Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Rubrieken


Streekhistorie: Een nieuwe ambtsketen voor Wateringen maandag 14 mei 2018 09:09

Streekhistorie: Een nieuwe ambtsketen voor Wateringen

Vorige week werd bekend dat er een ambtsketen van een van de oude Westlandse gemeenten is verdwenen uit het Historisch Archief Westland. Een van de ambtsketens die er nog is, althans op 20 april 2018 wel, is de 'nieuwe' ambtsketen van de gemeente Wateringen. Jarenlang maakte de burgemeester van Wateringen gebruik van een standaardketen. Dit was een ambtsketen met sober uitgevoerde schakels, weliswaar in zilver, die als een soort catalogusmodel kon worden besteld. In 1995 besloten de wethouders van Wateringen dat het tijd werd voor een nieuwe ambtsketen. De gemeente was op 1 januari 1994 een kwart kleiner geworden als gevolg van de annexatie van een groot stuk Wateringen door Den Haag. Besloten werd om een echte ontwerper de opdracht te geven voor een typisch Westlandse keten. Op 30 april 1995, Koninginnedag, kon de ambtsketen officieel gepresenteerd worden. Dat gebeurde tijdens de traditionele bijeenkomst van de gedecoreerden in de raadzaal aan de Dorpskade. Een compleet verraste Burgemeester Van den Bos kreeg de nieuwe keten omgehangen door wethouder en loco-burgemeester Jan Kleyberg.Tijdens de raadsvergadering van 30 mei 1995 geeft VVD-fractievoorzitter Bart Kat een overzicht van de symboliek in de ambtsketen. Hij doet dat bij het aanvaarden van een geschenk, een boek over verzetsherinneringen, waar hij als nestor van de raad altijd een dankwoord voor uitsprak.De ambtsketen is tot december 2003 gedragen en werd op de laatste dag van de gemeente Wateringen opgeborgen in het gemeentearchief door de burgemeester en archivaris Ed Schooneman. Nu bevindt de ambtsketen zich in de kluis van het Historisch Archief Westland. Tegenwoordig wordt de ambtsketen nog een keer per jaar gedragen door de voorzitter van de Klas in de Raad-bijeenkomst voor leerlingen van 5 havo van ISW Hoogeland, die voor hun eindexamen een echte raadsvergadering moeten naspelen met initiatiefvoorstellen die ze zelf hebben gemaakt.Notulen van de vergadering van de raad van de gemeente Wateringen 30 mei 1995De heer Kat wenst het volgende op te merken: (…)"Mijnheer de voorzitter, er is nog een tweede gift aan de gemeente in ontvangst te nemen: uw ambtsketen. Weliswaar niet een gift in de zin van gratis aangeboden, want de financiering van deze ambtsketen komt uit de gemeentebegroting en zal dus nog een goedkeuring van de raad behoeven met de daarbij behorende begrotingswijziging, maar in de zin van een noodzakelijk cadeau voor het functioneren van de voorzitter van deze raad. Het initiatief hiertoe is genomen door de wethouders maar verdient nu eenmaal de instemming van de raad. De fractievoorzitters zijn tijdig op de hoogte gebracht van dit initiatief, dus over die instemming van de raad maak ik mij niet zo'n zorg. Ik beperk mij nu als nestor van deze raad tot het memoreren van het feit dat het ontvangen van een nieuwe ambtsketen, in zijn vormgeving een typisch Nederlands gebruik, een toch redelijk uniek gebeuren is, zowel voor u mijnheer de voorzitter als voor ons als raadsleden. Dat unieke gebeuren, ik denk "once in a lifetime" willen wij als raad toch niet zo maar voorbij laten gaan. Dat zou jammer zijn want onderzoek mijnerzijds heeft uitgewezen, dat deze ambtsketen stijf staat van de symboliek en het bovendien een aantal interessante feiten in zich heeft. Er valt dus nogal wat te vertellen over deze ambtsketen. Eerst maar de feiten. De keten bestaat uit 24 schakels die elk een onderwerp uitbeelden dat kenmerkend is voor het Westland en dus ook voor Wateringen. Van onderaf gezien, naar rechts draaiend, zijn dat de roos, de gerbera, de anthurium en de tulp, ook in die volgorde. Elke bloem wordt afgewisseld door een schakel met een gestileerde kas. De kassensierbloemteelt dus, een van de twee elementen waarop het Westland economisch steunt. De basis en de top van de keten worden gevormd door schakels met druiventrossen. De druif, een hele wijk in onze gemeente heeft er zijn naam aan te danken, als overgang naar de andere helft van de keten, de kassen-groenteteelt, het andere element van de Westlandse economie. Van rechts nu naar links draaiend vanuit de druif: de tomaat, de paprika, de komkommer en de wortelen, ook hier steeds afgewisseld door een schakel met het kassymbool. Aan de onderzijde van de keten hangt het gemeentewapen met aan de andere zijde het wapen van Nederland. De keten weegt 600 gram en is gemaakt van zilver en koper in een verhouding van 925/1000 zilver en 75/1000 koper. Zoals te doen gebruikelijk is de keten aan de achterzijde voorzien van een aantal waarmerken. Ze staan op de tweede kassschakel, rechts van de sluiting. Ten eerste het zilvermerk "ZWA" hetgeen betekent Zilverwerk At (bedrijfsnaam en voornaam van de maker At Brandenburg). Dan het gehalteteken, 925/1000 en het Gildeteken, het wapen van Schoonhoven met de letter M (= het waarborgkantoorteken van Schoonhoven). Dan het kantoorteken van de keuring, een Minervakop met de letter R (= keuringsstad Gouda). Tenslotte de letter L voor het jaar 1995. Dit voor zover de feiten. Nu de symboliek. Eerst de Minervakop. Minerva is in de Romeinse mythologie de godin van de wijsheid en dapperheid en wordt afgebeeld met schild en speer. Zij was de dochter van Jupiter en de beschermster van kunsten en wetenschappen. Voorwaar een mooi symbool op de ambtsketen van een burgemeester, vlak voor de tweede werkconferentie in het kader van de kerntakendiscussie. Dan die 24 schakels: 1 x 24, 2 x 12, 3 x 8 en 4 x 6. Een stukje getallensymboliek. Eerst maar eens 12. De maat in onze samenleving: 12 maanden, 12 uren per dag en per nacht, de twaalf apostelen en twaalf sterrenbeelden. Maar ook, als je de 1 en de 2 uit 12 optelt krijg je drie, het perfecte getal, de drie-eenheid. Ik kan nog veel verder gaan, maar dat zal ik in dit kader niet doen. Nog een interessant getal is de 8: 2 x 2 x 2. 2 is dualiteit, in ons huidig politiek jargon dualisme, het kennisnemen van de mening van beide partijen. Een gezond symbool dus in een ambtsketen van een burgervader. Tenslotte de 6. In de filosofie het symbool voor het principe van wet. Voorzitter, zo'n symbool in uw ambtsketen moet u toch geruststellen. Voor zover wat getallensymboliek. Ook in de schakels zit symboliek, politieke symboliek. In de eerste plaats zijn al onze politieke kleuren vertegenwoordigd: de rode tomaat en wortel, de blauwe druif en de groene komkommer. Ook is het interessant om te kijken naar de volgorde van de schakels en wie naast wie staat. De rode tomaat naast de groene paprika, of is dat dan ineens een rode paprika? De groene komkommer naast de blauwe druif, of wordt dit dan ineens een groene druif? Een blauwe Alicante of een witte Emile? Een gele tulp naast de blauwe druif, zijn dat niet de politieke kleuren van het Westland? Voorzitter, ik kan zo doorgaan en het onderstreept hoe belangrijk die keten om uw schouders is: de perfecte illustratie van uw vak. Er is nog een element in de keten die een zwaar symbool is en waar ik deze korte gedachtengang rondom uw ambtsketen mee wil besluiten. De gerbera: in mijn ogen is het de zon stralend over het Wateringse en over het Westland. Met haar warmte energie gevend aan onze economie en aan onze samenleving. Een onuitputtelijke energiebron. In de keten gelegen aan de kant van het hart, de energiebron die het menselijk lichaam de kracht geeft om datgene te doen waar het voor bestemd is. Wij wensen u toe, als voorzitter van deze raad en als drager van deze keten, dus eigenlijk ook voor diegene die u bij afwezigheid vervangt, dat u de symboliek van deze keten weet te gebruiken en samen met ons zult vertalen in ideeën die de gemeente Wateringen uit de woelige periode van nu in rustiger vaarwater zal brengen. Zo moge het zijn. Ik dank u wel."Auteur: Maxim van Ooijen van de Historische Werkgroep "Oud-Wateringen & Kwintsheul"
Lees meer
Streekhistorie: De joodse familie Van Tijn maandag 7 mei 2018 09:09

Streekhistorie: De joodse familie Van Tijn

Afgelopen vrijdag was het 4 mei, dodenherdenking. We herdenken dan allen die in de oorlog hun leven hebben gelaten. Militairen, verzetsstrijders, maar ook burgers, en in het bijzonder de vele joden die vermoord zijn in de Duitse concentratiekampen. Twee weken eerder waren in het Wilhelminaplein kleine stenen met een messing plaatje aangebracht. Dit betrof de ‘struikelstenen’ die al in 2016 geplaatst waren ter nagedachtenis aan vijf leden van de joodse familie Van Tijn, die in de oorlog zijn omgebracht. Eens leefden er behoorlijk wat joden in het Westland. De eerste joden kwamen in de tweede helft van de achttiende eeuw in het Westland wonen. Het was in deze regio veilig en rustig, en later telde ook mee dat zij – met dank aan de Franse revolutie – hier het vrijwel volledige burgerschap kregen. In de 19e eeuw nam het aantal joden aanvankelijk behoorlijk toe, tot zo’n 150 mannen, vrouwen en kinderen. Ze waren grotendeels gevestigd in ’s-Gravenzande en in Naaldwijk. Dat aantal nam aan het begin van de 20e eeuw sterk af omdat de ze uit economische motieven naar steden als Den Haag vertrokken. Door die afname konden joodse voorzieningen zoals de synagoge (gevestigd in de kapel van het Heilig Geest Hofje) en de mikwe (bad voor reinigingsritueel) niet langer gehandhaafd worden. Ook de begraafplaats aan de Opstalweg werd overgedragen aan de gemeentelijke overheid, wél met de verplichting om deze eeuwigdurend in stand te houden en deze te verzorgen. Toen de oorlog in 1940 startte, waren er in het Westland nog maar twee Joodse gezinnen: de familie van Tijn in Naaldwijk en de familie Van Leeuwen in Monster. Beide waren slagersfamilies, gewaardeerd om hun koshere bereiding van het vlees. De familie van Tijn woonde achter hun winkel aan het Wilhelminaplein, nummer 15. Naast vader Gabie (Gabriël) en moeder Naatje waren er drie kinderen: Levie, Roza en Ida. De kinderen waren onderdeel van de Naaldwijkse gemeenschap, gingen er naar school en speelden er met andere kinderen. Hun rustige leventje veranderde volledig toen de oorlog uitbrak. Het eerste oorlogsjaar viel het aanvankelijk nog mee, maar in de loop van 1941 werden de anti-joodse maatregelen steeds strenger. Dat begon met het verplicht inschrijven in het bevolkingsregister als jood. Vervolgens moesten zij hun radio en fiets inleveren, veel eerder dan de andere Nederlanders. Daarna werden ze gedwongen om te stoppen met hun winkelnering en moesten ze vanaf mei 1942 een jodenster gaan dragen. Op vele plekken waren joden niet meer toegestaan. Alleen al in Naaldwijk waren er meer dan veertig plekken die verboden waren, zoals de bioscoop, het zwembad, het slachthuis, de veilingen en de cafés. Zodoende werd ‘normaal’ leven voor joden onmogelijk gemaakt. Gabie van TijnRoza van Tijn Ida van Tijn Dat bleek helemaal het geval toen Duitsland met zijn meest morbide plan kwam: de deportatie en vervolgens moord op álle joden. Op 14 juli 1942 vond het eerste transport van joden plaats, via kamp Westerbork naar de concentratiekampen in Duitsland en (het huidige) Polen. In eerste instantie werden de joden opgeroepen om zich te melden in Amsterdam. Men zou naar werkkampen gaan, wat altijd nog beter was dan een concentratiekamp als Mauthausen, dan toen al berucht was. Later vervielen de oproepen en werden joden direct gearresteerd. De familie Van Tijn was al snel het slachtoffer van deze deportatie. Levie werd in augustus 1942 opgeroepen om zich te melden in Amsterdam. Hij vertrok op 15 augustus met zijn zusje Ida, die net 17 jaar was geworden. Waarom Ida meeging is niet duidelijk. Zij zijn beide naar Westerbork overgebracht en vrijwel direct daarna per goederentrein naar Auschwitz afgevoerd, een reis van drie dagen. We weten niet wat er vervolgens met hen gebeurd is. Voor een grote groep van jongeren – waar zij deel van uitmaakten - is na de oorlog de overlijdensdatum van 30 september 1942 vastgesteld. Vader en moeder Van Tijn waren niet veel later de volgende slachtoffers. Op 8 oktober 1942 zijn Gabie en Naatje uit hun huis gehaald en weggevoerd naar het politiebureau dat aan hetzelfde plein stond. Er zijn Naaldwijkers die dit als kind hebben zien gebeuren en het zich levendig kunnen herinneren. Hij was ziek, zij was in paniek. Dezelfde dag zijn ze weggevoerd naar Amsterdam. Vandaar zijn ze naar Westerbork getransporteerd en vervolgens ook naar Auschwitz. Daar zijn ze op 26 oktober, direct na aankomst, vermoord. De tweede dochter, Roza, was getrouwd met Levie de Jong. Ze hadden een dochtertje en woonden bij zijn ouders in Amsterdam. Op 20 juni 1943 zijn tijdens een grote razzia 5.000 joden opgepakt, waaronder Roza en haar man. Zij zijn uiteindelijk naar Sobibor afgevoerd, waar zij op 2 juli 1943 zijn vermoord. Hun dochtertje was elders ondergebracht en heeft als enige van de familie de oorlog overleefd. Zij woont in Amsterdam en was met haar kleinzoon aanwezig bij de eerste steenlegging van de struikelstenen, in 2016. De struikelstenenGedurende de verbouwing van het Wilhelminaplein hebben de vijf steentjes in de publiekshal van het gemeentehuis gelegen, maar nu zijn ze weer teruggebracht naar waar ze horen: bij de plek waar de slagerswinkel van Van Tijn stond. Hier kunnen we de familie gedenken, die zoveel leed is aangebracht, enkel om het feit dat ze joods waren. Eenieder die ze ziet en leest, buigt zijn hoofd en struikelt met zijn hart.Auteur: Gustaaf van Gaalen van de Historische Vereniging Naaldwijk-Honselersdijk
Lees meer
Streekhistorie: De groep Jansen vlucht voor de Nazi’s naar Engeland maandag 30 april 2018 09:09

Streekhistorie: De groep Jansen vlucht voor de Nazi’s naar Engeland

Op 25 mei 1940 werd Johannes Jannes Jansen door de Duitse bezetter gedemobiliseerd als dienstplichtig militair en uit het Nederlandse leger ontslagen. Hierna pakte hij zijn beroep als stoffenhandelaar weer op. Vervolgens sloot hij zich aan bij een pas opgerichte anti-Duitse illegale organisatie, de OD of Orde Dienst. Hij werd lid van de afdeling Maartensdijk en Zuylen in de provincie Utrecht waar hij opklom tot districtsleider. Eind 1941 werden diverse leden van zijn beginnende verzetsgroep door de Duitsers opgespoord en gearresteerd. Jansen wist te ontkomen en kreeg opdracht om, met de door het verzet verzamelde gegevens, naar Engeland te gaan. Dit waren gegevens over de, door de Duitsers, te bouwen “IJssellinie” en de verbroken radiocontacten. Jansen besloot nu om een groepje betrouwbare medestanders te verzamelen om samen met hem naar Engeland uit te wijken. Door zijn werk als stoffenhandelaar had hij veel contacten in het hele land.Het vluchtplanIn Assen woonde Abraham (Bram) Levi (31 jr.) met zijn vrouw Greta Cato Levi-Mendels.(31 jr.) Bram was vertegenwoordiger in de manufacturen- en stoffen groothandel van zijn vader en had daardoor ook veel relaties, onder andere met Johannes Jansen. De laatste maakte Bram op een gegeven moment deelgenoot van zijn plan. Ook vertelde hij dat hij dit wilde doen met nog enkele betrouwbare mensen. Voor het Joodse echtpaar Levi Bram was de keus niet moeilijk. Zij moesten zo snel mogelijk weg uit Nederland naar een veiliger land. Zij sloten zich aan bij Jansen en verlieten op 19 november 1941 in het geheim hun woning in Assen. Zij lieten alles achter en vertelde niemand, ook hun naaste familie iets over hun plan. Zij namen de trein naar Utrecht en maakten ’s-avonds bij Jansen kennis met nog vijf andere leden van de groep.De groep potentiele Engelandvaarders bestond nu uit negen personen, Johannes Jansen (24 jr.), Bram (31 jr.) en Greta Levi (31 jr.), Walrave van Krimpen (47 jr.) oud-militair en verzetsman, Anton (Tonny) Loontjes (19 jr.), oud-marinier, Adriaan van der Craats (20 jr.) en Jan Bastiaans (21 jr.) beiden oud-matroos bij de Koninklijke marine, oud-sergeant Theo Meinardus Daalhuizen (24 jr.) en Gerardus van Asch (19 jr.) student.Men dacht aan Hoek van Holland als vertrekhaven naar Engeland. Van Krimpen reisde 14 dagen eerder naar de Hoek en verkende de situatie daar. Zijn verslag was niet erg positief. Hoek van Holland was een zwaar bewaakt en verdedigde Duits gebied en een haven voor Duitse snelboten en andere oorlogsschepen. Tussen deze oorlogsschepen lag een reddingvlet van de Zuid-Hollandse Redding Maatschappij. Het scheepje had een benzinemotor van 20 pk en was wit geschilderd met een rode band rondom en rode kruis tekens. De vlet was naast een oorlogsschip afgemeerd en met een ketting daaraan vastgelegd. Ook moest men tijdens het vertrek rekening houden met de maanstand, eb en vloed beweging en de routine van de Duitse wachtposten rond de haven. De militairen naderde elkaar van twee punten en als zij bij elkaar waren keerden zij zich om en verwijderde zich weer van elkaar. Ondanks deze belemmeringen besloot de groep het toch te wagen om de reddingvlet te stelen voor de overtocht. De vluchtNederlandse marineofficieren verstrekte informatie over stromingen, getijden, lichtseinen en dergelijke. De groepsleden reisden in koppeltjes van twee met de trein naar Hoek van Holland. De volgende stap was, het ongezien aan boord krijgen van de groepsleden. Dat probleem werd opgelost doordat Jansen in het café “Het Kruispunt” een toevallige ontmoeting had met een eigenaar van een kolenboot die ook in de Berghaven lag. Die kolenboot zorgde voor bunkerkolen voor de Duitse oorlogsschepen. De schipper was een goede vaderlander. Hij verstrekte informatie over de reddingvlet, de aanwezige Duitse militairen en overige zaken. Ook konden het gezelschap aan boord komen van de kolenboot zodat zij vandaar konden overstappen op de vlet. Op de avond van 20 november 1941 glipte het gezelschap steeds in groepjes van twee en drie aan boord van de kolenboot. Zij slopen langs de Duitse wachtposten, als deze het verst van elkaar waren verwijderd. Op de boot werden zij met koffie en brood opgevangen door de schipper en zijn vrouw. Deze mensen namen daardoor ook een groot risico. De mannen droegen een omwonden peddel en gereedschap om te zagen en te vijlen onder hun kleding. Als laatste ging Jansen aan boord van de kolenboot. Het was ’s-avonds om 8 uur toen onder dekking van de duisternis en opkomende mist van Krimpen, Craats en Bastiaans het lukte om de reddingvlet los te maken van het oorlogsschip. De mensen gingen nu heel voorzichtig en stil aan boord van de vlet. Hierna roeide men heel zachtjes met de omwikkelde peddels de Berghaven uit. Net toen men de Berghaven uit was liepen er een aantal snelboten vanuit zee de Nieuwe Waterweg binnen terwijl een groot eskader geallieerde vliegtuigen ook vanuit zee over Hoek van Holland vloog. Ondanks de hectiek van de bundels licht van de zoeklichten welke de overvliegende vliegtuigen probeerde te vangen en het lawaai van de vurende stukken luchtafweergeschut glipte het scheepje met de acht opvarende met de ebstroom door de duisternis naar zee.De reddingvlet ‘Maasvlakte” van de ZHRM verlaat de Berghaven.Op zee bleek dat de bougies en de startknop van de motor waren verwijderd. Ongeveer 3 mijl uit de kust vond men de bougies en de verstopte startknop. Hierna lukte het een van de groepsleden om de motor op gang te krijgen. Er stak nu een harde wind op en de zee werd ruw. Men besloot een westelijke koers aan te houden met hulp van een simpel draagbaar kompasje. Men had alleen een klein handkompas. Het doel was de haven van Harwich. Op volle zee passeerde diverse snelboten en een konvooi het scheepje maar gelukkig werden zij niet ontdekt. Ook de motor haperde diverse malen maar men zag steeds kans om hem weer op gang te krijgen. De opvarenden voelde zich beroerd door zeeziekte, vermoeidheid en angst voor ontdekking. Voor de aanvang van de tocht was Jansen, ondanks zorgvuldige voorbereiding, vergeten water mee te nemen voor de opvarenden. Dus ook de dorst sloeg toe. Hij had wel voor scheepsbeschuit gezorgd. Door de ruwe zee en de wind was het scheepje uit koers geraakt. Een van de mannen begon zeewater te drinken. Hij kreeg hierdoor schuim op zijn mond en begon wartaal uit te slaan. Op zondag was het weer verbeterd en zette men weer koers in westelijke richting. Op een gegeven stopte de motor en kreeg men hem niet meer aan de praat. De brandstof was op. Hierop ging men roeien met de peddels terwijl een van de marinemannen van een meegenomen hangmat een zeiltje improviseerde. Wanhopig probeerde de mannen de aandacht te trekken van vliegtuigen. Ook al waren het Duitse vliegtuigen als ze maar gered werden. Want waar zouden ze terecht komen, in het Kanaal of op de Franse kust? Ze wisten dat ze in zuidelijke richting dreven. De reddingIn de middag zagen zij een vissersbootje. Aarzelend vroegen zij: ‘Are You English?’. De visser antwoordde ‘Yes’. Na 68 uur varen bereikte het scheepje met drie zichtbare Nederlandse vlaggen en een uitgeputte maar blije bemanning bij Reculver ter hoogte van Ramsgate de Engelse kust. Hier werden zij opgevangen door de Britse kustwacht en overgedragen aan de politie. Van hier werden zij onder politiebegeleiding naar Burnett Cottage in Herne Bay gebracht waar zij de gastvrije bevolking onderdak, eten en een bed kregen. De volgende dag werden ze overgebracht naar Londen waar ze in de zogenaamde “Patriotic School” gedurende 14 dagen werden verhoord en getest door mensen van de Britse geheime dienst MI5 en Overste O. Pinto en Luitenant ter zee 2e kl. KMR. A. Wolters van de Nederlandse contraspionage dienst. Verder stuurde men het gecodeerde bericht “C6 van 1 ½” via “Radio Oranje” naar Nederland dat de groep veilig in Engeland was aangekomen. Na deze veiligheidsprocedure werden zij in een hotel ondergebracht en kregen ze burgerkleding en zakgeld. Begin december werden alle groepsleden ontvangen door Koningin Wilhelmina en kregen ze het Bronzen Kruis uitgereikt. Greta Cato Levi-Mendels was verpleegster van beroep en de eerste vrouwelijke Engelandvaarder.Hoe verging het de 9 Engelandvaarders verder Johannes Jannes Jansen nam dienst bij de Koninklijke Marine en werd als geheim agent enkele malen met een onderzeeboot afgezet op het strand bij Petten. Hij keerde na de oorlog terug naar Nederland. Walrave van Krimpen ging als kanonnier bij de koopvaardij varen. Hij sneuvelde op 26 maart 1943 aan boord van het koopvaardijschip ss. Prins Willem III. Het schip voer in konvooi naar Algiers en werd door Duitse vliegtuigen getorpedeerd waarna het zonk. Walrave werd 48 jr. oud en liet een vrouw en 5 kinderen achter. Abraham Levi nam dienst bij de Prinses Irene Brigade. Tijdens gevechten bij het Belgische Broekhoven op 31 oktober 1944 raakte hij zwaar gewond. Hij stierf in het ziekenhuis te Brussel. Hij nam dienst onder de schuilnaam M. Rodriques dit in verband met zijn Joodse afkomst. Greta Cato Levi-Mendels was verpleegster en nam dienst bij het Rode Kruis. Zij keerde op 23 oktober 1945 met haar 2 jaar oude zoon Ronald Bernhard terug naar Nederland en woonde tot haar overlijden in 2002 in Utrecht.. Theo Meinardus Daalhuizen nam dienst bij de Prinses Irene Brigade. Hij trouwde in juni 1945 met een Engelse vrouw, emigreerde in 1953 naar Canada en in 1958 naar Amerika. Adriaan van der Craats nam dienst bij de Koninklijke marine waar hij tot na de oorlog bleef varen. Hij trouwde in Australië met een Australische vrouw en ging in Melbourne wonen. Jan Bastiaans nam ook dienst bij de Koninklijke marine waar hij tot na de oorlog bleef varen. Ook hij trouwde, net als zijn maat v.d.Craats, in Australië met een Australische vrouw en ging ook in Melbourne wonen. Anton Loontjes, de oud-marinier, nam dienst bij de nieuw op te richten Mariniersbrigade die later opging in de Prinses Irene Brigade. Hij overleefde de oorlog. Hij trouwde een Engelse vrouw, vocht in Nederlands Indië en Nieuw Guinea waarna het gezin zich in Nederland vestigde. Gerardus van Asch werd leerling vlieger bij de R.A.F. Hij overleefde de oorlog en ging in Australië wonen. Aanvulling van Dirk van den Burg jr.†:Dirk van den Burg jr. heeft zijn hele leven in Hoek van Holland gewoond, ook tijdens de oorlog. Hij was na de oorlog werkzaam als gemeenteambtenaar. Hij vulde het verhaal van Jansen aan met zijn volgende bevindingen. De schipper van het kolenschip heette Herman en verrichtte nog diverse andere vaderlandslievende daden in de oorlog. Verder was er een jonge Katwijker die bij de Shell werkte en ook opvarende was van een vaartuig in de Berghaven. Hij had een belangrijk aandeel in de ontsnapping. Nadat hij was ingelicht door Herman liet hij bougies namaken bij de werf Kinderdijk en deze voor het vertrek van de groep Jansen in de motor van de reddingvlet “Maasvlakte” gedraaid. De Duitsers hadden namelijk opdracht gegeven dat de schippers van de reddingboten in de vooravond de startknop moeten verwijderen en de bougies van de boten moesten inleveren bij de Marine Hafenkommandant in het loodsgebouw aan de Berghaven.Bekendmaking door de Duitse autoriteiten van de diefstal.Op zaterdag 22 november 1941 werd bij de politie Hoek van Holland aangifte van diefstal gedaan van de reddingvlet door A.J. Drenth, inspecteur van de Zuid-Hollandsche Mij. tot redding van Schipbreukelingen. Diefstal reddingvlet opgelostDe diefstal van de reddingvlet “Maasvlakte” had nog een staartje. In mei 1979 meldde zich een man in het politiebureau aan de Rietdijkstraat te Hoek van Holland met de mededeling dat hij in de Tweede Wereldoorlog de Hoekse reddingvlet uit de Berghaven te Hoek van Holland had gestolen. Deze man was genaamd J.J. Jansen. Hij vertelde dat hij in de nacht van 20 op 21 november 1941 de reddingvlet, had losgemaakt en samen met acht mensen, waaronder een Joodse familie de Nieuwe Waterweg was uitgevaren en was overgestoken naar Engeland. Deze reddingvlet was lang 8½ meter, breed 2.30 meter, wit geschilderd met aan beide zijden en op de motorkap een rood kruis. Het scheepje was voorzien van een motor, merk Parsons, een kompas, meertouwen, zwemvesten en ongeveer 70 liter benzine. De totale waarde van het gestolen vaartuig was 5.000,--. gulden. Het scheepje was afgemeerd met een ketting en meertouwen. De motor was onklaar gemaakt, de contactknop was gedemonteerd en lag tussen de brandstoftanks. De kabels van de bougies waren afgekoppeld. Met de komst van J.J. Jansen en zijn ‘bekentenis’, werd deze “diefstal” na 30 jaar opgelost!!!Bronnen:Hoek v Holland, gedurende de tweede wereldoorlog 1940 – 1945. Concept boek, niet uitgegeven. Dirk van den Burg. Hierin het, door J.J. Jansen voor D. v.d. Burg op schrift gestelde verhaal van de Engelandvaart. Geschreven brief met bijlagen van mevr. I. Jansen-Hut, e.v. J.J. Jansen. Archief P. Heystek. In het Zicht van de Haven, deel 2. P. Heijstek en G.R. van Veldhoven, uitg. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 1986. S.O.S. voor de Hoek, Hans Beukema, uitg. Maritext vof, Delfzijl 2005. De zee was onstuimig, Bram Oosterwijk. Uitg. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 1994.Internet:www.prinsesirenebrigade.nl. www.joodsmonument.nl.www.maxvandam.nl. stambomen van Nederlands Joodse families.www.asserjournaal.nl.www.wikipedia.Foto Berghaven in de Tweede Wereldoorlog, Archief Stichting Fort a/d Hoek v HollandFoto Reddingvlet Maasvlakte, collectie P. Heystek, reddingmuseum Hoek v HollandAfbeelding Bekendmaking Duitse autoriteiten. Collectie P. Heystek, reddingmuseum Hoek v Holland.Auteur: Dick Ruis van het Historisch Genootschap Hoek van Holland en de Stichting Fort a/d Hoek v Holland.
Lees meer
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS