Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Rubrieken


Streekhistorie: De kerkgang van Maarten ’t Hart maandag 9 juli 2018 09:09

Streekhistorie: De kerkgang van Maarten ’t Hart

De Canon van Maassluis is in korte tijd een standaardwerk geworden over de geschiedenis van Maassluis. Het boek is exclusief voor leden van de Historische Vereniging Maassluis, die het als jubileumgeschenk dit jaar op kunnen halen bij de vereniging. Ondanks de grote zorgvuldigheid waarmee het boek is samengesteld, is er toch een foutje ingeslopen. Het betreft de kerkgang van de jonge Maarten ’t Hart, in hoofdstuk 24, de twee Maartens. Hierna doen we uit de doeken hoe het werkelijk zat.Noorderkerk in Maassluis, waar zijn moeder ter kerke ging. In 1943 gebombardeerd en afgebroken.Maartens ouders waren gereformeerd en zijn vader kerkte in de Zuiderkerk, zijn moeder kerkte (tot 1943) in de Noorderkerk. Waarom twee verschillende kerken? In 1834 vond er een ‘Afscheiding’ plaats van de Nederlandse Hervormde Kerk. De Afgescheidenen in Maassluis verlieten de Groote Kerk en bouwden de Groeneveldskerk aan de Sluispolderkade. In 1886 vond er opnieuw een kerkscheuring plaats. Onder leiding van dr. Abraham Kuyper stapten de ‘Dolerenden’ uit de Nederlandse Hervormde Kerk. Zij bouwden een ‘Nieuwe Kerk’ aan de Korte Boonestraat. In 1892 gingen de beide bewegingen landelijk samen als de Gereformeerde Kerken. In Maassluis duurde het tot 1924 voor beide kerken werkelijk samengingen. De Groeneveldskerk werd Zuiderkerk, de Nieuwe Kerk werd Noorderkerk. Toch bleven ze elk hun eigen signatuur houden; de Zuiderkerk was van de A-richting (ex-Afgescheidenen), de Noorderkerk was van de B-richting (ex-Dolerenden).Rehobothkerk aan het eind van de Noordvliet, voorheen pakhuis Mercurius. Gereformeerde kerk B 1943-1954.In 1943 verwoestte een bombardement de Noorderkerk. De gereformeerden van de B-richting vonden onderdak in een pakhuis aan het eind van de Noordvliet, tegenover de Baansloot. Zij noemden de tijdelijke kerk ‘Rehoboth’, een oud Hebreeuws woord dat betekent: hier heeft God een plaats voor ons gemaakt. In 1954 kwam de Immanuelkerk gereed. Deze nieuwe kerk van de ‘B-richting’ (ex-Dolerenden) stond ongeveer op de plaats van de verwoeste Noorderkerk. Dat is de reden dat het standbeeld van dr. Abraham Kuyper in 2008 tegenover deze kerk is geplaatst.Immanuelkerk, kort na het gereedkomen in 1954.Aangezien Maarten ’t Hart in 1944 is geboren, heeft hij dus nooit de Noorderkerk bezocht. Deze bewering in de Canon berust dus niet op een wonderbaarlijk kerkbezoek van de jonge Maarten, maar op een menselijke verschrijving. Overigens kwam hij ook vrijwel nooit in de Rehobothkerk, waar zijn moeder kerkte; zijn moeder behoorde van huis uit tot de Dolerenden. Maarten ging met zijn vader mee naar de Zuiderkerk, het bolwerk van de A-richting.De Groote Kerk in Maassluis behoort sinds de kerkhervorming in 1814 tot de Nederlandse Hervormde Kerk.Bekend is, uit de boeken van Maarten ’t Hart, dat hij dolgraag naar het orgel in de Groote Kerk luisterde. Probleem was echter dat deze kerk van de hervormden was. In zijn tijd was deze kerk dus ‘verboden gebied’ voor een gereformeerde jongen. Tot zijn grote verdriet. De Zuiderkerk is in het begin van de jaren zestig afgebroken. En Maarten? Die vertrok uit Maassluis en brak met het geloof. Maar in zijn boeken keert hij steeds weer terug naar zijn geboortestad Maassluis en naar het gereformeerde leven.Heeft u pech en het boek van de Canon niet kunnen bemachtigen omdat u geen lid was van de Historische Vereniging Maassluis? Hier vindt u de meeste verhalen ook: www.canonvanmaassluis.nlAuteur: Jan Schakel van de Historische Vereniging Maassluis
Lees meer
Streekhistorie: Het gemeentehuis van Maasland maandag 2 juli 2018 08:08

Streekhistorie: Het gemeentehuis van Maasland

Onder het bestuur van J.R. Thorbecke (1798-1872) kwam in 1851 de Gemeentewet tot stand. De Gemeentewet was gebaseerd op de Grondwet, die drie jaar eerder van kracht werd. Daarin lag het beginsel van de gemeentelijke autonomie (het zelf besturen). In 1825 kreeg Maasland de eerste burgemeester: De titel van de toenmalige schout Coenraad van Vrijberghe de Coningh werd in dat jaar veranderd in burgemeester. De gemeenteraadsvergaderingen vonden van oudsher plaats in dorpsherberg De Pynas. Burgemeester Adrianus van Heel, die in 1865 een groot pand op de Kerkweg (nummer 15) bewoonde, hield de gemeenteraadsvergaderingen en de secretarie echter liever aan huis. Voor dit doel richtte men dan ook een kamer in. Op voorstel van de burgemeester werden zelfs meubelen gekocht! De kantooruren werden gehouden van 10.00 tot 13.00 uur. Deze situatie bleek echter niet ideaal te zijn: het huis lag buiten de bebouwde kom en de beschikbare ruimte was te klein.In 1873 besloot Maasland tot de bouw van een gemeentehuis aan de ’s-Heerenstraat. Er werd een geldlening aangegaan van ƒ 25.000,- voor de aankoop van grond en de bouw van het raadhuis. ‘Er bood zich de gelegenheid aan tot aankoop van een groot, doch in verval zijnde gebouw, staande op een voordelig standpunt in het aanzienlijkste gedeelte van de gemeentekom’. Dit gebouw werd afgebroken en door ruiling van enige percelen grond kon de benodigde oppervlakte voor het nieuwe gemeentehuis worden verkregen. Op 20 juli 1874 kon het Maaslandse raadhuis officieel geopend worden. De gemeenteontvanger de heer Beelaerts schrijft: ‘… Omlaag is de woning van den bewaarder (de veldwachter). Met een aan weerszijden aangebrachte trap komt men door een dubbele deur in de vestibule. Rechts bevindt zich de kamer van de burgemeester en voor het dagelijksch bestuur; deze heeft het uitzicht op een der aanzienlijksten gedeelten van de met huizen bezette dorpsstraat. Daarachter volgt een goed ingerichte secretarie en vervolgens een kamertje tot berging van boeken, papieren en andere documenten van de gemeente. Links van de vestibule heeft men een vertrek dat ten dienste van den gemeenteontvanger strekt. Dan volgt een lokaal, waar tusschen muren en ijzeren deuren de gemeente haar financiën bewaart, dat ook voor den telefoondienst is ingericht en werkkamer van den secretaris is. De vestibule in rechte richting doorgaande, komt men in de ruime raadkamer, die een uitgestrekt landelijk uitzicht heeft op den Dijkpolder (!). Op het raadhuis staat een torentje, waarin een klok hangt.’ In de oorlogsjaren verdween de veldwachterswoning uit het gemeentehuis en werd de verdieping ingericht als secretarie en ontvangkantoor. Al in 1936 overwoog men het gemeentehuis uit te breiden, maar de uitvoering van deze plannen werd door de oorlog vertraagd. Pas in 1953 vond de verbouwing plaats en onderging de voorgevel een behoorlijke verandering. Ofschoon alle oude bouwkundige details zijn verdwenen, kreeg het raadhuis bij de verbouwing toch niet echt een modern uiterlijk. Daarom past het gebouw in de omgeving. De meeste huizen in de dorpskern dateren immers uit de negentiende en eerste helft van de vorige eeuw. Het gehele voorgedeelte van het raadhuis werd grondig gerestaureerd en gewijzigd. Het opvallende torentje verdween. De trap die toegang geeft tot de mooie raadzaal bleef behouden. Door uitbreiding van de gemeentelijke taken en de daarmee samenhangende groei van het ambtenarenapparaat werd het noodzakelijk het gemeentehuis te vergroten. In 1978 werd het buurhuis van de familie Barendregt gekocht en bij het gemeentehuis getrokken. Nog was de ruimte die men nodig had niet voldoende en besloten werd de open ruimte tussen het gemeentehuis en het kantoor van gemeentewerken vol te bouwen. Aan de achterkant van het raadhuis werd een geheel nieuw gebouw opgetrokken en geïntegreerd met het oude deel. Er kwam een nieuwe ingang, achter het oude gebouw. In 1987 was de feestelijke opening. De oude hoofdingang met de monumentale trappen aan de ’s-Herenstraat werd alleen nog gebruikt bij speciale gebeurtenissen en feesten, bijvoorbeeld bij huwelijksvoltrekkingen en de intocht van Sinterklaas.Op 17 juni 2003 stemde de Eerste Kamer der Staten-Generaal definitief in met de fusie van de gemeenten Maasland en Schipluiden. Op 1 januari 2004 ontstond de nieuwe gemeente Midden-Delfland. De vestiging van het gemeentebestuur kwam in Schipluiden. De omvang van het gemeentehuis in Maasland werd verkleind tot een servicepunt voor de bewoners. Later werd die functie ook overgeheveld naar Schipluiden. Op dit moment wordt er stevig nagedacht over de functie van het gebouw in de toekomst.  Auteur: Martin 't Hart van de Historische Vereniging Maasland
Lees meer
Streekhistorie: Orkaan teisterde in 1973 Westland maandag 25 juni 2018 14:02

Streekhistorie: Orkaan teisterde in 1973 Westland

De Beekenkamp Groep is een honderd procent Westlands familiebedrijf met traditie. Teruggekeerd van de politionele acties in Indonesië begon Govert Beekenkamp in 1951 een tuinbouwbedrijf in Maasdijk. Thans telt de Beekenkamp Groep wereldwijd 2600 werknemers. Afgelopen mei brachten leden van het Genootschap Oud-Westland tweemaal een bedrijfsbezoek aan Beekenkamp. Directielid Annie Beekenkamp (61), oudste dochter van de oprichter, vertelde over de begintijd en de groei van dit familiebedrijf. "Mijn vader kwam uit ’s-Gravenzande en mijn moeder uit De Lier", zei Beekenkamp. "De zoektocht leidde in 1951 naar een bedrijf in Maasdijk, dat te koop stond. Mijn moeder vond het als Lierse aanvankelijk helemaal niet leuk in Maasdijk te gaan wonen maar het is uiteindelijk allemaal goed gekomen." Govert Beekenkamp begon in Maasdijk als groenteplantenkweker maar zocht meer uitdaging. Bij de bank vroeg hij om contact met hem op te nemen als er een bedrijf te koop was. Die kans deed zich al snel voor. "Een bedrijf aan de Oude Campsweg liep niet goed", zei Annie Beekenkamp. "Mijn vader heeft het bedrijf toen overgenomen. Er werkten zestig mensen, die al maanden geen salaris meer hadden gehad. Mijn vader is toen met dertig mensen verder gegaan. Deze kregen duizend gulden voorschot op hun salaris. Op deze wijze kreeg mijn vader veel goodwill bij het personeel." OrkaanSoms had het bedrijf letterlijk te maken met tegenwind. Annie Beekenkamp weet zich een orkaan uit 1973 nog als de dag van gisteren te herinneren: "Ik kwam thuis van school en zag het voor mijn ogen gebeuren. Wij hadden net een nieuwe kas van 5000 vierkante meter, die door de storm als dominostenen in elkaar stortte. Mijn vader wist kort daarvoor nog de jonge planten uit deze kas te redden." De tegenslag stond de groei van het bedrijf echter niet in de weg. In 1980 vond de aankoop van Lyraflor plaats, twee jaar later gevolgd door het opzetten van Beekenkamp verpakkingen. "Mijn vader had een goede neus om de juiste mensen op de juiste plaats neer te zetten", zei Beekenkamp over de groei van het bedrijf, die in de jaren negentig in een stroomversnelling terecht kwam. "Hij zette locaties voor chrysantenstekken op in Oeganda en Ethiopië. Deze keuze was ingegeven door een mix van goedkope arbeid en het klimaat waardoor er weinig kosten voor energie zijn. Mijn vader kreeg een aanbod Novaplant over te nemen. Dit bedrijf rendeerde toen nog goed maar wist dat de toekomst moeilijk was. De locaties in Frankrijk hebben wij nog steeds." Eigen rasDe ontwikkelingen in de veredeling gingen door. "Toen wij Lyraflor overnamen hadden wij nog geen eigen rassen", zei Beekenkamp. "Wij merkten dat de markt veranderde en hebben Delta Stek overgenomen. Het geheel werd samengevoegd tot Deliflor. Sinds die tijd is alles wat wij via Deliflor afleveren eigen ras. In 2000 heb ik samen met mijn zus Margriet de aandelen van het bedrijf overgenomen. Ik werkte al op het bedrijf en dacht: wat hier gebeurt, dat kan ik ook. Ik ben onder andere verantwoordelijk voor de werkmaatschappijen van de Beekenkamp Groep." Maatschappelijke erkenning kwam er toen de Beekenkamp Groep in 2015 door de Hillenraad 100 werd uitgeroepen tot het familiebedrijf van het jaar. Het bedrijf onderscheidt zich in maatschappelijk ondernemen door in plaats van geld vooral diensten te verlenen. Zo heeft de scouting uit Naaldwijk een nacht op het terrein in Maasdijk gekampeerd en kregen de scouts uit Maasdijk voor het vervoer van materiaal de beschikking over een vrachtwagen van Beekenkamp.   Auteur: Frank de Klerk van Genootschap Oud Westland
Lees meer
Streekhistorie: De oprichting van een Gemeentelijk Badbedrijf in Ter Heijde maandag 18 juni 2018 09:09

Streekhistorie: De oprichting van een Gemeentelijk Badbedrijf in Ter Heijde

In het voorjaar van 1931 ontvouwde de gemeente Monster een plan om aan het Heijdse strand een zeebad te gaan exploiteren. Het plan bracht de gemoederen van de bevolking danig in beweging en ook de gemeenteraad was sterk verdeeld. Ter Heijde was aan het begin van de twintigste eeuw een onaanzienlijk plaatsje met vervallen huisjes en ongeplaveide wegen. In 1928 besloot de gemeente Monster het dorp Ter Heijde grotendeels te herbouwen. Dat was een goede gelegenheid ook aandacht te geven aan de strandrecreatie. Ter Heijde werd in de jaren twintig steeds meer ontdekt door strandrecreanten. Aanvankelijk trok het strand met name mensen die een stil en rustig zitje aan zee prefereerden boven de rumoerige drukte van de meer gecultiveerde badplaatsen. Deze voortrekkers werden echter spoedig door anderen gevolgd. In de zomer van 1930 was het al verschillende keren voorgekomen, dat op zondagen meer dan 2000 mensen het Heijdse strand bezochten. Het onbestrate dorp stond dan vol auto’s (ook toen al!) en de inwoners verdienden een daggeld met het bewaken van de fietsen van strandbezoekers. Aan het strand waren er geen voorzieningen. Er was geen drinkwater, geen gelegenheid zich om te kleden en er was geen toezicht. Na een tragisch ongeluk in 1919, waarbij twee jeugdige inwoners van Monster verdronken, werden er wel enkele reddingslijnen aan het strand geplaatst. In september 1929 hadden wethouder E. v.d. Wiel en gemeentesecretaris A.G. Delen een driedaags bezoek gebracht aan enkele badplaatsen aan de Belgische kust om zich op de raadhuizen aldaar te laten voorlichten over de verschillende regelingen die men had getroffen om de strandrecreatie in goede banen te leiden. Zij brachten uitgebreid schriftelijk verslag uit van hun bevindingen. Daarna horen we een tijdje niets, maar in maart 1931 verscheen een pre-advies van het college van B en W, waarin de meerderheid van het college zich uitsprak voor de oprichting van een Gemeentelijk Badbedrijf. Een minderheid van het college was gekant tegen de plannen, maar de meerderheid achtte gemeentelijk optreden noodzakelijk, omdat de bestaande situatie niet optimaal was. Juist op het gebied van de zedelijkheid waren er volgens hen klemmende redenen om de toestand radicaal te wijzigen. Volgens dit deel van het college kon moeilijk worden ontkend dat de jeugd in de zomermaanden in de gelegenheid verkeerde om op het strand en omgeving hoogst onstichtelijke tonelen te aanschouwen.Op deze foto uit de jaren dertig zijn op de achtergrond de strandhokjes van het zeebad en de rieten strandstoelen zichtbaar. Op de voorgrond staat Jeroen Voois met zijn ijskar op het houten plankier.Een deel van de Monsterse burgerij kwam in het geweer tegen de badplannen van de gemeente. Er werd een petitie ingediend met 883 handtekeningen, waarin de gemeenteraad werd verzocht de exploitatie van het strand op de zondag in welke vorm dan ook te verbieden. Volgens burgemeester G.W. Kampschoër was het echter niet de bedoeling om van Ter Heijde een mondaine badplaats te maken met veel amusement. “Ter Heijde wordt thans herbouwd. Er komen goede woningen en normale straten. De krotten zullen verdwijnen. Ter Heijde wordt een aardig plaatsje en moet ook een aardig badplaatsje worden, anders niet”, aldus de burgemeester in een interview met de Westlandsche Courant. Nadat de burgemeester en drie raadsleden nog een bezoek aan Katwijk hadden gebracht om zich ook daar op de hoogte te stellen, besloot de gemeenteraad uiteindelijk het strand in de gemeente van het Rijk te huren en over te gaan tot strandexploitatie. Besloten werd het zwemmen te verbieden zonder gebruik te maken van een behoorlijke gelegenheid tot omkleden.De officiële opening van het Gemeentelijk Badbedrijf vond plaats op zaterdag 25 juli 1931. Voor dat doel hadden vele genodigden de hevige plasregens getrotseerd. Onder de genodigden bevonden zich de commissaris van de Noord- en Zuid-Hollandse Reddingmaatschappij, de heer Kan, en verschillende Westlandse burgemeesters, alsmede de heer D. Oosthoek, architect van het gesaneerde Ter Heijde, waarvan de nieuwbouw op dat moment zo goed als klaar was. Het nieuwe badbedrijf was in verband met de opening feestelijk versierd met vlaggen, maar het geheel bood door de striemende regen helaas een weinig vrolijke aanblik. Burgemeester Kampschoër wees er in zijn toespraak nog eens op dat het, door het telkenjare toenemende strandbezoek aan Ter Heijde, noodzakelijk werd regelend op te treden. Het dochtertje van de burgemeester, Maria Kampschoër, verrichte de eigenlijke plechtigheid door het doorknippen van een lint. De Rotterdamse Reddingsbrigade gaf vervolgens een demonstratie, terwijl ook de reddingsboot van Ter Heijde en de reddingsploeg met schietkanon en reddingslijn in actie kwamen. De genodigden kregen na afloop een schaaltje Westlandse druiven mee naar huis.Een staaltje van verregaande bemoeizucht van de overheid in die tijd: Monster, den 20 Juni 1933 Aan den Badmeester en den Hoofdagent van Politie te MonsterHet heeft onze aandacht getrokken dat een groot aantal baders vrijwel uitsluitend van het strand gebruik maken om zonnebaden te nemen. Van een zeebad wordt een zeer kort gebruik gemaakt, terwijl men veelal zonnebaden gaat nemen. Dit wenschen wij niet langer te gedoogen, waarom wij bepalen dat het nemen van zonnebaden verboden is. Bovendien is het niet meer toelaatbaar dat personen, gekleed in badcostuum, van een strandstoel gebruik maken. U gelieve toe te zien dat aan deze regeling streng de hand wordt gehouden.Burgemeester en Wethouders van Monster Ook in de jaren vijftig was er nog een afscheiding tussen de verschillende strandgedeelten.Al in de eerste weken na de opening werd het bad door een flink aantal gasten gebruikt. Vooral veel Delftenaren schenen naar Ter Heijde te trekken, omdat dat voor hen de dichtstbij gelegen mogelijkheid was om naar het strand te gaan. De toegang werd voor de bezoekers vergemakkelijkt door richtingborden naar het strand te plaatsen. Verder werden er op het strand plankieren gelegd naar het bad. Het Badbedrijf bestond uit 36 badhokjes, waarvan 24 voor mannen en 12 voor vrouwen, en twee van elkaar gescheiden terreinen voor dames- en herenbaden. Het gehele badbedrijf was door palen afgeschoten.    Op het strand was verder nog een consumptietent geplaatst en een tent voor het verhuren van strandtenten en stoelen. De heer Ph. Tuk werd voor f 28,-- per week de eerste officiële badman. De gebroeders L. en J. v.d. Kruk exploiteerden de consumptietent op het strand. G. Pakvis had eveneens een vergunning, maar zijn verzoek ook op zondag op het strand te mogen verkopen werd niet gehonoreerd. J.A. de Zoete kreeg voor f 20,-- per seizoen vergunning tot het verhuren van ezels op het strand. De tarieven voor het bad bedroegen f 0,25 per dag of f 5,-- voor het gehele seizoen. Velen, niet alleen inwoners maar ook badgasten, vonden de tarieven echter te hoog en weken uit naar ’s-Gravenzande. In 1934 werd daarom besloten dat er naast het bestaande bad ook een Volksbad zou worden ingericht. Dit bad, bestaande uit twintig badhokjes, was bedoeld voor financieel minder draagkrachtigen. Het kostte f 1,-- voor volwassenen per seizoen en f 0,50 voor kinderen. Losse kaartjes waren niet te koop en de ‘beter gesitueerden’ mochten van het Volksbad geen gebruik maken. In de gehele gemeente werd nu het vrije baden langs het strand verboden. Auteur: Leo van den Ende van de Werkgroep Oud-Monster
Lees meer
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS