Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Rubrieken


Audio Streekhistorie: Van Tol leverde eerste DAF-je in het Westland maandag 21 januari 2019 09:09

Streekhistorie: Van Tol leverde eerste DAF-je in het Westland

Tinus van Tol was schipper. Zijn zoons Jan en Wim van Tol startten een transportbedrijf met oude legertrucks. Gevestigd bij de veiling Poeldijk. Daar hadden ze ook een kantoortje. De zaken gingen goed. Begin jaren ’50 had het bedrijf een wagenpark van meer dan tien vrachtwagens. De gebroeders van Tol hadden een prachtige Borgward Isabella (zie foto), waar ze heel zuinig op waren. Als een chauffeur eerder terugkeerde van een rit dan verwacht dan kreeg hij van een van de broers vaak de vraag om de Borgward even te wassen. En het kwam ook voor dat een andere chauffeur later die dag dezelfde vraag kreeg van de andere broer. Het wagenpark van transportbedrijf Van Tol (veiling Poeldijk) De vrachtwagens en aanhangwagens moesten iedere 10.000 km worden doorgesmeerd en om zelf in die behoefte te voorzien werd eind jaren ’50 besloten aan de Jan Barendselaan een eigen garage te laten bouwen. En al tijdens de bouw van die garage besloten de gebroeders van Tol ook maar meteen DAF-dealer te worden.Mei 1959: "Het eerste DAF-je, produkt van Nederlandse auto-industrie, is zaterdag met muziek voorop het Westland binnengereden. En alsof het de intocht van een beroemd autocoureur betrof zo reed burgemeester Wouters van Monster achter de harmonievereniging Pius X aan, Poeldijk binnen"."De eerste die in onze streek een DAF-personenwagen zal bezitten is een Westlandse verpleegster, woonachtig in Monster. Zij zal echter nog even geduld moeten hebben want het wagentje van zaterdag is bestemd voor demonstraties. Dealer voor het Westland van deze eerste Nederlandse personenauto is de firma Gebr. van Tol in Poeldijk." (krant de Westlander 15 mei 1959) De garage was nog niet af. Van Tol maakte gebruik van een noodgebouw aan de Slachthuiskade. In december 1959 was het dan zover. De garage werd geopend door burgemeester Wouters. "Burgemeester Wouters vond het een knappe prestatie van de heer van Tol, dat deze, in een gebied, dat opgeslokt wordt door het glas, een dergelijk garagebedrijf kon oprichten. Met het gereedkomen van deze DAF-garage wordt in een grote behoefte voorzien, want ook de tuinders gaan met de moderne tijd mee" (krant De Westlander 4 december 1959).Als officiele openingshandeling reed burgemeester Wouters met een DAF-je door een gespannen lint. Van de toespraken tijdens de opening is een geluidsopname bewaard gebleven. U hoort resp. de ceremoniemeester, burgemeester Wouters, dhr. Homan (namens de DAF-fabrieken), dhr. Kooi (namens ESSO) en dhr. Wim van Tol. In de geluidsopname horen we Wim van Tol vertellen hoe enthousiast hij is over de DAF. Het DAF-je bevalt hem zo goed dat hij er, zo vertelt hij, liever in rijdt dan in zijn dierbare Borgward. “Laat mijn broer daar maar in rijden”. Er kwam in 1959 niet alleen een garage, maar ook een benzinestation. In de krant van juni 1959 adverteerden de gebroeders van Tol. Ze zochten personeel. Marcel van Elswijk weet het nog. "Je hoefde bij van Tol niet zelf te tanken. Dat deden Jan Kok en Janus Kok voor je. 49 cent (23 eurocent) per liter (1962). En tweetakt voor je brommer, zelf mengen."De aanhangwagens van het transportbedrijf werden doorgesmeerd en vervolgens vaak door een pickup-DAFje naar de veiling getrokken. Ze konden net genoeg snelheid maken om over de bult bij de Nieuweweg te komen. Er reed nog weinig verkeer in die tijd.De aanhangwagens van het transportbedrijf werden doorgesmeerd en vervolgens vaak door een pickup-DAFje naar de veiling getrokken. Ze konden net genoeg snelheid maken om over de bult bij de Nieuweweg te komen. Er reed nog weinig verkeer in die tijd.Eerste DAF-bestelautoCarrosseriebouwer Van Beurden in De Lier kreeg een zeer bijzondere opdracht kreeg van het garagebedrijf van Tol in Poeldijk. Op een goeie dag kon van Tol weer een DAF-autootje afleveren aan een kruidenier in Poeldijk. Maar die zei er bij dat het een bestelauto moest zijn. "Komt voor elkaar zei van Tol en ging praten met Piet van Beurden in De Lier, het kwam toen ook inderdaad keurig voor elkaar en van Beurden met zijn beide zoons zijn er met garagehouder van Tol nog steeds trots op dat zij de eerste DAF-bestelauto op de weg hebben gebracht". (krant De Westlander 18 juli 1969).Rond 1965 werd het bedrijf van de gebroeders van Tol gesplitst. Jan van Tol nam het transportbedrijf onder zijn hoede en Wim van Tol ontfermde zich over de garage en het inmiddels florerende ESSO-benzinestation. Het transportbedrijf is begin jaren ’70 opgegaan in transportbedrijf Van Geest. In 1974 is het benzinestation grondig verbouwd naar een self-servicestation. Bij de bouw van de garage, hebben Wim en Riet van Tol een huis aan de garage vast gebouwd. Dit huis mocht volgens de regels van toen niet te hoog worden en is daarom een soort bungalow geworden. Het huis staat er nog steeds en daar woont op dit moment Hans (jongste zoon van Wim). De garage is, toen de bedrijfsvoering veranderde, verkocht aan Nadorp, die er een drukkerij hield. Later, in de jaren 90, is de garage gedeeltelijk weer terug gehuurd om een autowasstraat en twee zelfwasboxen te realiseren, een van de eerste in Westland. Auteur: Jan Buskes van het Historisch Archief Westland Foto’s en geluidsopname van Hans van Tol en Kelly van Rijn-van Tol
Lees meer
Streekhistorie: Oud 's-Gravenzande wordt vereniging maandag 14 januari 2019 09:09

Streekhistorie: Oud 's-Gravenzande wordt vereniging

De Historische Werkgroep Oud ‘s-Gravenzande is opgericht in 1975 op initiatief van de destijds bekende streekhistoricus M.C.M. van Adrichem. Hij had zich ten doel gesteld om in elk Westlands dorp een werkgroep op te richten die een studie zou maken van de plaatselijke historie. Burgemeester Van Prooijen stelde als tijdelijke behuizing het voormalige B.B- gebouwtje aan de Gravenstraat daarvoor beschikbaar, dat ook in gebruik was bij de vrijwillige brandweer. Tijdens de oprichtingsvergadering, waarvoor ongeveer 30 ’s-Gravenzanders met bijzondere historische interesse waren uitgenodigd, werd de rijke historie van ’s-Gravenzande geschetst en konden de aanwezigen een onderwerp uitkiezen dat zij zouden gaan bestuderen. In het begin werden de bijenkomsten van de werkgroep om beurten bij de leden thuis gehouden. Later toen er foto’s , dia’s, kaart- en ander materiaal over ’s-Gravenzande verzameld was werden de maandelijkse bijeenkomsten om praktische redenen op een vast adres bij een werkgroeplid gehouden. Al snel werden er allerlei activiteiten georganiseerd, zoals een maandelijks historisch spreekuur in de bibliotheek, fietstochten met uitleg langs historische plekken en stands op de braderie e.d. In de loop der tijd werden met toestemming van de Provinciaal archeoloog opgravingen gedaan bijvoorbeeld in 1979/1980 bij het nieuwe gemeentehuis in aanbouw. Ook op andere plekken in ’s-Gravenzande werd steeds in overleg met deze archeoloog opgegraven. In de hal van het in 1981 geopende gemeentehuis werd door de gemeente een vitrine geplaatst waarin de werkgroep archeologische vondsten ten toon stelde. In de loop der tijd heeft de werkgroep het nodige op historisch gebied van ’s-Gravenzande gepubliceerd. Vanaf het begin heeft de werkgroep veel historisch materiaal over de rijke geschiedenis van ’s-Gravenzande verzameld uit allerlei boeken, geschriften en archieven. Deze kennis werd op verzoek van het gemeentebestuur bijeengebracht in het boek genaamd ” ‘s-Gravenzande in verleden en heden” waarvan het eerste exemplaar bij de opening van het nieuwe gemeentehuis werd aangeboden aan de commissaris van de Koningin van de provincie Zuid-Holland. Dit boek voorzag in een grote behoefte omdat er tot die tijd eigenlijk geen alles omvattende beschrijving van de geschiedenis van ’s-Gravenzande was. De historisch werkgroep ontving daarvoor in het jaar 1983 de gemeentelijke cultuurprijs. Verder werd onder andere een historisch artikel over brand in de middeleeuwen geschreven voor het boekje ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van de vrijwillige brandweer van ‘s-Gravenzande.Detail van centrum van ’s-Gravenzande, zoals dat er in 1566 uitzag, uit het Kaartboek van de Regulieren met de kerk, het gasthuis en het bagijnhof (foto Nationaal Archief).Een van de werkgroepleden was gefascineerd door de bemoeienis door de graven uit het Hollandse huis met ’s-Gravenzande. Daaruit ontstond een uitgebreide studie over het leven van gravin Machteld de echtgenote van graaf Floris IV en wat zij voor ’s-Gravenzande betekende. Dit leidde tot een foto-expositie in de bibliotheek en ook o.a. in het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. De door haar opgestelde uitgebreide levensbeschrijving van de gravin verscheen in 1988 in het eerste deel van het Historisch Jaarboek van het Genootschap Oud Westland. In 1990 werd bij de herdenking van de bevrijding een grote foto-expositie gehouden in de bibliotheek en kwam het boekje “Stad binnen de vesting” uit dat ging over ’s-Gravenzande in WO II. Daarvoor werd veel archiefonderzoek verricht en werden interviews o.a. met leden van het voormalig verzet gehouden. Later in 1996 bij het herdenken van 750 jaar ’s-Gravenzande stelde de werkgroep een boekje samen “’s-Gravenzande door de eeuwen heen” met grepen uit de belangwekkende ’s-Gravenzandse stadsgeschiedenis en een zogenaamde kopieermap over de plaatselijke geschiedenis voor de hoogste leerjaren van het basisonderwijs. Verder werden nog geschreven het boekje “Negentig jaar vereniging Evangelische Unie ’s-Gravenzande en P.R.Dingemans van de Kasteele” en een gedenkboekje ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Sint Lambertuskerk aan de Heenweg. Ook werd een foto-expositie samengesteld over de middeleeuwse kerk van ’s-Gravenzande die in de Dorpskerk werd opgesteld. Bij de opening van het bezoekerscentrum “D Oude Koestal” werd een expositie gehouden over de historie van het Staelduinse bos.Opgraving Bagijnhof en de buitenplaats VreeburchIn 1999 en 2000 heeft de werkgroep in samenwerking met de Archeologische Werkgemeenschap Nederland en met medewerking van de gemeente ’s-Gravenzande een grote opgraving georganiseerd aan de Vreeburghlaan en het achterliggende veilingterrein naar de buitenplaats Vreeburch en het Bagijnhof. Gevonden werd de fundering van een deel van de buitenplaats en een middeleeuwse kelder die waarschijnlijk nog aan het bagijnhof had toebehoord. Ook van de bagijnen is veel aardewerk gevonden en zelfs nog schoeisel. Later werkte de werkgroep samen met de afdeling archeologie van Den Haag aan een opgraving van het daarachter gelegen kloosterterrein van de Regulieren van ’s-Gravenzande. Ook daar werden zeer interessante vondsten gedaan, met name de vondst van de resten van een middeleeuwse kloosterling.Aardewerkvondsten van het middeleeuwse BagijnhofIn de loop der tijd werden op verzoek geregeld dia-lezingen gehouden over een groot aantal onderwerpen, zoals de prehistorie, het ontstaan van ’s-Gravenzande, het leven van gravin Machteld, de geschiedenis van ’s-Gravenzande door de eeuwen heen, het Staelduin en omgeving, het leven van burgemeester Dingemans van de Kasteele, de ’s-Gravenzandse buitenplaatsen, ’s-Gravenzande in de 2e WO en ook veel gevraagd “’s-Gravenzande in oude ansichtkaarten” waarin een rondgang door ’s-Gravenzande in de loop van de 19e eeuw werd getoond. Ook werden een groot aantal items over ’s-Gravenzandse historische onderwerpen gemaakt samen met de Stichting Video- en JournaalGroep ’s-Gravenzande (VJG TV Producties) die o.a. op de WOS werden getoond en ook via RITV (Regionale Internet Televisie) nog bekeken kunnen worden. Ook werd meegewerkt aan het organiseren van Monumentendagen.Na 45 jaar bestaat de werkgroep door allerlei oorzaken nog maar uit enkele leden, maar er wordt nog wel flink gewerkt aan de ’s-Gravenzandse geschiedenis. Zo werd de laatste jaren o.a veel energie gestoken in het bestuderen van het Notarieel Archief van ’s-Gravenzande in het Historisch Archief Westland. Er zijn interessante uittreksels uit dit notarieel gemaakt m.b.t. belangrijke objecten uit de periode 1800 tot 1900. Wij als werkgroepleden zijn blij dat er nu initiatieven zijn gekomen voor het oprichten van een historische vereniging in ‘s-Gravenzande. Een vereniging heeft juridisch een bredere basis als een werkgroep en ook wel andere doelstellingen. Wij zullen de initiatiefnemers dan ook van harte steunen en met raad en daad bijstaan. De door ons in de loop der tijd opgedane kennis over de rijke historie van ’s-Gravenzande, in al zijn facetten, zullen wij daarbij inbrengen. De komende tijd zullen de initiatiefnemers de publiciteit zoeken en zult u meer lezen over de “Vereniging Oud ‘s-Gravenzande in oprichting”. Belangstellenden kunnen zich nu al melden via het mailadres: oudsgravenzande@hotmail.com Auteur: Jan Dahmeijer van Vereniging Oud ’s-Gravenzande i.o.
Lees meer
Streekhistorie: Ontstaansgeschiedenis omgeving Delft woensdag 9 januari 2019 11:11

Streekhistorie: Ontstaansgeschiedenis omgeving Delft

Wat was er eerst de stad of het platteland? In de omgeving van de latere stad Delft was er eerst sprake van een grafelijke hof, de Hof van Delft, waar vanuit de ontginning van het platteland werd georganiseerd. Een hof was een agrarisch bezitscomplex van de graaf. Er zijn er vele geweest. De kern van de grafelijke hof bij Delft lag op de plaats waar later het klooster Koningsveld tussen de Rotterdamseweg en de Delf (Schie) werd gesticht. De graaf betrok al vroeg andere instellingen bij het ontginningswerk, zoals de Domkerk van Utrecht, die gewijd was aan Sint Maarten. Deze instelling verkreeg mogelijk reeds in de tiende eeuw het gebied St. Maartensrecht, gelegen tussen de Gaag in Schipluiden en de Schie. Op het meest westelijke puntje van dit bezit werd later kasteel Keenenburg gebouwd. De abdij van Egmond ontving in de elfde eeuw stroken grond ten oosten en westen van de Delf, de latere Schie (Abtsrecht) en de abdij van Rijnsburg verkreeg in de twaalfde eeuw een gebied ten oosten van de Schie (Vrouwenrecht), dat ter hoogte van Ackersdijk was gelegen. Na de overstromingen in 1134-1135 en 1163 werden door de graaf ook particulieren bij de aanleg van het cultuurlandschap betrokken. Dit waren enerzijds vertrouwelingen, bevriende edelen, anderzijds werden er ook lokale grondgebruikers ingezet. Dit gebeurde in Woud-Harnasch (in het stroomgebied van de Lee) en in Vrijenban (stroken grond ten westen en oosten van de latere stad Delft en het gebied Ruiven (ten oosten van de Schie).kaart: Ambachten rond Delft omstreeks 1400Ontstaan van DelftDoor de toename van de agrarische bedrijvigheid rond de grafelijke Hof van Delft groeide de noodzaak van een marktplaats. Niet ver van de grafelijk hof ontstond in het begin van de dertiende eeuw een tweede grafelijke kern, rond het latere stadhuis op de Markt. Hier vestigden zich handelaren. Op 15 april 1246 kreeg deze kern, die met de naam Delft werd aangeduid, van de graaf stadsrechten. Wie zich na die datum in de stad vestigde en poorter wilde worden, moest daarvoor betalen en de eed van trouw afleggen aan de stad. Een poorter genoot overal in het graafschap vrijheid van tol voor zaken die hij de stad wilde in- of uitvoeren. Alleen poorters hadden in het vervolg het recht om op de weekmarkt te staan. Deze voorrechten gaven de stedelingen een voorsprong op handelsgebied ten opzichte van de bewoners van het platteland. De stad lette sterk op het gebruik van de juiste maten (inhoud en gewicht). De komst van de stad, gelegen aan een belangrijke binnenvaartroute, was gunstig voor het omringende platteland. De boeren konden hun agrarische producten aan handelende poorters leveren, en in ruil hiervoor kochten ze in de stad nijverheidsproducten. Deze wisselwerking tussen stad en platteland heeft tot ver in de twintigste eeuw bestaan.Kort voor 1350 vonden er in meerdere steden, waaronder in Delft, stadsuitbreidingen plaats. Dit is een aanwijzing voor de bloei van handel en nijverheid, maar ook van het machtstreven van steden. De nieuwe stedelijke bevolking was voor een deel afkomstig zijn van het platteland. Omstreeks 1368 woonde er zo’n 235.000 personen in het graafschap Holland, waarvan zo’n 172.500 (ruim 73%) op het platteland. Anderhalve eeuw later woonde er zo’n 275.000 mensen in het graafschap, waaronder ruim 54% op het platteland. De verstedelijking is duidelijk toegenomen.foto: Rond 1500 is de kerk van ’t Woudt vergroot en de toren verhoogd. De belangrijkste reden hiervoor was de toename van de bevolking. Foto: Quendoline Kunz.Demografische crisisIn 1369 was er een ernstige demografische crisis op zowel het platteland als in de steden. Deze crisis werd veroorzaakt door een uitbraak van de pest, die naar schatting zo’n 30% van de bevolking heeft weggevaagd. Door de combinatie van enkele bronnen kan gereconstrueerd worden wat het effect van deze epidemie op de bevolking van Woud-Harnasch was. Uit een register met de opgave van het aantal gezinshoofden in 1369 kan worden afgeleid, dat er toen ongeveer 90 personen in dit gebied woonde. Een opgave uit 1371 levert een plaatselijke bevolking van 52 personen op, waaruit een teruggang van 38 personen ofwel ruim een derde kan worden afgeleid. Dit is heftig. Of dit cijfer alleen bepaald is door de pest valt te betwijfelen. Ze ziekte sloeg vooral toe in steden, waardoor hier een gebrek aan arbeidskrachten ontstond. Ongetwijfeld zullen er bewoners van Woud-Harnasch naar de stad getrokken zijn. Overigens valt het vertrek van de bevolking in Woud-Harnasch ook af te leiden uit het aantal verlaten woonplaatsen. De kerk van ’t Woudt had vanwege het geringe aantal parochianen van ca. 1370 tot ca. 1473 geen eigen pastoor. In 1514 bedroeg de bevolking van Woud-Harnasch en ’t Woudt zo’n 130 personen en was er geen sprake meer van crisis. De vergroting van de kerk van ’t Woudt, omstreeks 1500, heeft te maken met de groei van het aantal inwoners.Auteur: Jacques Moerman, Historische Vereniging Oud-Schipluiden
Lees meer
Streekhistorie: Kwintsheul was even 'wereldnieuws' maandag 31 december 2018 10:10

Streekhistorie: Kwintsheul was even 'wereldnieuws'

Bij het Historisch Archief Westland in Naaldwijk kwam de vraag binnen of men iets wist van een ongeluk met een luchtballon dat in Kwintsheul had plaatsgevonden. Er zouden ook twee leden van het Koninklijk Huis bij betrokken zijn. Men dook in oude kranten en ontdekte dat er in 1932 inderdaad een ballon in Kwintsheul een noodlanding heeft gemaakt! Met behulp van die stukjes die in die week na de landing in verschillende kranten stonden is nu (voor zover mogelijk) een reconstructie gemaakt. Het is 1932, al in het begin van december zakt de temperatuur mede door de harde oostenwind tot onder nul. Dit houdt dagen lang aan en er kan dan ook al snel op natuurijs geschaatst worden. Op zondag 10 december omstreeks negen uur 's ochtends stijgt er in Düsseldorf (Duitsland) een luchtballon op met de naam "Stadt Düsseldorf". Het ligt in de bedoeling een vlucht naar België te maken, maar dat liep anders!Artikel Westlandsche Courant 14 december 1932 In de mand bevonden zich vier mannen, waarvan er twee hun eerste vlucht maakten. De andere twee waren ervaren ballonvaarders. De heer Pfeffer had de leiding, hij was de "Führer". De "Unterführer" (letterlijk verslag) was dr. Karl Münck. De twee nieuwelingen waren Otto Gaumnitz en Theo Jansen. Negen keer eerder was er met deze ballon gevaren en er waren nooit eerder problemen geweest. Men was ook al vaker in Nederland zonder moeilijkheden geland. Maar de tiende vaart zou niet goed aflopen…Door de harde wind kwam men nog wel over Limburg (ze hebben de Rijn en de Maas gezien) maar daarna dreven ze richting Nederland. Kort na twaalf uur waren ze boven Den Hoorn en zagen ze de Noordzee! De mannen raakte enigszins in paniek, want met die koude oostenwind en temperatuur rond het vriespunt was dat niet de meest ideale plaats om te landen.Het huis aan de Bovendijk 55 zoals het nu is. Waarschijnlijk woonde hier Jac. Hanemaaijerwaar het ongeluk in de tuin gebeurde.Men gooide een aantal zakken zand over boord, iets wat tegen alle regels van de ballonvaart ingaat. Je hoort los zand of water overboord te gooien. Maar gelukkig ging dat nog goed, bij de eerste poging te ankeren lukte dat niet maar maakten ze wel schade aan het elektrische net. Ook de volgende poging was niet direct succesvol. Door de vorst van de laatste dagen was de grond zo hard dat het anker geen grip kreeg. Vanaf hier lopen de berichten uiteen.In de Westlandsche Courant wordt vermeld dat ze eerst bij Raaphorst achter het voetbalterrein de grond raken. Daar zou Otto Gaumnitz al uit de mand geslingerd zijn. Terwijl hij aan de mand hing en onmogelijk door zijn medepassagiers gered kon worden, werd hij ongeveer 40 meter over de steenharde grond meegesleurd. Dat ging via het spruitenveld van J. Vijverberg tot het land van J. Hanemaaijer. Doordat het anker in een greppel bleef steken kwam de mand eindelijk tot stilstand. Daarbij was de klap zo groot dat de overige drie inzittende zich ook verwonden. De gewonde Otto is bij de bewoners van Bovendijk 55 (de familie Hanemaaijer) binnengebracht.De heer dr. Karl Münck, een van de andere passagiers van de ballon was arts maar had geen verbandtrommel bij zich en kon daardoor niets doen… Daarom is dokter Hoogwater uit Wateringen er bij gehaald voor de eerste medische hulp evenals de pastoor van Kwintsheul die inmiddels ook ter plaatse was. Piet Lipman van VIOS brengt het slachtoffer met zijn ambulance naar het Westeinde ziekenhuis in Den Haag. De gemeentepolitie met de rijksveldwachter stelde een onderzoek in. Er werd beslag gelegd op de ballon en de instrumenten.De drie anderen die ook wel enig letsel hadden opgelopen mochten nog niet terug naar huis in verband met het onderzoek. Later in de middag mochten ze onder politiebegeleiding een bezoek brengen aan het ziekenhuis maar de patiënt was niet bij kennis.Zondagavond kregen ze hun spullen zoals de ballon en bijbehoren, weer terug. Na onderzoek was er geen mankement aan ontdekt en ook het vliegbrevet was in orde. Het was inmiddels te laat om nog naar huis af te reizen dus men overnachtte in hotel Terminus in Den Haag. Dat hotel stond recht tegenover het station Hollands Spoor en is in 1982 gesloopt. Verslag uit de Sumatra PostDan de tweede lezing die in de Sumatra Post van woensdag 28 december 1932 staat. Het begin is hetzelfde als in de Westlandsche Courant, maar dan schrijft men dat de ballon zeer snel daalde en al erg laag was toen het anker op de hard bevroren grond kwam. Door die schok vloog de heer Gaumnitz uit het schuitje. Hij viel wel van zo’n 8 à 10 meter hoog. Hij bleef bloedend op de grond liggen en was buiten kennis. Toen de mand even daarna op de grond neerkwam was die klap zo hard dat de andere drie inzittenden ook gewond raakten.Halve kaart van Nederland met de vliegroute in pijlenDeze krant haalt ook een ooggetuige aan die tegen De Telegraaf zijn verhaal vertelde. Dat was de heer Hardonk uit Wassenaar. Hij reed met zijn wagen in Wateringen toen hij boven de polder een grote ballon zag die zichtbaar snel daalde. Hij zette zijn auto in Kwintsheul langs de weg en zag dat ze het anker uitgooiden dat door de hard bevroren grond geen grip kreeg. Maar toen het anker toch grip kreeg was de schok zo groot dat de heer Gaumnitz uit het schuitje viel. Hij viel van een hoogte van acht à tien meter op de bevroren grond, en bleef daar bloedend en buiten kennis liggen. De heer Hardonk ging via het ijs op de sloot het veld in en ook de bewoners van het huis langs de Bovendijk snelden er naar toe. "Ik zag", zo vertelde de heer Hardonk, "dat de man die gevallen was er erg slecht aan toe was en waarschuwde de pastoor van Kwintsheul, die hem de laatste sacramenten toediende."Men heeft de zwaargewonde man in het huis van Jac. Hanemaaijer gedragen. Hardonk reed ook nog naar Wateringen om de politie te waarschuwen. Met een ziekenwagen van VIOS-Autobusdienst is het slachtoffer naar het R.K. Ziekenhuis aan het Westeinde gebracht. Daar werd geconstateerd dat hij een schedelbreuk had, en men vreesde voor zijn leven.Nadat de politie de ballon vrijgaf is de balloncommandant Hauptmann Erwin Pfeffer, een zeer bekend Duitse oorlogsvlieger uit Düsseldorf, nog tot zondagavond acht uur bezig om de ballon te bergen en in te pakken voor de terugzending naar Düsseldorf. Pas daarna had hij gelegenheid om de journalist te woord te staan. Dat geschiedde in hotel Terminus in Den Haag. Daar hebben de drie de nacht doorgebracht.Artikel De Westlander 16 december 1932Dr. Karl Münch had bij de landing zijn hoofd zodanig gestoten tegen de bevroren grond en was direct naar zijn hotelkamer gegaan met de nadrukkelijke boodschap dat hij zich te ziek voelde om nog gestoord te worden. Zo troffen ze in de lounge van het hotel alleen de heren Pfeffer, met een grote pleister op zijn hoofd, en Theo Janssen aan, die ook een bloederige schram op zijn voorhoofd had. ''Een gevaarlijke tocht, Herr Führer?"   "Had feitelijk niets te betekenen", was het antwoord. "En de ongelukken dan?" "Als Gaumnitz zich goed had vastgehouden, was er niets gebeurd", zegt de commandant. Toen de mand met enige vaart over de grond sleepte en daardoor schuin hing, viel hij er uit en bezeerde zich door de snelheid op de harde grond ernstig. Wij zijn er alle drie uitgestegen toen de vaart verminderd was en hebben slechts enkele schrammen opgelopen." "Wanneer ging u uit Düsseldorf?" "Hedenmorgen om negen uur stegen wij met de ballon 'Düsseldorf' op. Het was een zuiver sportieve tocht, zoals wij zo dikwijls bij goed weer op zondag ondernemen. Wij zijn meermalen in Nederland geland, zonder ooit een ernstig ongeval te hebben meegemaakt. Dit is het eerste incident, dat mij sinds de oorlogsjaren 1914-1918 overkomt. Wij dreven vanmorgen op een hoogte van 300 meter in N.W. richting over Limburg, en passeerden de Maas en de Rijn." "Het was prachtig, zonnig weer daar boven. In het geheel niet koud. Het zal ongeveer twaalf uur vanmiddag geweest zijn toen we de Noordzee in de verte zagen opdoemen. Wij ontwaarden Den Haag. Het werd tijd om naar beneden te gaan en we besloten in de gemeente Wateringen te landen. Wij lieten gas ontsnappen en waren weldra boven een geschikt landingsterrein. Eerst moesten wij nog ballast uitgooien om een paar minder gunstige punten te ontgaan. Maar daarop verliep alles goed. Met enige snelheid begon de mand over de grond te slepen en alles zou vrij goed verlopen zijn als ook de heer Gaumnitz zich stevig had vastgehouden." "Viel hij dan niet op enige hoogte uit de mand, zoals beweerd werd?" "Absoluut niet", verzekerde Herr Pfeffer met nadruk. "Trouwens hoe zou dit ook gekund hebben. De mand van de ballon reikt tot borsthoogte der luchtvaarders, men kan er dus eenvoudig niet uitvallen, zolang de mand recht hangt. Bij het slepen over de grond kwam zij echter in scheve positie, waardoor het voor de inzittende niet gemakkelijk werd. De ballon zelf, die 1680 m3 inhoud heeft, is in het geheel niet beschadigd en is nu naar Düsseldorf teruggezonden."Over de medewerking der politie en bevolking van Wateringen was de balloncommandant zeer te spreken. Men had hem alle hulp geboden die nodig was. Maandagmorgen vroeg gaan de drie luchtvaarders naar Duitsland terug. Tot zover de lezing van de Sumatra Post van woensdag 28 december 1932. Het doet niet erg sympathiek aan zoals de verantwoordelijkheid van het ongeval geheel bij het slachtoffer gelegd wordt, hij had zich vast moeten houden…. In de avond van dinsdag 13 december om haf tien overlijdt Otto Felix Gaumnitz in het ziekenhuis St. Johannes de Deo in Den Haag. Hij was geboren in Dresden en werkte en woonde in Düsseldorf als handelsreiziger. Hij is 28 jaar geworden. Zijn moeder was vanuit Duitsland overgekomen. Woensdag is zijn stoffelijk overschot naar zijn geboorteplaats Dresden in Duitsland overgebracht.Overlijdensakte Otto Felix GaumnitzDit is het verslag van het ballonongeluk in Kwintsheul. Het was groot nieuws en het bracht heel wat mensen op de been. Volgens de krant kwamen er ondanks de snijdende oostenwind veel mensen tot laat in de middag naar de Bovendijk.In alle landelijke kranten stond er wel een stukje over. Blijft de vraag: door welke oorzaak is de ballon over een afstand van 240 km ongeveer 200 km naar het noorden afgebogen (afstand tussen Kwintheul en bijvoorbeeld Brussel)? Kwamen ze in een stevige noordwestelijke stroming terecht of was de navigatie niet correct? We komen er niet achter. Mochten er mensen zijn die meer weten over deze ongelukkige ballonvaart, laat het ons weten.Auteur: C.M.G. van Leeuwen-de Vette van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer
Gedicht van de Week #52 zondag 30 december 2018 22:10

Gedicht van de Week #52

Terugkijken en weer vooruit kijkenHet lijken net de golven op het strandDie komen en die gaanZoals altijd in Hoek van Holland Een lange hete zomer was hetMaanden vol met strandvertierMet duizenden bezwete en gebronsde lijvenEn met veel horeca omzetplezierEen jaar van wachten was het zekerOp de opening van de Hoekse lijnMaar helaas, uitstel en nog eens uitstelHet mocht nog even niet zo zijnDe discussie over de toekomstVan de Bonnenpolder sleepte zich voortWel of geen natuurbegraafplaats of bottenpolderMogelijk toch wel heb ik gehoordAls een donkere schaduwHangt de Brexit over de HoekWordt het een harde of een zachteValt het mee of valt het doekOok was er dit jaar een metamorfoseVan het stadskantoor naar het huis van de WijkHet voormalige secretarie straks appartementenSteeds meer zelf doen is de gemeentelijke kijkOp politiek niveau wordt het steeds stillerDe tijden van beperkt zelfbestuur zijn voorbijHet beleid en de besluiten worden ver weg genomenEn dat maakt mij in ieder geval niet blijVeel migranten probeerden de sprong te wagenNaar het ideale EngelandIn, op en onder de vrachtwagens bij de StenaMaar meestal eindigen die pogingen als arrestantMet hun idee over de ideale watertuinHadden de Hoekse Druppies veel succesHet water opvangen in de tuin en hergebruikenZelfs op Europees niveau een jonge wijze lesHet strand werd onder handen genomenVakantiehuizen en grotere terrassenPlezier voor velen en goed voor ondernemersMaar qua zicht graag wel even op de tellen passenGebeurde er dan niets spectaculairsNiets wat de Hoek in beroering brachtNiets wat je naar je gele hesje deed grijpenNiets met de snelheid van het licht of met orkaankrachtO ja, als je goed kijkt en luistertGebeurt er wel veel wat je meestal niet hoort of zietHeel veel in stilte achter de deurenGeluk, pech, afscheid, ontmoeting en verdrietEen handje helpen, even de aandachtEven luisteren naar dat verhaalEen arm om de schouder, een high five, een boxDat vindt je niet in de kranten allemaalAl die vrijwilligers die om nietDe handen uit de mouwen stekenDe boel laten draaien en opvrolijkenUren, dagen, maanden en wekenHet is als een komen en gaanVan de golven op het strandTerugkijken en weer vooruitOp naar een nieuw jaar in Hoek van HollandEen fijne jaarwisseling en een gezond en inspirerend 2019Auteur: Marien van den Berg
Lees meer
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS