Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Rubrieken


Streekhistorie: Van gemengd zwemmen naar een 3D waterglijbaan maandag 19 juni 2017 08:08

Streekhistorie: Van gemengd zwemmen naar een 3D waterglijbaan

De Maassluise Courant van 6 april maakte melding van een verbouwing die zwembad Dolfijn in Maassluis te wachten staat. Er komt een 3D waterglijbaan. Want gewoon zwemmen is allang niet meer van deze tijd. In 1947 zwommen we in het troebele Maaswater van het buitenbad op het Hoofd. En de gemeenteraad debatteerde of de tijd misschien rijp was voor gemengd zwemmen. Maar zover waren we nog niet… Met de kwestie gemengd zwemmen bedoelde men in Maassluis niet gereformeerden en katholieken tegelijk toegang tot hetzelfde zwembad geven. Zover was men allang. Maar was het wel verantwoord om jongens en meisjes tegelijk te laten zwemmen? We luisteren mee bij de openbare vergadering van de gemeenteraad van Maassluis van 27 juni 1947, precies 70 jaar geleden.Hoe moet dat met moeders en zonen?Aan de orde is een initiatiefvoorstel van de heren Slagboom en Boutkan en mevrouw Hamakers. De ‘rode rakkers’ willen een herziening van het reglement voor de gemeentelijke zweminrichting. Niet zomaar een herziening, nee, de mogelijkheid om (waarschijnlijk zo nu en dan) gemengd te zwemmen. Zomaar mannen en vrouwen, meisjes en jongens door elkaar in het water en langs de kant. Dat was in die tijd nog onbestaanbaar. Mevrouw Hamakers wil dat graag toelichten. ‘Is het beslist noodzakelijk, dat zij, om de zwemprestaties van haar zoon gade te slaan, naar Hoek van Holland moet gaan? Zij hoopt dat het mogelijk gemaakt wordt dat haar man straks ook samen met zijn beide dochters kan gaan zwemmen.’ Ze meent dat een groot deel van de ingezetenen geen bezwaar heeft tegen gemengd zwemmen. Ze geeft de leden die daarvan niet overtuigd zijn in overweging om op een zomeravond eens een wandeling langs de Maas te maken.Zedelijk onverantwoordDe heer Chardon bevestigt dat er veel op particulier terrein gezwommen wordt. Hij verzoekt de voorzitter – als hoofd van de politie – daartegen maatregelen te willen nemen. Bij mooi weer komt het voor dat meer dan 300 personen op particulier terrein gaan zwemmen. Hij heeft daar persoonlijk veel nadeel van. De voorzitter bestrijdt het voorstel op formele gronden, die we maar buiten beschouwing laten. En de heer Parre ziet de noodzaak niet. Zwemmen is ‘ten eerste tot verfrissing van het lichaam en ten tweede tot redding van zichzelf of van anderen’. De voorzitter betreurt het ‘dat er blijkbaar in de gemeente dingen gebeuren die zedelijk niet verantwoord zijn’. Aan de politie heeft hij steeds opgedragen nauwlettend toe te zien wat met de openbare zedelijkheid in strijd komt. Zij die kwaad willen komen toch niet onder toezicht in de badinrichting, maar zoeken los­bandigheid buiten toezicht. De heer Van der Snoek zegt ‘dat hij geen bezwaren heeft tegen gemengd zwemmen voor gehuwden alleen, wel echter indien het wordt toegestaan voor alle groepen en alle leeftijden. Het is niet mogelijk om in een overvol bassin goed toezicht uit te oefenen.’ Het voorstel wordt verworpen.Het zwembad aan de Burg. Van der Lelykade dat in 1924 werd geopend en tot 1969 in gebruik is gebleven. De foto is genomen vanaf de watertoren. Op de voorgrond links de restanten van het sluisje naar het voormalige Prikkengat.Fris MaaswaterCurieus dat men zich in 1947 drukker maakte om de zedelijke dan om de lichamelijke gezondheid. Want de zweminrichting was aangelegd in een bassin bij de watertoren op het Hoofd. Het zwembad was gemaakt in het bassin van het voormalige Prikkengat. Hierin werden de prikken, de aasvisjes voor de visserij, levend gehouden in stromend water. Met een sluisje stond het bassin in verbinding met de rivier. Zo werd tweemaal per etmaal het water ververst door de getijdenwerking van eb en vloed. Toen het Prikkengat was opgeheven en de badinrichting was geplaatst, kon ook het zwembad zo regelmatig water verversen via het sluisje. Er kwam dan ‘fris’ Maaswater binnen. Bedenk wel: dat had dezelfde temperatuur en dezelfde helderheid als het water in de rivier. Menig ouder Maassluizer herinnert zich met enige weemoed de bemoste trappetjes, de geur van het zwembad en het klappertandend wachten bij de kleedhokjes.Ingang zwembad Dolfijn aan de Sportlaan.Zwemmen in havengebiedZoals men in 1947 constateerde werd er ook veel buiten het zwembad gezwommen, in de rivier. Het water was toch hetzelfde. De spanning van iets wat eigenlijk niet mocht en het ontbreken van direct toezicht maakten dit wel zo leuk. En die spanning zoekt elke generatie opnieuw op, want op 7 juni 2007 verscheen de volgende waarschuwing in de Maassluise Courant.‘Het wordt weer mooi weer en de vakanties komen eraan. Daarom maar weer eens aandacht voor de gevaren van zwemmen in het havengebied. In Maassluis is het verboden om te zwemmen in het havengebied. Dit zwemverbod geldt voor de buitenhaven én voor de binnenhaven (Haven, Kolk, Noordgeer en Hellinggat). Ingang zwembad Dolfijn aan de Sportlaan.Het zwemmen in havengebied is verboden, omdat het erg gevaarlijk is. Het is voorstelbaar dat het koele water er in warme tijden aanlokkelijk uitziet, maar de vooral jeugdige zwemmers onderschatten het gevaar. De Maassluise haven is een getijdenhaven. Dat betekent dat bij laag water de bodem vaak sneller is bereikt dan men denkt. Met laag water kan het dan behoorlijk vervelend uitpakken als waaghalzen van de bruggen of de keersluis springen. Niet alleen staat er maar een beperkte laag water, er kunnen ook onverwachte obstakels op de bodem liggen, zoals fietsen die in de haven worden gegooid, of andere rommel die door de vloed wordt meegenomen. Overtreders die het zwemverbod negeren en toch zwemmen in de Maassluise haven, kunnen op de bon geslingerd worden.’ De Schansbrug is op warme dagen nog altijd een geliefde springplank voor jongelui die willen zwemmen. Via het trappetje aan de Noordgeer kun je ook weer uit het water komen. Veilig is het niet; vanwege de waterkwaliteit, de vrachtschepen en de voorwerpen op de bodem. Maar wel spannend.BlootToen zwembad Dolfijn aan de Sportlaan geopend werd was dat een grote stap voor het welzijn en welbevinden van de Maassluizers. Het water was warm en schoon, de kleedruimtes en douches waren warm en schoon, er was een binnenbad en een verwarmd buitenbad en het was er veilig. Gemengd zwemmen was geen vraagstuk meer. En het bijbehorende kunstwerk was een dolfijntje dat speelde met … een heel erg bloot waternimfje.
Lees meer
Streekhistorie: De Leeuwenwoning maandag 12 juni 2017 09:09

Streekhistorie: De Leeuwenwoning

Al in de zestiende eeuw zijn er gegevens te vinden over de bewoning van de zogeheten ‘Leeuwenwoning’, aan de Oostgaag nr. 11-13. In de Leenkamerboeken (een soort pachtregisters) wordt in 1553 Cornelis Jan Harmenszoon Cassenaers genoemd. Cassenaers was ambachtsbewaarder: hij had opdracht om namens de ambachtsheer toezicht te houden op onder andere de waterstand, de molens en de visrechten van de Kralingerpolder, ook wel toentertijd ‘aghter de Gaegh’ genoemd. Vanaf 1698 kunnen we de bewoning volgen via de Verpondingsregisters (belasting op onroerend goed). Diverse families verwant aan elkaar, worden als eigenaar vermeld. Op de kaart van Kruikius uit 1712 is heel duidelijk de boerderij getekend. De boerderij is omgeven door een grote boomgaard en ligt aan het water met aan weerszijden de boerderijen ‘Duivenvlugt’ en ‘Burghoeve’. Deze situatie is , ondanks de huidige bebouwing, nog steeds herkenbaar. In de achttiende eeuw is de boerderij een tijd lang in bezit geweest van de familie Van ’s-Gravenzande, advocaten en medici te Delft. Al vanaf de zeventiende eeuw was het een gewoonte voor rijke stedelingen om te investeren in onroerend goed, onder andere in land en boerderijen. Het buitenleven kwam in trek en werd verheerlijkt. Het leven in de stad werd in de zomer als ongezond ervaren. Daarom reisden veel families per koets of schuit voor een dag of meer naar buiten om daar te genieten van de landelijke sfeer. In 1816, na de Franse Tijd, werd de familie Van der Kooij eigenaar van deze boerderij. Te beginnen met Jacob Jacobszoon (1791-1859), oorspronkelijk afkomstig uit ’t Woudt. Opeenvolgende generaties hebben er geboerd tot in de jaren negentig van de vorige eeuw. Vroeger heette de boerderij ‘Rust-Hoff’. De woning trekt aandacht vanwege zijn uitgebouwde koepel, de hoge witte muren en de dampalen met de twee leeuwen, die elk een familiewapen omklemmen. In de jaren dertig van de vorige eeuw schilderde de Rotterdamse architect J. Verheul Dzn. deze boerderij. Op de aquarel zien we voor het statige huis de boer afgebeeld. Links achter de boerderij is een klein stukje van de stal te zien, die haaks op het voorhuis ligt. Deze stal is een aantal jaren geleden gerenoveerd. Vooral de achtkantige koepel bepaalt het uiterlijk van het huis. De boerderij had oorspronkelijk, net zoals veel andere boerderijen in Midden-Delfland aan de noordzijde een opkamer en aan de zuidzijde van het voorhuis twee slaapkamertjes. Deze kamertjes werden in de achttiende eeuw vervangen door een uitbouw met koepelkamer. Waarschijnlijk diende deze koepelkamer als ‘herenkamer’ voor de eigenaar. Er wordt ook over ‘jachtkamer’ gesproken. Werd hier over de plaatselijke jacht gediscussieerd? De uitbouw is later voorzien van een extra verdieping en werd apart bewoond. Ook de verlengde opkamer werd verbouwd en zo geconstrueerd dat er een tweede huis ontstond. De ‘Leeuwenwoning’ met koepelkamer (foto MtH, winter 2016) De ‘Leeuwenwoning’ met tweede huis (foto MtH, winter 2016) In de jaren negentig van de vorige eeuw werd in het kader van de reconstructie van Midden-Delfland door de toenmalige boer W. van der Kooij bedrijfsverplaatsing aangevraagd en de woning aan de agrarische bestemming onttrokken. De oorspronkelijke naam ‘Rust-Hoff’ werd meegenomen naar het nieuwe boerenbedrijf in de Aalkeetbuitenpolder. Het monumentale pand aan de Oostgaag werd woonboerderij en draagt nu de naam ‘Leeuwenwoning’, vanwege de hekpijlers met leeuwen. Auteur: Trudy Werner-Berkhout van de Historische Vereniging Maasland
Lees meer
Streekhistorie: De eerste kerk van Ter Heijde na de Reformatie dinsdag 6 juni 2017 07:07

Streekhistorie: De eerste kerk van Ter Heijde na de Reformatie

Op 16 januari van dit jaar is de verbouwing gestart van het kerkgebouw van de Hervormde gemeente van Ter Heijde aan Zee. Het oostelijke deel van de kerk stamt uit 1720, het westelijke gedeelte is er in 1952 aangebouwd. Dit westelijke deel wordt bij de verbouwing afgescheiden van de huidige kerk en krijgt een nieuwe bestemming als ontmoetings- en vergaderruimte. Je zou kunnen zeggen dat hiermee wat betreft het houden van de diensten de situatie van 1720 wordt hersteld. De verbouwing is in zeer korte tijd met hulp van veel vrijwilligers afgerond. Zondag 4 juni 2017 is de eerste dienst gehouden in de geheel vernieuwde kerk. Het is niet algemeen bekend dat de huidige kerk een voorganger heeft gehad, waarvoor prins Willem van Oranje in 1667 de eerste steen heeft gelegd. Over deze kerk, die in 1720 vanwege de voortdurende kustafslag moest worden afgebroken, gaat dit artikel. Voor de Reformatie heeft in Ter Heijde een kapel gestaan. Deze is eind 16de eeuw geheel of gedeeltelijk afgebroken. Mogelijk is dat gebeurd om te voorkomen dat Spaanse soldaten zich er in zouden kunnen verschansen. Zeker is dat echter allerminst. In 1599 wordt volgens de rekening van de voogden (bestuurders) van Ter Heijde nog zand weggevoerd van de plaats van de kapel en in 1604 ontvangen ze 30 stuivers uit handen van Claes Lenertsz. Voois vanwege de verkoop van stenen die afkomstig zijn van de kapel. Na de Reformatie kerkten de inwoners van Ter Heijde jarenlang in Monster. Vooral voor de oudere inwoners viel het echter niet mee om over de zandweg naar Monster te lopen om daar ter kerke te gaan en na de kerkdienst dezelfde weg terug te moeten afleggen. Op zeker moment hebben de inwoners van Ter Heijde daarom het verzoek gedaan een eigen kerkelijke gemeente te mogen stichten. In reactie daarop gaven de Staten van Holland op 24 september 1663 toestemming voor de aanstelling van een eigen predikant. Die datum wordt dan ook algemeen aangehouden als het begin van de zelfstandige Hervormde Gemeente van Ter Heijde. Thomas Heeremans, Gezicht op Ter Heijde vanaf het strand, 1677. Het in 1668 in gebruik genomen kerkje staat gevaarlijk dicht bij het strand. Collectie RKD, Den Haag.De eerste dominee was de uit Enkhuizen afkomstige Wilhelmus Visch. Men hield aanvankelijk kerkdiensten op de zolder van het gasthuis, maar dat was vanwege de kou in de winter en de hitte in de zomer niet altijd een onverdeeld genoegen. Ook was de zolder voor sommige inwoners moeilijk toegankelijk. Begin 1667 vroeg de kerkenraad daarom, samen met het ambachtsbestuur van Monster, toestemming aan de prins van Oranje om een eigen kerk te mogen bouwen. De jonge prins verleende die toestemming binnen een paar maanden. Hij kwam vervolgens in hoogsteigen persoon op 1 november van dat jaar de eerste steen leggen. Van die plechtigheid bestaat het volgende verslag: ‘Den Heer Prinse van Orangen (als daertoe speciaelyck versocht) legde op 1 deser den eersten steen van een nieuwe Kerck aen het seedorp Ter Heijde. Zyn Hoogheyts legging waren twee witte Albastertsteenen, waer in gehouwen waren de Letteren W.H.P.O. ende was gewapent met een silvere Troffel ende Ebbenhouten Maetstock, waer in, duym voedt, en Maetstock, cierlyck in silver ghesneden stonden. En van twee Haegse Juffrouwen een seemleere Schootskleet aengebonden, treedt uyt ’t Huys van den Predicant ter plaetse daer men ghedachte Kerck soude optimmeren. Ende daer van een der voornaemste der twee Albastertsteenen ontfangende, leyde die in het Fondament, wederkeerende na ’t Huys van den gemelden predicant. Is dien gebruyckelyck, wel getracteert. Latende het Troffel en Maetstock ter gedachten aen de Kerck. Den Prins tracteerde daer na weder die Heeren welcke hem Ter Heij hadden onthaelt, tot Scheveningen op Soetenburg.’ Ten behoeve van de nieuwbouw werden van verschillende leden van het Oranjehuis geldelijke bijdragen ontvangen. Zo schonk Amalia van Solms 1000 gulden. Ook de Staten van Holland droegen 1000 gulden bij. Er werden verder speciale collectes gehouden in verschillende kerken in de regio. Hoe die eerste kerk er heeft uitgezien is niet precies bekend. Op de kaart van landmeter Kruikius uit 1712 zijn bij nauwkeurige beschouwing slechts contouren van de kerk zichtbaar. Ook op een schilderij van Thomas Heeremans uit 1677, voorstellende een strandgezicht bij Ter Heijde, is de kerk van enige afstand afgebeeld. Wel zijn er gedetailleerde bestekken en rekeningen bewaard gebleven, die een redelijke indruk geven van de gang van zaken bij de bouw en van de uiteindelijke vorm van de kerk. De totale bouwkosten hebben ongeveer 7000 gulden bedragen. Het kerkje was binnen de muren gemeten slechts 8 bij 16 meter groot. Tegen de gevels van Leidse bakstenen stonden steunberen. De hoofdingang bevond zich aan de westkant en was 2,5 meter breed. In de zes ramen ter weerszijden van de kerk waren ijzeren roosters aangebracht, waaraan de glas-in-loodramen bevestigd waren. Tegen een van de zijgevels bevond zich een consistoriekamer van ongeveer 4 bij 5 meter. Boven de consistoriekamer waren de kerkvensters wat minder hoog dan in de rest van de kerk. Het houten dak van de kerk was belegd met blauwe dakpannen en op het dak stond een houten torentje, waarin de luidklok hing. Op de kerkvloer lagen rode bakstenen plavuizen. Om de timmerman niet op te houden moest de metselaar uiterlijk half april 1668 de muren gereed hebben. Het laatste metselaarswerk moest vervolgens uiterlijk eind mei 1668 klaar zijn.P.C. la Fargue, Ter Heijde in 1752. Links de kerk van 1720. Op de achtergrond de kerk van Monster. Collectie Haags Gemeentearchief.De inwoners van Ter Heijde hadden vanaf 1668 dus een eigen kerk, maar nog geen inkomsten om de kerk te onderhouden. Het zat hen daarom dwars dat zij nog steeds financieel moesten bijdragen aan het onderhoud van de toren en de kerk van Monster. Van iedere ton schol moesten zij ten behoeve daarvan een stuiver afdragen en van iedere kabeljauw of zalm een halve stuiver. De Heijdse herbergiers moesten van iedere ton bier tien stuivers en van elke stoop wijn een halve stuiver accijns betalen. Ook vloeide er een bepaalde som per vissersschuit in de Monsterse kas. De Heijenaren richtten zich daarom tot de Staten van Holland met het verzoek een deel van die inkomsten zelf te mogen houden ten dienste van de eigen kerk en het dorp Ter Heijde. Of dit verzoek is ingewilligd blijkt helaas niet uit de archieven. Die eerst kerk is geen lang leven beschoren geweest. Door kustafslag was men al in 1720 genoodzaakt het gebouw af te breken. Ruim 350 meter landinwaarts werd een nieuwe kerk gebouwd. Zo veel mogelijk materiaal van het oude kerkje werd hergebruikt voor de nieuwbouw. De kerk van 1720 staat er heden ten dage nog steeds, al is er in de loop van drie eeuwen wel het een en ander aan verbouwd. Een deel van de kapconstructie van de kerk schijnt afkomstig te zijn van het eerste kerkje uit 1668. Het oostelijk deel van de huidige kerk stamt nog uit 1720. Het westelijke deel is er in 1952 aan toegevoegd. Dit westelijke deel is met de nu voltooide verbouwing dus weer afgezonderd van de kerkruimte en gaat de functie van verenigingsgebouw ‘Irene’ overnemen.Bronnen:P. Bos, De stichting van de kerkelijke gemeente Ter Heijde. In: Historisch Jaarboek Westland 2002.Wim Duijvestijn, De bouw van de nieuwe kerk van Ter Heijde (1667-1668). Een ongepubliceerde beschrijving van de bouw aan de hand van oude bestekken en rekeningen, circa 1980.Auteur: Leo van den Ende van de Werkgroep Oud-Monster
Lees meer
Streekhistorie: Familiebedrijf Valstar basis van succes Best Fresh Group maandag 29 mei 2017 09:09

Streekhistorie: Familiebedrijf Valstar basis van succes Best Fresh Group

Het Westlandse familiebedrijf is de bakermat geweest van veel succesvol ondernemerschap. Een goed voorbeeld van zo’n familiebedrijf is de Best Fresh Group, voor veel Westlanders beter bekend als Valstar op ABC Westland in Poeldijk. Het Genootschap Oud-Westland bracht op 17 mei en 31 een bezoek aan dit bedrijf met meer dan 300 medewerkers. De grootvader van de huidige directeur Mart Valstar  begon in 1928 met de handel in groenten. Drie van zijn broers werden tuinder maar Maart en andere broer Cees kregen het advies de handel in te gaan. "Wat is dat, handel ?", vroeg Maart zoals verwoord in het boek Geworteld in het Westland”. Het begin was moeilijk met de crisisjaren en de oorlog. Fa. M. Valstar & Co hield zich bewust afzijdig van handel met de Duitsers. Na de oorlog kon hij bijna van de grond af opnieuw beginnen. "Er stond nog een motor onder een baal hooi en er was 2000 gulden in kas", zei directeur Mart Valstar tegen de leden van het genootschap. Ondanks de tegenslagen van de Familie Valstar in de oorlog pakte de zaak de export naar onze oosterburen weer op en logeerde vader Ful in 1953 bij een Duitse afnemer om de taal en het vak te leren. Grootvader Valstar bleef tot zijn overlijden in 1976 in de zaak, maar na de verhuizing in 1972 naar ’s-Gravenzande werkte hij  nog halve dagen. Zijn zoon Ful, de vader van de huidige directeur Mart Valstar, was commissionair en bracht zijn meeste tijd achter de klok door. "Het einde van de klok op 29 januari 1999 werd tegelijk zijn pensioendatum," zei Mart, die in 1981 als jong broekie in de zaak kwam werken. In de periode vanaf de midden tachtiger maakte het bedrijf een sterke groei door De omzet steeg van 3 miljoen gulden naar bijna 300 miljoen vorig jaar. De komst van de Greenery in 1996  bracht een andere wijze van zaken doen met zich mee. De veiling ging zich meer met de handel bezig houden en ging ook naar onze klanten. Een enorme kanteling in de keten en een bedreiging voor het voortbestaan van ons bedrijf.  "Als jullie naar mijn klanten gaan, dan ga ik naar jullie telers", dacht en deed Mart Valstar. Samen met nog drie andere bedrijven nam Valstar een commerciële man aan, die de telers rechtstreeks ging benaderen. De vorming van de Greenery overtuigde Mart Valstar nog meer van de voordelen van het familiebedrijf. "Veel familiebedrijven verkochten zich aan de Greenery maar hun ziel ging uit het bedrijf", zei Valstar. Intussen groeide Valstar. Op 23 juni 2003 vierde het bedrijf zijn 75-jarig bestaan. Er volgde een reeks van nieuwe activiteiten waardoor de Best Fresh Group nu twaalf ondernemingen telt, die een breed pakket aan producten aanbieden van kasgroenten tot exoten. "Wij zijn één familie en ieder lid is een expert in zijn productsegment. Samen zijn wij sterker. Samen bieden wij een complete dienst aan onze toeleveranciers en klanten’’ aldus de bedrijfsbrochure uit 2016. Mart Valstar hoopt dat zijn drie dochters het familiebedrijf zullen voortzetten. Hij denkt niet aan verkoop. "Van een zak geld word ik niet gelukkig", zegt de Naaldwijker. Intussen houdt hij zich o.a. bezig met de innovatie van de bedrijfsvoering. Een van de doelstellingen is erop gericht het papierverbruik fors terug te dringen. Het sociale aspect blijft ondanks de schaalvergroting  behouden. Op het intranet verschijnen o.a. de namen van de jarige medewerkers van die dag op het beeldscherm alsook de namen van het nieuw aangenomen personeel. Regelmatig hebben gezondheidschecks plaats. Mart Valstar beloofde vorig jaar een te zware medewerker een forse beloning als hij zijn gewicht van 123 naar 100 kilogram wist terug te brengen. De man raakte extra gemotiveerd en kwam na enige tijd het geld ophalen. Inmiddels zit de medewerker op een gewicht van 93 kilogram. Auteur: Frank de Klerk van het Genootschap Oud-Westland
Lees meer
Streekhistorie: Het Begijnhof van ’s-Gravenzande maandag 22 mei 2017 08:08

Streekhistorie: Het Begijnhof van ’s-Gravenzande

Als u wel eens op bezoek bent in Zuid-Nederlandse of Belgische steden dan bent u waarschijnlijk wel eens een begijnhof tegengekomen. Deze mooie historische gebouwencomplexen zien er heel erg pittoresk uit. Een verzameling huisjes die een besloten hof vormen en toegankelijk maar ook afsluitbaar via een poort. Op het begijnhof is ook een kapel aanwezig. Als je daar tijdens een wandeling door een drukke stad bij toeval terecht komt dan overvalt je gelijk een gevoel van rust. Aquarel uit ca. 1760 van buitenplaats Vreeburg, het poortgebouw en de muur van het begijnhof zijn nog aanwezig (bron Nationaal Archief) Heerlijk om daar te zijn en te wonen. Als ik mensen vertel dat zo’n begijnhof zich ook ooit in ’s-Gravenzande heeft bevonden kijken ze mij altijd ongelovig aan. Toch is dat zo en het was zelfs een heel oud begijnhof. Het werd al in 1255 voor het eerst genoemd en daarmee is het ’s-Gravenzandse begijnhof het oudste begijnhof van de noordelijke Nederlanden. De Begijnen van 's-Gravenzande kregen toen een jaarrente van graaf Willem II van Holland. In datzelfde jaar beloofde Jan van Diest, de wijbisschop van de bisschop van Utrecht aan iedere gelovige een aflaat als die de Begijnen hielp bij de aanleg van hun hof. De grond waarop het Begijnhof werd gebouwd was ter beschikking gesteld door gravin Machteld, de moeder van graaf Willem II. Later schonk zij nog een aangrenzend stuk land met een huis. Het ’s-Gravenzandse begijnhof bevond zich op het terrein waar nu het appartementencomplex Vaarthof is, begrenst door het Vaartplein, de Vreeburghlaan en de Gasthuislaan. Het middeleeuwse poortgebouw van het begijnhof, aquarel uit ca. 1760 (bron Nationaal Archief) In een Begijnhof woonde een groep vrouwen bij elkaar die een vroom en kuis, religieus leven leidden. Zij legden echter geen kloostergeloften af en traden ook niet toe tot een (klooster)orde. Zij onderwierpen zich vrijwillig aan een strenge religieuze levenswijze. De gelofte van armoede bond hen niet, zodat ze wel privé-bezittingen mochten hebben. Daarbij bleven ze een zelfstandig leven leiden, maar wel afgescheiden van de buitenwereld. In de praktijk kwam dit er op neer dat de vrouwen een eigen huis(je) hadden op een ommuurd en afgesloten terrein. Opgraving van het fundament van de muur om het begijnhof in 1999 (collectie Westlands Museum) De Begijnhoven ontstonden in het tweede kwart van de 13de eeuw in België, Nederland, Noord-Frankrijk en het Duitse Rijnland. Waarschijnlijk omdat er te weinig vrouwenkloosters waren en er in die periode grote groepen vrouwen waren die zich wilden toeleggen op een religieus leven. Het Begijnhof was dus een half geestelijke, half wereldlijke instelling. De vrouwen voorzagen in hun eigen onderhoud door opbrengst van hun landbezit of het maken van kleding en het bereiden van voedsel. Ook hielden zij zich bezig met het verzorgen van zieken.Middeleeuwse waterputten verbonden door middel van gemetselde kokers In ’s-Gravenzande is nu behalve een straatnaam niets meer te herkennen of te zien van het begijnhof. Toch weten we er nog aardig wat vanaf. Er bestaan nog oude kaarten waarop het begijnhof staat afgebeeld en er zijn ook nog historische schilderingen waarop delen van het begijnhof te zien zijn. Verder zijn er in archieven en oude aktes ook nog gegevens van het ’s-Gravenzandse begijnhof terug te vinden. Muurwerk van de grote middeleeuwse kelder van een gebouw op het begijnhofNiet zo heel lang geleden, namelijk in 1999 zijn er bij een archeologisch onderzoek op de locatie waar het appartementencomplex Vaarthof werd gebouwd, tastbare sporen teruggevonden van het begijnhof. Bij die archeologische opgraving werden de fundamenten gevonden van de muur die het begijnhof omgaf en van een deel van het poortgebouw. Ook van het huis dat genoemd werd in de schenking van gravin Machteld zijn sporen terug gevonden, o.a. zwaar muurwerk, een grote kelder en verschillende afval- en beerputten waar heel veel aardewerkvondsten uit de 13de en 14de eeuw uitkwamen. Verder zijn er meerdere waterputten terug gevonden die aan elkaar verbonden waren door middel van gemetselde kokers. Het vermoeden bestaat dat deze waterputten gebruikt werden voor het brouwen van bier waar je schoon water voor nodig had. Het brouwen van bier was ook een van de activiteiten waar de begijnen zich mee bezig hielden. In meerdere archiefstukken die met het begijnhof te maken hebben wordt een brouwhuis genoemd.Middeleeuws gebruiksaardewerk van het begijnhof Van de begijnenhuisjes zijn geen fundamenten gevonden, waarschijnlijk omdat die niet heel erg groot waren en daarom niet beschikten over zware funderingen. De toplaag van het terrein was tot op een diepte van bijna een meter erg verstoord door bouwactiviteiten uit het verleden. Dat we ook geen funderingen terug gevonden hebben van de kapel is wel vreemd. Op oude landkaarten staat deze kapel duidelijk ingetekend en ziet er daar uit als een behoorlijk zwaar bouwwerk. Het zou kunnen dat alles wat nog restte van de kapel verdwenen is want die heeft gestaan op de plek waar in de 20ste eeuw de groenteveiling werd gebouwd. Daar heeft een behoorlijk grote veilinghal met een zware vloer gestaan waar heel wat grondwerk voor is verzet. De kapel is er zeker geweest want we hebben tijdens de opgraving meerdere profielstenen van kerkramen terug gevonden en gebrandschilderd glas met religieuze afbeeldingen.Plantbedden van de moestuin van het begijnhof tekenen zich af als verkleuring in de ondergrond Andere interessante vondsten waren die van plantbedden van de moestuinen uit het begijnhof. Deze plantbedden tekenden zich heel duidelijk af als verkleuringen in de ondergrond. Op de oude landkaart van het begijnhof zien we veel bomen van boomgaarden staan voor de productie van fruit. Door de verkoop van fruit konden de begijnen in hun levensonderhoud voorzien. Dit is een mooi gegeven omdat deze vondsten laten zien dat de Middeleeuwse Westlanders al met tuinbouw bezig waren, ver voordat het Westland een grootschalig tuinbouwgebied werd.’s-Gravenzande op een kaart uit 1566, het begijnhof is direct rechts van de kerk (bron Nationaal Archief) Het begijnhof heeft bestaan tot aan het begin van de 80-jarige oorlog. Het werd na de Reformatie als katholieke instelling door de staten van Holland in beslag genomen, waarna het in 1576 verkocht werd aan Adriaan Duyck, rekenmeester van Holland. Bij de verkoop werd bepaald dat de begijnen die nog in het hof woonden tot hun dood hun eigen huisje mochten blijven gebruiken. Middeleeuwse vingerhoedjes van het begijnhof, opgegraven in 1999 In 1615 kwam het huis aan de Vaart in handen van Dirk Gerritsz. Meerman een koopman uit Delft. Zijn zoon Francois kocht later alle voormalige bezittingen van het begijnhof op, waarna hij op die plaats een zogenaamde buitenplaats liet aanleggen. Dit is een mooi landhuis met een siertuincomplex. Na de vrede van Munster, waarmee de 80-jarige oorlog ten einde kwam, kreeg de buitenplaats de naam Vreeburg.Auteur: Ton Immerzeel, conservator Westlands Museum
Lees meer
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS