Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Rubrieken


Streekhistorie: Mijn vader was een Heer maandag 11 december 2017 08:08

Streekhistorie: Mijn vader was een Heer

Toen Nico Hilgerson nog gemeentebode was in Wateringen en ik nog raadslid, zei Nico een keer tegen me: “Uw vader was een Heer!” Mijn vader bleek dit niet alleen verdiend te hebben aan zijn hoffelijke manieren, maar ook aan zijn kleding, en aan een andere gewoonte: hij rookte ’s ochtends een pijp. Die pijp en zijn kleding hebben hem, behalve de eretitel van Heer, nog iets anders belangrijks opgeleverd. Op 1 januari 1956 werd de eerste pensioenregeling voor notarissen ingevoerd. Mijn vader was voor de oorlog al candidaat-notaris, zoals het toen gespeld werd. Er was maar een beperkt aantal standplaatsen voor notarissen, dus het was lang wachten. Toen de pensioenregeling erdoor kwam was mijn vader al 52! Hij solliciteerde op een paar plekken die open kwamen doordat al die oude notarissen moesten opstappen. Uiteindelijk werd het Wateringen, waar tot die tijd notaris Van Wessum zat.De eerste winter dat wij in Wateringen woonden, vanaf januari 1956, was een koude winter met heel veel sneeuw, tot in februari en zelfs maart aan toe. Mijn vader had nog geen auto; nog maar weinig mensen hadden er toen een. Hij verplaatste zich op een Solex. ’s Winters droeg hij daarbij een leren jas - in die dingen nam hij geen halve maatregelen - en een alpinopetje. Niet zo’n zwierige Baskische muts, maar een Hollands klein doppie. Het zag er niet fraai uit.Deze winter lag er te veel sneeuw om op de Solex te rijden. De aandrukrol op de voorband slipte door, en er was te veel gevaar om onderuit te gaan. Hoewel mijn vader een geweldige hekel had aan lopen - dat was maar stompzinnig de ene voet voor de andere zetten - ging hij die winter iedere dag lopend naar zijn kantoor, de hele kilometer lang. Hij droeg daarbij een zwarte winterjas - ’s winters nooit anders dan zwart - met daarin een witte zijden sjaal. Op zijn hoofd droeg hij een zwarte hoed, van het Anthony Edenmodel; een statige hoed, die zeker in zijn geval niet klein was uitgevallen. Mijn vader vond dat Nederlandse mannen altijd te kleine hoeden droegen. Al wandelend rookte hij zijn ochtendpijp. Notaris Jongmans en zijn kat druk aan het werk aan het bureau in het woonhuis Oosteinde 19, december 1956.Mijn vader had geld geleend om de inventaris van het kantoor over te nemen en de aanloopkosten te betalen, en ging aan de slag. De eerste maand kwamen er alleen maar cliënten die al een afspraak hadden gemaakt met de vorige notaris, en van wie de zaak klaar was. Alleen de akte hoefde nog gepasseerd te worden. Er kwamen geen nieuwe zaken. Nu ja, januari is altijd een slappe maand. “Geen zorgen”, zei oud-notaris Van Wessum, “ze kijken eerst een beetje de kat uit de boom, wat u er voor een bent. En als u meevalt, vertellen ze dat wel door op verjaardagen. U zult zien, dan gaat het wel lopen.” Maar ook in februari kwam er geen enkele nieuwe cliënt. Mijn vader maakte zich ernstig zorgen, het had zo’n drukke praktijk geleken. “Hebben ze dan geen nieuwe zaken?” vroeg hij zich af. “Jawel”, zei Van essum, “maar daar gaan ze nu even mee naar Naaldwijk, of naar Delft.” Het geleende geld raakte op. Er waren een candidaat-notaris, een klerk, en een aantal typistes, die allemaal hun salaris moesten hebben. Het zag er niet goed uit. Mijn vader had geen onderpand voor een nieuwe lening, wij huurden het woonhuis aan het Oosteinde en het kantoor aan de Heulweg.Toen kwam er op een ochtend een telefoontje. Het was van de huishoudster van Annetje Hoek. De Hoeken waren in vroegere tijden de regentenfamilie van Wateringen. Ze waren de eigenaren van de molen, indertijd een zeer kostbaar kapitaalgoed, van de herberg, van veel andere panden en van veel boerenland. Een aantal generaties was burgemeester. Een nazaat, Harry Hoek, was een groot man geweest bij het oprichten van het veilingwezen in het Westland, en er was een straat naar hem genoemd. De pater jezuïet die de rector was van het Stanislascollege in Delft, waar ik schoolging, was een Hoek. De familie was overigens zo goed als uitgestorven. In Wateringen restte alleen nog Annetje Hoek. Ze was een breekbaar oud dametje dat nooit was getrouwd. Ze woonde met haar huishoudster in het grote huis tegenover de St. Jan de Doperkerk aan de Herenstraat. Boven de deur van dat huis is vele jaren later een foeilelijk bord geschroefd met de naam “Het Hoge Huis”. Toen noemde niemand het zo.Oosteinde 19, ca. 1956.Annetje kwam haar huis niet meer uit. Ze was zéér katholiek maar naar de kerk ging ze niet meer. Op gezette tijden ontbood ze de pastoor, toentertijd de Zeer Eerwaarde Heer J. (Jos) Schoots, om haar de biecht af te nemen, en op de zondag daarna kwam de pastoor, na de Hoogmis, bij haar thuis om haar de communie uit te reiken. Daar keek niemand van op.De huishoudster ontbood mijn vader bij Annetje thuis. Een verzoek was het niet. Mijn vader, dolblij met eindelijk een klant, en nog volledig onkundig van de positie van Annetje Hoek in Wateringen, toog erheen. Hij werd ontvangen in de salon en kreeg een kopje thee. Tussen het kopje en het schoteltje lag een klein rond wit gehaakt kleedje. “Ach”, zei mijn vader, “dat was in mijn jeugd zo’n goede gewoonte, helaas zie je dat niet meer. Wat fijn, dat sommige mensen dat nog in ere houden.” Dat zei hij niet om haar te paaien, hij meende zulke dingen. Annetje reageerde er niet op. De klus was eenvoudig, ze wilde een minuscule wijziging in haar testament. Mijn vader nam de gegevens op, liet een akte uitschrijven op kantoor, door Nel, die het mooiste handschrift had, - testamenten werden toen nog uitsluitend met de hand geschreven - en maakte via de huishoudster een afspraak om de akte bij Annetje thuis te “verlijden”, zoals dat heet. Hij bracht zelf de verplichte twee getuigen mee. Het zou ondenkbaar zijn geweest dat Annetje naar kantoor zou zijn gekomen. Notaris Jongmans op weg naar zijn kantoor, 1974.De week na zijn eerste bezoek aan Annetje kwam er een klant. De week daarna nog een, en toen begon het te stromen. Mijn vader verbaasde zich over deze plotselinge toeloop. Hij sprak er over met mevrouw Van Wessum, die het dorp heel goed kende. Ze wist wat er gebeurd was. Annetje had mijn vader ’s ochtends zien lopen, met zijn zwarte jas, zijn witte sjaal en zijn zwarte hoed. Maar vooral met zijn pijp. “Een man die een pijp rookt”, had ze gezegd, “móét deugen. En hij kleedt zich ook heel netjes.” En dus had ze hem maar eens besteld, op proef. Dat was haar goed bevallen. Een man van de oude stempel, die nog wist hoe het hoorde (de witte kanten kleedjes!). Daarna had ze enkele vooraanstaande Wateringers laten weten dat de nieuwe notaris absoluut te vertrouwen was en zelfs aan te bevelen. Hij was een Heer.Het jaar daarna kocht mijn vader een auto. Auteur: Otto Jongmans van de Historische Werkgroep Oud Wateringen - Kwintsheul
Lees meer
Streekhistorie: Scheepswerven in het Westland maandag 4 december 2017 13:01

Streekhistorie: Scheepswerven in het Westland

Tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw was het transport van goederen over water van groot belang. Een groot deel van de tuinders gebruikte de ‘schuit’ om de producten naar de veiling te brengen en de kooplieden brachten die vervolgens met de ‘westlanders’ naar de steden in de omgeving. Voor het onderhoud van die schepen waren werven nodig. Daarvan waren er ooit ongeveer 15 in het Westland. Maar met de terugloop van het vaarverkeer, zijn die scheepswerven langzaamaan verdwenen. Recent zijn de laatste twee gestopt met hun activiteiten. Dat betreft de werven van Nico van Zeijl en van Bol, beide langs de Gantel gesitueerd. In twee artikelen krijgt u een overzicht van de scheepswerven die het Westland in de loop der tijd heeft gehad. Vandaag deel 1.Kwintsheul: Pieter van der PlasAl in de tweede helft van de 17e eeuw was er een werf op de hoek van de Gantel en de Hollewatering en daarmee lijkt het de oudste werf die het Westland heeft gehad. Huijbert van Meurs is degene die deze werf dan runt. In 1711 wordt deze ‘Timmerragie, soo van Huijsinge, timmerloods, timmerwerf en alle tgeen daer op aert en nagelvast is staande’ door zijn weduwe Anna van Meurs-van Leeuwen en haar kinderen Jan en Maria verkocht aan Jan Pieterszn Olsthoorn. Dit was een succesvol zakenman die in Rotterdam en Poeldijk logementen in bezit had. Deze Jan doet de werf in 1719 kado aan zijn zoon, Jacob Janszn, als ‘huwelijks goet’. Daar zit overigens wel een ‘schultbrief’ van f. 700 aan vast t.b.v. Ary Pieterse van Meurs. Vier jaar later verkoopt Jacob de werf aan zijn neef, Jacob Jacobszn van der Knaap, die aan de overkant van de Gantel woont. Die had het tij mogelijk niet mee, want aan het einde van datzelfde jaar ging hij failliet en kon de boel alleen in de familie worden gehouden doordat zijn vader borg stond.De scheepswerf is later in allerlei handen overgegaan, tot in 1851 het echtpaar Van der Plas – Machiele zich op de scheepswerf vestigde. Pieter van der Plas Sr. was scheepsbouwer en had in dat jaar de scheepsmakerij gekocht. Het scheepvaartverkeer was in die dagen voor het Westland erg belangrijk. Bijna alle vervoer van en naar de tuinderijen gebeurde met de schuit. Bovendien maakte Van der Plas ook de zogenaamde Westlanders, grote schuiten die voor de expediteurs de tuinbouwproducten naar de grote steden vervoerden. Pieter Sr. stierf in 1884 op 80-jarige leeftijd. Daarvoor reeds had zijn zoon Cornelis de scheepmakerij van hem overgenomen. En na Cornelis was het diens zoon Pieter Cornelis die aan de Hollewatering de scheepswerf runde. Deze Pieter, aangeduid als P.C. van der Plas, maakte zich verdienstelijk voor de protestantse school aan de Heulweg in Wateringen, die mede dankzij financiële bijdragen van zijn oom was opgericht. De crisistijd in de jaren 30 eisten zijn tol. De scheepsmakerij was niet meer lonend en in 1936 moest Pieter zijn werkzaamheden staken. Hij verhuisde naar Rijswijk om daar van zijn oude dag te genieten. Zijn bedrijf werd op 19 november 1937 verkocht aan tuinder J. Binnendijk, voor f. 4.500. Hij vermaakte de werf tot een tuinbouwbedrijf. Hoewel de scheepswerf verdwenen is, is het woonhuis wat bij de werf hoorde nog steeds aanwezig (zie kopfoto)Wateringen: Scheepswerf Van der KleijDe scheepstimmerwerf langs de Heulweg in Wateringen zou in het jaar 1750 al zijn gesticht, door een zekere Van der Spek. Uit het bevolkingsregister van 1829 blijkt dat op deze scheepstimmermanswerf de 42 jaar oude Phillipus van den Ende als scheepsmaker resideert. Als zijn knechten vinden wij vermeld: Ary Hooyer: 61 jaar oud, Hermanus Waardeloo: 31 jaar oud (eind 19e eeuw komen we deze familienaam ook tegen bij een kleine werf in Poeldijk) en Lourens van der Meer 25 jaar oud. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Joannes van den Ende, geboren 1816. Deze vertrok in april 1882 naar Naaldwijk.De nieuwe scheepsbouwer was Arnoldus Bos, die in 1896 stierf. Na hem kwam een zekere K. van Rossum, maar deze was een eigenaar en stond niet ingeschreven in de bevolking van de gemeente Wateringen.In 1909 kwam de werf weer in andere handen. Dit blijk uit een schrijven, waarin Jacoba Verbeek, weduwe van Anthonius Hersbach, verklaart dat een woonhuis, werf en timmerloodsen worden verhuurd aan Evert Cornelis van der Kleij, wiens vader al vele jaren knecht op de werf was.Op de foto met pet op: Evert. Van der Kleij, naast hem zijn zoon Joh, P. van der Kleij en met het hoofdje boven de boeg uit Evert jr. Links blootshoofds: secretariebeamte dhr. V.d. Gulik.De nieuwbakken scheepmaker huurde het geheel voor 286 gulden per jaar of f 5,50 per week. Evert vond de huurprijs blijkbaar heel schappelijk, hij ging het avontuur volgens de gegevens tenminste aan. De opmars van de tuinbouw werkte in Everts voordeel, het werd op de werf steeds drukker. Nieuwe tuindersschuitjes bouwen en het verrichten van allerlei reparaties vergden veel tijd. Dat de drukke jaren op de werf Evert van der Kleij niet hebben getrakteerd op windeieren, blijkt uit een hypotheek die in 1929 passeerde bij notaris G.F. Roosen te Monster. In dat jaar was het inzake huren voor hem gedaan. Scheepmaker Van der Kleij kocht de werf, compleet met loodsen, werkplaats en open grond voor 12.000 gulden. Alhoewel zoon Jan van der Kleij zijn vader vol goede moed opvolgde, liep het werk op de werf in de vijftiger jaren geleidelijk aan terug.Het tijdperk van de ontsluiting der bedrijven had zijn intrede gedaan, het betekende meer auto’s en minder schuiten. Toen Jan van der Kleij er lucht van kreeg dat de Wateringse Vaart zou worden gedempt, diende hij in mei 1959 een bezwaarschrift in. Het mocht niet baten, de vaart ging toch dicht en de scheepswerf ging ter ziele. Daardoor werd de tweede generatie Van der Kleij tevens de laatste die als scheepmaker in de boeken is gekomen. Evert junior (generatie drie), thans woonachtig in Zevenbergen, nam met vader Jan in de zestiger jaren de ontmanteling van de werf voor zijn rekening. Momenteel is op de bewuste locatie aannemersbedrijf Eijgermans van Graafeijland gevestigd.Poeldijk: A. WaardelooEen van de weinige scheepswerven die in het centrum van een dorp gevestigd was. Deze werf lag aan het haventje van Poeldijk, achter het toenmalige café De Zwaan van A.J. van Rest. Hier vond alleen onderhoud van schepen plaats, door A. Waardeloo, die dit beroep als bijbaan deed. Het geeft aan dat er niet zoveel activiteiten plaatsvonden. De werf heeft dan ook maar kort bestaan, van (ongeveer) 1890 tot 1917. Uitbreiding van de dorpskern zal hier mede debet aan zijn geweest.Honselersdijk: Nico van ZeijlDeze werf, gelegen aan de Pouwelslaan 10 in Honselersdijk, heeft zich altijd bezig gehouden met reparatie en onderhoud van schepen. Complete nieuwbouw vond er nooit plaats. Op de plek van de latere werf stond in de 19e eeuw een boerderij van de familie Van der Klugt. Zij verkochten de boerderij in 1875 aan de familie Kok. Omdat de gebouwen en boerenhoeve in slechte staat verkeerden, liet de nieuwe eigenaar de boerderij afbreken en de vele hectaren grond verkavelen ten behoeve van tuinderijen gelegen langs de Nieuwe Vaart (Weg). In 1890 vestigde zich, op de plaats waar vroeger de boerderij stond, de scheepsmaker Maarten Rijgersberg. Hij werd in de volksmond Maarten Blikkie genoemd, omdat hij dikwijls te dun plaatijzer voor het repareren van de tuinderschuiten gebruikte. Deze scheepswerf floreerde echter goed, vooral omdat er steeds meer schuiten nodig waren. In 1910 is zoon Gerard Rijgersberg verder gegaan met de werf. Bij het overlijden van Gerard heeft de knecht (Joop Hogervorst) de werkzaamheden doorgezet tot 1943. De vrouw van Gerard heeft de werf in dat jaar verkocht aan haar zwager, A.P. van Zeijl. In die laatste oorlogsjaren lagen de werkzaamheden echter stil.Na de Tweede Wereldoorlog, in september 1945 is zoon Martien van Zeijl de werf gaan huren van zijn vader en startte de werkzaamheden weer op. In 1957 nam hij de werf van zijn vader over en vervolgens heeft hij de werf in 1990 verkocht aan zoon Nico van Zeijl. Vanwege milieuvereisten heeft Nico de onderhoudswerkzaamheden verzet naar de overkant van de Gantel, naar Poeldijks gebied. Het bedrijf richtte zich op het onderhoud van jachtjes, maar het onderhoud van tuindersschuiten vormde ook nog steeds een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden. Dit jaar is de werf gestopt met haar werkzaamheden.Auteur: Gustaaf van Gaalen van de Historische Vereniging Naaldwijk-Honselersdijk
Lees meer
Gedicht van de Week #5 zondag 3 december 2017 07:07

Gedicht van de Week #5

AanstekelijkVan de week bleef het balen in Balimet die vulkaan die ’t uitbarsten niet opgafen gaf een Kroaat zichzelf maar de doodstrafmet iets wat werkte als cyaankali. Regio Westland had weinig te kampenmet al dat soort opvallende rampendus mag ik vandaag dichten over enkele blije berichten:Burgemeester van Ardennewil een jaar eerder verkennenof dat werkt, of het zou bevallen: een gebied waar je niks mag verknallen.’t Gaat niet om een foutvrije zonein het gebouw aan de Verdilaan - (want ik denk dat dat plan direct in rook op zou gaan), maar Westland wordt wel wat meer vuurwerkvrijbijvoorbeeld rond elke kinderboerderij.Het werkt vast aanstekelijk,neem dat van mij aan.Over vuurwerk gesproken:in de Heul wordt heel lang wachten verbroken.Ruim zes jaar na de verwoestende brandwordt het nieuw gebouwd, leegstaande pandin het jasje van de Jumbo gestoken.Heerlijk, niet langer naar een dorp verderop om je prakkie te kunnen koken.Moet je kijken hoe snel die parkeerplaats dan vol staat.Al is het pas in mei dat ie opengaatmaar dan wel: mét pinautomaat! Van een ander soort pinautomaat - beter bekend als de bowlingbaan - hebben we sinds deze weekeen Maassluise koning:Xander van Mazijk, wereldkampioen Bowlingen daarmee de eerste Nederlanderdie als geen ander tien pins wist om te stotenen zijn Taiwanese tegenstander naar huis kon sturenmet hangende poten.Tot zover, een nieuwe week begint;ik kijk uit naar die gedichten van onze goede Sint.Auteur: Dennis Koopman van Schrijvers tussen de Kassen
Lees meer
Mysterieuze uitspraak uit het Westland: 'Hij gaat als een Jekko!' dinsdag 28 november 2017 15:03

Mysterieuze uitspraak uit het Westland: 'Hij gaat als een Jekko!'

‘Als een jekko' - heel erg (hard, intensief) = als een gek - 'lopen, rennen, schrijven als een jekko’. Zo staat deze mysterieuze uitdrukking sinds begin dit jaar beschreven in de Van Dale. Maar waar komt dat nou vandaan? Dat vroeg lezer Rob van der Berg zich af en stuurde de vraag in via de rubriek Rake Vragen van mediapartner Omroep West. De West-redactie zocht het uit. Het was een interessante zoektocht naar de oorsprong van het woord. Sommigen zeggen dat het uit het Westland komt en anderen vinden het typisch Haags of Rotterdams. Maar het mysterie blijft onopgelost. Wel hebben we een hoop (nieuwe) informatie gevonden.We belden met Rutger Kiezebrink van Genootschap Onze Taal, een vereniging voor taalliefhebbers. Hij had nog nooit van de uitdrukking gehoord, maar zag wel in hun database dat ze in 2007 ook al eens de vraag kregen waar ‘als een jekko’ vandaan komt.'Geen aannemelijke verklaring'"We hebben indertijd wat meer om ons heen gevraagd, maar helaas heeft dat geen aannemelijke verklaring opgeleverd. Ik hou het er op dat het iets met ‘als een gek’ te maken heeft. Met de J lijkt de uitdrukking iets meer vaart te hebben dan met een G, misschien heeft dat meegespeeld. De -o zou een uit de jaren tachtig stammende toevoeging kunnen zijn om het wat populairder te laten klinken. Maar het zijn vermoedens, meer niet." Legt Kiezebrink uit.Ook het Historisch Archief Westland kon ons niet vertellen waar de uitspraak vandaan komt en verwees ons door naar schrijfster Manita Koop. Zij schreef in 1989 het boekje Dat is goud: tuinbouwtaal uit 't Westland en zij vertelde ons: "Het was zo'n typisch Westlandse uitdrukking, door velen gedeeld, dus heb ik het genoteerd voor Dat is goud. Leraar Nederlands en voormalig Westlands schoolhoofd Anton van der Sande heeft het gebruik eveneens als zodanig bevestigd, maar die is helaas overleden."Hoe dan ook. "Het geeft in ieder geval aan dat Westlanders uitdrukkingen hebben voor hard werken. En als zij gaan als een jekko, is dat een tempo dat de gemiddelde Nederlander niet kan bijhouden. Want wat in het Westland als normaal tempo wordt beschouwd, vinden velen daarbuiten al stevig."Radio 2Onze vraag werd vorige week maandag, 20 november, ook behandeld bij de middagshow van Ruud de Wild van Radio 2. Ook zij vroegen zich af wat de uitdrukking betekent en waar deze vandaan komt. Maar ook zij kregen grofweg dezelfde reacties als wij. Verder heeft Westland zelf meegedacht over de oorsprong van het woord. Ashley van de Zwaan stuurde naar de WOS dat een Jekko een fantasiedier is. "Het is een heel snel fantasiedier. Energiek en vlot. Hij straalt positiviteit uit."ConclusieWaar de uitdrukking precies vandaan komt kunnen we niet met zekerheid zeggen. Waarschijnlijk komt het dus, zoals Rutger Kiezebrink ons vertelde, uit de jaren ’80. Wellicht een verbastering van het woord gek, een combinatie met de straattaal van die tijd, ontstaan in de regio tussen Rotterdam en Den Haag.Heb jij nog tips? Weet jij toevallig meer over deze uitdrukking? Mail dan naar RNN@omroepwest.nl!
Lees meer
Streekhistorie: Duitsers komen stemmen op zee maandag 27 november 2017 09:09

Streekhistorie: Duitsers komen stemmen op zee

Na het winnen van de Duitse verkiezingen in november 1932 werd Hitler op 30 januari 1933 door de rijkspresident, Paul von Hindenburg, benoemd tot rijkskanselier. Von Hindenburg was op dat moment 85 jaar en ziek en hij kwam op 2 augustus 1934 te overlijden. De dag erna voegde Hitler de bevoegdheden van het ambt van rijkspresident bij die van zijn eigen ambt als rijkskanselier. Kennelijk durfden de nazi’s het niet aan om dit zonder enige volksraadpleging te doen en daarom werd er op zondag 19 augustus 1934 een verkiezing, eigenlijk een referendum, georganiseerd over de vraag of Hitler tegelijkertijd rijkspresident en rijkskanselier kon zijn. De Duitsers die in Nederland woonden mochten ook stemmen en uit de omgeving van Amsterdam konden ze met speciale treinen naar Wesel, net over de grens bij Emmerich. Duitsers uit de omgeving van Rotterdam en Den Haag konden stemmen aan boord van het motorschip CORDILLERA dat speciaal hiervoor Hoek van Holland zou aanlopen. Overigens was er voor andere landen in Europa een soortgelijke oplossing bedacht. Inscheping op de CORDILLERA. Ondanks dat de gangway (loopplank) nogal steil ligt komt men toch met vaandels omhoog aan boord. Diverse mensen brengen de Hitlergroet. Foto uit ‘Ons Zuiden’; collectie Henk van der LugtDe CORDILLERA en het zusterschip CARIBIA waren in 1933 in de vaart gebracht door de Hamburg-America Line (HAPAG) en voeren in een lijndienst tussen West-Europa en het Caribisch gebied waarbij Rotterdam toen niet werd aangelopen. Op 19 augustus 1934 om 13:50 kwam de CORDILLERA uit Hamburg in Hoek van Holland aan en meerde aan de Fruitsteiger. Een kleine tweeduizend Duitsers, die met speciale treinen waren aangevoerd, stonden toen al te wachten want het schip arriveerde een paar uur later dan verwacht. De stemmers hadden van tevoren een plaats moeten bespreken waarna zij van het consulaat een reisbiljet en een stembewijs hadden ontvangen. Bovendien moesten zij hun paspoort meebrengen. De CORDILLERA aan de Fruitsteiger in Hoek van Holland. Krantenfoto uit de Nieuwe Tilburgsche Courant van 20 augustus 1934Om de voorkomen dat er ‘vreemdelingen’, bijvoorbeeld pers, aan boord gingen werd er streng gecontroleerd bij de inscheping. Dit nam daardoor nogal wat tijd in beslag en pas om 16:35 vertrok het schip naar zee. Eenmaal buiten de Nederlandse territoriale wateren konden de Duitsers hun stemplicht vervullen en ook dit duurde langer dan men had verwacht want pas om 20:25 kwam de CORDILLERA weer in Hoek van Holland aan waar de ‘passagiers’ weer werden ontscheept. Het schip vertrok hierna om 23:15 naar Antwerpen, de volgende reguliere aanloophaven. Mede door de aanwezigheid van enige muziekkorpsen was de stemming aan boord zeer vrolijk en er werd geregeld lustig gezongen. Na afloop van de stemming werden het Horst Wessellied en het Duitse volkslied gezongen en werd er een telegram van hulde naar Hitler gestuurd. Van de 1.901 uitgebrachte stemmen waren er 1.790 (94,2%) voor, 88 (4,6%) tegen en 23 (1,2%) ongeldig. De totale Duitse einduitslag was 89% voor, 9% tegen en 2% ongeldig. De CORDILLERA op volle zee. Foto; collectie Henk van der Lugt, fotograaf onbekendMen kan zich afvragen of het veel zin heeft gehad om op deze manier Duitsers die in het buitenland woonden de gelegenheid te geven om te stemmen. Op een totaal van ruim 43 miljoen uitgebrachte stemmen maakten die 1.901 immers niet veel uit en in het Duitsland van toen zorgden de nazi’s er door intimidatie toch wel voor dat een ruime meerderheid voor stemde. Mogelijk kwam er ook een propaganda element om de hoek kijken en wilden de Duitsers laten zien waartoe ze op korte termijn organisatorisch in staat waren? Zo speelde Hoek van Holland een bescheiden rol bij deze Duitse verkiezingen waarbij Hitler de absolute macht in Duitsland kreeg.Bronvermelding: Diverse kranten Boek ‘Great Passenger Ships of the World’ deel 3, door Arnold Kludas Archief Henk van der Lugt   Auteur: Henk van der Lugt van het Historisch Genootschap Hoek van Holland
Lees meer
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS