Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Rubrieken


Streekhistorie: De eerste veertien dagen van burgemeester Kramers zondag 29 maart 2020 09:09

Streekhistorie: De eerste veertien dagen van burgemeester Kramers

Alle evenementen en activiteiten rond Dodenherdenking en Bevrijdingsdag zijn dit jaar afgelast. Natuurlijk wordt er twee minuten stilte gehouden op 4 mei, maar het jubileumjaar van de bevrijding wordt niet in mei gevierd. De expositie van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul over oorlog en bevrijding in de twee dorpen wordt verplaatst naar december 2020. Om toch in de aanloop naar 4 en 5 mei aandacht te blijven houden voor deze periode, volgt hieronder een verslag van waarnemend burgemeester Richard Kramers over de eerste twee weken na de bevrijding dat hij stuurde aan de Commissaris der Koningin. De tekst is letterlijk overgenomen. Aan den Heer Commissaris der Koningin in de provincie Zuid-HollandVerslag. Wateringen, 19 mei 1945.Bij schrijven van 15 Mei j.l. zond ik u bericht, dat ik op Maandag 7 dezer de functie van loco-Burgemeester van Wateringen heb aanvaard. Ik veroorloof mij thans u een kort verslag aan te bieden van hetgeen door mij in de afgeloopen dagen is verricht en van hetgeen in deze gemeente is voorgevallen.Op Maandag 7 Mei 1945, des morgens om 9 uur, heb ik de taak van Burgemeester dezer gemeente op mij genomen. Tijdens een conferentie betreffende het verkrijgen van turf ten behoeve van de bakkers en de centrale keuken, verscheen de heer W.J. Boxce, de door de Duitschers tot Burgemeester van Wateringen benoemde N.S.B.-er. Ik heb dezen de gewijzigde omstandigheden onder het oog gebracht en heb hem verzocht de daaruit volgende conclusies te trekken. W.J. Boxce heeft mij hierop de noodige sleutels en bescheiden overhandigd en de onder hem rustende voorschotkas overgedragen. Hierna is de heer Boxce - met de arrestatie van N.S.B-ers e.a. was alhier nog geen aanvang gemaakt - naar zijn huis te Rijswijk teruggekeerd. Naar mij werd medegedeeld, is hij op Woensdag d.a.v. in verzekerde bewaring gesteld.W.J. Boxce, burgemeester van Wateringen 1942-1945Op Maandagmiddag is een begin gemaakt met de arrestatie van N.S.B-ers. Voor zoover door mij is kunnen worden geconstateerd, heeft deze arrestatie op behoorlijke wijze plaats gevonden, zonder onnoodige of minder passende demonstraties. Ook de bevolking gedroeg zich zooals het aan Nederlanders past.Contact met de N.B.S. en met de Kon. Marechaussee is door mij eerst verkregen op Woensdag, 9 Mei, als gevolg van een uitnoodiging mijnerzijds aan de betreffende commandanten tot eene bespreking van den gang van zaken en van de te nemen maatregelen. Bovendien heb ik Woensdagmiddag aan den commandant der N.B.S. als mijn wensch te kennen gegeven, dat het kaalknippen der vrouwen, die in bewaring waren gesteld, althans niet in het openbaar zou plaats vinden. Ik meende in het in het openbaar kaalknippen te moeten zien een onnoodige demonstratie, welke bovendien de gedurende de laatste jaren toch reeds niet verbeterde moraliteit onder de jeugd niet ten goede zou komen. Aan mijn wensch is gevolg gegeven, het kaalknippen heeft niet in het openbaar plaats gevonden.De eerste dag na de bevrijding werden vrouwen en meisjes, die tijdens de bezetting omgang hadden gehad met de Duitsers, in het openbaar kaalgeknipt. Dit werd hierna niet meer toegelaten.In den avond van Woensdag 9 Mei heeft er echter een voorval plaats gevonden, dat ik meende niet zonder meer te mogen laten passeeren. U gelieve te dezen aanzien hierbij aan te treffen een afschrift van een terzake door de Kon. Marechaussee opgemaakt rapport. Ik heb mij veroorloofd mij mondeling hieromtrent te verstaan met den Gewestelijk Commandant der N.B.S. te den Haag, die tegenover mij zijn afkeuring over het gepasseerde heeft uitgesproken en de Districts-commandant Westland voor eene verantwoording heeft opgeroepen.Op Donderdag, 10 Mei 1945, moest worden gezorgd voor een inkwartiering en legering in tenten van plm. 250 man Canadeesche troepen. Drie groepen van ruim 60 man werden in tenten ondergebracht resp. aan den Kwintsheulweg en op weiden aan den Noordweg. Deze groepen zijn inmiddels vertrokken. Ingekwartierd zijn alhier nog 25 man in het gesticht “Huize Sint Jan” en 20 man bij particulieren aan den Ambachtsweg. De ontvangst dezer troepen door de bevolking was allerhartelijkst. De soldaten gedragen zich correct en een prettige sfeer van vriendschap is ontstaan.Ontvangst van de Canadezen in het raadhuis van Wateringen, waar de nieuwe burgemeester Richard Kramers (midden met bril) speciaal Piet van der Doef (links van hem met bloemen) welkom heette, die als geboren Wateringer in dienst van de Canadezen met hen in de eerste groep ons dorp binnentrok.De moeilijkheden der voedselvoorziening werden in de week der bevrijding door de inwoners met opgewektheid verdragen. Toen echter in het begin van deze week nog slechts zeer weinig van de toegezonden voedselvoorraden in distributie waren gebracht, begon de stemming onder de inwoners met den dag onrustiger te worden. De eerste helft dezer week was dan ook uit het oogpunt der voedselvoorziening de slechtste die gekend is.Op 11 Mei j.l. werd onopzettelijk een inwoner dezer gemeente door een lid der N.B.S. doodgeschoten. Dit ongeluk moet m.i. worden gemeten aan de gebrekkige geoefendheid met het wapen van de betrokken N.B.S.-er, die zich van het gevaar aan vuurwapenen verbonden niet voldoende bewust is geweest. Deze aangelegenheid is in onderzoek bij de politie in ’s-Gravenhage (Loosduinen), in welke gemeente het ongeluk plaats vond. De N.B.S. draagt thans geen geladen sten-guns meer en is niet meer dan strikt noodig bewapend.Reeds op Zaterdag 12 Mei j.l., had ik mij om voorziening hierin gewend tot de A.V.A., Hooftskade 1 te den Haag. Mijn ervaring met deze instantie kan, gezien ook het feit, dat ondanks toezegging niets werd bereikt, niet prettig worden genoemd. Dank zij echter het ingrijpen van het Militair Gezag konden 17 en 18 Mei reeds voedselvoorraden in grooter omvang onder de bevolking worden verdeeld, hetgeen de gemoederen reeds terstond tot rust bracht.Op het oogenblik maakt de huisvesting van de inwoners der gemeente voor mij een onderwerp van studie uit. Ten gevolge van evacuatie van andere gemeenten naar Wateringen zijn er hier en daar noodzakelijkerwijze samenwoningen ontstaan, welke moeilijk gehandhaafd kunnen blijven. Ik verwacht hierin, dank zij het vrijkomen van eenige woningen van N.S.B-ers, een oplossing te kunnen vinden.Ik moge hopen, dat het bovenstaande verslag U een inzicht zal hebben gegeven, van hetgeen gedurende de laatste 14 dagen te Wateringen is gepasseerd.De Burgemeester van Wateringen.R.A. Kramers. Dit was een bijdrage van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer
Streekhistorie: Het gif van de pandemie zondag 22 maart 2020 08:08

Streekhistorie: Het gif van de pandemie

Coronavirus 20 maart 2020… Mensen lopen schichtig met een grote boog om elkaar heen. RIVM adviseert: “Minstens 1,5 m. afstand houden, in je elleboog hoesten en niezen, regelmatig handen wassen, (sociale) contacten beperken, werk thuis, BLIJF THUIS!” Spaansche Griep/Spaanse Ziekte/Hongerziekte 1918, zo’n 100 jaar geleden… De Gezondheidscommissie te Naaldwijk adviseert: “Bezoekt geen vermakelijkheden of vergaderingen in overvolle zalen. Weest rein op uw lichaam, uw kleeren en uw woningen!” 2020 is het jaar waar later de geschiedenisboeken vol van zullen staan, het jaar waarin de wereld moest strijden op leven en dood tegen een onzichtbare vijand: ‘Pandemie Corona’! De Spaanse griep in cijfersEens in de 100 jaar heeft de wereld te kampen met een nieuwe pandemie, een epidemie van wereldformaat. De laatste grote pandemie was de Spaanse griep in 1918. Dit was het laatste en naarste jaar van de Eerste Wereldoorlog (WO 1: 1914-1918). Wereldwijd zijn er naar schatting tussen de 25- en 100 miljoen dodelijke slachtoffers gemaakt. In Nederland waren er ruim 40 duizend. Beide wereldoorlogen eisten respectievelijk 19- en 60 miljoen levens. Er zijn dus meer mensen aan ziekte gestorven dan aan oorlogsgeweld. Ofschoon je wel kunt stellen dat oorlogen en hongersnood en slechte huisvesting voor een razendsnelle verspreiding van virussen zorgen en dus medeschuldig zijn. De pandemie Spaanse griep en haar impact op onze wereldgeschiedenis zijn tot nu toe altijd onderbelicht gebleven in onze historische beschrijvingen. Huidige wetenschappelijke onderzoekers menen dat toen de Spaanse griep in 1920 was ‘uitgeraasd’ bijna 1 op de 3 wereldburgers ziek was geweest. Op een wereldbevolking van toen 1,8 miljard betrof dat 500 miljoen mensen! Corona De nieuwste pandemie, die nu ook sinds kort Nederland heeft bereikt, heet corona. Westland kent nu nog maar 4 inwoners die besmet zijn met het coronavirus, maar hoeveel zijn het er op het moment dat u dit artikel leest? Virus betekent ‘vergif’ in het latijn. Laten we hopen dat we snel het juiste ‘antigif’ voor corona vinden. Besmetting vanuit de dierenwereldBeide virussen vinden hun oorsprong in de dierenwereld. De Spaanse griep is waarschijnlijk via vogels en varkens bij de mens terechtgekomen, ook veel paarden waren besmet. Corona is vermoedelijk afkomstig van vleermuizen. Binnenkort weten we hopelijk alles over deze nieuwe ziekte en zijn we in staat om het virus onder controle te houden. Uiteraard zijn er grote verschillen tussen beide virussen, maar het loont de moeite om het omgaan met griepepidemieën toen en nu te vergelijken. Gemiddeld sterven er jaarlijks door gewone griep zo’n 250.000 tot 500.000 mensen. Ziekte als wapen in oorlogstijdDe Spaanse griep ontstond niet in Spanje (dit land was neutraal tijdens WO 1), maar dankt haar naam aan het feit dat het Spaanse journalisten waren, die de eerste berichten over deze nieuwe ziekte de wereld instuurden. De griep is waarschijnlijk ontstaan op een Amerikaanse legerbasis via een besmetting van dieren op mensen. Daarna is de besmetting doorgegeven van mens tot mens en via honderdduizend militairen in overvolle schepen vanuit de VS naar Frankrijk getransporteerd. Talloze jonge Amerikaanse soldaten kwamen daar in smerige loopgraven en volle kazernes terecht, ook samen met andere geallieerde manschappen. Het virus had vrij spel! En steeds werden er nieuwe troepen getransporteerd naar het front, die ook besmet raakten. Een explosie van ziektes. Een andere theorie meldt dat Chinese arbeiders, die de geallieerden hielpen bij de aanleg van de loopgraven, het virus (als varkensvirus) meenamen uit China. Weer een andere theorie meldt dat het virus in Europa zelf is ontstaan, in een legerkamp in het Noord-Franse Étaples. Talloze soldaten, burgers, pluimvee (kippen, ganzen en eenden) en varkens zaten daar op een kluitje opeengepakt en besmetten elkaar over en weer. De verspreiding naar de nabije omgeving voltrok zich razendsnel. Ziektes stoppen helaas niet bij landsgrenzen… Daarbij kwam ook nog dat deze nieuwe ziekte onvoldoende of zelfs helemaal niet bestreden werd. De geallieerde landen hadden er alle belang bij om de ziekte-explosie te verzwijgen of te bagatelliseren. Vijand Duitsland mocht niet denken dat een eindoverwinning nu makkelijk te behalen was. De Duitsers hadden net zo goed te lijden van de Spaanse griep. Zij noemden het ‘De Vlaamse griep’. Uiteindelijk ging het erom de zieke, sterk verzwakte legers niet verder te laten verslappen. Degene die steeds verse manschappen kon aanvoeren, zou winnaar worden. De aanvoer vanuit de VS ging daarom non stop door met instemming van de Amerikaanse president Wilson. Zelfs toen Wilson wist dat zijn jonge soldaten vrijwel zeker aan de griep zouden bezwijken. Duitsland daarentegen kreeg geen nieuwe manschappen meer doorgestuurd via het thuisfront! Het einde van WO 1 naderde. Geen aflossing betekende de nekslag voor de uitgeputte Duitsers. Half juli 1918 waren er in Frankrijk 1 miljoen Amerikaanse militairen. Bijna 60.000 daarvan zijn door ziekten (hoofdzakelijk griep) overleden. De Spaanse griep in NederlandIn juli 1918 breekt de griep officieel uit in Nederland. De eerste griepgolf (in juli, augustus en september) en de tweede golf (in oktober, november en december) eisten in Nederland in totaal 17.396 slachtoffers. Een enorme stijging van het sterftecijfer. De griep sloeg vooral toe onder het jonge, sterkste en gezondste deel van de bevolking: de groep 15 tot 30 jarigen, en niet, zoals gebruikelijk, vooral bij kinderen en ouderen. Baby’s en peuters tot en met 4 jaar hadden meestal nog genoeg antilichamen(immuniteit) bij zich dankzij de borstvoeding van hun moeders. Zouden de ouders/grootouders van 1918 meer weerstand hebben gehad dan hun oudere, jong volwassen kinderen vanwege eerdere, meer onschuldige circulerende griepvormen in de jaren vooraf? En daardoor minder risico hebben gelopen? Kan het zijn dat deze griep juist toesloeg bij jonge volwassenen, omdat hun sterkere immuunsysteem te fel reageerde op de binnendringende ziektekiemen waardoor ze stierven? Hoe fel zal dan het immuunsysteem te keer zijn gegaan van hun leeftijdgenoten onder de jonge Amerikaanse soldaten die royaal ingeënt waren tegen allerlei ziektes (zo’n 14 tot 26 vaccinaties per persoon)vlak voordat ze op transport gingen naar Frankrijk? Waarschijnlijk werd door al die vaccinaties hun immuunsysteem zodanig beïnvloed dat zij juist nog meer dan normaal het risico liepen om de Spaanse griep te krijgen! Hoog sterftecijfer Westland in 1918Er is helaas weinig onderzoek gedaan naar de regionale spreiding van de sterfte als gevolg van de Spaanse griep. Maar wel is in kaart gebracht dat het Westland naar verhouding een hoog sterftecijfer had in 1918. Gemeente Naaldwijk meldde op 14 december 1918 dat naar schatting zo’n 1000 ingezetenen aangetast waren door de Spaanse griep. De eerste griepgolf in milde vormBegin 1917 beweerden adverteerders in Westland nog dat je een griep prima kon bestrijden met pakjes kruiden van Jacoba Maria Wortelboer. Die pakjes waren verkrijgbaar bij vele apothekers, alle drogisten en bijna alle andere winkeliers. En flessen abdijsiroop niet te vergeten. De bestrijding met alcoholhoudende drank(jenever) bleek ook hier zijn vruchten af te werpen. Er braken goede tijden aan voor kwakzalvers! De reguliere geneeskunde en de gezondheidsdienst kregen niet altijd het vertrouwen dat ze nodig hadden.De militairen van de land- en zeemacht waren de eerste slachtoffers van de nieuwe griep. In juli 1918 werd in Hoek van Holland een deel van de Holland Amerika Loods als hospitaal voor hen ingericht om te herstellen.Hoewel de nieuwe griep zich in eerste instantie niet ernstig liet aanzien, breidde de ziekte zich in augustus 1918 uit. Het postkantoor in Naaldwijk werd ‘s middags van 2 tot 5 uur gesloten wegens ziekte onder het personeel en dit kwam bij meer bedrijven voor. Over ‘s Gravenzande meldde op 3 augustus 1918 de Westlandsche Courant: “De gevallen van Spaansche Griep nemen hier sterk toe, er komen huisgezinnen voor, waarvan bijna allen de onaangenaamheden van deze ziekte ondervinden. Het zij dan ook een ieder aangeraden om, als men niet door bijzondere omstandigheden moet omgaan met een lijder van deze, zich snel verspreidende ziekte, uit den weg te blijven; het ontwijken van een zieke mag niet aangemerkt worden als een onhartelijkheid tegenover de zieke, integendeel, als een voorzorgsmaatregel tegen eigen besmetting en daarmee gepaard gaande verspreiding.”Eind augustus 1918 overleed het eerste slachtoffer van deze griep. Dacht men begin september nog dat de Spaanse ziekte zo goed als geweken was en dat zij gelukkig niet lang en streng had geheerst, halverwege september kwam men hier op terug. Er kwam toch weer een uitbreiding, die vooral de burgerij in de verschillende Westlandse dorpen trof. In sommige gezinnen waren wel 4 of 5 leden tegelijk ziek. Maar ook de zakenwereld kampte steeds vaker met ziek personeel. Deze ziekte was dus duidelijk onderschat.De tweede griepgolf kwaadaardigerIn oktober 1918 was de ziekte op zijn hoogtepunt. In het algemeen zocht men de oorzaak van deze ziekte in de onvoldoende en slechte voeding van de laatste tijd. Slechte woningtoestanden speelden ook een rol. De Spaanse ziekte werd daarom al snel ‘hongerziekte’ genoemd. Men dacht toen nog dat alle soorten griep door een bepaalde influenza-bacterie werden veroorzaakt. Bacteriën kende men wel, die waren per microscoop waarneembaar, maar niemand kende het bestaan van virussen. Virusdeeltjes werden pas in 1933 ontdekt als verwekkers van vele soorten griep. Virussen lijken op bacteriën maar zijn veel kleiner: kleiner dan het 5000ste deel van een millimeter! Penicilline, antibiotica of griepvaccins bestonden nog niet. In de Westlandsche Courant van 25 november 1918 (einde WO 1) adviseerde een geneesheer dat je de ziekte Spaanse Griep prima kon voorkomen door zich zowel van boven als van onderen goed warm aan te kleden. De tegenwoordige kleding van de dames was onvoldoende : zelfs zonder griep-epidemie stonden zij al bloot aan een longontsteking! Vanwege de grote schaarste aan wollen stoffen kon men heel goed kranten- en pakpapier als tussenkleding voor borst en rug bezigen. Ook het bevorderen van de darmstofwisseling door laxeermiddelen, zelfs bij regelmatige functie, werd als een goede preventie gezien! 13 november 1918 maakt men melding van 5 sterfgevallen in Naaldwijk door de Spaanse griep: 2 slachtoffers in ‘s Gravenzande en 3 sterfgevallen in Monster, waaronder een vader met zijn zoon.Op 4 december 1918 meldt de Westlandsche Courant over Poeldijk: “De Spaansche griep neemt hier wel af, doch niet in hevigheid zelf. De ziekte is menigmaal kwaadaardiger en gevaarlijker dan aanvankelijk.” Het virus van de Spaanse griep bleek van een aanvankelijk milde vorm, waarbij de mensen een paar dagen ziek waren en er weinig doden vielen snel te kunnen veranderen (muteren) naar een dodelijke variant. Het virus kon zelf erfelijk materiaal uitwisselen en werd gevaarlijker. De complicaties werden daardoor heftiger. Het virus tastte direct de longen aan. Een groot deel van de patiënten stierf daardoor binnen 24 uur een snelle en afgrijselijke dood. De derde griepgolf : nieuwe slachtoffers.De derde griepgolf ontstond na de Duitse capitulatie en reisde eind november 1918 en begin 1919 mee met alle honderdduizenden soldaten die huiswaarts keerden en hun gezinnen, familieleden en vrienden in de armen sloten. De feestelijke massabijeenkomsten om de vrede te vieren droegen bij aan een razendsnelle verspreiding van dit besmettelijke virus. De Spaanse griep kan zelfs een ingrijpende rol gespeeld hebben bij de afrekening met Duitsland tijdens de vredesonderhandelingen in Versailles. Veel politici en diplomaten waren in de lente van 1919 ziek geworden. Ook de machtige Amerikaanse president Wilson was slachtoffer van de Spaanse griep en kon niet naar Versailles komen. De wel aanwezige geallieerde partners, de Europese landen, legden Duitsland ongenadig zware sancties op met forse herstelbetalingen. Was de diplomatieke Wilson er wel bij geweest dan zou Duitsland er vermoedelijk genadiger van af gekomen zijn. Nu bleef Duitsland vol wraakgevoelens achter. Zo werd onbedoeld een stevige voedingsbodem gelegd voor het ontstaan van een nieuwe oorlog van wereldformaat: WO 2. Een virus zonder eindeOp 12 november 1919 staat in een bericht over Naaldwijk te lezen: “De Spaansche griep heeft wederom haar intrede gedaan in het dorp. In enkele gezinnen komt de ziekte al voor en men spreekt al van een geval met doodelijke afloop. Maandag kwam daar een tweede geval bij: in een gezin stierven twee broers enkele dagen na elkaar.” In 1920 maakt de Spaanse griep haar laatste slachtoffer. Ze was toen ‘uitgeraasd’. Voorgoed verdwijnen doet ze echter niet. Rond 1975 blijkt o.a. in de VS nog een influenza-A-virus in een varkensstapel in de VS te circuleren dat de Spaanse griep pandemie van 1918 veroorzaakte. Haar gif leeft dus voort. Als influenzavirus kan zij immers telkens een nieuwe vermomming kiezen : muteren!Wie de Spaanse griep overleefde hield er vaak psychische aandoeningen als depressie en schizofrenie aan over. Ook kinderen, die de Spaanse griep in de baarmoeder hadden doorstaan, kregen later meer gezondheidsproblemen dan anderen.Dit valt ook te lezen in de brief van een schoondochter in de krant ‘De Westlander’ van 25 januari 1952 in de rubriek ‘Met Raad en Daad‘. Zij stelt daarin de volgende vraag: “Mijn schoonvader vervulde in 1919 zijn militaire dienstplicht, werd toen slachtoffer van de heersende spaanse griep. Hij is zodoende zijn gehele leven lijdende aan een geestesstoornis, die op geregelde tijden terugkeert. Kan mijn schoonvader nu voor pensioen in aanmerking komen volgens een, naar ik gehoord heb in 1945 gewijzigd wetsontwerp? Zo ja, kunt u mij het adres geven waartoe ik mij kan wenden?” Antwoord van de redactie: ”Een desbetreffend wetsontwerp is ons niet bekend. De ziekte van uw schoonvader is niet ontstaan door de dienst (spaanse griep kan iedereen krijgen). Wij raden u echter aan een brief aan het Ministerie van Oorlog te schrijven, afdeling Pensioenen te den Haag. Leg alle u ter beschikking staande bewijsstukken over. Vermeld ook of uw schoonvader al of niet gewerkt heeft, en zo neen, waarom niet. Geef ook de ouderdom op. Deze zaak zal dan ongetwijfeld degelijk worden onderzocht.”Uit degelijk onderzoek blijkt dat de bevolking zich na de Spaanse griep snel herstelde. De overlevenden gingen met volle energie verder: er volgde wereldwijd een babyboom!Hopelijk geeft een ‘uitgeraasd’ coronavirus dadelijk aanleiding voor nieuwe ‘muterende’ inzichten hoe wij met onze kwetsbare mensheid om dienen te gaan…en dan ook met geboortebeperking!Met dank aan alle bronnen voor dit artikel. Auteur: Corrie Stolk namens Historische Vereniging Naaldwijk Honselersdijk Bronnen:Wikipedia w.b. trefwoorden als Spaanse Griep, pandemie, epidemie, influenza, virussen enz…Historisch Nieuwsblad artikel 48851 ‘De sluipmoordenaar van WO 1.: De Spaanse Griep’Historiek.net 79002: Pandemie 1918 Spaanse GriepSpaanse Griep en WO 1., het drama van 1918 door Eric MeckingHistorisch Archief Westland (HAW): * Beeldmateriaal door Jolanda Faber*Selectie berichten Westlandsche Courant door Els Spaargaren ‘ De Spaansche Griep 1918’ (Naaldwijk en Honselersdijk)Westlandsche Courant: Westland algemeen: *13-01-1917 blz. 12 *20-07-1918 blz. 1+2 *03-08-1918 blz. 1 *13-11-1918 blz. 1 *23-11-1918 blz. 2 *04-12-1918 blz. 5 *28-12-1918 blz. 4De Westlander: * 25-01-1952 blz. 15 Rubriek Raad en Daad : ‘Brief van een schoondochter’ * 18-07-1958 blz. 11 ‘Giftanden van de griep zijn uitgetrokken’ * 22-11-1963 blz. 14 ‘Veel voorkomende virusziekten’ dr. Alfreda BriedéTwitter HAW 17 maart 2020 : ‘Advies van de Gezondheidscommissie te Naaldwijk 1918’Volkskrant 13-03-2020 door Cor Speksnijder ‘Het coronavirus wordt vergeleken met de Spaanse griep. Maar de verschillen zijn groot.’ En De Volkskrant Wetenschapsnieuwsbrief.De biometer in kaart gebracht, zuigelingen- en totale sterftecijfers voor Nederlandse gemeenten, 1812-1939 blz. 21 t/m 32 door F. van Poppel en E. Beekink Coronacrisis: online platform voor hulpbehoevende Westlanders 15 maart 2020 WOSTwitter HAW 17 maart 2020: Advies Gezondheidscommissie te Naaldwijk 1918
Lees meer
Streekhistorie: Vafamil camping Hoek van Holland zondag 15 maart 2020 09:09

Streekhistorie: Vafamil camping Hoek van Holland

Bij veel bewoners van het dorp Hoek van Holland en omgeving was het weinig bekend dat er, diep verscholen in de prachtige duinen van Hoek van Holland een camping voor militairen en hun familie was gelegen. Deze Vafamil camping was gevestigd aan de Strandweg 15, in het zogenoemde ‘Vinetaduin’ te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam. Het terrein was eigendom van het Rijk en het in beheer bij de Stichting Vakantie Faciliteiten Militairen (VAFAMIL) gevestigd te Den Haag. Deze stichting werd begin 1960 opgericht en beheerde een aantal campings, jachthavens en een reisbureau.De stichting werd opgericht ten behoeve van defensiepersoneel voor het uitoefenen van vakantie- en vrijetijdsbesteding.In die tijd, de jaren 1950 en ’60 waren de lonen van de ambtenaren erg laag in vergelijking met overige werknemers in het land. De toenmalige regeringen wilde deze lonen niet verhogen daarom zocht men op de departementen naar andere mogelijkheden om het personeel tegemoet te komen. Men besloot om op de militaire oefenterreinen hoekjes ter beschikking te stellen voor sta-caravans. Hier konden de mensen tegen zeer lage kosten een plaats krijgen of een huisje huren. Entree met receptie/recreatie gebouw. (G. v.Geffen)In 1963 werd te Hoek van Holland een hoek van het defensie terrein ingericht als militaire camping ten behoeve van de VAFAMIL. Het terrein, waarin een grote concentratie bunkers uit de Tweede Wereldoorlog ligt, was in het kader van de zogenaamde “Koude Oorlog” in gebruik bij de Koninklijke Marine. Het terrein te Hoek van Holland lag binnen het zogenaamde ‘Spanjaardsduin’. Bij de bevolking beter bekend onder de Duitse naam ‘Vinetaduin’. Het terrein is ongeveer 3 ha. groot en bood plaats aan 35 sta- seizoenplaatsen voor caravans en 5 volledig ingerichte stacaravans.De kantine en het kantoor van de beheerder van de camping waren gevestigd in een grote houten barak. Deze barak was een overblijfsel van de 9 barakken welke waren gebouwd in 1935 ten behoeve van de Nederlandse kustbatterij V. Deze batterij bestond uit 4 geschut kazematten met 4stukken 15cm kustgeschut en een vuurleiding kazemat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers een aantal barakken gesloopt om plaats te maken voor de bunkerbouw.De camping was een natuurcamping en lag verscholen in een mooi duinterrein tussen hoge duinen. Op het terrein bestond geen onderscheid tussen rangen en standen ook niet tussen de diverse onderdelen van de krijgsmacht.Mooi hoekje op camping. (G. v.Geffen)In 1976 werd de stichting geprivatiseerd en maakten de vakbonden voor defensiepersoneel deel uit van het dagelijks bestuur. De regels werden verruimd zodat ook burgerpersoneel, gepensioneerden, veteranen en burgerambtenaren met hun gezinnen toegang kregen tot de terreinen van de stichting Vafamil. In 1987 besloot het toenmalige dagelijks bestuur van de Deelgemeente Hoek van Holland het kamperen op de Vafamil camping niet meer te tolereren. Men verbood dit op grond van een bestemmingsplan uit 1948. Volgens dit plan was de bestemming van het terrein “defensieterrein” en geen kampeerterrein. In 1989 werd door de Deelgemeente het campingbeleid vastgesteld in de nota “verblijfsrecreatie”. Hierin werd opnieuw bepaald dat de militaire camping moest verdwijnen.De Stichting Vafamil kreeg een bevel tot ontruiming van de camping toegestuurd van de gemeente Rotterdam. De camping moest met ingang van 1 januari 1990 worden ontruimd. De Deelgemeente wilde het terrein toegankelijk maken voor recreatie.De Stichting Vafamil ging tegen de ontruiming in beroep bij de Raad van State. De rechters hadden weinig begrip voor de actie van de Deelgemeente. Zij waren van mening dat de kampeerders in de loop der jaren nogal wat rechten hadden opgebouwd en dat de gemeente Rotterdam geen belang had bij een spoedige ontruiming van de camping. De gemeente moest met Vafamil onderhandelen om tot een oplossing te komen. De Raad van State besloot het ontruimingsbevel te schorsen.Vijf jaar later, in 1994, begon de Raad van State een bodemprocedure om tot een definitief oordeel te komen over de toekomst van de militaire camping.Nadat de salarissen van het overheidspersoneel eind jaren 60 flink werden opgetrokken konden zij zich meer veroorloven, ook op het gebied van vrijetijdsbesteding. Daarom wilde het ministerie van defensie stoppen met het subsidiëren van nevenactiviteiten. Het zou echter nog tot 1999 duren voordat de subsidie voor VAFAMIL zou worden stopgezet. De terreinen bleven echter wel in beheer bij de stichting maar de ondersteuning van defensie, in de vorm van werkzaamheden door de genie en dergelijke verviel. In 2003 werd het Vinetaduin, met uitzondering van het Vafamil terrein, overgedragen aan de Stichting Zuid-Hollands Landschap.In 2009 besloot het Ministerie van Defensie de Vafamil terreinen af te stoten. Men vond het exploiteren van recreatie terreinen ten behoeve van militairen geen taak van Defensie. Gelet op het besluit van de Raad van State bleef het terrein als camping bestaan.Camping na de brand. (G. v.Geffen)In de nacht van 12 op 13 juni 2011 te 02.30 uur ontstond er een brand in de kantine op het terrein van de camping. Het werd een grote brand waarbij de kantine helemaal afbrandde samen met twee caravans en negen personenauto’s. ook ontploften er gasflessen. Er vielen geen gewonden. Er werden 69 kampeerders geëvacueerd en opgevangen in het verzorgingshuis Bertus Bliek, een verzorgingshuis in het centrum van Hoek van Holland. De brand betekende echter het einde van de Vafamil camping te Hoek van Holland. In 2014 werd het terrein aangemerkt als natuurgebied. Op 1 januari 2015 moest het terrein ontruimd zijn en overgedragen aan Defensie. Het ministerie droeg op haar beurt het kampeerterrein weer over aan het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB). Dit bedrijf zette het hele Vafamil terrein in de verkoop.Nadat het voormalige kampeerterrein werd verworven door de gemeente Rotterdam werd in januari 2018 besloten dat het terrein gebruikt zal worden voor kleinschalige en natuurgerichte activiteiten, waarbij 2/3 van het terrein de bestemming natuurterrein zou krijgen en 1/3 eventueel zal worden ingericht als eenvoudige kampeerplaats voor campersBronnen:- De Vuurtoren, 11 oktober 1990.- Reformatorisch Dagblad, 5 juli 1994.- De Telegraaf, rubriek “Toen”. - Haagse Courant 12 mei 2005.- Fortificatieforum internet, brand camping Vafamil. gegevens P. de Krom.- www.rijnmond.nl/nieuws/. 13 juni 2011. Brand camping Vafamil.- Jaarverslag 2018 Zuid-Hollands Landschap.Auteur: Dirk Ruis van het Historisch Genootschap Hoek van Holland
Lees meer
Streekhistorie: De blokkade van Het Scheur zondag 8 maart 2020 09:09

Streekhistorie: De blokkade van Het Scheur

Maassluis staat dit jaar uitgebreid stil bij het feit dat het 75 jaar geleden is dat Nederland werd bevrijd van de Duitse overheersing. Dat wordt op allerlei manieren herdacht, waarbij ook gebeurtenissen in Maassluis uit de Tweede Wereldoorlog aan de orde komen. In dit verhaal gaat het over wat de Duitse bezetters deden om Het Scheur voor vijandelijke schepen te blokkeren. Dat is ook in Maassluis niet onopgemerkt gebleven. De angst van de Duitse bezetters werd in 1944 steeds groter. Ze waren zich ervan bewust dat een landing op de kusten van Frankrijk, België of Nederland te verwachten was. Alles werd door de Duitsers gedaan om een dergelijke landing te verijdelen. Een van die acties was het blokkeren van de vaarweg naar Rotterdam door het laten zinken van vier schepen ter hoogte van Maassluis.De Zuiderdam, tijdens of kort na het afzinken.De vier schepen die hiervoor werden gebruikt, waren de 'Zuiderdam', de 'Dinteldijk', de 'Prins Willem V' en de 'Baud'. De versperring was niet echt succesvol; de schepen lagen te veel naar de walkanten. Vaarweg blokkerenOp 22 september 1944 werd geprobeerd het ss 'Zuiderdam' van de Holland Amerika Lijn tot zinken te brengen aan de zuidwal van Rozenburg, ter hoogte van het dieselgemaal van Delfland 'Mr. dr. C.P. Zaaijer' bij de uitwatering van de Boonervliet. Dit was een nieuw schip van 11.000 ton, maar het was op de werf door een luchtaanval al flink beschadigd geraakt. Het schip zonk niet geheel weg, het bovengedeelte bleef boven water. Wel kreeg het een slagzij van 25 graden. Op 23 september 1944 werd aan de noordwal nabij het hetzelfde dieselgemaal het ss 'Dinteldijk' tot zinken gebracht. Dit schip zonk met het achterschip geheel weg.Hier liggen aan de noordoever twee schepen van de Holland Amerika Lijn, de Zuiderdam (links, gezonken op 22 september) en de Dinteldijk (rechts, gezonken op 23 september). Tussen beide schepen is de kerktoren van Maassluis te zien.Op 11 oktober 1944 zorgde een springlading van 18.000 kg dynamiet ervoor dat de 'Baud' van de Koninklijk Pakketvaart Mij. te Amsterdam aan de zuidwal helemaal onder water verdween. Op 5 oktober 1944 was op dezelfde hoogte de 'Prins Willem V' van de Rotterdamse Oranjelijn tot zinken gebracht. Van dit schip staken alleen nog de masten boven water. Snel opruimenNa de bevrijding was het van groot belang de verbinding tussen Rotterdam en de Noordzee zo snel mogelijk weer bevaarbaar te maken. Daarom begonnen al op 14 mei 1945 Engelse bergers met het weghalen van het wrak van de 'Baud'. Om de nog bestaande vaargeul te verbreden werd vervolgens het achterschip van de 'Dinteldijk' opgeblazen. De resten werden op de wal van Rozenburg gezet en vervolgens met dynamiet opgeruimd. Een zandzuiger zorgde ervoor dat de overige wrakstukken van dit schip in de rivierbodem werden verzonken.Hier liggen aan de noordoever de Zuiderdam (link) en de Dinteldijk (rechts).Direct na de bevrijding werd ook begonnen met het afdichten van de gaten in de 'Zuiderdam', waarna Van den Tak's Bergingsbedrijf begon met pompen om het schip lichter te maken en drijvend te krijgen. Negen staaldraden van 48 mm dik werden vanaf het schip op de wal vastgezet. Lieren moesten de kabels strak houden. Aan de stuurboordzijde werden tanks aangebracht om het schip in balans te houden. Uiteindelijk lukte het op vrijdag 15 november 1946 met assistentie van de sleepboten 'Minerva', 'Engineering', 'Drydock III' op het voorschip, en de sleepboten 'Drydock I', 'Drydock II' en 'Pernis' op het achterschip vastgemaakt, om het schip drijvende te krijgen. Zuiderdam.Laatste reisTijdens de sleepreis naar Rotterdam pompten de bergingsvaartuigen 'Ram', 'Meermin' en 'Dolfijn' aanhoudend op de ruimen. De berging was een groot succes voor Van den Tak's Bergingsbedrijf, dat opereerde vanuit de Maassluise buitenhaven. De 'Zuiderdam' bleek echter door de ontploffingen zodanig vernield, dat reparatie helaas niet mogelijk was. Het schip is toen verkocht aan de slopersfirma Heijgen te Antwerpen. Op dinsdag 8 juni 1948 voer de 'Zuiderdam', gesleept door de sleepboot ‘Zwarte Zee’ met kapitein A. Slijp en geassisteerd door de sleepboot 'Schelde' met kapitein B.C. Weltevreden, de haven uit voor haar laatste reis naar Antwerpen. Beide slepers waren van L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst, ook gevestigd aan de buitenhaven van Maassluis.Op 15 november 1946 lukte het Van den Tak’s Bergingsmaatschappij om de Zuiderdam boven water te krijgen en naar Rotterdam te slepen.RestauratieDe 'Prins Willem V' werd volgens een geheel nieuwe methode gelicht, namelijk met een hydraulische vijzelinstallatie. Uitvoerder was het 'Bouw- en Montagebedrijf' te Rotterdam, met behulp van de zware drijvende bokken 'Adelaar', 'Ajax' en 'Atlas'. Op donderdagmorgen 11 december 1947 had men het schip drijvende en kon het naar Rotterdam worden gesleept. Gedurende de sleepreis verleenden de bergingsvaartuigen 'Bruinvisch' en 'Meermin' van Van den Tak assistentie door met pompen het vaartuig zoveel mogelijk in positie te houden. Na algehele restauratie kon het schip als eerste aanwinst voor de Nederlandse koopvaardijvloot in 1949 in de vaart worden gebracht. Het schip was 10 jaar oud.Auteur: Ineke Vink van de Historische Vereniging Maassluis
Lees meer
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS