Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage uploaden op onze website. Wij zullen deze controleren en bij goedkeuring publiceren.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Rubrieken


Streekhistorie: Een bijzondere archeologische vondst in de Nieuwlandse Polder maandag 12 november 2018 09:09

Streekhistorie: Een bijzondere archeologische vondst in de Nieuwlandse Polder

In 1988 werden de Nieuwe Laan en de Haakweg, die liepen vanaf de Maasdijk naar Hoek van Holland, aangepast en verbeterd om zo beter berekend te zijn op het zware vrachtverkeer dat naar de veerboot in Hoek van Holland ging. Tot die tijd waren dit vrij smalle wegen, die door het toenemende zware vrachtverkeer gevaarlijke situaties opleverden. De twee wegen zouden verbreed worden met daarnaast een vrijliggend fietspad. De Nieuwe Laan liep voor een deel over de uit de 15de eeuw daterende Nieuwlandse dijk. Bovenop de dijk kon de weg alleen verbreed worden als het dijklichaam enorm verbreed zou worden en dan nog zou het een moeilijke constructie worden. Het idee was daarom om in het weiland ten westen van de Nieuwlandse dijk een nieuwe weg aan te leggen. Hiertegen kwamen diverse natuurorganisaties en het Zuid-Hollands landschap, dat eigenaar was van het Staelduinse bos, in het geweer. Zij vonden dat het weiland als hooiland en groen voorland van het bos niet aangetast mocht worden. Deze lobby had succes en de overheid besloot daarom het stuk dijk af te graven en de weg in zijn geheel op maaiveld hoogte aan te leggen. Dat was erg jammer want zo werd een flink deel van de Nieuwlandsedijk, die in 1421 was aangelegd, verwijderd. Erfgoedorganisaties besloten toen de vinger aan de pols te houden bij het afgraven van de dijk om te zien of er niet nog meer historische sporen verloren zouden gaan. Op oude kaarten van het gebied van even na 1600 was te zien dat in de Nieuwlandse dijk een sluis was ingetekend, de Nieuwe Sluis. Dat was ongeveer in de buurt waar de Nieuwe Laan een haakse bocht maakt en overgaat in de Haakweg. Leden van de archeologische werkgroep Westland zouden het afgraven van de Nieuwlandse dijk in de gaten houden. Vrijwel meteen bij het begin van het graafwerk kwam inderdaad oud muurwerk tevoorschijn, wat later de noordelijke sluismond van de Nieuwe Sluis bleek te zijn. Na zorgvuldig uit- en afgraven bleek de gehele sluis nog aanwezig. Hij lag precies op de plek waar de Nieuwe Laan overging in de Haakweg en de sluis sloot in rechte lijn aan op de zuidelijke bermsloot van de Haakweg. Het was een prachtige gemetselde koker van ongeveer 20 meter lengte waar een volwassen persoon enigszins gebukt doorheen kon lopen. Aan de noordzijde was de sluismond afsluitbaar geweest met een houten schuif die men met een takelsysteem op en neer kon bewegen. Aan de zuidzijde werd de sluismond afgesloten met een zwaaideur die in halfvergane toestand nog aanwezig was. Detail van de Atlas van Delfland uit 1611 met de Nieuwe Sluis Kaart van het Nieuwland uit 1665, Nationaal ArchiefAfgraven van de Nieuwlandse dijk in 1988, foto Jan DahmeijerDe sluis is gebruikt voor het afvoeren van overtollig water uit de Nieuwlandse polder. Als er te veel water in de polder was en de waterstand in de Maas laag dan werd de schuif van de sluis open gezet en liep het water naar de Maas. De zwaaideur van de zuidelijke sluismond werd dan door de waterdruk opengeduwd en zo kon het water op een natuurlijke manier wegstromen. Als het water in de Maas hoog stond of door eb en vloedwerking zeewater werd opgestuwd, dan werd de deur van de sluismond automatisch dicht gedrukt en kon er geen water de polder instromen. Dit systeem werkte alleen als de polder hoog genoeg lag ten opzichte van het af te wateren gebied. Na het aanleggen van de Nieuwlandse polder in 1421 ging het aanslibben van nieuw gebied in de Maasmonding ten zuiden van de Nieuwlandse dijk door. Dit nieuw aangeslibde gebied kwam op een gegeven moment hoger te liggen dan het maaiveld van de Nieuwlandse Polder. De polder was landbouwgebied geworden en werd door de vele gegraven sloten sterk ontwaterd. Hierdoor klonk de bodem in en kwam de polder naar verhouding nog lager te liggen ten opzichte van het buitendijkse gebied. Na verloop van tijd kon er niet meer op een natuurlijke manier afgewaterd worden via de sluis. Dit werd in de loop van de 16de eeuw zo erg dat men voor het afwateren van de polder iets anders moest bedenken. In 1584 heeft men toen de Nieuwlandse poldermolen gebouwd die sindsdien met windkracht het water uit de polder maalde. Bij boerderij de Hilwoning ging het water de polder uit en werd dan via de Krimsloot afgevoerd naar de Maas. De Nieuwe Sluis had nu eigenlijk geen functie meer, hoewel ik in de archieven nog wel teruggevonden heb dat in perioden van extreme droogte er via de sluis Maaswater in de polder werd gelaten.Noordelijke sluismond Nieuwe sluis, foto Ton ImmerzeelZuidelijke sluismond met restant zwaaideur, foto Jan DahmeijerDe uitgegraven Nieuwe Sluis, foto Jan DahmeijerDe Nieuwlandse molen in 1970, foto Westlands MuseumDe Nieuwlandse molen na ophoging, foto Ton ImmerzeelDe afwatering van de sluis ging via een van de kreken in het buitendijkse gebied naar de Maas. Door het gebied liep een grote kreek, die ooit tot aan ’s-Gravenzande had doorgelopen. Deze kreek was een zijarm van de Maas die doorliep tot aan wat nu de Zanddijk is. Een restant van deze kreek is in het Noordland nog aanwezig en wordt ook de Kreek genoemd. In het buitendijkse gebied is het restant van deze kreek nog vrij lang in gebruik geweest en op oude kaarten komt die nog voor als de Grote Rel. In het archief van de Nieuwlandse polder bevindt zich zelfs nog een akte uit 1606 waarbij de vissers van Ter Heijde het recht krijgen om met hun schepen tot aan de duinen te varen en daar aan te meren. Via de duinen liepen zij dan naar huis in Ter Heijde. In een stuk uit 1570 wordt ook gesproken over de haven van het Nieuwland die via de Grote Rel te bereiken was en in de 15de eeuw werd nog vermeld dat de Grote Rel zo wijd was dat de schepen tot omtrent Staelduin het gat in kunnen laveren. Die kreek, de Grote Rel, mondde uit in de Maas bij het zogenaamde Amersgat. Dat was in de buurt van waar nu Poortershaven is, te bereiken als je vanaf de Maasdijk over de Schenkeldijk naar de Nieuwe Waterweg rijdt. De kreek slingerde door het buitendijkse gorzengebied richting Hilwoning. De loop van die kreek is nog te herkennen in de Bonnenweg die aansluit op de Haakweg vlakbij de Nieuwe Sluis. In de 18de eeuw is dit gebied ingepolderd en werd Bonnenpolder. Het aanslibben van nieuw gebied in zuidelijke richting bleef echter maar doorgaan en dreigde in de 19de eeuw de gehele Maasmonding te verzanden. Om de haven van Rotterdam goed toegankelijk te houden is toen in 1866-1872 de Nieuwe Waterweg gegraven, die het nieuw aangeslibde gebied doorsneed.Afbraak van de Nieuwe Sluis, foto Ton ImmerzeelReconstructiekaart van de Maasmonding door Beekman, Archief Hoogheemraadschap DelflandNa de vondst van de Nieuwe Sluis is nog geprobeerd het bouwwerk te behouden. De ingenieurs waren echter bang dat het sluisgewelf de zware vrachtwagens niet kon dragen en daarom is de sluis weggebroken. Jammer, want het bouwwerk dat dateerde uit de 15de eeuw, was nog in verrassend goede staat.Auteur: Ton Immerzeel van het Westlands Museum
Lees meer
Streekhistorie: De visserij van Ter Heijde in de zeventiende eeuw maandag 5 november 2018 11:11

Streekhistorie: De visserij van Ter Heijde in de zeventiende eeuw

In het zeventiende-eeuwse Ter Heijde was de visserij lange tijd de belangrijkste economische pijler. In tegenstelling tot de meer agrarisch georiënteerde kerkdorpen Monster en Poeldijk was bijna iedereen direct of indirect bij het wel en wee van de zeevisserij betrokken. De meeste volwassenen mannen gingen als visser naar zee, terwijl de achterblijvende beroepsbevolking haar geld verdiende in gerelateerde beroepen als nettenbreier, lijndraaier, herbergier, (scheeps)timmerman, viskoper en scholsnijder. Slechts een enkele agrariër woonde in het dorp en veelal had ook hij belangen in het visserijbedrijf als toeleverancier of als investeerder in de zeeschuiten. De Heijdse vissersvloot bestond in die tijd hoofdzakelijk uit zeeschuiten, pinken en haringbuizen. Op het strand van Ter Heijde of in het schuitengat, een laagte in de duinen waar ’s winters de vissersschepen werden geborgen, waren hoofdzakelijk zeeschuiten en een kleinere variant, het scholschuitje, te zien. De laatste waren kleine open scheepjes die vanwege hun grootte maar een korte tijd in zee konden blijven. Net als de grotere zeeschuiten hadden zij een platte bodem, waardoor ze bij hoog water op het strand gezeild konden worden en bij laag water rechtop bleven staan. Ter Heijde had geen haven. Daardoor was er voor haringbuizen en andere kielschepen geen plaats`. Zij havenden vooral in Maassluis en Delfshaven. Vanaf de scholschuitjes viste men met netten hoofdzakelijk op platvis. Ook werden deze schuitjes wel gebruikt om met hoekwant kabeljauw of schelvis te vangen. Met de zeeschuiten gingen de Heijdse vissers ver de zee op tot onder de Engelse kust om deel te nemen aan de steurharingvisserij. Het Heijdse vissersbedrijf was een complexe bedrijfstak. Verschillende vormen van visserij werden naast en door elkaar op de Noordzee uitgeoefend. Het ging om de pekelharingvisserij, de visserij op gezouten vis, de steurharingvisserij en de kustvisserij. De Heijenaars voerden hoofdzakelijk schol en schelvis aan en in mindere mate haring, kabeljauw en zalm. De afslagZodra thuiszeilende vissersschepen door de stoker van de vuurboet of door de klapwaker voor de kust werden gesignaleerd, liep hij het dorp rond om de schrijvers, scholdragers, vislopers, viskopers, familieleden en andere geïnteresseerden te waarschuwen om de vissersschepen met hun vangsten op te wachten. Alle vis die door Heijdse vissers werd gevangen, moest naar oude gewoonte via de afslag op het strand worden verkocht. Schout en schepenen zagen erop toe dat aan dit voorschrift streng de hand werd gehouden. Vooral zalm werd nog al eens buiten de afslag om verkocht. Stuurlieden mochten eventueel wel hun hele vangst direct aan een gegadigde verkopen, mits de verschuldigde belastingen maar werden betaald. Viskopers uit Ter Heijde hadden altijd het recht van voorkoop. Tegen dezelfde prijs konden zij een partij of een gedeelte daarvan claimen. Onstuimige zee met drie scholschuiten op de voorgrond en een vierde aan de horizon, door Renier Nooms (1652-1654). (Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-OB-20.554In Scheveningen, Katwijk en Noordwijk waren de afslager en de schrijver dé functionarissen op de visafslag. In Ter Heijde waren beide functies in één persoon verenigd. Van oudsher was de visafslag met een heel pakket aan maatregelen omgeven. Toch lijken deze voorschriften weinig uitwerking te hebben gehad. Rond de visafslag vonden voortdurend incidenten plaats. Talloze keren werden omstanders gemaand de juiste afstand te bewaren tot de te verkopen vis, werden vechtlustigen bestraft, scheldpartijen beboet en het dragen van messen en andere wapens ten strengste verboden. Cornelis Gijsen uit Scheveningen werd zelfs opgepakt omdat hij verschillende omstanders had uitgescholden en met de plaatsvervanger van de schout en de schrijver had gevochten. De Heijdse visafslag nam zeker geen opvallende positie in. Ook in andere plaatsen waren geweld en onenigheid op en rond de visafslag een niet uit te roeien verschijnsel. Alle vissersplaatsen aan de Zijde, maar ook de visafslagen in de grotere steden, kenden stringente regelgeving om dit te voorkomen. In de eerste maand van 1602 ontvingen de baljuws van Monster, Katwijk aan Zee, Noordwijk aan Zee, Zandvoort en Egmond een schrijven van de Grafelijkheids Rekenkamer uit Den Haag. Op verzoek van de ambachtsheren van deze heerlijkheden informeerde de secretaris van de Rekenkamer bij de baljuws naar de status van de afslagers en schrijvers. De ambachtsheren waren namelijk van mening dat zij het recht bezaten om de afslagers en schrijvers te benoemen in ruil waarvoor zij een geldbedrag ontvingen. Veel schrijvers dachten daar anders over. Een langslepend conflict ontstond dat pas tien jaar later door tussenkomst van het Hof van Holland werd geschikt. Ook in latere jaren bleven namens de ambachtsheer de baljuw van Monster en de Nassause Domeinraad zich met de visafslag bemoeien. De afslagers dienden jaarlijks ten overstaan van de baljuw een eed af te leggen. In 1670 gebood de Domeinraad dominee Michael Hendriksz. en de kerkenraad van Ter Heijde de afslag goed te controleren zodat er niet met de belastingheffingen ten behoeve van de Heijdse kerk zou worden gesjoemeld. MalversatiesOm malversaties rond de verkoop van schol te voorkomen, beschikten de afslagers over enkele scholtonnen. Met behulp van deze tonnen konden zij de viskopers vaste hoeveelheden schol leveren. Jaarlijks werden de scholtonnen onder het toeziend oog van de kerkmeesters geijkt. Zij hadden er namelijk alle belang bij dat de verkoop van schol op een eerlijke manier plaats vond, omdat de Monsterse kerk van elke ton verkochte schol enkele penningen kreeg. Na het ijken van de tonnen verdwenen de kerkmeesters in de herberg om hun dorstige kelen te lessen met een kan bier of een stoop wijn. In de kerkrekeningen staan jarenlang uitgaven verantwoord die onder andere Jan Jansz. Jonge Slock, waard in de herberg ’t Wapen van Rotterdam te Ter Heijde voor deze gelagen in rekening bracht. Verschillende vissersboten aan het strand. Op het strand verkopen vissers vis, waarschijnlijk door Jan Porcelis (1600-1650). (Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1890-A-15865)Ondanks de jaarlijkse controle op de tonnen uitten de viskopers zo nu en dan klachten over de maat van de gebruikte scholtonnen. Ze zouden te klein zijn, waardoor zij te weinig vis voor hun geld kregen. De baljuw en de kerkmeesters werden naar Ter Heijde ontboden en vergeleken dan de tonnen met de geijkte scholton. In alle gevallen bleken de viskopers ten onrechte de afslagers beschuldigd te hebben. De maatvoering bleef een kwestie van vertrouwen. Verkoop van de vangstenTer Heijde telde zelf zo’n zeven à acht viskopers. Zij namen het leeuwendeel van de verkoop voor hun rekening. De gekochte verse vis vond zijn weg naar consumenten in Monster, Den Haag, Delft en Rotterdam. Net als in Scheveningen en andere vissersplaatsen werd in Ter Heijde de handel in verse vis hoofdzakelijk door vrouwen gedreven. Lopend met een mand op de rug gingen zij naar de viswaag in Monster, naar de omliggende dorpen of naar Delft, Den Haag of Maassluis om langs de deuren hun vis te slijten. Grotere partijen werden met paard en wagen naar de afnemers vervoerd. Afhankelijk van de vraag en het aanbod elders deden ook viskopers uit de regio zaken op de Heijdse afslag. De gedroogde schol had een groter afzetgebied. Via de Monsterse vaart werden per schuit Amsterdamse, Delftse, Rotterdamse en zelfs Nijmeegse kooplieden hiermee bevoorraad. Voor Heijdse begrippen ging het hierbij om grote bedragen. Zo staat in de boedelbeschrijving van een weduwe een post van maar liefst 245 gulden voor gedroogde schol open die was geleverd aan een Amsterdammer. Schrijver Harmen Jansz. Crijsman machtigde iemand uit ’s-Gravenzande om in Delft en Amsterdam wanbetalers te dwingen alsnog de hun geleverde tonnen gedroogde schol te betalen. Sommige viskopers kochten verse vis direct op zee. Vanuit de zeeschuiten werd de vangst dan overgezet in andere schepen die daarmee naar Engeland voeren. Londen vormde voor deze handel het centrum. Het ‘op de stroom’ of ‘op de leck’ kopen en verkopen van vis was een doorn in het oog van de schrijvers van de visafslag. Talloze keren vergaten Heijdse stuurlieden dan de voorgeschreven belasting te betalen, waardoor de schrijvers hun inkomsten misliepen. Schattingen over de hoogte van de gederfde inkomsten ontbreken echter. Brielse en Maassluise vishandelaren klaagden veelvuldig over de concurrentie die zij op de Londense vismarkten ondervonden van vis die afkomstig was uit Ter Heijde en Scheveningen. Heijdse viskopers waren ook buiten het dorp actief, bijvoorbeeld in Maassluis en Scheveningen. TeruggangIn normale tijden was de visserij een lonende bedrijfstak, maar als door oorlogs- of natuurgeweld schepen of netten verloren gingen, konden alleen hoge winsten tijdens de volgende teelt de geleden schade compenseren. Tijdens de zeventiende eeuw ging er bijna geen decennium voorbij dat de Republiek niet in conflict was met een of meer Europese mogendheden. Al deze oorlogen hadden een enorme impact op de visserij. Schepen werden genomen, opgebracht of tot zinken gebracht. Vissers lieten het leven of brachten maandenlang door in Vlaamse of Engelse gevangenissen. De schade was enorm en kon uiteindelijk niet meer gecompenseerd worden. Investeerders van buiten Ter Heijde lieten het dan ook afweten. Het dorp verarmde. Het werd een gemeenschap met een hoog aantal armlastigen. Visafslag op hert strand. Herkomst onbekend. Daarnaast werd de woonsituatie steeds moeilijker. Zware stormen gecombineerd met slecht onderhoud van duinen en dijken zorgden ervoor dat de duinengordel voortdurend afkalfde en talloze vissershuizen in de golven verdwenen. De meeste reders en investeerders hielden het voor gezien. Noodgedwongen maakten veel Heijenaars de overstap naar de agrarische sector of gingen werken op de Maassluise en Vlaardingse vissersvloot. De eens zo bloeiende visserij van Ter Heijde verdween grotendeels. In het midden van negentiende eeuw voer nog slechts een zeeschuit vanaf het Heijdse strand naar zee.Auteur: Adri van Vliet van de Werkgroep Oud-Monster
Lees meer
Gedicht van de Week #43 zondag 4 november 2018 07:07

Gedicht van de Week #43

Na een lange hete zomerWaar je zo naar terugverlangdIs het nu al weer novemberMaar nog steeds mooi op het strandAanstormende golvenEen flinke bries in het gezichtMooie zonsondergangenEn dan nu nog dit gedichtHet brabbelt, sabbelt en het kabbeltHet sleept zicht voort, het schiet niet opDe dagelijkse dingen op herhalingHet leven in een notendopDe Hoeks politiek maakt kennisMet de nieuwe baas van `t WestlandHoorde de Hoek maar bij de glazen stadMaar misschien zegt u, gebruik toch je verstandEr zijn nog wel wat zakenDie zich voortslepen maand na maandEr komt een nieuw station HavenEen besluit van de gemeenteraadMaar waar is dat voor nodigEr rijdt geen trein richting de HoekDe bussen blijven onvermoeibaar pendelenEr rust op de Hoekse lijn een vloekHalloween barst ook weer losHet lijkt wel carnavalMaar de buurt organiseert van allesMooi stukje burengeluk op dit enge balHet is collecteweek voor AlzheimerEn dat vraagt aandacht van iedereenStraks is het volksziekte nummer 1Dus daar moet veel geld voor onderzoek heenMaar het mooiste moet nog komenDe aankondiging van de intocht van de SintElk jaar weer een hoogtepuntWat iedereen er ook van vindtStraks staan er weer duizenden kinderenMet hun begeleiders langs de kantEen kinderfeest bij uitstekOndanks het gedonder er over in het landElk jaar krijg ik weer kippenvelAls de stoomboot aankomt in de HoekZo van uit zee de berghaven inEn met zwarte Pieten, zoals het moetHet is en blijft een kinderfeestHier geen actiegroepen en gedoeGewoon de Sint en zijn Pieten een warm welkomVan dat jaarlijks gezever er over wordt ik zo moeVeder is het stil, ik ga maar weer naar strandZie de wolken en de golven, die aanspoelen op het landVoel de wind in de haren, een traan in m`n linkeroogIk zucht en denk, wat is het toch mooi in Hoek van HollandAuteur: Marien van den Berg
Lees meer
Streekhistorie: Een tapperijtje in het Staelduin maandag 29 oktober 2018 09:09

Streekhistorie: Een tapperijtje in het Staelduin

Geregeld komen er bezoekers in “D’ Oude Koestal”, het bezoekerscentrum in het Staelduinse Bos, die na hun wandeling in het bos vragen of er iets te drinken is. Sinds kort is dat op verzoek wel mogelijk. Ook kan men daarvoor naar theeschenkerij “De Bosrand” aan het begin van de Staelduinlaan, waar men van prima koffie en lekkere zelfgemaakte appeltaart kan genieten. In vroeger tijd kon men in het Staelduin echter ook al terecht voor een drankje en een hapje! Bij onderzoek in het Historisch Archief Westland, kwam ondergetekende in het Rechterlijk Archief van ’s-Gravenzande- Sand-Ambacht (1550-1811) een verzoek om een drankvergunning tegen van Pieter de Wilde die in het Staelduin woonde. Hij deelde “De Edele Agtbare Heeren Bailluw, Schout en Scheepenen der Hoge Heerlijkheid Zand Ambagt” in een brief eerbiedig mee dat het zijn vader Jan de Wilde, als pachter van de Staalduijnen, sinds het jaar 1750 was toegestaan om wijnen, bieren en mol (een soort zwakalcoholisch bier) en verder allerlei soorten gedistilleerde wateren, met de “kleine maat”, te tappen en te verkopen. Nu hij in plaats van zijn vader pachter van de Staalduijnen werd zou hij ook graag de tapnering van zijn vader voort willen zetten vanuit zijn huis op de Staalduijnen met de verkoop van wijnen, bieren, mol en allerlei sterke dranken en gedistilleerd water. Op het verzoekschrift had vader Jan aangetekend dat hij er mee instemde dat zijn zoon zijn handeltje overnam. Hij schreef onder het verzoek namelijk dat dit verzoek met zijn medeweten werd gedaan! Op dit verzoek besluiten de bestuurders van Sand-Ambacht op 23 december 1793 welwillend zodat zoon Pieter de tapnering van zijn vader voort kan zetten.De huizen in het Staelduin, geschilderd door Aert Schouman in 1744 met op de achtergrond de Maas en de kerktoren van Den Briel.Het Staelduin was in die tijd een afgelegen duingebied in een uithoek van ’s-Gravenzande en door de slechte wegen moeilijk te bereiken vanuit Maassluis en Naaldwijk. De bewoners van het duin woonden ongeveer op de plek waar nu het bezoekerscentrum “D’ Oude Koestal” van de Vereniging vrienden van het Staelduinse Bos ligt en de woning van boswachter Spreen. Die plek is al ruim voor het jaar 1600 bewoond wat blijkt uit oude kaarten en daar gevonden aardewerk zoals een deel van een zogenaamde baardmankruik. Kennelijk kwam men vroeger s ’avonds van omliggende boerderijen en dijkhuisjes regelmatig naar de woning van pachter De Wilde die dan een biertje tapte en een borreltje schonk. Dergelijke kleine huiskamertapperijtjes kwamen in het buitengebied vaker voor. Mogelijk woonde De Wilde zelfs in de huidige boswachterswoning. Uitzicht vanaf het hoge duin achter de boerderij over de Bonnenpolders en de Maas, aquarel geschilderd door Aert Schouman rond 1745. Aan het eind van de 19e eeuw was er bij de boerderij in het Staelduin een uitspanning waar bezoekers wat konden gebruiken. De toenmalige boerin Van Koppen bakte er pannenkoeken die tot ver in de omtrek bekend waren en desgewenst genuttigd konden worden in het theekoepeltje op het hoge duin achter de boerderij. Dit duin was rond 1860 opgehoogd om als uitkijkpunt te dienen. Vanaf dat punt had men een prachtig uitzicht over de begroeiing van het Staelduin, de Bonnenpolders, de Maas en later de Nieuwe Waterweg. Vanaf 1913 werd deze hoeve gepacht door Toon Weterings, die rond het bos een gemengd boerenbedrijf uitoefende. Zijn koeien liepen in “De Heuvels”, het terrein tussen het bos en de Nieuwlandse dijk en achter het bos had hij bouwland. De familie Weterings zette de traditie voort en op het erf was een theeschenkerij waar de vermoeide bezoeker van een consumptie kon genieten en uit kon rusten. Bekend is dat hiervan begin vorige eeuw veelvuldig gebruik gemaakt werd door stadsbewoners die met rijtuigen naar het bos kwamen. Ook later werd de theeschenkerij van Weterings in het bos een populaire bestemming voor een uitje en regelmatig was het daar dan een drukte van belang.Advertentie uit de jaren 30 van de vorige eeuw voor de theeschenkerij van de familie WeteringsAuteur: Jan Dahmeijer van de Historische werkgroep Oud ‘s-Gravenzande
Lees meer
Streekhistorie: Toekomstplannen voor centrum Schipluiden maandag 22 oktober 2018 16:04

Streekhistorie: Toekomstplannen voor centrum Schipluiden

In het kader van de Centrumontwikkeling van Schipluiden heeft de Historische Vereniging Oud-Schipluiden een visie ontwikkeld om de cultuurhistorie - met als rode draad het verhaal van kasteel Keenenburg - in het dorp te versterken. Het dorp trekt in mooie weekenden, maar ook op andere dagen, steeds meer bezoekers. De groei van het aantal horecagelegenheden in de kern van het dorp bevestigt dit. Er is een duidelijke behoefte om meer informatie over de geschiedenis van Schipluiden zichtbaar te maken. Het verhoogt de aantrekkelijkheid van het dorp en geeft ook verdieping. Voor dit doel is de zichtlijn Dorpskerk tot Museum Het Tramstation het uitgangspunt. In de Dorpskerk van Schipluiden zijn zichtbare sporen van de bewoners van de Keenenburg te vinden. In de kerk staat de barokke familiebank en bevindt zich de grafkelder van het Huis Keenenburg. Verder zijn er te zien: de grafzerk van Otto van Egmond, een fraai koorhek en een indrukwekkend gedenkteken van een van de laatste bewoners, die ook het Avondmaalservies heeft geschonken. Het rijke interieur van de kerk is een verborgen schat. De Dorpskerk is naast de gebruikelijke diensten en uitvoeringen weinig toegankelijk. De vereniging pleit voor meer openstellingen en wil daarbij een assisterende rol spelen. De komst van een tweetal herinneringsobjecten en een straatnaambordje van de beroemdste dominee van Schipluiden, Antonius Hambrouck, maakt bezoekers extra nieuwsgierig om de kerk te gaan bekijken.Nabij de Hofbrug (ook wel Trapjesbrug) liggen nu reeds twee historische schepen: het bekende motorschip van schipper Koole, waarmee in de oorlog tientallen Engelandvaarders konden ontvluchten, en een oude veilingschuit. Als hierbij een westlander wordt aangemeerd, is er al bijna sprake van een historische haven. Ook het vervoer naar en van de Keenenburg vond in het verleden meestal over het water plaats. In het kader van de provinciale Erfgoedlijn Trekvaart, waarin wij als vereniging meepraten, is er bij de Valbrug een informatiezuil over de trekvaart geplaatst, komen er drie rolpalen in de bocht tegenover het gemeentehuis en er wordt een trekvaartarrangement voorbereid, waarbij Schipluiden wordt aangedaan. Na de Hofbrug bevindt zich aan de Singel de oude hoofdingang naar het kasteel. Er wordt een poging ondernomen om het historische hek van de Keenenburg, dat sinds 1918 in Wassenaar staat, weer terug te krijgen in Schipluiden. Als dit niet lukt, zal op een andere wijze verwezen worden naar het kasteelterrein. De bedoeling is dat alleen voetgangers van deze route gebruik maken.De oude toegang naar kasteel Keenenburg wordt hersteld.De gemeente is straks de enige eigenaar van het terrein waar de hoofdburcht van de Keenenburg heeft gestaan. Er wordt met de gemeente een plan ontwikkeld om het kasteeleiland aantrekkelijker te maken voor bezoekers. Een belangrijk onderdeel hiervan is de heropbouw van een deel van het kasteel in staal, transparant en op ware grootte, inclusief een traptoren die als uitzichtpunt gebruikt kan worden. Op het open terrein is ruimte voor speelattributen die gerelateerd zijn aan het kasteel en er is ruimte voor een plek waar theateruitvoeringen plaats kunnen vinden. Het voorbeeld voor de reconstructie van de Keenenburg is de Uniastate in Bears (Fr.)Vanaf het kasteelterrein worden de bezoekers door de inrichting van de open ruimte uitgenodigd om naar Museum Het Tramstation te gaan. Om hier grotere groepen te kunnen ontvangen, worden er onderzoeken gedaan naar uitbreiding van het tramstation (een gedeeltelijk glazen luifel en een glazen paviljoen). In het museum staat de geschiedenis van het kasteel straks centraal, evenals de geschiedenis van de Westlandsche Stroomtramweg Maatschappij (WSM). In het paviljoen kunnen grotere groepen ontvangen worden en zullen belangrijke historische aspecten van Midden-Delfland worden belicht, zoals de poldervorming, de trekvaartroute en de landgoederen. Onderzocht wordt of ook andere instellingen in Midden-Delfland hierin willen participeren. De Historische Vereniging Oud-Schipluiden wil graag waarborgen inbouwen, die de continuïteit van het streekhistorisch werk in de toekomst garanderen. Ten slotte bestaat het idee om de naaste omgeving van het tramstation her in te richten, met onder andere de terugkeer van een stukje spoorlijn en speelwerktuigen die verband houden met het railvervoer. Door al deze plannen, waarvoor een breed draagvlak wordt gezocht, ontstaat in het centrum van Schipluiden een unieke historische route, die zowel voor bewoners als voor bezoekers aantrekkelijk is. De route versterkt de historische identiteit van het dorp. Auteur: Jacques Moerman, voorzitter Historische Vereniging Oud-Schipluiden
Lees meer
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS