteld.W.J. Boxce, burgemeester van Wateringen 1942-1945Op Maandagmiddag is een begin gemaakt met de arrestatie van N.S.B-ers. Voor zoover door mij is kunnen worden geconstateerd, heeft deze arrestatie op behoorlijke wijze plaats gevonden, zonder onnoodige of minder passende demonstraties. Ook de bevolking gedroeg zich zooals het aan Nederlanders past.Contact met de N.B.S. en met de Kon. Marechaussee is door mij eerst verkregen op Woensdag, 9 Mei, als gevolg van een uitnoodiging mijnerzijds aan de betreffende commandanten tot eene bespreking van den gang van zaken en van de te nemen maatregelen. Bovendien heb ik Woensdagmiddag aan den commandant der N.B.S. als mijn wensch te kennen gegeven, dat het kaalknippen der vrouwen, die in bewaring waren gesteld, althans niet in het openbaar zou plaats vinden. Ik meende in het in het openbaar kaalknippen te moeten zien een onnoodige demonstratie, welke bovendien de gedurende de laatste jaren toch reeds niet verbeterde moraliteit onder de jeugd niet ten goede zou komen. Aan mijn wensch is gevolg gegeven, het kaalknippen heeft niet in het openbaar plaats gevonden.De eerste dag na de bevrijding werden vrouwen en meisjes, die tijdens de bezetting omgang hadden gehad met de Duitsers, in het openbaar kaalgeknipt. Dit werd hierna niet meer toegelaten.In den avond van Woensdag 9 Mei heeft er echter een voorval plaats gevonden, dat ik meende niet zonder meer te mogen laten passeeren. U gelieve te dezen aanzien hierbij aan te treffen een afschrift van een terzake door de Kon. Marechaussee opgemaakt rapport. Ik heb mij veroorloofd mij mondeling hieromtrent te verstaan met den Gewestelijk Commandant der N.B.S. te den Haag, die tegenover mij zijn afkeuring over het gepasseerde heeft uitgesproken en de Districts-commandant Westland voor eene verantwoording heeft opgeroepen.Op Donderdag, 10 Mei 1945, moest worden gezorgd voor een inkwartiering en legering in tenten van plm. 250 man Canadeesche troepen. Drie groepen van ruim 60 man werden in tenten ondergebracht resp. aan den Kwintsheulweg en op weiden aan den Noordweg. Deze groepen zijn inmiddels vertrokken. Ingekwartierd zijn alhier nog 25 man in het gesticht “Huize Sint Jan” en 20 man bij particulieren aan den Ambachtsweg. De ontvangst dezer troepen door de bevolking was allerhartelijkst. De soldaten gedragen zich correct en een prettige sfeer van vriendschap is ontstaan.Ontvangst van de Canadezen in het raadhuis van Wateringen, waar de nieuwe burgemeester Richard Kramers (midden met bril) speciaal Piet van der Doef (links van hem met bloemen) welkom heette, die als geboren Wateringer in dienst van de Canadezen met hen in de eerste groep ons dorp binnentrok.De moeilijkheden der voedselvoorziening werden in de week der bevrijding door de inwoners met opgewektheid verdragen. Toen echter in het begin van deze week nog slechts zeer weinig van de toegezonden voedselvoorraden in distributie waren gebracht, begon de stemming onder de inwoners met den dag onrustiger te worden. De eerste helft dezer week was dan ook uit het oogpunt der voedselvoorziening de slechtste die gekend is.Op 11 Mei j.l. werd onopzettelijk een inwoner dezer gemeente door een lid der N.B.S. doodgeschoten. Dit ongeluk moet m.i. worden gemeten aan de gebrekkige geoefendheid met het wapen van de betrokken N.B.S.-er, die zich van het gevaar aan vuurwapenen verbonden niet voldoende bewust is geweest. Deze aangelegenheid is in onderzoek bij de politie in ’s-Gravenhage (Loosduinen), in welke gemeente het ongeluk plaats vond. De N.B.S. draagt thans geen geladen sten-guns meer en is niet meer dan strikt noodig bewapend.Reeds op Zaterdag 12 Mei j.l., had ik mij om voorziening hierin gewend tot de A.V.A., Hooftskade 1 te den Haag. Mijn ervaring met deze instantie kan, gezien ook het feit, dat ondanks toezegging niets werd bereikt, niet prettig worden genoemd. Dank zij echter het ingrijpen van het Militair Gezag konden 17 en 18 Mei reeds voedselvoorraden in grooter omvang onder de bevolking worden verdeeld, hetgeen de gemoederen reeds terstond tot rust bracht.Op het oogenblik maakt de huisvesting van de inwoners der gemeente voor mij een onderwerp van studie uit. Ten gevolge van evacuatie van andere gemeenten naar Wateringen zijn er hier en daar noodzakelijkerwijze samenwoningen ontstaan, welke moeilijk gehandhaafd kunnen blijven. Ik verwacht hierin, dank zij het vrijkomen van eenige woningen van N.S.B-ers, een oplossing te kunnen vinden.Ik moge hopen, dat het bovenstaande verslag U een inzicht zal hebben gegeven, van hetgeen gedurende de laatste 14 dagen te Wateringen is gepasseerd.De Burgemeester van Wateringen.R.A. Kramers. Dit was een bijdrage van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer
Streekhistorie: Het gif van de pandemie zondag 22 maart 2020 08:08

Streekhistorie: Het gif van de pandemie

Coronavirus 20 maart 2020… Mensen lopen schichtig met een grote boog om elkaar heen. RIVM adviseert: “Minstens 1,5 m. afstand houden, in je elleboog hoesten en niezen, regelmatig handen wassen, (sociale) contacten beperken, werk thuis, BLIJF THUIS!” Spaansche Griep/Spaanse Ziekte/Hongerziekte 1918, zo’n 100 jaar geleden… De Gezondheidscommissie te Naaldwijk adviseert: “Bezoekt geen vermakelijkheden of vergaderingen in overvolle zalen. Weest rein op uw lichaam, uw kleeren en uw woningen!” 2020 is het jaar waar later de geschiedenisboeken vol van zullen staan, het jaar waarin de wereld moest strijden op leven en dood tegen een onzichtbare vijand: ‘Pandemie Corona’! De Spaanse griep in cijfersEens in de 100 jaar heeft de wereld te kampen met een nieuwe pandemie, een epidemie van wereldformaat. De laatste grote pandemie was de Spaanse griep in 1918. Dit was het laatste en naarste jaar van de Eerste Wereldoorlog (WO 1: 1914-1918). Wereldwijd zijn er naar schatting tussen de 25- en 100 miljoen dodelijke slachtoffers gemaakt. In Nederland waren er ruim 40 duizend. Beide wereldoorlogen eisten respectievelijk 19- en 60 miljoen levens. Er zijn dus meer mensen aan ziekte gestorven dan aan oorlogsgeweld. Ofschoon je wel kunt stellen dat oorlogen en hongersnood en slechte huisvesting voor een razendsnelle verspreiding van virussen zorgen en dus medeschuldig zijn. De pandemie Spaanse griep en haar impact op onze wereldgeschiedenis zijn tot nu toe altijd onderbelicht gebleven in onze historische beschrijvingen. Huidige wetenschappelijke onderzoekers menen dat toen de Spaanse griep in 1920 was ‘uitgeraasd’ bijna 1 op de 3 wereldburgers ziek was geweest. Op een wereldbevolking van toen 1,8 miljard betrof dat 500 miljoen mensen! Corona De nieuwste pandemie, die nu ook sinds kort Nederland heeft bereikt, heet corona. Westland kent nu nog maar 4 inwoners die besmet zijn met het coronavirus, maar hoeveel zijn het er op het moment dat u dit artikel leest? Virus betekent ‘vergif’ in het latijn. Laten we hopen dat we snel het juiste ‘antigif’ voor corona vinden. Besmetting vanuit de dierenwereldBeide virussen vinden hun oorsprong in de dierenwereld. De Spaanse griep is waarschijnlijk via vogels en varkens bij de mens terechtgekomen, ook veel paarden waren besmet. Corona is vermoedelijk afkomstig van vleermuizen. Binnenkort weten we hopelijk alles over deze nieuwe ziekte en zijn we in staat om het virus onder controle te houden. Uiteraard zijn er grote verschillen tussen beide virussen, maar het loont de moeite om het omgaan met griepepidemieën toen en nu te vergelijken. Gemiddeld sterven er jaarlijks door gewone griep zo’n 250.000 tot 500.000 mensen. Ziekte als wapen in oorlogstijdDe Spaanse griep ontstond niet in Spanje (dit land was neutraal tijdens WO 1), maar dankt haar naam aan het feit dat het Spaanse journalisten waren, die de eerste berichten over deze nieuwe ziekte de wereld instuurden. De griep is waarschijnlijk ontstaan op een Amerikaanse legerbasis via een besmetting van dieren op mensen. Daarna is de besmetting doorgegeven van mens tot mens en via honderdduizend militairen in overvolle schepen vanuit de VS naar Frankrijk getransporteerd. Talloze jonge Amerikaanse soldaten kwamen daar in smerige loopgraven en volle kazernes terecht, ook samen met andere geallieerde manschappen. Het virus had vrij spel! En steeds werden er nieuwe troepen getransporteerd naar het front, die ook besmet raakten. Een explosie van ziektes. Een andere theorie meldt dat Chinese arbeiders, die de geallieerden hielpen bij de aanleg van de loopgraven, het virus (als varkensvirus) meenamen uit China. Weer een andere theorie meldt dat het virus in Europa zelf is ontstaan, in een legerkamp in het Noord-Franse Étaples. Talloze soldaten, burgers, pluimvee (kippen, ganzen en eenden) en varkens zaten daar op een kluitje opeengepakt en besmetten elkaar over en weer. De verspreiding naar de nabije omgeving voltrok zich razendsnel. Ziektes stoppen helaas niet bij landsgrenzen… Daarbij kwam ook nog dat deze nieuwe ziekte onvoldoende of zelfs helemaal niet bestreden werd. De geallieerde landen hadden er alle belang bij om de ziekte-explosie te verzwijgen of te bagatelliseren. Vijand Duitsland mocht niet denken dat een eindoverwinning nu makkelijk te behalen was. De Duitsers hadden net zo goed te lijden van de Spaanse griep. Zij noemden het ‘De Vlaamse griep’. Uiteindelijk ging het erom de zieke, sterk verzwakte legers niet verder te laten verslappen. Degene die steeds verse manschappen kon aanvoeren, zou winnaar worden. De aanvoer vanuit de VS ging daarom non stop door met instemming van de Amerikaanse president Wilson. Zelfs toen Wilson wist dat zijn jonge soldaten vrijwel zeker aan de griep zouden bezwijken. Duitsland daarentegen kreeg geen nieuwe manschappen meer doorgestuurd via het thuisfront! Het einde van WO 1 naderde. Geen aflossing betekende de nekslag voor de uitgeputte Duitsers. Half juli 1918 waren er in Frankrijk 1 miljoen Amerikaanse militairen. Bijna 60.000 daarvan zijn door ziekten (hoofdzakelijk griep) overleden. De Spaanse griep in NederlandIn juli 1918 breekt de griep officieel uit in Nederland. De eerste griepgolf (in juli, augustus en september) en de tweede golf (in oktober, november en december) eisten in Nederland in totaal 17.396 slachtoffers. Een enorme stijging van het sterftecijfer. De griep sloeg vooral toe onder het jonge, sterkste en gezondste deel van de bevolking: de groep 15 tot 30 jarigen, en niet, zoals gebruikelijk, vooral bij kinderen en ouderen. Baby’s en peuters tot en met 4 jaar hadden meestal nog genoeg antilichamen(immuniteit) bij zich dankzij de borstvoeding van hun moeders. Zouden de ouders/grootouders van 1918 meer weerstand hebben gehad dan hun oudere, jong volwassen kinderen vanwege eerdere, meer onschuldige circulerende griepvormen in de jaren vooraf? En daardoor minder risico hebben gelopen? Kan het zijn dat deze griep juist toesloeg bij jonge volwassenen, omdat hun sterkere immuunsysteem te fel reageerde op de binnendringende ziektekiemen waardoor ze stierven? Hoe fel zal dan het immuunsysteem te keer zijn gegaan van hun leeftijdgenoten onder de jonge Amerikaanse soldaten die royaal ingeënt waren tegen allerlei ziektes (zo’n 14 tot 26 vaccinaties per persoon)vlak voordat ze op transport gingen naar Frankrijk? Waarschijnlijk werd door al die vaccinaties hun immuunsysteem zodanig beïnvloed dat zij juist nog meer dan normaal het risico liepen om de Spaanse griep te krijgen! Hoog sterftecijfer Westland in 1918Er is helaas weinig onderzoek gedaan naar de regionale spreiding van de sterfte als gevolg van de Spaanse griep. Maar wel is in kaart gebracht dat het Westland naar verhouding een hoog sterftecijfer had in 1918. Gemeente Naaldwijk meldde op 14 december 1918 dat naar schatting zo’n 1000 ingezetenen aangetast waren door de Spaanse griep. De eerste griepgolf in milde vormBegin 1917 beweerden adverteerders in Westland nog dat je een griep prima kon bestrijden met pakjes kruiden van Jacoba Maria Wortelboer. Die pakjes waren verkrijgbaar bij vele apothekers, alle drogisten en bijna alle andere winkeliers. En flessen abdijsiroop niet te vergeten. De bestrijding met alcoholhoudende drank(jenever) bleek ook hier zijn vruchten af te werpen. Er braken goede tijden aan voor kwakzalvers! De reguliere geneeskunde en de gezondheidsdienst kregen niet altijd het vertrouwen dat ze nodig hadden.De militairen van de land- en zeemacht waren de eerste slachtoffers van de nieuwe griep. In juli 1918 werd in Hoek van Holland een deel van de Holland Amerika Loods als hospitaal voor hen ingericht om te herstellen.Hoewel de nieuwe griep zich in eerste instantie niet ernstig liet aanzien, breidde de ziekte zich in augustus 1918 uit. Het postkantoor in Naaldwijk werd ‘s middags van 2 tot 5 uur gesloten wegens ziekte onder het personeel en dit kwam bij meer bedrijven voor. Over ‘s Gravenzande meldde op 3 augustus 1918 de Westlandsche Courant: “De gevallen van Spaansche Griep nemen hier sterk toe, er komen huisgezinnen voor, waarvan bijna allen de onaangenaamheden van deze ziekte ondervinden. Het zij dan ook een ieder aangeraden om, als men niet door bijzondere omstandigheden moet omgaan met een lijder van deze, zich snel verspreidende ziekte, uit den weg te blijven; het ontwijken van een zieke mag niet aangemerkt worden als een onhartelijkheid tegenover de zieke, integendeel, als een voorzorgsmaatregel tegen eigen besmetting en daarmee gepaard gaande verspreiding.”Eind augustus 1918 overleed het eerste slachtoffer van deze griep. Dacht men begin september nog dat de Spaanse ziekte zo goed als geweken was en dat zij gelukkig niet lang en streng had geheerst, halverwege september kwam men hier op terug. Er kwam toch weer een uitbreiding, die vooral de burgerij in de verschillende Westlandse dorpen trof. In sommige gezinnen waren wel 4 of 5 leden tegelijk ziek. Maar ook de zakenwereld kampte steeds vaker met ziek personeel. Deze ziekte was dus duidelijk onderschat.De tweede griepgolf kwaadaardigerIn oktober 1918 was de ziekte op zijn hoogtepunt. In het algemeen zocht men de oorzaak van deze ziekte in de onvoldoende en slechte voeding van de laatste tijd. Slechte woningtoestanden speelden ook een rol. De Spaanse ziekte werd daarom al snel ‘hongerziekte’ genoemd. Men dacht toen nog dat alle soorten griep door een bepaalde influenza-bacterie werden veroorzaakt. Bacteriën kende men wel, die waren per microscoop waarneembaar, maar niemand kende het bestaan van virussen. Virusdeeltjes werden pas in 1933 ontdekt als verwekkers van vele soorten griep. Virussen lijken op bacteriën maar zijn veel kleiner: kleiner dan het 5000ste deel van een millimeter! Penicilline, antibiotica of griepvaccins bestonden nog niet. In de Westlandsche Courant van 25 november 1918 (einde WO 1) adviseerde een geneesheer dat je de ziekte Spaanse Griep prima kon voorkomen door zich zowel van boven als van onderen goed warm aan te kleden. De tegenwoordige kleding van de dames was onvoldoende : zelfs zonder griep-epidemie stonden zij al bloot aan een longontsteking! Vanwege de grote schaarste aan wollen stoffen kon men heel goed kranten- en pakpapier als tussenkleding voor borst en rug bezigen. Ook het bevorderen van de darmstofwisseling door laxeermiddelen, zelfs bij regelmatige functie, werd als een goede preventie gezien! 13 november 1918 maakt men melding van 5 sterfgevallen in Naaldwijk door de Spaanse griep: 2 slachtoffers in ‘s Gravenzande en 3 sterfgevallen in Monster, waaronder een vader met zijn zoon.Op 4 december 1918 meldt de Westlandsche Courant over Poeldijk: “De Spaansche griep neemt hier wel af, doch niet in hevigheid zelf. De ziekte is menigmaal kwaadaardiger en gevaarlijker dan aanvankelijk.” Het virus van de Spaanse griep bleek van een aanvankelijk milde vorm, waarbij de mensen een paar dagen ziek waren en er weinig doden vielen snel te kunnen veranderen (muteren) naar een dodelijke variant. Het virus kon zelf erfelijk materiaal uitwisselen en werd gevaarlijker. De complicaties werden daardoor heftiger. Het virus tastte direct de longen aan. Een groot deel van de patiënten stierf daardoor binnen 24 uur een snelle en afgrijselijke dood. De derde griepgolf : nieuwe slachtoffers.De derde griepgolf ontstond na de Duitse capitulatie en reisde eind november 1918 en begin 1919 mee met alle honderdduizenden soldaten die huiswaarts keerden en hun gezinnen, familieleden en vrienden in de armen sloten. De feestelijke massabijeenkomsten om de vrede te vieren droegen bij aan een razendsnelle verspreiding van dit besmettelijke virus. De Spaanse griep kan zelfs een ingrijpende rol gespeeld hebben bij de afrekening met Duitsland tijdens de vredesonderhandelingen in Versailles. Veel politici en diplomaten waren in de lente van 1919 ziek geworden. Ook de machtige Amerikaanse president Wilson was slachtoffer van de Spaanse griep en kon niet naar Versailles komen. De wel aanwezige geallieerde partners, de Europese landen, legden Duitsland ongenadig zware sancties op met forse herstelbetalingen. Was de diplomatieke Wilson er wel bij geweest dan zou Duitsland er vermoedelijk genadiger van af gekomen zijn. Nu bleef Duitsland vol wraakgevoelens achter. Zo werd onbedoeld een stevige voedingsbodem gelegd voor het ontstaan van een nieuwe oorlog van wereldformaat: WO 2. Een virus zonder eindeOp 12 november 1919 staat in een bericht over Naaldwijk te lezen: “De Spaansche griep heeft wederom haar intrede gedaan in het dorp. In enkele gezinnen komt de ziekte al voor en men spreekt al van een geval met doodelijke afloop. Maandag kwam daar een tweede geval bij: in een gezin stierven twee broers enkele dagen na elkaar.” In 1920 maakt de Spaanse griep haar laatste slachtoffer. Ze was toen ‘uitgeraasd’. Voorgoed verdwijnen doet ze echter niet. Rond 1975 blijkt o.a. in de VS nog een influenza-A-virus in een varkensstapel in de VS te circuleren dat de Spaanse griep pandemie van 1918 veroorzaakte. Haar gif leeft dus voort. Als influenzavirus kan zij immers telkens een nieuwe vermomming kiezen : muteren!Wie de Spaanse griep overleefde hield er vaak psychische aandoeningen als depressie en schizofrenie aan over. Ook kinderen, die de Spaanse griep in de baarmoeder hadden doorstaan, kregen later meer gezondheidsproblemen dan anderen.Dit valt ook te lezen in de brief van een schoondochter in de krant ‘De Westlander’ van 25 januari 1952 in de rubriek ‘Met Raad en Daad‘. Zij stelt daarin de volgende vraag: “Mijn schoonvader vervulde in 1919 zijn militaire dienstplicht, werd toen slachtoffer van de heersende spaanse griep. Hij is zodoende zijn gehele leven lijdende aan een geestesstoornis, die op geregelde tijden terugkeert. Kan mijn schoonvader nu voor pensioen in aanmerking komen volgens een, naar ik gehoord heb in 1945 gewijzigd wetsontwerp? Zo ja, kunt u mij het adres geven waartoe ik mij kan wenden?” Antwoord van de redactie: ”Een desbetreffend wetsontwerp is ons niet bekend. De ziekte van uw schoonvader is niet ontstaan door de dienst (spaanse griep kan iedereen krijgen). Wij raden u echter aan een brief aan het Ministerie van Oorlog te schrijven, afdeling Pensioenen te den Haag. Leg alle u ter beschikking staande bewijsstukken over. Vermeld ook of uw schoonvader al of niet gewerkt heeft, en zo neen, waarom niet. Geef ook de ouderdom op. Deze zaak zal dan ongetwijfeld degelijk worden onderzocht.”Uit degelijk onderzoek blijkt dat de bevolking zich na de Spaanse griep snel herstelde. De overlevenden gingen met volle energie verder: er volgde wereldwijd een babyboom!Hopelijk geeft een ‘uitgeraasd’ coronavirus dadelijk aanleiding voor nieuwe ‘muterende’ inzichten hoe wij met onze kwetsbare mensheid om dienen te gaan…en dan ook met geboortebeperking!Met dank aan alle bronnen voor dit artikel. Auteur: Corrie Stolk namens Historische Vereniging Naaldwijk Honselersdijk Bronnen:Wikipedia w.b. trefwoorden als Spaanse Griep, pandemie, epidemie, influenza, virussen enz…Historisch Nieuwsblad artikel 48851 ‘De sluipmoordenaar van WO 1.: De Spaanse Griep’Historiek.net 79002: Pandemie 1918 Spaanse GriepSpaanse Griep en WO 1., het drama van 1918 door Eric MeckingHistorisch Archief Westland (HAW): * Beeldmateriaal door Jolanda Faber*Selectie berichten Westlandsche Courant door Els Spaargaren ‘ De Spaansche Griep 1918’ (Naaldwijk en Honselersdijk)Westlandsche Courant: Westland algemeen: *13-01-1917 blz. 12 *20-07-1918 blz. 1+2 *03-08-1918 blz. 1 *13-11-1918 blz. 1 *23-11-1918 blz. 2 *04-12-1918 blz. 5 *28-12-1918 blz. 4De Westlander: * 25-01-1952 blz. 15 Rubriek Raad en Daad : ‘Brief van een schoondochter’ * 18-07-1958 blz. 11 ‘Giftanden van de griep zijn uitgetrokken’ * 22-11-1963 blz. 14 ‘Veel voorkomende virusziekten’ dr. Alfreda BriedéTwitter HAW 17 maart 2020 : ‘Advies van de Gezondheidscommissie te Naaldwijk 1918’Volkskrant 13-03-2020 door Cor Speksnijder ‘Het coronavirus wordt vergeleken met de Spaanse griep. Maar de verschillen zijn groot.’ En De Volkskrant Wetenschapsnieuwsbrief.De biometer in kaart gebracht, zuigelingen- en totale sterftecijfers voor Nederlandse gemeenten, 1812-1939 blz. 21 t/m 32 door F. van Poppel en E. Beekink Coronacrisis: online platform voor hulpbehoevende Westlanders 15 maart 2020 WOSTwitter HAW 17 maart 2020: Advies Gezondheidscommissie te Naaldwijk 1918
Lees meer
Streekhistorie: Vafamil camping Hoek van Holland zondag 15 maart 2020 09:09

Streekhistorie: Vafamil camping Hoek van Holland

Bij veel bewoners van het dorp Hoek van Holland en omgeving was het weinig bekend dat er, diep verscholen in de prachtige duinen van Hoek van Holland een camping voor militairen en hun familie was gelegen. Deze Vafamil camping was gevestigd aan de Strandweg 15, in het zogenoemde ‘Vinetaduin’ te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam. Het terrein was eigendom van het Rijk en het in beheer bij de Stichting Vakantie Faciliteiten Militairen (VAFAMIL) gevestigd te Den Haag. Deze stichting werd begin 1960 opgericht en beheerde een aantal campings, jachthavens en een reisbureau.De stichting werd opgericht ten behoeve van defensiepersoneel voor het uitoefenen van vakantie- en vrijetijdsbesteding.In die tijd, de jaren 1950 en ’60 waren de lonen van de ambtenaren erg laag in vergelijking met overige werknemers in het land. De toenmalige regeringen wilde deze lonen niet verhogen daarom zocht men op de departementen naar andere mogelijkheden om het personeel tegemoet te komen. Men besloot om op de militaire oefenterreinen hoekjes ter beschikking te stellen voor sta-caravans. Hier konden de mensen tegen zeer lage kosten een plaats krijgen of een huisje huren. Entree met receptie/recreatie gebouw. (G. v.Geffen)In 1963 werd te Hoek van Holland een hoek van het defensie terrein ingericht als militaire camping ten behoeve van de VAFAMIL. Het terrein, waarin een grote concentratie bunkers uit de Tweede Wereldoorlog ligt, was in het kader van de zogenaamde “Koude Oorlog” in gebruik bij de Koninklijke Marine. Het terrein te Hoek van Holland lag binnen het zogenaamde ‘Spanjaardsduin’. Bij de bevolking beter bekend onder de Duitse naam ‘Vinetaduin’. Het terrein is ongeveer 3 ha. groot en bood plaats aan 35 sta- seizoenplaatsen voor caravans en 5 volledig ingerichte stacaravans.De kantine en het kantoor van de beheerder van de camping waren gevestigd in een grote houten barak. Deze barak was een overblijfsel van de 9 barakken welke waren gebouwd in 1935 ten behoeve van de Nederlandse kustbatterij V. Deze batterij bestond uit 4 geschut kazematten met 4stukken 15cm kustgeschut en een vuurleiding kazemat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers een aantal barakken gesloopt om plaats te maken voor de bunkerbouw.De camping was een natuurcamping en lag verscholen in een mooi duinterrein tussen hoge duinen. Op het terrein bestond geen onderscheid tussen rangen en standen ook niet tussen de diverse onderdelen van de krijgsmacht.Mooi hoekje op camping. (G. v.Geffen)In 1976 werd de stichting geprivatiseerd en maakten de vakbonden voor defensiepersoneel deel uit van het dagelijks bestuur. De regels werden verruimd zodat ook burgerpersoneel, gepensioneerden, veteranen en burgerambtenaren met hun gezinnen toegang kregen tot de terreinen van de stichting Vafamil. In 1987 besloot het toenmalige dagelijks bestuur van de Deelgemeente Hoek van Holland het kamperen op de Vafamil camping niet meer te tolereren. Men verbood dit op grond van een bestemmingsplan uit 1948. Volgens dit plan was de bestemming van het terrein “defensieterrein” en geen kampeerterrein. In 1989 werd door de Deelgemeente het campingbeleid vastgesteld in de nota “verblijfsrecreatie”. Hierin werd opnieuw bepaald dat de militaire camping moest verdwijnen.De Stichting Vafamil kreeg een bevel tot ontruiming van de camping toegestuurd van de gemeente Rotterdam. De camping moest met ingang van 1 januari 1990 worden ontruimd. De Deelgemeente wilde het terrein toegankelijk maken voor recreatie.De Stichting Vafamil ging tegen de ontruiming in beroep bij de Raad van State. De rechters hadden weinig begrip voor de actie van de Deelgemeente. Zij waren van mening dat de kampeerders in de loop der jaren nogal wat rechten hadden opgebouwd en dat de gemeente Rotterdam geen belang had bij een spoedige ontruiming van de camping. De gemeente moest met Vafamil onderhandelen om tot een oplossing te komen. De Raad van State besloot het ontruimingsbevel te schorsen.Vijf jaar later, in 1994, begon de Raad van State een bodemprocedure om tot een definitief oordeel te komen over de toekomst van de militaire camping.Nadat de salarissen van het overheidspersoneel eind jaren 60 flink werden opgetrokken konden zij zich meer veroorloven, ook op het gebied van vrijetijdsbesteding. Daarom wilde het ministerie van defensie stoppen met het subsidiëren van nevenactiviteiten. Het zou echter nog tot 1999 duren voordat de subsidie voor VAFAMIL zou worden stopgezet. De terreinen bleven echter wel in beheer bij de stichting maar de ondersteuning van defensie, in de vorm van werkzaamheden door de genie en dergelijke verviel. In 2003 werd het Vinetaduin, met uitzondering van het Vafamil terrein, overgedragen aan de Stichting Zuid-Hollands Landschap.In 2009 besloot het Ministerie van Defensie de Vafamil terreinen af te stoten. Men vond het exploiteren van recreatie terreinen ten behoeve van militairen geen taak van Defensie. Gelet op het besluit van de Raad van State bleef het terrein als camping bestaan.Camping na de brand. (G. v.Geffen)In de nacht van 12 op 13 juni 2011 te 02.30 uur ontstond er een brand in de kantine op het terrein van de camping. Het werd een grote brand waarbij de kantine helemaal afbrandde samen met twee caravans en negen personenauto’s. ook ontploften er gasflessen. Er vielen geen gewonden. Er werden 69 kampeerders geëvacueerd en opgevangen in het verzorgingshuis Bertus Bliek, een verzorgingshuis in het centrum van Hoek van Holland. De brand betekende echter het einde van de Vafamil camping te Hoek van Holland. In 2014 werd het terrein aangemerkt als natuurgebied. Op 1 januari 2015 moest het terrein ontruimd zijn en overgedragen aan Defensie. Het ministerie droeg op haar beurt het kampeerterrein weer over aan het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB). Dit bedrijf zette het hele Vafamil terrein in de verkoop.Nadat het voormalige kampeerterrein werd verworven door de gemeente Rotterdam werd in januari 2018 besloten dat het terrein gebruikt zal worden voor kleinschalige en natuurgerichte activiteiten, waarbij 2/3 van het terrein de bestemming natuurterrein zou krijgen en 1/3 eventueel zal worden ingericht als eenvoudige kampeerplaats voor campersBronnen:- De Vuurtoren, 11 oktober 1990.- Reformatorisch Dagblad, 5 juli 1994.- De Telegraaf, rubriek “Toen”. - Haagse Courant 12 mei 2005.- Fortificatieforum internet, brand camping Vafamil. gegevens P. de Krom.- www.rijnmond.nl/nieuws/. 13 juni 2011. Brand camping Vafamil.- Jaarverslag 2018 Zuid-Hollands Landschap.Auteur: Dirk Ruis van het Historisch Genootschap Hoek van Holland
Lees meer
Streekhistorie: De blokkade van Het Scheur zondag 8 maart 2020 09:09

Streekhistorie: De blokkade van Het Scheur

Maassluis staat dit jaar uitgebreid stil bij het feit dat het 75 jaar geleden is dat Nederland werd bevrijd van de Duitse overheersing. Dat wordt op allerlei manieren herdacht, waarbij ook gebeurtenissen in Maassluis uit de Tweede Wereldoorlog aan de orde komen. In dit verhaal gaat het over wat de Duitse bezetters deden om Het Scheur voor vijandelijke schepen te blokkeren. Dat is ook in Maassluis niet onopgemerkt gebleven. De angst van de Duitse bezetters werd in 1944 steeds groter. Ze waren zich ervan bewust dat een landing op de kusten van Frankrijk, België of Nederland te verwachten was. Alles werd door de Duitsers gedaan om een dergelijke landing te verijdelen. Een van die acties was het blokkeren van de vaarweg naar Rotterdam door het laten zinken van vier schepen ter hoogte van Maassluis.De Zuiderdam, tijdens of kort na het afzinken.De vier schepen die hiervoor werden gebruikt, waren de 'Zuiderdam', de 'Dinteldijk', de 'Prins Willem V' en de 'Baud'. De versperring was niet echt succesvol; de schepen lagen te veel naar de walkanten. Vaarweg blokkerenOp 22 september 1944 werd geprobeerd het ss 'Zuiderdam' van de Holland Amerika Lijn tot zinken te brengen aan de zuidwal van Rozenburg, ter hoogte van het dieselgemaal van Delfland 'Mr. dr. C.P. Zaaijer' bij de uitwatering van de Boonervliet. Dit was een nieuw schip van 11.000 ton, maar het was op de werf door een luchtaanval al flink beschadigd geraakt. Het schip zonk niet geheel weg, het bovengedeelte bleef boven water. Wel kreeg het een slagzij van 25 graden. Op 23 september 1944 werd aan de noordwal nabij het hetzelfde dieselgemaal het ss 'Dinteldijk' tot zinken gebracht. Dit schip zonk met het achterschip geheel weg.Hier liggen aan de noordoever twee schepen van de Holland Amerika Lijn, de Zuiderdam (links, gezonken op 22 september) en de Dinteldijk (rechts, gezonken op 23 september). Tussen beide schepen is de kerktoren van Maassluis te zien.Op 11 oktober 1944 zorgde een springlading van 18.000 kg dynamiet ervoor dat de 'Baud' van de Koninklijk Pakketvaart Mij. te Amsterdam aan de zuidwal helemaal onder water verdween. Op 5 oktober 1944 was op dezelfde hoogte de 'Prins Willem V' van de Rotterdamse Oranjelijn tot zinken gebracht. Van dit schip staken alleen nog de masten boven water. Snel opruimenNa de bevrijding was het van groot belang de verbinding tussen Rotterdam en de Noordzee zo snel mogelijk weer bevaarbaar te maken. Daarom begonnen al op 14 mei 1945 Engelse bergers met het weghalen van het wrak van de 'Baud'. Om de nog bestaande vaargeul te verbreden werd vervolgens het achterschip van de 'Dinteldijk' opgeblazen. De resten werden op de wal van Rozenburg gezet en vervolgens met dynamiet opgeruimd. Een zandzuiger zorgde ervoor dat de overige wrakstukken van dit schip in de rivierbodem werden verzonken.Hier liggen aan de noordoever de Zuiderdam (link) en de Dinteldijk (rechts).Direct na de bevrijding werd ook begonnen met het afdichten van de gaten in de 'Zuiderdam', waarna Van den Tak's Bergingsbedrijf begon met pompen om het schip lichter te maken en drijvend te krijgen. Negen staaldraden van 48 mm dik werden vanaf het schip op de wal vastgezet. Lieren moesten de kabels strak houden. Aan de stuurboordzijde werden tanks aangebracht om het schip in balans te houden. Uiteindelijk lukte het op vrijdag 15 november 1946 met assistentie van de sleepboten 'Minerva', 'Engineering', 'Drydock III' op het voorschip, en de sleepboten 'Drydock I', 'Drydock II' en 'Pernis' op het achterschip vastgemaakt, om het schip drijvende te krijgen. Zuiderdam.Laatste reisTijdens de sleepreis naar Rotterdam pompten de bergingsvaartuigen 'Ram', 'Meermin' en 'Dolfijn' aanhoudend op de ruimen. De berging was een groot succes voor Van den Tak's Bergingsbedrijf, dat opereerde vanuit de Maassluise buitenhaven. De 'Zuiderdam' bleek echter door de ontploffingen zodanig vernield, dat reparatie helaas niet mogelijk was. Het schip is toen verkocht aan de slopersfirma Heijgen te Antwerpen. Op dinsdag 8 juni 1948 voer de 'Zuiderdam', gesleept door de sleepboot ‘Zwarte Zee’ met kapitein A. Slijp en geassisteerd door de sleepboot 'Schelde' met kapitein B.C. Weltevreden, de haven uit voor haar laatste reis naar Antwerpen. Beide slepers waren van L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst, ook gevestigd aan de buitenhaven van Maassluis.Op 15 november 1946 lukte het Van den Tak’s Bergingsmaatschappij om de Zuiderdam boven water te krijgen en naar Rotterdam te slepen.RestauratieDe 'Prins Willem V' werd volgens een geheel nieuwe methode gelicht, namelijk met een hydraulische vijzelinstallatie. Uitvoerder was het 'Bouw- en Montagebedrijf' te Rotterdam, met behulp van de zware drijvende bokken 'Adelaar', 'Ajax' en 'Atlas'. Op donderdagmorgen 11 december 1947 had men het schip drijvende en kon het naar Rotterdam worden gesleept. Gedurende de sleepreis verleenden de bergingsvaartuigen 'Bruinvisch' en 'Meermin' van Van den Tak assistentie door met pompen het vaartuig zoveel mogelijk in positie te houden. Na algehele restauratie kon het schip als eerste aanwinst voor de Nederlandse koopvaardijvloot in 1949 in de vaart worden gebracht. Het schip was 10 jaar oud.Auteur: Ineke Vink van de Historische Vereniging Maassluis
Lees meer
Streekhistorie: Oorlogsgraven van gesneuvelde soldaten in Monster zondag 1 maart 2020 09:09

Streekhistorie: Oorlogsgraven van gesneuvelde soldaten in Monster

Op de algemene begraafplaats aan de Molenstraat in Monster bevinden zich vijf grafstenen die worden onderhouden door de oorlogsgravenstichting. Het gaat om de graven van drie Nederlandse en twee Engelse in de Tweede Wereldoorlog omgekomen militairen. De drie Nederlandse soldaten zijn omgekomen tijden de meidagen van 1940. Zij waren tijdens de mobilisatie gelegerd in Monster. De algehele mobilisatie werd afgekondigd op 28 augustus 1939. Binnen 24 uur moesten de opgeroepen dienstplichtigen van de lichtingen 1924 tot 1938 zich melden op hun mobilisatiebestemming. De lichting 1939 was al onder de wapenen. In de gemeente Monster werden enkele eenheden Jagers en Veldartillerie gelegerd. Zij vonden onder meer onderdak in scholen en bij particulieren. Hun paarden werden gestald bij boeren in de omgeving, onder meer aan de Molenweg en de Madeweg. De officieren verbleven in hotel Overheijde aan de Choorstraat. Lijst van tijdens de eerste oorlogsdagen rond Ockenburgh en Wateringen omgekomen militairen van het regiment Jagers. Op de ochtend van de Duitse inval op 10 mei kregen de in Monster gelegerde militairen de opdracht op te rukken richting Loosduinen om te helpen bij de verdediging van het vliegveld Ockenburgh. Duitse soldaten waren in de vroege ochtend met vliegtuigen aangevoerd om deze strategische locatie in te nemen. In het duingebied tussen Monster en Loosduinen en langs de Haagweg is op die dag en de volgende dagen hevig strijd geleverd. Ook bij Wateringen kwam het tot een treffen. Bij deze gevechten zijn aan beide kanten veel slachtoffers gevallen. Alleen al bij het regiment Jagers waren 28 doden te betreuren. Een aantal gesneuvelde soldaten werd overgebracht naar de algemene begraafplaats in Monster. Zij zijn daar voorlopig begraven, maar naderhand op drie na elders herbegraven. De drie omgekomen soldaten die nu nog een graf hebben in Monster zijn:Grafstenen van de drie Nederlandse militairen.A. Wezenaar (30/12/1916-10/5/1940); dienstplichtig soldaat uit Den Haag, regiment Jagers, van beroep metselaar, gesneuveld bij de bossen aan de Monsterseweg tijdens opmars naar Ockenburgh door een schotwond in het achterhoofd.J.H. van Westbroek (6/5/1916-10/5/1940), dienstplichtig soldaat uit Den Haag, regiment Jagers, van beroep winkelbediende, gesneuveld bij de bossen aan de Monsterseweg tijdens opmars naar Ockenburgh door een schotwond in de hals.J. Plugge (24/11/1911-10/5/1940) uit Scheveningen, dienstplichtig soldaat, van beroep zeevisser, gesneuveld tijdens een gezamenlijke actie tegen op het strand gelande Duitsers. Tijdens de opmars werd grenadier Plugge toen hij munitie ging halen op het strand van Ter Heijde nabij strandpaal 110 door een schot in zijn hals en achterhoofd gedood. Hij is mogelijk door eigen vuur om het leven gekomen. Plugge was gehuwd en vader van een dochter.Trouwfoto van de op 10 mei 1940 gesneuvelde soldaat Albert Wezenaar en Helena Bruinsma.Deze militairen waren afkomstig uit de directe omgeving. Om die reden zullen hun families besloten hebben de resten van hun nabestaanden niet naar elders over te brengen, maar een definitieve rustplaats in Monster te geven.De twee Engelse militairen op de Monsterse begraafplaats zijn:H.N. Grainger, ordinary seaman Royal Navy, 20 jaar, gesneuveld op 6-10-1942.E.C. Woollard, air gunner Royal Air Force, 29 jaar, gesneuveld op 25-10-1942.Grafstenen van de twee Engelse militairen.Harry Norman Grainger, afkomstig uit Lincolnshire, voer op een motortorpedoboot van de Royal Navy. Hij kwam om bij gevechtshandelingen op zee en spoelde aan op het strand van Ter Heijde.Edwin Cuthbert Woollard, afkomstig uit Surrey en gehuwd met Florence Coulsdon, was boordschutter van een vliegtuig dat met vier andere bemanningsleden in zee is gestort op 10 km ten westen van Goeree. Ook zijn lichaam spoelde aan bij Ter Heijde.Auteur: Leo van den Ende van de Historische Vereniging Monster & Ter HeijdeBronnen:Ton Immerzeel, ‘De slag om Ockenburgh, 10 mei 1940’. In: Historisch Jaarboek Westland 2014.Bert Moor, Monster, Poeldijk en Ter Heijde 1940-1945.Website www.oorlogsgravenstichting.Website www.aviation-safety.net.De eerste foto is van Studiegroep Historisch Ockenburg
Lees meer
Streekhistorie: De Nieuwlandse Polder in ’s-Gravenzande zondag 23 februari 2020 08:08

Streekhistorie: De Nieuwlandse Polder in ’s-Gravenzande

Pas in de late Middeleeuwen is dit gebied ontstaan door verzanding van de Maasmonding. In de vroege Middeleeuwen liep de noordelijke oever van de Maas via de lijn Maassluis, Westerlee langs Naaldwijk naar Monster. Na het jaar 1000 is die brede Maasmonding langzaam gaan verzanden en ontstond een grote zandplaat ten zuiden van Monster. Op deze zandplaat ontstond in het midden van de 12de eeuw de nederzetting ’s-Gravenzande. Dit proces van verzanding en aanslibbing ging door, waardoor er in zuidelijke richting steeds meer nieuw land gevormd werd. Om deze nieuwe landaanwas te consolideren werd een dijk aangelegd. Dit ging in etappes, zo werd o.a. de Oude dijk aangelegd en later in de eerste helft van de 13de eeuw de Delflandse Maasdijk. Het buitendijkse gebied bleef in zuidelijke richting aanslibben en daarbij ontstond vanaf de 14de eeuw een wad-achtig gorzengebied wat als nieuw land Grafelijk bezit was. In 1322 werd dit gebied voor het eerst vermeld in een akte waarbij het “den Grooten Andel” werd genoemd. Dit zou een verwijzing kunnen zijn naar angel of haak en zou kunnen duiden op de haakvormige duinvorming die langs de rivieroever ontstond en aansloot op de duinen langs de kust. Kaart van de Nieuwlandse polder en het StaelduinIn 1328 gaf graaf Willem III van Holland het gorzengebied in leen aan Gerard van Voorne. Zijn dochter Machteld verpachtte dit in 1371 aan Willem van Naaldwijk, die het recht kreeg om het gebied te bedijken. In 1372 overleed Machteld van Voorne en kwam het gebied in bezit van het Kapittel van Sint Marie van de hofkapel (het Binnenhof) in Den Haag. Het pachtcontract met Willem van Naaldwijk werd beëindigd, waarschijnlijk omdat hij de bedijking van het gebied nog steeds niet ter hand had genomen. In 1414 werd het gebied opnieuw ter bedijking uitgegeven en nu aan de kanunnik Jan Gillisz. Van Wissenkerke, deken van het kapittel van Sint Pieter in de Noordmonsterkerk te Middelburg. De bedijking was in 1415 gereed en zo ontstond de polder het Nieuwland genaamd den Andel.De Nieuwe Sluis opgegraven (in 1988)Van Wissenkerke kreeg het recht om zelf dijkgraaf en hoogheemraden aan te stellen. De polder werd hierdoor geheel onafhankelijk van het landsheerlijk gezag en verkreeg daarmee een voor die tijd zeer bijzonder privilege. Bij deze overeenkomst werd tevens vastgelegd dat de buitendijkse gorzen die de bedijking volgden ook bij het Nieuwland hoorden, dus ook alle toekomstige grondaanwas. Dit zou in de toekomst nog een goudmijn worden voor de eigenaren van het Nieuwland, omdat de aanwas maar doorging en het gebied zo vele malen groter werd dan de Nieuwlandse polder. In de 17de en 18de eeuw werd dit buitendijkse gebied, het zogenaamde Buiten-Nieuwland, verder bedijkt, waardoor o.a. de Bonnenpolder ontstond.Kaart van het Staelduin met dorp uit 1560Het Nieuwland werd ingepolderd door de aanleg van de Nieuwlandse dijk, die aansloot op de rij duinen die de kust beschermden. Langs de Maasoever had zich ook een duinwal gevormd, haaks op de kustduinen gericht. Hier bevonden zich o.a. de Staelduinen. Deze haakse duinwal was echter niet aaneengesloten en ook niet overal hoog genoeg om stormvloeden te weerstaan. De Nieuwlandse dijk werd aangelegd net achter deze duinwal, wat dus een extra bescherming gaf. Ongeveer ter hoogte van de Heenweg sloot de Nieuwlandse dijk aan op de Delflandse Maasdijk. Niet helemaal op dezelfde plaats waar nu de Papedijk ligt, maar waarschijnlijk iets zuidelijker. De dijk is hier ooit een keer doorgebroken wat nu nog te zien is in het landschap, omdat de Papedijk hier een eigenaardige kronkel maakt. Na een dijkdoorbraak ontstond een diep uitgesleten kolkgat. Als men de dijk weer wilde dichten moest men voor de zekerheid in een ruime bocht om die kolk heen. Wanneer die dijkdoorbraak is geweest is niet helemaal duidelijk, waarschijnlijk ergens in de 15de eeuw. De Nieuwe Sluis afgebroken voor de aanleg van de Nieuwe Laan/HaakwegDe Papedijk liep sinds 1449 vanaf de Nieuwlandse dijk naar de Staelduinen om een waterscheiding te creëren. Bij hoog water kon de vloed namelijk achter de Staelduinen langs nog in het buitendijkse gebied tussen de Nieuwlandse dijk en het Staelduin binnendringen. Bij stormvloed kwam het water uit zuidelijke richting vanuit de Maas, ging het achter de Staelduinen langs en werd het opgestuwd in de hoek waar de Nieuwlandse dijk aansloot op de Delflandse Maasdijk. Dit was altijd een zwak punt en vandaar dat de dijk daar ooit is doorgebroken. Kaart van de opgeslibde gronden ten zuiden van ’s-GravenzandeDe Papedijk kwam aan haar naam, omdat de priesters van de uithof Heimond aan het St. Jorispad, een bezitting van het klooster Mariënweerd in de Betuwe, via deze dijk naar het dorpje in het Staelduin liepen om daar in de kapel de H. Mis op te dragen. Die kapel was gesticht in 1373 door Willem van Naaldwijk, wat logisch was omdat hij toen dat hele buitendijkse gebied in pacht had. In de Staelduinen bevond zich een nederzetting waar voornamelijk vissers woonden. De naam Staelduinen zou ontleend zijn aan de stalen van de vissers, dit zijn de palen of staken waartussen zij hun netten spanden. De bewoners van het dorpje visten voornamelijk op zalm in de Maas, maar ook in het gorzengebied plaatsten zij hun netten en fuiken in de stroomgeulen, waar het bij het op- en afgaande water van de eb- en vloedstromen goed vissen was. De Staelduinen waren zo hoog en breed dat men daar goed beschermd was tegen stormvloeden en zeer veilig kon wonen.De Nieuwlandse molen ca. 1970De Nieuwlandse poldermolen na de ophoging ca. 1988Tijdens de Reformatie en de gevechten in het begin van de 80-jarige oorlog is de kapel waarschijnlijk verloren gegaan. In de 17de eeuw bleef het buitendijkse gebied verder aanslibben en daardoor kwamen de vissers van het Staelduin te ver van het water af te zitten. Zij trokken weg en van het dorpje bleef alleen een enkele boerderij over die nu nog te herkennen is in de Oude Koestal en de voormalige boerderij van Weterings.Auteur: Ton Immerzeel van het Westlands Museum
Lees meer
Streekhistorie: Grafelijke hoven in Holland zondag 16 februari 2020 12:12

Streekhistorie: Grafelijke hoven in Holland

Over de ontstaansgeschiedenis van Holland is niet zoveel bekend. Wat wij wel weten is dat de Hollandse graven hun gebied vanaf het einde van de 10e tot in de 13e eeuw vanuit hoven bestuurden en exploiteerden. Ook in het Westland, in 's-Gravenzande lag een dergelijk grafelijk hof. Over de ontstaansgeschiedenis van Holland is niet zoveel bekend. Wat wij wel weten is dat de Hollandse graven hun gebied vanaf het einde van de 10e tot in de 13e eeuw vanuit hoven bestuurden en exploiteerden. Ook in het Westland, in 's-Gravenzande lag een dergelijk grafelijk hof. Tijdens een lezing voor het Genootschap Oud Westland spraken de Vlaardingse stadsarcheoloog Tim de Ridder en de Leidse promovenda Middeleeuwse geschiedenis Roosje Peeters over grafelijke hoven in Holland. Wat moeten we ons voorstellen bij grafelijke hoven? Hoe functioneerden ze?Tim de Ridder werkt als stadsarcheoloog bij de gemeente Vlaardingen. Hij heeft onderzoek verricht naar het grafelijk hof in Vlaardingen. Roosje Peeters werkt als promovenda aan de Universiteit Leiden bij de sectie Middeleeuwse Geschiedenis. Zij doet onderzoek naar de grafelijke hoven in het huidige Zuid-Holland in de periode 900-1300. Daarbij kijkt zij ook naar het grootgrondbezit van de Hollandse graven en hoe deze hun hoven inzetten om hun macht uit te oefenen.Aanvankelijk lag het kustgebied van West-Nederland in de invloedssfeer van de Friezen. "Van de negende tot de elfde eeuw had het gebied te lijden van aanvallen en plunderingen door de Vikingen", zei De Ridder. In 885 vond de moord op de Viking Godfried plaats en kwam Gerulf aan de macht. Hij werd de stamvader van de Hollandse graven en zorgde voor de aanleg van zogenoemde ringwalburchten. Voorbeelden van dergelijke burchten zijn Den Burg op Texel, Egmond, Rijnsburg en Vlaardingen."Skeletten"In de zesde en zevende eeuw was er veel bewoning in het Rijnmondgebied en weinig in het Maasmondgebied. In 985 geeft de Duitse koning en leenheer Otto het Maasmondgebied aan graaf Dirk III van West-Friesland om een grootschalige ontginning van de moerasgebieden mogelijk te maken. In de tiende eeuw was er een klimaatverandering en werd het gebied droger. De versterking Vlaardingen groeide tot een zeer sterke burcht halverwege de elfde eeuw. Het aantal inwoners van Holland nam toe tot 85.000 in het jaar 1200. Waar komt die groei vandaan? In Vlaardingen is een begraafplaats uit de periode 1000-1050 onderzocht. Een aantal graven bevatte boomstamkisten met hout afkomstig van Vikingschepen gebouwd in Engeland. Van de skeletten waren er zes afkomstig uit Engeland. Dat wijst erop dat Holland duizend jaar geleden misschien al een migratieland was."Koningsoorkonden"Ik bestudeer schriftelijke bronnen over hoven en verwerk deze in een historisch geografisch informatiesysteem", zegt Peeters. "Het gaat mij om de overdracht van het grootgrondbezit zoals vastgelegd in de koningsoorkonden. De eerste oorkonde met een gift van bezittingen aan graaf Gerulf stamt uit 889. Daarnaast zijn er nog drie oorkonden uit de tiende eeuw. Het duurt tot 1300 eer de graven alle grond in bezit hadden.""De hoven waren grote boerderijen, centrale punten van waaruit het land werd bestuurd. Op het omliggende land werkten horige boeren in intensieve arbeidsdienst. Het model van de Karolingische hoven en abdijen was zeer gevarieerd. In de Hollandse veengebieden was het onmogelijk grootschalige landbouw op te zetten. Het is niet uitgesloten dat in Loosduinen, Maasland, De Lier, Naaldwijk grafelijke hoven waren. Bedoeling van het onderzoek is om tot een reconstructie van het systeem van hoven te komen. Dat leidt tot een beter inzicht in de machtsopbouw van de Hollandse graven."Roosje Peeters verricht nader onderzoek naar de hoven in het Westland en staat open voor suggesties uit het Westland.Auteur: Frank de Klerk van het Genootschap Oud-Westland
Lees meer
Streekhistorie: Hotel Verburgh maandag 10 februari 2020 13:01

Streekhistorie: Hotel Verburgh

Vele jaren is, als je het dorp Poeldijk binnenkwam, het Hotel Verburgh beeldbepalend voor het dorp geweest. Het was een fraai gebouw met een terras ervoor. Aan de andere kant van de weg een sierlijk veilinggebouw. Hoe kwam het hotel daar? Hieronder de voorgeschiedenis en het verdere wel en wee van het Hotel- Café Restaurant Verburgh. StationskoffiehuisDe voorgeschiedenis begint bij het voormalige Stationskoffiehuis dat stond aan de Nieuweweg in de toen scherpe bocht in de weg vlak bij het huidige kruispunt Voorstraat/Monsterseweg/ Nieuweweg. Het stond wel een paar honderd meter van het station af.Een van de eerste uitbaters vanaf eind 1800 was A. J. van Rest.(foto’s Anky de Kok www.poeldijk.net)Biljartwedstrijden, verenigingsvergaderingen, boelhuis, roerend en onroerend goed, aanbestedingen van bepaalde objecten en veiling van groente en tuinbouwproducten werden in het koffiehuis gehouden. Er werden vroege aardappelen, fruit zoals appelen, peren, alle soorten bessen (er waren veel boomgaarden) druiven, aardbeien en asperges geveild. De afdeling 'Westland van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw", voorloper van de Bond Westland, hielden er hun vergaderingen. In de zaal van het café werd zelfs een tentoonstelling van groenten en fruit gehouden. Na die tentoonstelling wilde het veilingbestuur een grotere ruimte Men dacht om een zaal aan het café te bouwen. Of moeten we elders een ruimte bouwen was de vraag. Het werd een gebouw elders: het eerste echte veilinggebouw nabij de Gantel aan de Nieuweweg. Dus aan weg en water voor de toekomst zeer belangrijk. Vanaf april 1901 was er driemaal per week veiling. Het café had door het vertrek van de handel wel een aderlating voor Van Rest en vroeg het bestuur om een tegemoetkoming in zijn inkomstenVolgens krantenberichten hebben na A. J. Van Rest, die in 1905 uit Poeldijk vertrekt, nog enkele andere eigenaren het café beheerd o a. L. v.d. Wurf en F. Klaverkamp.Omstreeks 1916 neemt F.A. van Bergenhenegouwen het cafe over. Frans van Bergenhenegouwen was koopman/kastelein. Zijn vrouw Marie (kasteleinsdochter uit Poeldijk) zal wel het meest de kastelein zijn geweest in het café. Frans van Bergenhenegouwen was ook koopman Het lijkt erop dat hij alles verkocht "wat los en vast zit". Hij was zeer actief in diverse verenigingen. Zo was hij in 1919 bij de oprichting van een "Westlandse vereniging van groenten- en fruitexporteurs" en vertegenwoordigde hij Poeldijk als bestuurslid. Hij was secretaris van de IJsvereniging van Poeldijk. Regelmatig werden in de winter biljardwedstrijden georganiseerd in het café. Van Bergenhenegouwen speelde dan ook mee. In oktober 1929 koopt de gemeente Monster de tuin 3 Ha groot van L. v.d. Klugt. Die tuin was gelegen tussen de Voorstraat, Leuningjes en Nieuweweg. Die tuin lag dus naast het stationskoffiehuis. Die tuin werd belangrijk voor Van Bergenhenegouwen. Nadat v.d. Klugt de tuin nog een jaar huurde, huurde Van Bergenhenegouwen de tuin tot 1940. Begin januari 1930 zijn er plannen tot reconstructie van een gedeelte van de Nieuweweg vanaf de kruising bij de in 1929 gebouwde veiling tot aan de Kastanjelaan/Dr. Weitjenslaan. De hele Nieuweweg, van de Kastanjelaan/Dr. Weitjenslaan tot op het kruispunt bij de Voorstraat/ Monsterseweg moet op de schop.(foto Anky de Kok www.poeldijk.net)De W.S.M. wil ook meer ruimte om te rangeren en ook een spoorrail voor een losplaats voor steenkool langs het water van de Nieuwevaart. Het stationskoffiehuis met diverse huizen zal moeten worden afgebroken omdat het in de weg staat. De scherpe hoek in de Nieuweweg zal dan een overzichtelijke bocht worden.Nieuw hotelVan Bergen Henegouwen vat het plan op om een nieuw hotel te laten bouwen. “Naar wij vernemen, zal door den heer Van Bergen Henegouwen op een terrein aan de Voorstraat een groot hotelbedrijf worden gesticht. Dit hotel zal naast verschillende logeerkamers o.m. een ruime restauratiezaal bevatten. Een flinke speeltuin komt achter het gebouw, terwijl aan de overzijde een tuin van 20 bij 30 m wordt aangelegd.” (25 april 1930)In de raadsvergadering van de Gemeente Monster werd op 12 september 1933 behandeld een verzoek van de Heer van Bergenhenegouwen om 1000 m² grond te mogen kopen van de tuin die hij huurde voor het bouwen van een hotel. B en W stellen voor f. 10 per meter. De raad gaat akkoord.In het plantsoen zal straks overgeplaatst worden het bekende standbeeld van pastoor Verburch, de grondlegger van de druivencultuur, en het is van den heer Van Bergen Henegouwen goed bedacht zijn cafe-restaurant den naam Verburch te geven.Een sieraad voor Poeldijk De grote benedenzaal, welke behalve een flink buffet ook een tooneel bevat, benevens een garderobe, waarboven een muziekloge, kan door middel van een harmonicawand in twee deelen worden gesplitst, zoodat het tooneel vrij komt. Er is een brandvrije cabine voor bioscoop, welke aan het gezicht is onttrokken. Langs de groote ruiten is buiten een luifel gebouwd, welke bij goed weer een gezellig zitje biedt. Hotel Verburch is een sieraad voor Poeldijk en het geheel Westland. In de eerste dagen na de opening zullen er veel bezoekers geweest zijn.Nieuwsgierigen, maar ook bezoekers van de bloemententoonstelling die op dat moment werd gehouden in de bloemenveiling van 14 t/m 18 augustus 1934.Poeldijk krijgt een bioscoopIn het hotel ging men ook films vertonen. Vergaderingen werden er gehouden zoals de woningbouwvereniging Eensgezindheid, bloembollenkwekers, of een vergadering van tuinders die gedupeerd werden doordat de sla niet verkocht werd. De Honselersdijkse Reciteervereniging O.K.K. gaf een uitvoering. Het huisorkest Verburch o.l.v. Jan Nat verzorgde de muzikale omlijsting. Later speelde een zoon en dochters van Bergenhenegouwen op die dansavonden en zij luisterden ook feestavonden op, zelfs buiten Poeldijk. Het hotel werd een geliefde plek voor het houden van feesten vergaderingen. Het Restaurant ontvangt 150 ouden van dagen uit IJsselmonde.Een demonstratie van het Mey-systeem, een waarschuwingssysteem voor politie en brandweer via de radiodistributie. Ontvangst Journalisten die door de W.S.M. waren uitgenodigd voor een rondrit met nieuwe bussen door het Westland. Bezoek van 300 Duitse vakantiegangers.En vergaderingen van VVV Monster/Poeldijk, de veiling en de ijsvereniging. De motorclub gebruikte het Hotel als clublokaal. De wereldcrisis gaat men in de tuinbouw voelen. Ook in het hotel. Het hotel had ook enige concurrentie van het Vincentiusgebouw ook daar werden vergaderingen gehouden en feestjes gevierd.Hotel Verburgh verzint leuke dingen om een bezoek aan het hotel aantrekkelijk te maken. Begin januari 1938 was de zaal van het hotel groots met Oranje versierd in afwachting van de blijde gebeurtenis op het paleis Soestdijk. Bruiloften en andere familiefeestjes werden er gevierd. Danslessen werden gegeven. Ook dansavonden met het huisorkest van Jan Nat.Zo geeft de Haagse Reisvereniging een feestavond in hotel Verburgh omdat het hotel er zich zo uitzonderlijk voor leent. Het Comité Auto en Boottochten voor gehandicapten uit Den Haag komt met zeer veel auto’s naar Hotel Verburgh voor een gezellig samenzijn met 180 personen. In oktober 1938 koopt F. van Bergenhenegouwen 328 m² grond achter het hotel voor de aanleg van een speeltuin. Een stuk grond van de tuin die hij huurde. De heer Lipman van de autobusonderneming V.I.O.S. geeft begin januari 1939 voor het personeel een feestavond in hotel Verburgh.In februari 1939 een zeer zware klap voor de familie Van Bergenhenegouwen. Mevrouw Marie van Bergenhenegouwen -Smit komt plotseling te overlijden. Bekend was dat zij toch wel de kastelein (zwaaibaas) van het café/ hotel was. Heel Poeldijk leefde met de familie mee, met het zo plotseling overlijden van Marie. 1939 oorlog in Europa. De economische crisis is ook nog niet voorbij. In de tuinbouw gaat het slecht mede ook dat veel gewassen bevroren zijn afgelopen winter. De Poeldijkse bloembollenkwekers vergaderen nog, maar de vereniging heft zich op. Dat alles zal zijn weerslag hebben op het horecagebeuren.Op 11 januari 1940 inspecteerde Prins Bernhard de in het Westland gelegen troepen en nam een parade af aan de Haagweg in Monster, waarna hij een lunch gebruikte in hotel Verburgh. Het trok veel belangstelling in Poeldijk toen hij daar aankwam met een aantal auto’s en zijn gevolg van officieren, commandanten. De kranten geven maar sporadisch bericht dat er ten tijde van de bezetting iets bijzonders te beleven valt in Hotel Verburgh. Er waren toch wel gasten, waaronder een tweede dokter die zich in Poeldijk vestigde: H. A. de Lange in Poeldijk en W. Scheer van de kistenfabriek (zijn huis werd gevorderd) door de Duitsers. Op een dag was er een grote Duitse militair kapel ter opluistering van een onderscheiding van een Duitse officier in het Hotel. Ik ben toen wezen kijken en vond het prachtig al die marsmuziek.Sporadisch vermeldden de kranten dat er nog vergaderingen werden gehouden. Een enkele keer werd gemeld dat de luchtbeschermingsdienst, de Boerenleenbank en een lustrumviering van de Westlandse Slagers Vereniging werd gehouden.Andere vergaderingen waren door de bezetter verboden. Sociale verenigingen moesten zich ontbinden. In 1946 komt het verhuren van vergaderruimte langzaam op gang. Vergadering van de oprichting van een Westlandse invalidenbond. In 1948/ 1949 vergaderingen van de groenteveiling. Bijeenkomsten van ouden van dagen, IJsclub, Wielerronde, Oranjevereniging en Receptie van Jan Barendse (70e verjaardag).Dan bijzonderheden uit 1950: Willem Scheer (van de Kistenfabriek) geeft in hotel Verburgh een receptie voor het 25-jarig jubileum van de fabriek en zijn gouden huwelijksfeest eind januari. Er is een feestavond van de Westlandse beroepsvervoerders eind februari.Op 12 mei 1950 een artikel in de krant dat het standbeeld van pastoor Verburgh verplaatst werd naar het plantsoen voor het hotel.In 1951: een voorlichtingsavond Steun Wettig Gezag. Jaarvergadering van de Veiling. Feestelijke opening van de Jan Barendselaan. Opheffing van de Oranjevereniging. Start van een cursus snijbloemen en potplanten.In 1952: 15 februari Na het defilé een koffietafel van de Westlandse Nationale Reserve.In mei 1952 neemt Jan Barendse afscheid als voorzitter in het veilingwezen in het Westland. Op 9 april 1953 werd hotel Verburgh opnieuw geopend door de nieuwe eigenaar: C. G. Oosterveer, hij kwam uit Voorburg. Er kwamen weer activiteiten in het hotel. Huwelijksfeesten, recepties voor jubilea, verenigingsvergaderingen en verkoopdemonstraties. Maar zeker ook: men kon er gewoon dineren, een lunch gebruiken of gezellig iets drinken. Regelmatig werden feestjes gegeven. Vergaderingen gehouden. Postgiro en een wasserij hielden er een personeelswervingsavond. Het veilingbestuur hield bijna altijd de vergadering in hotel Verburgh. In 1957 schreef de krant dat er ruim 200 leden aanwezig waren. In 1958 wisselt het Hotel weer van eigenaar. De heer van Hoorn neemt het hotel over. In mei 1959 werd de eerste Daf in Poeldijk gepresenteerd. Op de grens Wateringen/Poeldijk werd het Dafje, bestuurd door burgemeester Wouters met het muziekkorps Pius X voorop, naar Hotel Verburgh gereden. Er waren zeer veel belangstellendste op af gekomen.foto: Kelly van TolDe commissaris van de Koningin Mr. J. Klaasensz brengt op 8 december 1959 een werkbezoek aan de gemeente Monster t.g.v. het vertrek van burgemeester Wouters. Hij gebruikt de lunnch in Hotel Verburgh.Vanaf 18 mei tot 27 september 1960 is de op 20 mei geinstalleerde burgemeester A. J. Berends gast/loge in hotel Verburgh. Eigenaar van Hoorn opende op 2 juni 1960 een klein Motel achter het hotel. Na enige jaren van succes begint in hotel Verburgh in oktober weer een cursus spreken in het openbaar.Op 12-01-1962 is er een propaganda avond van het Genootschap Oud Westland. Sprekers zijn Dr. C. A.M. Holtkamp pr. en Deken v.d. Goes het onderwerp is "Pastoor Verburgh". En er worden damavonden georganiseerd. Er werd gespeeld in de bovenzaal.Chinees restaurantIn 1986 komt het hotel in Chinese handen. De familie Teh wil het hotel ombouwen tot Chinees restaurant.De letters “Hotel Verburgh” op de gevel zullen worden verwijderd en vervangen door vier grote Chinese tekens. Hotel Verburgh is Chinees-Indisch restaurant De Chinese muur geworden. Op een zomerse avond in juni 1986 wordt Poeldijk opgeschrikt door vuurwerk. Het nieuwe restaurant is geopend.De naam van het restaurant verandert enkele jaren later in Canton Paleis. Het restaurant is een wokrestaurant geworden waar de gasten voor een vast bedrag onbeperkt kunnen eten en drinken. Het restaurant sloot haar deuren in 2017.Op het raam naast de voordeur hing een oranje A-viertje met de tekst "Beste gasten. Wij zijn gesloten. Wegens hoge leeftijd. Bedanken voor uw vertrouwen van afgelopen jaren".Auteur: Ton van Lier van het Historisch Archief Westland
Lees meer
Streekhistorie: Een bijzondere 's-Gravenzander zondag 2 februari 2020 09:09

Streekhistorie: Een bijzondere 's-Gravenzander

Wekelijks wordt bij ons het huisvuil opgehaald en eens in de maand papier. Verder doen we aan afvalscheiding van glas, plastic en oude kleding en veel overbodige spullen gaan naar de recycling. Vroeger had men weinig afval, eigenlijk alleen kapotte flessen, gebroken aardewerk en de as van het haardvuur. Vaak ging dat in een afvalput of werd als bestrating gebruikt. Hout werd opgestookt en plantaardig en dierlijk afval ging op de afvalhoop op het erf. Bijna alles werd hergebruikt. In de 19e eeuw werd de as van het haardvuur opgehaald door een "aschman" zoals hierboven met zijn kar en ratel is afgebeeld. Deze prent met allerlei goede wensen staan op een pamflet, dat de 's-Gravenzandse asophaler Geerlof Haaring ter gelegenheid van nieuwjaar 1865 aan zijn klanten in het dorp overhandigde. De bedoeling was dat er dan wat geld gegeven werd als dank voor de in het afgelopen jaar bewezen diensten. Deze pamfletten bevatten een standaard afbeelding, tekst en gedicht en werden bedrukt met de naam van de plaatselijke asman. Geerlof Haaring was een man die alle 's-Gravenzanders kenden, hij overleed op 26 februari 1885. Hij was jarenlang in dienst van de gemeente en van de kerk (Ned. Hervormde Kerk). Hij leek een wat ruwe, onbeschaafde man maar van aard was hij goedhartig en hulpvaardig. Hij was bijna onvermoeibaar en overal inzetbaar. Van hem kon met recht gezegd worden dat hij een ruwe bolster was met een blanke pit. Geerlof had een groot aantal taken. Hij was onder andere belast met de straatreiniging in het dorp. Ook haalde hij een paar maal per week met zijn kar huis aan huis de as van het haardvuur op. In de winter moest hij aan de Vaart bijten in het ijs hakken om bij brand bluswater te hebben en strooide hij bij gladheid zand op de straten.Verder was hij waagmeester, hij woog de varkens van de tuinders in de stadswaag als ze verkocht werden. In het voorjaar werd hij ingeschakeld voor de schoonmaak, dan boende hij de gevels af en maakte de dakgoten van de huizen schoon. Ook was het zijn taak om regelmatig de beerputten bij de 's-Gravenzanders leeg te maken. De beer werd overgeschept in overdekte wagens, die vanwege de stankoverlast pas 's avonds na 10 uur door 's-Gravenzande mochten rijden! Op zondagen was hij al voor dag en dauw op. Voor de kerkdienst begon moest hij de straten rond de dorpskerk schoonvegen, de klok luiden en de kerkdeuren openen. 's Winters stak hij voor de avonddienst de verlichting in de kerk aan. Bij feestelijkheden hing hij de vlag van de toren van de dorpskerk. Nadat hij een hele dag gewerkt had was hij 's nachts nog vaak met zijn vishengel aan de waterkant te vinden.Er werd over hem de anekdote verteld dat, toen hij eens een keer ziek was, hij direct weer herstelde en aan de slag ging toen het bericht kwam dat er een schip op het stand zat. Tenslotte was het zijn taak schipbreukelingen te helpen en gestrande goederen te bewaken. Ondanks zijn ziekte was het zijn eer te na om zijn taak te verzaken.Over deze bijzondere 's-Gravenzander troffen wij in een oude krant uit 1885 een bericht ter nagedachtenis. Dit opmerkelijke artikel laten wij hier onverkort volgen. 's Gravenzande dd. 5 Maart 1885.In de registers van den burgerlijken stand is het overlijden ingeschreven van Geerlof Haaring, een man, dien velen beschouwden als sterker dan de sterkste en taaier dan de taaiste. De ruwe, ronde Geerlof is niet meer.Jaren lang was Geerlof in dienst van gemeente en kerk. De straatreiniging was aan hem opgedragen, het maken van bijten in het ijs, het uitsteken van de vlag uit den toren was zijn werk. Stak er een storm op uit het westen, dan liep Geerlof langs het strand, om daar te zorgen voor alles, wat de zee aanbracht. Moesten de gestrande goederen bewaakt worden, Geerlof was de waker, en 't zou lang duren, eer hij klaagde, dat zijn oogleden zwaar werden. Boerderij Vlugtenburg waar de strandvonder woonde en de aangespoelde goederen in de schuur werden opgeslagen.Geen lijk werd begraven, of Geerlof had het graf gemaakt. De boomen van de gemeente en van menigen particulier werden gesnoeid, gehakt en gerooid door hem. In de kerk was hij deurwachter, klokluider, lichtopsteker; het plantsoen van de kerk werd door hem verzorgd. En alsof dat aantal baantjes nog niet groot genoeg was, bekleedde hij bovendien een post, die hem tot een gewichtig man maakte in den drukken aardappelentijd. Voordat iemand anders op was, dikwijls reeds om half een of een ure, was Geerlof op de Vaart aan 't uitzoeken van de honderden leege kinnetjes (kleine manden waarin de aardappelen verzonden werden), die uit Rotterdam en Amsterdam teruggezonden worden. Alle manden te sorteeren naar de letters en verfstreepen, in die vreeselijke wanorde de orde te brengen, waaruit iedere tuinder zijn hoopje bijeen kon vinden, dat deed Geerlof en dat deed hij zoo, dat menigeen bedrukt aan zijn buurman vraagt: "wie zal nu voortaan onze kinnetjes uitzoeken".Een merkwaardig man was Geerlof Haaring. Wat niemand durfde, dat durfde hij. Wat niemand kon, dat kon hij. Hoe ruw en onbehouwen Geerlof was, hij was hooggeschat door velen. En dat kwam zeker niet weinig daardoor, dat hij dikwijls getoond had, hoe groot en edel zijn hart was.Menige armere dan hij vond bij hem steun. 't Moet inderdaad grappig, maar niet minder schoon geweest zijn, toen Geerlof eenmaal zijn verontwaardiging luchtte tegen eene commissie, die gecollecteerd had voor de armen, en zijne deur voorbijgegaan was. Mocht hij zijn gulden dan ook niet geven?Geerlof Haaring is 65 jaar oud geworden. Hij was in de laatste jaren sterk verminderd. Kleinmoedigheid had hij vroeger nooit gekend, maar den vorigen zomer had hij, nadat een pieterman (een zeevis) hem duchtig gestoken had, geweeklaagd, dat nu voor hem ook gauw "een pitje" (een graf) zou moeten gemaakt worden. Zijne jaren en ook zijn onbesuisd voortwerken, als menig ander al lang gezegd zou hebben: "ik kan niet meer", hadden zijn krachten ondermijnd. Dat was vroeger anders, toen hij den voerman van de diligence, die bij de Loosduinsche Brug tot vertrek naar 'sGravenzande gereed stond, en hem vroeg, of hij een plaatsje op den bok wilde hebben, ten antwoord gaf: "dankje man, ik heb geen tijd!"Geerlof is dood, maar zijne gedachtenis zal nog lang blijven leven onder de 's-Gravenzanders. Zijne asch ruste in vrede!Auteur: Jan Dahmeijer van de Vereniging Oud ’s-Gravenzande
Lees meer
Streekhistorie: 75 jaar Bevrijding in Schipluiden zondag 26 januari 2020 11:11

Streekhistorie: 75 jaar Bevrijding in Schipluiden

75 jaar Bevrijding, Oorlogsverhalen en oorlogsattributen, 1940-1945. Dit is de titel van de nieuwe expositie in Museum Het Tramstation, Otto van Zevenderstraat 2 te Schipluiden. De WOS besteedde er op dinsdag 22 januari al aandacht aan. De tentoonstelling is tot eind juli 2020 te zien. Openingstijden: woensdag, zaterdag en eerste zondag van de maand van 14.00-16.00 uur. Eén van de oorlogsverhalen gaat over de burgemeester tijdens de oorlog. Burgemeester D.J.M. van Gent was niet fout In tegenstelling tot in veel andere gemeenten is de burgemeester van Schipluiden, de heer D.J.M. van Gent, tijdens de oorlog niet vervangen door een NSB-burgemeester. Dit betekende dat hij regelmatig maatregelen van de Duitsers moest uitvoeren. Zo waarschuwde hij in het begin van de oorlog diverse malen tegen sabotage, riep hij mannen van 17 tot 40 jaar op voor de Arbeidsdienst in 1942-1943, vroeg hij op 10 november 1943 de inwoners aangifte te doen van Amerikaanse vliegeniers die zich in de gemeente schuilhielden en riep hij in het voorjaar van 1944 herhaaldelijk de mannen op om dijkjes aan te leggen met het doel tuinderijen en boerderijen in Schipluiden tegen het water van de inundatie te beschermen. De orders van de Duitsers kon hij niet weigeren, want anders was hij zelf opzijgezet. Oproep voor aangifte van Amerikaanse vliegersVolgens oudere Schipluidenaren was de rol van de burgemeester tijdens de oorlogsjaren niet altijd overtuigend. Hij kwam soms onzeker over. Op het eerste gezicht lijkt het bedenkelijk dat hij zijn ambt is blijven vervullen. Achteraf weten we dat hij, omdat hij bleef zitten, een positieve bijdrage heeft geleverd aan verzetsacties binnen het gemeentehuis. Eén van zijn ambtenaren, Rien van der Kooij, gaf op vrij grote schaal persoonsbewijzen uit voor onderduikers. Hij zocht een geboorteakte op van een persoon die als kind was overleden en die ongeveer de leeftijd gehad zou hebben van een onderduiker. Deze kreeg de naam van de overledene plus de bijbehorende papieren, die van een gemeentestempel en handtekening van de betreffende ambtenaar werden voorzien. Het plaatselijke verzet, onder leiding van Piet van der Windt, bemiddelde hierbij. Dit was dapper. Mensenlevens zijn hierdoor gered. Uiteraard is er tijdens de oorlog geen lijst bijgehouden van de verstrekte niet-authentieke persoonsbewijzen. Wel is uit een andere bron bekend, dat de staartschutter van een neergeschoten Amerikaanse bommenwerper (Vlucht 648), Walter Kasievich, een van de personen was die vanuit Schipluiden aan een vervalst persoonsbewijs werd geholpen. Zijn naam werd Johannes Koole, met de aantekening dat hij doofstom was. Burgemeester Van Gent was op de hoogte van het ambtelijke verzet in zijn gemeentehuis. Onder een NSB-burgemeester zou dit verzet niet mogelijk zijn geweest. In augustus 1945 liet Van Gent zijn danig herziene bevolkingsregister weer op orde brengen.Burgemeester D.J.M. van Gent en zijn echtgenoteNa de Bevrijding hebben enkele leden van het lokale verzet geklaagd over het optreden van de burgemeester tijdens de oorlog. De landelijke overheid heeft zijn gedrag tijdens de bezettingsjaren laten onderzoeken. In een brief van 10 april 1946 van Minister Beel aan de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland staat dat er geen zuiveringsmaatregel nodig was vanwege de houding van burgemeester Van Gent tijdens de oorlog. Wel wordt betreurd dat hij zijn medewerking heeft verleend om arbeiders aan te wijzen voor werkzaamheden ten behoeve van de Duitse Weermacht. Feitelijk heeft hij hiervoor alleen Duitsgezinde inwoners, zwarthandelaren en personen die geen bezwaren hadden, aangewezen. In de loop van 1946 is Van Gent herbenoemd als burgemeester van Schipluiden.De oorlogsperiode en de maanden na de Bevrijding zullen voor het burgemeestersgezin niet altijd gemakkelijk zijn geweest…! Terugblik op de oorlogsjaren door burgemeester Van Gent tijdens de eerste raadsvergadering na de oorlog, 16 november 1945‘Wij zijn nu verlost van het juk van den vijand, waaronder wij vijf volle jaren gebukt gingen. Van directe krijgsverrichtingen heeft de gemeente behalve in de Meidagen van 1940 geen noemenswaardige schade geleden, maar in de laatste jaren, 1944 en 1945, bleef het oorlogsleed de gemeente niet bespaard. In Maart 1944 moest een gedeelte der gemeente worden geïnundeerd, welk gedeelte later werd uitgebreid tot 1/3 deel van het grondgebied der gemeente. Een tiental woningen, dat door het water werd bedreigd, moest worden ontruimd. Voorts moesten 32 woningen worden afgebroken, hetgeen echter tot 17 is beperkt gebleven.Evenals in andere gemeenten is ook in deze gemeente een groot woningtekort. Gezien de materiaalpositie zal het evenwel niet gemakkelijk zijn dit tekort binnen afzienbaren tijd te boven te komen. Zeer zware jaren liggen achter ons. Behalve de drie gesneuvelde militairen uit deze gemeente in de Meidagen van 1940 hebben nog enige inwoners hun leven moeten geven voor de bevrijding van ons vaderland. Namelijk één voor het vuurpeloton, twee in een Duitsch concentratiekamp, terwijl een vierde ten gevolge van een vliegtuigongeval om het leven kwam. Ook onder de in Duitschland tewerkgestelde arbeiders uit deze gemeente valt één slachtoffer te betreuren. Op den dag der bevrijding van Frankfort a/d Main werd een ingezetene dezer gemeente door een kogel der Fransche bevrijdingstroepen getroffen en overleed drie maanden later in een ziekenhuis aldaar. Mijn innige deelneming gaat uit naar de getroffen gezinnen.Veel verzet is gepleegd, waarbij ik het gemeentepersoneel en de politie niet mag vergeten, die daaraan hebben deelgenomen. Er zijn weleens fouten gemaakt en ik wil het openlijk bekennen, dat ook ik die weleens heb gemaakt. Men heeft mij weleens verweten: dit of dat had je anders moeten doen. Mijne heeren, dat weet ik wel. Steeds heb ik echter voor oogen gehouden: op de beste wijze de belangen van de gemeente en haar inwoners dienen. Aan vele vooraanstaande inwoners der gemeente heb ik raad gevraagd. Steeds werd door hen geadviseerd zoolang mogelijk aan te blijven en probeeren de moeilijkheden te trotseeren. Toen dit niet meer ging, ben ik heengegaan. De zuiveringscommissie heeft mijn zaak in onderzoek. Rustig zie ik haar uitspraak tegemoet.Wij gaan nu alles weer opbouwen. Wij moeten nu gaan werken voor het heil der gemeente…..’Zuiveringsbrief D.J.M. van Gent, Commissaris van de Koningin van Zuid-HollandAuteur: Jacques Moerman van de Historische Vereniging Oud-Schipluiden.
Lees meer
Streekhistorie: Waterput als schuilplaats bij razzia zondag 19 januari 2020 10:10

Streekhistorie: Waterput als schuilplaats bij razzia

In 2020 staat de herdenking van 75 jaar bevrijding van Nederland centraal. In Westland wordt met een scala aan activiteiten teruggekeken op deze heugelijke gebeurtenis en op de vijf donkere jaren die daaraan vooraf gingen. Ook in deze rubriek komt de periode 1940-1945 regelmatig langs. Als aftrap is hier het verhaal dat Leo van Gaalen in 2012 schreef over de razzia die op 20 december 1944 plaatsvond in het Westland en die hij beleefde in de Herenstraat in Wateringen. Op 5 december 1940 verhuisden wij van Herenstraat 45 naar Herenstraat 150. Als u dit leest zult u zeggen: dat is niets bijzonders. En dat is correct, want verhuizingen gebeuren dagelijks. Maar de omstandigheden waaronder, de manier waarop en de snelheid waarmee deze verhuizing tot stand kwam, is toch wel het vermelden waard.Laatstgenoemde woning stond al enkele maanden leeg omdat het bejaarde echtpaar Hein Zwinkels-van Steekelenburg de woning had verlaten en zich had gevestigd in het toenmalige bejaardentehuis Huize St. Jan, dat recht tegenover hun huis gebouwd was. Het huis kwam toen in bezit van hun zoon Leen, de latere wethouder en locoburgemeester, die ernaast woonde op nummer 152. Omdat hij in de gemeenteraad zat, had hij goede contacten met enkele ambtenaren van het gemeentehuis en van hen hoorde hij dat de Duitse bezetters plannen hadden om het huis te vorderen om er soldaten in te legeren of als gelagkamer te gaan gebruiken voor de in Wateringen gelegen soldaten. En dat zag hij helemaal niet zitten. Omdat hij ook wist dat mijn ouders, het echtpaar Theodorus G. van Gaalen en Maria C. van der Zijden, met hun tien kinderen in leeftijd variërend van 8 tot 25 jaar, op zoek waren naar een grotere woning stond hij een dag na zijn informatie 's morgens om half acht op de stoep van ons huis met het dringende verzoek om op stel en sprong naar nummer 150 te verhuizen. Hij stelde al zijn personeel en de veilingschuit ter beschikking om dit in een dag te klaren. En zo gebeurde het dat wij 's morgens in nummer 45 uit bed kwamen en 's avonds, na eerst nog een beetje het sinterklaasfeest gevierd te hebben, in het nieuwe huis nummer 150 naar bed gingen.Herenstraat 150 in 2012Voor ons was het een ideaal huis. Het voorste gedeelte bestond uit een grote woonkamer met daaraan een erker aan de voorzijde. Deze kamer werd meestal op zondag bewoond. Aan de andere kant van de voordeur was een zijkamer, die in de week gebruikt werd met daarachter een opkamer als slaapkamer voor de ouders. Via een ruime trap kwam je op een grote zolder met nog een ouderwets rookhok waarin vlees kon worden gerookt. Aan de straatzijde waren drie slaapkamers. Deze werden gebruikt door de zes meisjes. Het achterste gedeelte was van oudere datum en bestond uit een grote woonkeuken met daarnaast een grote kamer die via porte-briséedeuren verbonden was met de grote voorkamer. Bij openstaande deuren was de totale lengte van de kamers bijna twintig meter. Via een trap in de keuken kwam je op de achterzolder. Daar waren een grotere en twee kleine slaapkamers getimmerd, die voorheen als slaapplaats dienden voor veldstudenten, die in het Westland het tuindersvak leerden. Deze drie kamers waren voor de vier jongens. Onder de steile keukentrap bevond zich een waterput. En over deze put gaat het verhaal.In de zomervakantie van 1941 - ik zou per 1 september naar de ULO in Rijswijk gaan -, gaf mijn moeder mij als taak deze waterput eens schoon te maken, omdat in de loop der jaren er nogal wat vuil van de daken in het water was gekomen. Het zou heel gemakkelijk zijn, want de vloer van de keuken was van plavuizen en er was een uitlaatgat naar buiten, dus ik kon de opgehaalde emmers ter plaatse leeggooien. En dus begon ik met goede moed aan het karwei, maar dat viel wel wat tegen. Na 100 emmers was ik nog niet veel opgeschoten… Meer dan 300 emmers heb ik opgehaald en geleegd voordat ik een grote groentekist op zijn kop op de bodem kon laten zakken om beneden droog te kunnen inspecteren. En wat bleek? De put was niet de gedachte vierkante put van 80 bij 80 centimeter, maar had onder de keuken nog een uitloop van 1,20 meter. De hoogte hiervan was ook 1m20 meter en de breedte ruim 1 meter. De put kon meer dan 3 kubieke meter water bevatten. De muren hebben wij afgeschrobd en het vuil zo veel mogelijk verwijderd, zodat het water weer goed bruikbaar was.In het najaar van 1944 werd de dreiging van een razzia steeds groter en er moest nodig een schuilplaats worden gemaakt om eventueel drie man - Aad (28 jaar), Antoon (23 jaar) en ikzelf (17 jaar) - te kunnen herbergen. Want bij razzia's werden mannen opgepakt van 17 tot 45 jaar. In familieberaad werd toen geopperd om de waterput als schuilplaats in te richten. Hiertoe moest eerst de regentoevoer worden afgesloten en een nieuwe afvoer naar buiten worden gelegd. Daarna weer water uit de put scheppen tot er nog maar 10 centimeter in stond. Als de Duitsers van in de put zouden kijken, dan zouden zij het water zien blinken en werd het idee van een lege droge put voorkomen. Tenslotte werden drie groentekisten op zijn kop in de put tegen de achterwand geplaatst en twee kisten voorin waarop wij konden staan als wij de put ingingen. Zaten wij achterin dan werden die twee kisten naar ons toegetrokken en konden wij onze benen daar op leggen. Keek je dan in de put, dan was er alleen water te zien en dus was de schuilplaats gereed.Aad Antoon en Leo van GaalenEn toen kwam 20 december 1944. Mijn broer Aad was in die tijd dirigent van het parochiekoor in Naaldwijk. Hij stapte 's morgens om zes uur op zijn fiets om in Naaldwijk de Gulden Mis (een speciale Heilige Mis ter ere van Maria) te dirigeren. Maar op de Mariëndijk, op de grens met Honselersdijk, werd hij door Duitse soldaten tegengehouden en teruggestuurd met de mededeling dat hij zich klaar moest maken voor de reis naar Duitsland. Terugfietsend naar huis heeft hij diverse mensen, die onderweg waren naar hun kerk in Kwintsheul en Wateringen, kunnen vertellen dat de razzia op handen was en met dit verhaal kwam hij ook thuis. Maar om nu direct in de waterput te gaan zitten, vonden wij nog niks. Vanuit de erker in de voorkamer had een van mijn zussen een goede kijk in de Herenstraat. En om ongeveer tien uur werden de eerste soldaten in de verte gesignaleerd en zochten wij onze schuilplaats op. Rond half elf werd bij ons aangebeld. De soldaten kwamen binnen en doorzochten het hele huis. Maar aan de put werd voorbijgelopen en dus vertrokken zij. Maar wij durfden nog niet naar boven te komen en bleven nog enkele uren in de put.Rond twee uur trokken de Duitsers weer naar het Plein om de opgepakte mensen mee te nemen. En om drie uur, toen alles veilig leek, zijn wij uit de put gekropen en konden wij ons wat vertreden en opgelucht ademhalen. Deze razzia hadden wij gelukkig overleefd. In die winter is er nog een keer alarm geweest. Een van mijn zussen hoorde midden in de nacht Duitse soldaten pratend door de straat gaan en heeft ons toen gewekt. Wij hebben wel bij de put gezeten maar zijn er niet ingegaan. Achteraf was het loos alarm.Na de bevrijding is de regentoevoer weer naar de put gelegd en deed de put weer dienst waarvoor hij gemaakt was. Na 1956 is het achterste gedeelte van het huis afgebroken, maar de put is wel gebleven, hoewel hij geen dienst meer doet. Een grote plaat bedekt nu de put.Een verhaal van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer