Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Rubrieken


Streekhistorie: Engelandvaarders uit Hoek van Holland zondag 20 oktober 2019 07:07

Streekhistorie: Engelandvaarders uit Hoek van Holland

Op 14 september van dit jaar onthulde burgemeester Aboutaleb het Engelandvaardersviaduct, de fietsbrug over het metrospoor nabij de Maeslantkering. Dit deed hij samen met 2 nazaten van Hoekse Engelandvaarders*, Wilma van Oeffelt-Tabben en Henk Kamstra. In de Tweede Wereldoorlog vinden diverse pogingen plaats om vanuit Hoek van Holland het vrije Engeland te bereiken, van waaruit men tegen de Duitse bezetter wilde gaan vechten. Van deze is er echter maar één succesvol.De eerste pogingDe allereerste poging vind al op 6 juni 1940 plaats. De negentienjarige Jacoba ‘Cootje’ van Oven komt naar Hoek van Holland en laat in Hotel Caland op enige manier weten dat zij van plan is om naar Engeland te gaan. De eigenaar van het hotel is echter een NSB’er, en hij schakelt Duitse militairen in, die haar naar de Nederlandse politie brengen. Daar verklaart ze dat ze van plan was om, zodra het donker was, een roeiboot in de haven te pakken om naar Engeland over te steken. Ze wordt door de Duitse autoriteiten weer vrijgelaten, nadat haar ouders verzocht waren haar op te komen halen. Dan, in het voorjaar van 1941, probeert de Naaldwijkse verzetsman Herman Lucas met zijn vrienden Cor Nijman en Roel de Wilde de oversteek te maken. Zij willen met een gestolen boot de tocht wagen. Ze hebben tekeningen van Duitse versterkingen in de regio bij zich. Eenmaal in de Hoek komen ze een groep Duitsers tegen. Ze heffen het lied “Wir fahren gegen Engeland” aan en worden ongemoeid gelaten. Maar als ze vlak bij de Waterweg op een Duitse patrouille stuiten, besluiten ze de onderneming af te blazen, waarbij ze de tekeningen vernietigen. Hoekse jongensIn de nacht van 2 op 3 augustus van datzelfde jaar doen zes Hoekse jongens een poging: Bernard Tabben, Cees Kamstra, Bert Timmers, Koos Riedijk, Koos Jansen en Wim de Bruin. Allen deden verzetswerk, Tabben en de Bruin brachten ook verdedigingstellingen in kaart. Kamstra is bakkersjongen en levert o.a. brood aan de schepen in de Berghaven. Hiervoor heeft hij een speciale ausweis. Zo kent hij al snel de werkwijze van het Hafenschutzflotille dat in de Berghaven ligt. Nadat diverse verzetsgroepen waar ze mee in contact staan, opgerold worden, besluiten ze dat ze weg moeten. Ze vertrekken vanuit de Krimsloot met documentatie over de verdedigingsstellingen in een koffer. Ze hebben een pistool bij zich dat ze van een soldaat hebben gestolen in een Hoeks café. Op de Waterweg vaart een schip van de Kriegsmarine vlak langs ze. Er gaat een deur open, waardoor licht op hen schijnt, maar ze worden niet ontdekt. Het is slecht weer en ze raken snel vermoeid van het roeien. Als het licht wordt blijken ze niet veel opgeschoten te zijn, ze zien de vuurtoren van Ouddorp zelfs nog. Al gauw worden ze gezien door een schip van het Hafenschutzflotille; voorzichtig laten ze het geweer en de koffer met belastend materiaal overboord zakken. Aan boord herkent één van de matrozen, Karl Hinterkopf, Kamstra. In de bakkerij waar Kamstra werkt werd, als er geen klanten waren, nogal eens naar de Engelse radio geluisterd, en omdat Hinterkopf communist was en tegen Hitler, luisterde hij wel eens mee. Nu zei hij: ik kan helaas niks voor je doen. Het is ook Hinterkopf die de foto’s van de jongens aan boord maakt. Deze geeft hij later aan de ouders van Kamstra. Aankomst in de Berghaven. In het midden Cees Kamstra, rechts Bernard Tabben. © families Tabben/KamstraZe komen in het Oranjehotel in Scheveningen terecht. In april 1942 krijgen ze hun straffen te horen; Tabben en de Bruin krijgen de doodstraf, voor de anderen wachten tuchthuizen en concentratiekampen. Maar doordat een zus van één van de jongens een flink bedrag betaalt aan de Duitsers, lukt het haar de straffen van Tabben en de Bruin om te laten buigen in levenslang. Alleen Tabben, Kamstra en Timmers overleven de oorlog.De enige geslaagde poging De groep Jansen bestaat uit Johannes Jansen, het Joodse echtpaar Bram en Greta Levi, Walrave van Krimpen, Anton Loontjes, Adriaan van der Craats en Jan Bastiaans, Theo Daalhuizen en Gerardus van Asch. Als leden van de verzetsgroep waar Jansen deel van uitmaakt worden gearresteerd en hij tenauwernood kan ontkomen, krijgt hij opdracht om met gegevens over de IJssellinie uit te wijken naar Engeland. In de avond van 19 november 1941 verzamelt de groep zich in het huis van Jansen in Assen. Ze willen vanuit Hoek van Holland vertrekken. Van Krimpen was 14 dagen eerder naar de Hoek gereisd en ziet een reddingvlet van de Zuid-Hollandse Redding Maatschappij die ze willen gebruiken. De groepsleden reizen in koppeltjes van twee met de trein naar Hoek van Holland. In het huidige café Harwich heeft Jansen een toevallige ontmoeting met een eigenaar van een kolenboot die ook in de Berghaven lag. Hij verstrekt informatie over de reddingvlet, de aanwezige Duitse militairen en overige zaken. Ook kan het gezelschap aan boord komen van de kolenboot zodat zij vandaar kunnen overstappen op de vlet.Een boot van het Hafenschutzflotille in de Berghaven. Archief Stichting Fort aan den Hoek van Holland.Op de avond van 20 november 1941 glipt het gezelschap steeds in groepjes van twee en drie aan boord van de kolenboot. Zij sluipen langs de Duitse wachtposten, als deze het verst van elkaar zijn verwijderd.Hierna roeit men heel zachtjes met omwikkelde peddels de Berghaven uit. Op zee blijkt dat de bougies en de startknop van de motor te zijn verwijderd. Ongeveer 3 mijl uit de kust vindt men de bougies en de verstopte startknop. Er steekt een harde wind op en de zee wordt ruw. De motor hapert diverse malen maar men ziet steeds kans om hem weer op gang te krijgen. De opvarenden voelen zich beroerd door zeeziekte, vermoeidheid en angst voor ontdekking. Voor de aanvang van de tocht was Jansen vergeten water mee te nemen, dus ook de dorst slaat toe. Hij had wel voor scheepsbeschuit gezorgd. Op een gegeven stopt de motor en men krijgt hem niet meer aan de praat: de brandstof is op. Hierop gaan ze roeien met de peddels terwijl een van de marinemannen van een meegenomen hangmat een zeiltje improviseert. Na drie dagen op zee zien zij een vissersbootje. Aarzelend vragen ze: ‘Are You English?’ De visser antwoord met ‘Yes’. Na 68 uur varen bereikt het scheepje Reculver in Engeland.**De Joodse groep Parfumeur. Drie weken later, op 13 december komt een Joodse man, genaamd Hartog Parfumeur, naar Hoek van Holland. Hij is lid van het Joodse verzet en had gehoord van de geslaagde poging van de groep Jansen. Hij is met een groepje van zeven Joodse mensen naar de Hoek gekomen. Dit zijn Paul Cohen de Boer, zijn broer Robert Cohen de Boer, een jongedame genaamd Cohen de Boer, Wolf van den Berg, Dr. Arntzenius en nog twee mensen van wie de namen niet bekend zijn. Parfumeur begaat de vergissing om in het Hotel Caland informatie in te winnen over de reddingsvlet en de veiligheidsmaatregelen in de Berghaven.Het Hotel Caland op de Hoek Prins Hendrikstraat/ Nijverheidsstraat. Tegenwoordig loopt hier de Huydecooperstraat, in de oorlog is dit gedeelte van het dorp gesloopt. Collectie Henk van der LugtNet als bij Jacoba van Oven seint de eigenaar de Duitsers in dat er weer wat op handen is, en zij voeren de bewaking op. Als het gezelschap bij de Berghaven aankomt, worden zij direct door de Duitsers gearresteerd. Hartog Parfumeur heeft een gifpil bij zich en ziet kans om die in te nemen. Hij sterft ter plaatse. Paul Cohen de Boer weet in het water van de Berghaven te springen en houdt zich schuil tussen de schepen. De jongedame weet te ontsnappen. De overige mensen worden door de Duitsers gearresteerd en afgevoerd. In december 1941 wordt door het Duitse Oppercommando der Strijdkrachten de order voor het bouwen van de Atlantikwall gegeven. Er komt vanaf het voorjaar van 1942 prikkeldraad langs de Waterweg en het strand, en in de zomer een anti-tankgracht met mijnenvelden om het dorp. Het wordt nu welhaast onmogelijk om nog vanuit de Hoek te proberen weg te komen, en er vinden , voor zover bekend, dan ook geen pogingen meer plaats.*Iedereen die tussen de capitulatie van het Nederlandse Leger en D-Day een poging waagde om naar geallieerd gebied te ontkomen om tegen de bezetter te gaan vechten, al moest men plannen voortijds afbreken of werd men onderweg opgepakt, wordt officieel Engelandvaarder genoemd.** Dick Ruis schreef al eerder een uitgebreid artikel over deze poging op onze website: http://historischhoekvanholland.nl/?p=1200Auteurs: Mirjam Visser en Dick Ruis van het Historisch Genootschap Hoek van Holland
Lees meer
Streekhistorie: Monsterse winkeliers op de weegschaal zondag 13 oktober 2019 09:09

Streekhistorie: Monsterse winkeliers op de weegschaal

De Monsterse winkeliers organiseerden in 1953 een ludieke actie. Een van de organisatoren van de actie was de heer A. (Bram) Troost, eigenaar van de manufacturenwinkel in de Herenstraat. Het publiek moest raden wat het gezamenlijke gewicht van de deelnemende winkeliers was. Gedurende twee weken ontvingen de klanten voor elke halve gulden aan aankopen een fotootje van een van de deelnemers of hun personeel. Op aparte formulieren voor de deelnemende heren en de dames kon men zestig foto’s plakken, één foto voor elke winkelier die aan de actie meedeed. Wanneer het formulier vol was, moest men raden hoeveel de gefotografeerde heren en dames gezamenlijk wogen. Na een aarzelende start ontstond er een ware fotorage. Wie van sommige foto’s ‘dubbele’ had mocht natuurlijk ruilen. Buren, schoolkinderen, familieleden, alles ruilde. Op de hoeken van de straten, in de winkels en bij de kapper werd ook druk geruild. Nagenoeg elk Monsters gezin deed mee en menige familie was in de avonduren gezellig bezig om de gespaarde foto’s op de formulieren te krijgen. Ook de kinderen deden enthousiast mee met het verzamelen en opplakken van de foto’s. Het zal niemand verbazen dat de winkeliers gedurende de weken van de actie bepaald niet over de omzet te klagen hadden. En er gingen heel wat foto’s over de toonbank. Als de formulieren vol waren, werden ze met de opgeplakte portretjes in de winkels in grote stembussen gedeponeerd. Op de avond van de inlevering van de formulieren kwamen de winkeliers handen tekort om alle inzendingen te tellen en te sorteren.Wie van sommige foto’s ‘dubbele’ had probeerde ze natuurlijk te ruilen.Bram Troost, een van de organisatoren van de actie, in zijn fourniturenwinkel in de Herenstraat.De kinderen deden enthousiast mee met het opplakken van de foto’s.Het sorteren en tellen van de ingezonden formulieren door de winkeliers.Op een heldere zaterdagavond werd de weegactie afgesloten op het Kerkplein. Daar stond een grote platte kar met een levensgrote weegschaal. Daarop moesten eerst de heren een voor een plaatsnemen, waarna hun gewicht werd omgeroepen ten overstaan van een afgeladen Kerkplein. Er werd geen onsje over het hoofd gezien. Na het omroepen van het gewicht van het ‘slachtoffer’ zal het commentaar in veel gevallen niet van de lucht geweest zijn. Op een schoolbord werd vervolgens met een krijtje het gewicht opgeschreven. Het resultaat werd na elke weging opgeteld bij het totaalgewicht van degenen die eerder gewogen waren. Naarmate dit proces vorderde, steeg uiteraard de spanning en sloeg men aan het rekenen en speculeren. Wie moest er nog aan de beurt komen om gewogen te worden, wat zou het totaal gewicht van alle mannelijke winkeliers kunnen worden en kwam die schatting een beetje in de buurt bij wat men zelf had ingevuld? Helaas zijn de uitkomsten niet bewaard gebleven en is ook niet bekend wie won. Alleen van de eerder genoemde winkelier Troost is overgeleverd dat hij goed was voor 106 kilo schoon aan de haak.Een onbekende winkelier gaat op de schaal.Het Kerkplein in Monster waar destijds de weging plaatsvond.Een afgeladen Kerkplein kijkt in spanning toe.Dhr. Fischer van Fischers Bazar in de Choorstraat kijkt met vertrouwen naar de wijzer van de weegschaal.De dames kwamen een week later aan de beurt, maar zij werden niet in het openbaar gewogen, want dat vond men wat ongepast.Het bord waarop de uitkomsten met krijt werden opgetekend.Van de actie is destijds een fotoserie geplaatst in een tijdschrift. Onbekend is welk tijdschrift het geweest is. Auteur: Leo van den Ende van de Historische Vereniging Monster – Ter Heijde
Lees meer
Streekhistorie: De eerste Furieade zondag 6 oktober 2019 10:10

Streekhistorie: De eerste Furieade

De Furieade in Maassluis is dit weekend precies 40 jaar oud. Reden om terug te blikken naar het feest van de allereerste Furieade en hoe dat tot stand kwam. Hugo MetsersHet begon allemaal in 1976 met het filmen van de 12-delige televisieserie Hollands Glorie, gebaseerd op het boek Hollands Glorie van Jan de Hartog. De serie vertelt het levensverhaal van Jan Wandelaar, gespeeld door Hugo Metsers sr. Wandelaar werkt zich op van matroos op de zeesleepvaart tot internationaal vermaard kapitein. Maar voor het zover is, overkomt hem nog een hele hoop ellende. Hij moet zware tegenslagen incasseren, zoals uitzuigerij door de reders en de dood van zijn vrouw na de geboorte van hun tweede zoon. Hij komt zelfs in de gevangenis terecht nadat hij de onderdirecteur van een rederskantoor in elkaar heeft geslagen. Terug uit de gevangenis richt hij zijn eigen succesvolle zeesleepmaatschappij J. Wandelaar & Co op. Zo laat hij zien dat hij er niet onder te krijgen is. Fragmenten zijn in de Maassluise haven gefilmd. Voor de tv-serie had de AVRO een stoomzeesleper van Nederlandse herkomst nodig. Na veel gezoek kwam regisseur Walter van der Kamp in Stockholm terecht en zag daar de sleepboot die hij hebben wilde. Het was een sleper die in 1916 was gebouwd in Nederland en van 1918 tot 1967 in Zweden was ingezet voor het verslepen van houtvlotten. Het schip werd gekocht, overgevaren naar IJmuiden en aangepast voor de tv-opnamen. Schip met twee gezichtenDaar de sleper in de serie zowel als ‘Furie’ en als ‘Jan van Gent’ moest optreden, kreeg stuurboordzijde een roestig en verwaarloosd uiterlijk (Jan van Gent) en bakboordzijde zat keurig in de verf (Furie). Zeven weken werd er in Ierland gefilmd met Hugo Metsers als kapitein Wandelaar. En de ‘W’ van Wandelaar staat nog steeds fier op de schoorsteen.Thuishaven MaassluisNa de tv-opnamen werd de Furie door de AVRO verkocht aan de firma Heise te Zaandam waar ze anderhalf jaar heeft gelegen. De Maassluise ondernemer Henk de Haas dacht: ‘Dat is fraai zo’n oude stoomzeesleper, die moet naar Maassluis komen, eens de thuishaven van de Smit-zeeslepers.’ De Stichting Hollands Glorie werd opgericht en binnen een paar weken was er voldoende geld om de Furie te kopen. En op 17 februari 1978 werd de sleepboot haar nieuwe thuishaven Maassluis binnen gesleept. In de volgende twee jaar lukte het om de Furie opgeknapt en vaarklaar te krijgen. En zo vond op 4 oktober 1980 de eerste ‘Furie-ade’ plaats, waarop de Furie door Hugo Metsers officieel in gebruik werd gesteld. Hugo Metsers en Pleuni Touw, hoofdrolspelers uit de tv-serie, waren de bijzondere gasten die speciaal waren uitgenodigd om de eerste vaart van het schip luister bij te zetten.Vol trots stond Dirk Strijbos die dag in 1980 achter het stuurrad van de Furie. Hij was blij dat eindelijk de stoomsleepboot weer terug in de vaart was. En als oud-sleepbootkapitein bij Smit-Internationale werd uitgerekend hij de nieuwe gezaghebber van het gerenoveerde schip. De sleepvaart zat hem in het bloed: ‘Als ik opnieuw een vak moest kiezen dan was er voor mij maar één keuze: weer de sleepvaart en weer bij Smit.’Furie-adeIn 1980 is het grote feest rond de officiële ingebruikname van de Furie bedacht door de Stichting Hollands Glorie, de ‘Furie-ade’. Dat het een groots feest zou zijn, met veel aandacht voor de sleper en de haven van Maassluis, stond meteen vast. De naam van het feest kwam als vanzelf naar voren, geïnspireerd door de grote tuinbouwtentoonstellingen ‘Floriade’. In 1989 kreeg de Furie de status van varend museum en werd opgenomen in het Nationaal Register Varende Monumenten.Zwarte rookDiverse kranten uit 1980 deden verslag van de eerste vaart van het ‘nieuwe’ schip.‘De Furie is bijna klaar: En elke rechtgeaarde Maassluizer weet dat we hiermee niet bedoelen de wraakgodin uit de Romeinse mythologie, of een in razende woede ontstoken vrouw, en zelfs niet een helleveeg. Het mag voor ons vrouwelijk volksdeel een pleister op de wonde zijn dat Jan de Hartog aan die naam kennelijk een veel mildere betekenis gaf en in zijn boek ‘Holland’s Glorie’ een stoomzeesleepboot met de naam ‘Furie’ een hoofdrol gaf. We hebben het natuurlijk over de boot van Jan Wandelaar. De Furie is nu bijna klaar en Neerlands enig overgebleven stoomzeesleepboot wordt zaterdag 4 oktober a.s. weer officieel in gebruik gesteld. Een werkgroep namens de Stichting Hollands Glorie en het Nationaal Sleepvaarmuseum heeft grootse plannen om er, in samenwerking met de binnenstadmiddenstanders, een groot feest van te maken. Dit bewijst de naam al, die de werkgroep voor het festijn bedacht: Furieade.’Over de ‘zegetocht’ van de Furie schreven de kranten:‘Dirk Strijbos stond weer op de brug, alsof hij nooit was weggeweest. Naast hem televisiekapitein Hugo Metsers. Mensen van de wal riepen zijn naam en zwaaiden enthousiast. Precies om 12.00 uur sloeg het ‘8 glazen’. De Furie kwam los van de wal, braakte een pluim zwarte rook uit en voer. Langs de wal stonden duizenden mensen en Kunst na Arbeid begeleidde de vaart met muziek. Boten van Rijkswaterstaat voeren voor de Furie uit en spoten van louter vreugde grote stralen bluswater omhoog. Pleuni Touw stond echt genietend aan de railing en het leek of ze elk mens apart zag en begroette.’Over op handstuurDe binnenkomst in de haven in 1980 verliep niet vlekkeloos, hoewel waarschijnlijk niemand op de kant dat gemerkt heeft. De stuurmachine vertoonde kuren en Strijbos moest over op handstuur. Het vergde grote behendigheid en veel ervaring wanneer het schip met achterkant nog in de stroming van de waterweg was en de voorkant al in de haven. Er stond bovendien een flinke wind en het begon te regenen. Bij de spoorbrug lag de Diana in de weg en moest de spoorbrug nog opengaan. Aangekomen bij de Stadhuiskade bleek het reddingsvlet Prinses Margriet daar te liggen en dat moest in allerijl weggehaald worden. Toen de Furie eenmaal lag aangemeerd verrichte Hugo Metsers de laatste handeling met ‘afbellen’ (de telegraaf heen en weer halen).Diep ontroerdJan de Hartog, die in Amerika woonde, zag de Furie pas voor het eerst in maart 1987. Toen hij de trap aan de Stadhuiskade afkwam en de sleper zag zei hij: ‘Dit is voor de schrijver van Hollands Glorie een diep ontroerende dag. Om na 47 jaar de hoek van de kade om te komen en het schip te zien liggen waar ik als 26-jarige over droomde, is een onvergetelijke ervaring.’Maarten ’t HartOok in de boeken van Maarten ’t Hart speelt de Furie een rol. In ‘een dienstreis naar Maassluis’ schrijft hij over zijn tocht door Maassluis:‘Ik liep langs museumschip De Hudson, dat afgemeerd lag tegenover de plaats waar vroeger een uitzonderlijk fraai logement had gestaan, herberg De Moriaan (afgebroken uiteraard). Aan de Stadhuiskade lag het beroemdste Maassluise museumschip afgemeerd: De Furie. Ooit een openbrugsleepboot met een tweevuurs Schotse ketel en een triple-expansie-machine van 450 pk. Nu heeft het de status verworven van Varend Museum en mag het zich verheugen in het bezit van het Waarderingsschildje Beschermd Stadgezicht van de gemeente Maassluis. Hoe een schip een stadsgezicht kan zijn, blijft overigens een raadsel. (Het biedt wel perspectief; wellicht krijg ik dat schildje mettertijd ook opgespeld). Maar stadsgezicht of niet, de Furie heeft gezorgd voor een jaarlijks terugkerend maritiem volksfeest. In het eerste weekend van oktober staat Maassluis in het teken van de Furieade. Dan branden reeds op vrijdagavond op alle vensterbanken Furieade-kaarsen en de dag daarop barst het feest los, met onder andere in de haven een vlootschouw van oude en recent verworven museumschepen.’Schip met drie poten‘De poten: dat is het eerste waar een machinist naar kijkt. Poten zijn de zuigerstangen. Nou, de Furie heeft drie prachtpoten.’ Aldus Gijs Smoor, een van de ‘meesters’ van de enige overgebleven, in Nederland gebouwde, stoomzeesleper Furie. Met circa 25 andere vrijwilligers had hij in tweeëneenhalf jaar tijd hard gewerkt om de Furie weer onder stoom te krijgen.Tekst: uit eerder gepubliceerde artikelen en kranten, samengesteld door de Historische Vereniging Maassluis.Foto’s: kranten, Gerry Hanneman, Stichting Hollands Glorie
Lees meer
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS