Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Rubrieken


Streekhistorie: Brand in 's-Gravenzande maandag 13 augustus 2018 09:09

Streekhistorie: Brand in 's-Gravenzande

Eind juli waren er binnen enkele dagen twee grote branden in ’s-Gravenzande. Op zaterdag 21 juli een brand in de Gravenstraat waarbij de bovenverdieping van een huis volledig uitbrandde. Een oplettende verkoper van bakkerij 't Stoepje die vanuit zijn kraam zicht had op de achterzijde van de woningen aan de Gravenstraat merkte de brand op en alarmeerde de buurt waarop ook de brandweer werd gealarmeerd en kon worden voorkomen dat de brand zich kon uitbreiden naar de belendende percelen. Voorkomen kon niet worden dat de enige bewoner die thuis was, gewond raakte. Hij werd in het ziekenhuis opgenomen. Deze uitslaande brand heeft een pand grotendeels verwoest. Maandagavond 23 juli brak rond 22.45 uur brand uit in het kassencomplex van plantenkwekerij P. Mostert aan de Gravin van Bylandtlaan in ’s-Gravenzande. Daarbij raakte niemand gewond. Een deel van het complex moet volgens de brandweer als verloren worden beschouwd. De brand was rond 1.00 uur onder controle. De brandweer kon voorkomen dat het vuur oversloeg naar de naastgelegen woning en de achtergelegen kassen. Wat overbleef was een berg verwrongen staal en zwartgeblakerde ingestorte muren. Deze brand werd bij toeval door de brandweer zelf ontdekt door twee brandweerlieden die na een oefening. onderweg naar huis waren. Samen met andere eenheden vanuit de regio heeft de brandweer uitbreiding weten te voorkomen en is uiteindelijk de brand geblust. Ook in het verleden kon door allerlei oorzaken gemakkelijk brand ontstaan. Daarom werden er in de middeleeuwen door het stadsbestuur van ’s-Gravenzande voorschriften met betrekking tot de brandbestrijding vastgesteld. Dat was toen ook wel nodig ook omdat de middeleeuwse huizen van hout gebouwd waren met rieten daken. Steenbouw werd alleen toegepast bij kerken, kloosters en het stadhuis. Brand in één huis ontstaan kon zich gemakkelijk uitbreiden tot een brand die een groot deel van het dorp kon vernietigen. Van grote stadsbranden in Holland zijn in de 14e en 15e eeuw talloze voorbeelden te noemen. Ook 's-Gravenzande heeft een grote stadsbrand gekend. Op sacramentsdag in het jaar 1418, tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, hebben de troepen van Den Briel, die aan de zijde van Jan van Beieren stonden, het Hoekse 's-Gravenzande, dat voor Jacoba van Beieren had gekozen, tijdens een strafexpeditie tot de grond toe afgebrand. In de door het stadsbestuur uitgebreide voorschriften ter voorkoming van brand, de oude keuren (plaatselijke verordeningen), staan talloze regels. Voorgeschreven was onder andere dat in een huis zonder schoorsteen geen stro gestookt mocht worden maar alleen turf. 's Avonds moest het vuur afgedekt worden met een vuurklok waaronder het vuur kon smeulen tot de volgende dag. As mocht alleen door de voordeur het huis uit (en werd dan op straat gegooid). Bak-, eest en brouwovens mochten alleenoverdag gestookt worden en er moest bluswater klaar staan. De ovens mochten niet vòòr zonsopgang opgestookt worden en ’s avonds uiterlijk branden tot de klok van de grote kerk voor het Ave Maria geluid was. In de omgeving van 's-Gravenzande werd veel vlas geteeld, in verband met brandgevaar was het verboden het stro van het vlas binnen de stad te verbranden. Met betrekking tot brandstichtende jeugd vinden we aangetekend, dat de ouders volledig aansprakelijk werden gesteld voor de daden van hun kinderen.Ieder huis moest een (h)oosvat hebben en een lantaarn. Ook worden in de stadskeuren nog genoemd het bezit van ladders, emmers, haken en zeilen die bij brand gebruikt werden. De blusmiddelen moesten in goede staat worden gehouden op een boete van 20 schellingen. Dat werd jaarlijks in mei gecontroleerd, er werd dan schouw gehouden over de "brandwapens". Als er op een gegeven moment in ‘s-Gravenzande brand uitbrak dan werd de “brantclok" op het stadhuis geluid. Iedereen was dan verplicht om direct naar de plaats van de brand te komen om te helpen blussen. Het blussen van branden was vaak onbegonnen werk gelet op de brandbare bouwmaterialen en de beperkte blusmiddelen. Het water moest namelijk met lederen emmertjes uit sloten of putten, zoals de Poelsloot, de grote waterplas op het Marktveld, worden geschept waarna de emmers van hand tot hand doorgegeven en in het vuur gestort werden. Dat vereiste vaak een lange rij blussers. De hoeveelheid water was vaak te gering om het vuur te doven. Om het overslaan van het vuur te verhinderen werden er vaak grote natte zeilen over de daken van de nabijgelegen huizen gehesen.Plattegrond van Blaeu van ’s-Gravenzande uit 1652 met daarop de poel op het marktplein, het stadhuis en de stadswaterputWas de brand dan toch nog geblust dan mocht men niet direct naar huis maar werd de "stedeclok" geluid en moest iedereen zich met zijn "brandwapen" vervoegen bij het stadhuis en werden alle blusmiddelen weer aan de rechtmatige eigenaar teruggegeven. Naast de grote stadsbrand van 1418 is uit de oude geschiedenis van ons dorp de brand bekend die de herberg "De Spaansche Vloot" omstreeks het jaar 1683 op een stalling na geheel in de as legde. Pas in 1691 werd de herbouwde herberg weer in gebruik genomen. Ook in later tijd komen we in de stedelijke verordeningen brandpreventie maatregelen tegen. Zo werd in 1757 door Schout, Burgemeesters en Schepenen een “Resolutie omtrent de brandspuit der steede ’s Gravenzande” vastgesteld waarin orde op zaken wordt gesteld m.b.t. de organisatie van de brandbestrijding omdat de laatste oefening met de brandspuit niet helemaal vlekkeloos verlopen was! Verordonneerd wordt dan dat er voortaan acht brandmeesters moeten zijn die de leiding over de brandspuit voeren. Zij zijn te herkennen aan hun rood, wit, blauw geverfde stokken. Bij afwezigheid van een van hen moet de oudste brandmeester aan de Schout en het Gerecht melden wie daarvoor in de plaats zal komen. Bij brand of oefening met de brandspuit delen de vier oudste brandmeesters de orders uit en zij zorgen er voor dat het blussen volgens de regels verloopt. De vijfde en zesde brandmeesters in rang houden toezicht bij de grote pomp en de 7e en 8e in rang bij de zuig- en perspomp. Zij mogen pas bij hun pomp vandaan als er vervanging door een andere brandmeester is. De brandmeesters moeten er op toezien dat de brandspuit behoorlijk werkt en er bij het (met de hand) pompen regelmatig gewisseld wordt door het inzetten van nieuwe personen. Als er geen orde gehandhaafd kan worden moet dat gemeld worden aan de Schout en het Gerecht. Verder moeten de brandmeesters er voor zorgen dat de spuit in goede staat gehouden wordt. Daarom moet de spuit tenminste viermaal in het jaar, met alles wat daarbij hoort, nagekeken worden en wordt er door het Gerecht en persoon aangesteld die belast wordt met het schoonmaken, smeren en in orde brengen van het blusmateriaal. Ook moeten de brandmeesters er voor zorgen dat na gebruik de slangen van de spuit, zowel de leren als de slangen van zeildoek, worden schoongemaakt en netjes gedroogd, nagekeken en gerepareerd, waarna ze over de spuit gehangen worden en de spuit weer gebruiksklaar in het brandspuithuisje bij de kerk wordt gebracht. De brandspuit rukt uit Het bedienen van de spuit gebeurt door personen die op een lijst staan (de door het stadbestuur aangewezen inwoners tussen 20 en 60 jaar) die in het bezit is van de oudste brandmeester. De personen op de lijst hebben een bordpapieren plaatje waar op aangegeven staat wat hun functie bij de spuit is. Dat plaatje moeten zij bij brand en oefening op hun hoed dragen. De lantaarndragers moeten voor hun lantaarn een goede kaars hebben op een boete van zes stuivers ten behoeve van de Groten Armen van de stad. De op de lijst voorkomende personen moeten zich bij brand direct naar de spuit begeven en deze voorzichtig naar de brand transporteren. Telaatkomers krijgen een boete. De personen die aan de spuit aan het werk zijn moeten de bevelen van de brandmeesters direct opvolgen. Wanneer de brand geblust is of de oefening met de spuit afgelopen is moeten zij de spuitslangen helpen schoonmaken en naar het spuithuisje brengen. Niemand mag weglopen voordat de brandmeesters doorvoor toestemming hebben gegeven. De boete op voortijdig weglopen bedraagt 4 schellingen die ook weer in de armenkas worden gestort. Opdat bij het blussen van brand alles volgens de regels verloopt en iedereen weet welke taak hij daarbij heeft moet tenminste eens in het jaar een oefening met de spuit worden gehouden en wel op de woensdag van de ‘s-Gravenzandse kermis ‘s middags om 2 uur. Dat wordt de zondag daaraan voorafgaande aangeplakt aan het stadhuis. Voor deze oefening moet men zich voor het stadhuis per ploeg opstellen. Degenen die dan niet present zijn krijgen een boete. Deze voorschriften zullen op de gebruikelijke plaats, d.w.z. aan het stadhuis, worden aangeplakt zodat iedereen daar kennis van kan nemen. Verder worden deze voorschriften uitgereikt aan de brandmeesters zodat ze jaarlijks vòòr het oefenen met de brandspuit kunnen worden voorgelezen. Veel later in 1929 werd de plichtbrandweer, waarbij men aangewezen wordt door het gemeentebestuur, vervangen door een vrijwillig brandweerkorps. Toen had men nog steeds de ouderwetse handspuiten (die nog werkten op spierkracht). Dat was de sterk verbeterde versie van de eerste brandspuit die Jan van der Heijden rond 1670 uitvond. Omdat men constateerde dat men sterk achterbleef bij vele andere gemeenten werd in 1930 een modern blusvoertuig aangeschaft. Over de aankoop van deze spuit is heel wat te doen geweest. Het toenmalige gemeentebestuur vond dat men het voertuig ook voor andere doeleinden moest kunnen gebruiken, het was toch niet verantwoord om zoveel geld te steken in alleen een autospuit. Besloten werd om maar eens te kijken of er soms een autospuit was die meer kon. “Het wonder van ’s-Gravenzande” Dat was niet zo eenvoudig maar tenslotte reisde men naar Parijs en na veel zoeken vond men in de Renault fabrieken een apparaat dat aan alle eisen voldeed, het ei van Columbus! Een 4 cilinder 20 PK Renault brandweer- sproei- en veegmachine. Meegeleverd werden 7 straalpijpen met diverse mondstukken, 6 meter zuigslang en een koperen bel. De wagen had een watertank met een inhoud van 3200 liter en was voorzien van massieve rubberbanden. Het kon spuiten, sproeien en vegen en voor f 8000,- levering franco ’s-Gravenzande kwam het voertuig van de lichtstad naar het breeje dorp. Al bij de eerste proefrit kwam de zware wagen op de Hoflaan in de zachte berm vast te zitten waarop men besloot de watertank maar leeg te laten lopen zodat de wagen gemakkelijker weer op de weg getakeld kon worden. De inzet van deze brandweerwagen bleef op onverharde binnenwegen problemen geven. In de volksmond kreeg de wagen al snel de naam “het wonder van ’s-Gravenzande”. Na een tijdje bleek toch dat de wagen als veeg- en sproeiwagen geen groot succes was evenmin als brandweerwagen. Bij het uitbreken van brand moesten eerst de accu’s worden opgeladen wat 10 minuten duurde. Ook traden er nogal wat defecten op aan de dynamo, olieleiding, gebroken kogellagers, versnellingsbak en er was sprake van ondeskundig onderhoud. In 1935 verzucht men “dat het een aanfluiting in het Westland is, hij zuigt, veegt en sproeit maar deugt niet erg voor spuiten”. Pas in 1947 heeft men deze oude spuit voor f 500,- verkocht en in het najaar werd een nieuwe moderne brandspuit in gebruik genomen. Daarna zijn de ontwikkelingen snel gegaan. De brandweer kreeg een eigen onderkomen in de Gravenstraat in het voormalige pand van drukkerij Sonneveld. De brandweerwagen werd ondergebracht in een garage achter het politiebureau aan het Marktplein en de slangen konden te drogen worden gehangen in de zogenaamde slagentoren. Later werden nieuwe blusvoertuigen en materiaalwagens aangeschaft en kwam er regionale samenwerking en aansluiting op een alarmcentrale. In de loop der tijd zijn de taken van de brandweer met een belangrijk onderdeel uitgebreid namelijk de hulpverlening. Verder zijn de eisen strenger geworden wat meer opleiding en oefening van de vrijwillige brandweerlieden eiste. In 1978 werd de nieuwe kazerne aan de Fultonstraat in gebruik genomen. Nu valt de brandweer onder de regio Haaglanden. De brandweergarage aan de Fultonstraat Als gevolg van de gemeentefusie zijn de ’s-Gravenzanders veel publieke voorzieningen in het dorp kwijtgeraakt maar gelukkig is hier nog een eigen goed uitgerust vrijwillig brandweerkorps dat voor brand en hulpverlening direct ingezet kan worden. Auteur: Jan Dahmeijer van de Historische werkgroep Oud ’s-Gravenzande
Lees meer
Streekhistorie: Hambrouck komt terug in Schipluiden maandag 6 augustus 2018 09:09

Streekhistorie: Hambrouck komt terug in Schipluiden

De Historische Vereniging Oud-Schipluiden voert een crowdfundingsactie om in de kerk van Schipluiden een gedenkteken te plaatsen dat herinnert aan ds. Antonius Hambrouck. Deze predikant stond van 1632-1647 in Schipluiden. Daarna is hij in VOC-verband met zijn gezin naar Formosa vertrokken, waar hij veel goed werk onder de lokale bevolking heeft gedaan. Uiteindelijk werd hij in 1661 na een heldhaftig optreden door een Chinese bezettingsmacht vermoord. Lang hoorde Hambrouck tot de grote figuren uit onze vaderlandse geschiedenis. Zijn daden werden in de achttiende en negentiende eeuw voor jong en oud als voorbeeld gesteld. Over hem zijn boeken, gedichten en toneelstukken geschreven. In de Laurenskerk in zijn geboortestad Rotterdam zijn twee kunstobjecten te zien, die zijn leven en ondergang tonen. In Taiwan (Formosa) wordt in meerdere musea aandacht aan Hambrouck besteed. In Schipluiden herinnert tot nu toe alleen zijn naam op het predikantenbord aan zijn aanwezigheid. In het Historische Jaarboek Schipluiden 2015 staat een groot artikel over het leven en werk van deze beroemde predikant. Het artikel eindigt met de wens om ook in Schipluiden meer aandacht aan Hambrouck te besteden. Om deze reden is er een crowdfundingsactie gestart, die tot nu toe ruim € 3.800,- heeft opgebracht. Inmiddels is het fraai tweeledig kunstontwerp van de kunstenaar Marcel Koeleman (geboren en opgegroeid in Schipluiden) in brons uitgevoerd. Hij laat met zijn kunstwerk de verbinding zien tussen Schipluiden (Nederland) en Formosa (Taiwan). Eén onderdeel ervan wordt buiten de kerk geplaatst, het andere komt in het portaal van de kerk. De projectgroep - met kerkenraadsleden en bestuursleden van Oud-Schipluiden - is erg enthousiast over het resultaat. Op zaterdag 8 september 2018 om 10.00 uur komt de ambassadeur van Taiwan naar Schipluiden om het kunstwerk te onthullen. Met deze handeling wordt tevens het Monumentenweekend in Midden-Delfland geopend. Voor de opening worden alle deelnemers aan de crowdfundingsactie uitgenodigd. De totale kosten voor het kunstwerk bedragen € 5.500,-. De Historische Vereniging Oud-Schipluiden wil door een aantal gerichte verzoeken op korte termijn nog € 1.700,- bij elkaar krijgen voor de bekostiging van het kunstwerk. Hopelijk wilt u als geïnteresseerde lezer van deze rubriek meedoen met onze actie. Zie voor de verdere gegevens de afgebeelde flyer.Auteur: Jacques Moerman (voorzitter) van de Historische Vereniging Oud-Schipluiden
Lees meer
Streekhistorie: Oorlogsschade uit 1940 nooit hersteld maandag 30 juli 2018 09:09

Streekhistorie: Oorlogsschade uit 1940 nooit hersteld

In de Wateringse Herenstraat zijn onlangs weer nieuwe winkels geopend, veelal gepaard gaande met verbouwingen aan het winkelpand. Ook zijn er in de loop der jaren veel gebouwen in de Herenstraat gesloopt en vervangen. Toch is er één pandje dat er niet alleen nog staat, maar waar zelfs een beschadiging aan de gevel niet wordt hersteld. Het is een soort oorlogswond, opgelopen in de Meidagen van 1940. Schade aan een gevel van je woning is niet leuk, maar als het een oorlogsgeschiedenis heeft en in 1940 is veroorzaakt tijdens uren durende gevechten in de Herenstraat en er geen instortingsgevaar is, maakt dat het wel bijzonder. Zo moet toen de familie Volkering hebben gedacht. Ben Volkering, buschauffeur bij de firma VIOS, liet de schade naast het linker raam onaangeroerd en hij liet het zitten als herinnering.Ben Volkering (circa 1935)Tijdens een informele avond tien jaar geleden met de bewoner, zoon Jan Volkering, over de geschiedenis van het pand Herenstraat 34, kwam toevallig de plek in de gevel ter sprake. Hierop antwoordde ik dat ik wist wie dat gedaan heeft. Jan werd nieuwsgierig en ik beloofde daar op terug te komen. Ik wilde al vele jaren achter de geschiedenis van de persoon sergeant H.H. Tobben komen.Samen met Gerard Lipman ben ik in1997 in de oorlogsgeschiedenis gedoken, voornamelijk om uit te zoeken hoe die vijf Meidagen in Wateringen zijn verlopen. Direct viel het ons toen op dat sergeant Harry Tobben een buitengewoon actief en gedreven militair was. Hij was de persoon die met een zware mitrailleur in de bewuste nacht van 12 op13 mei vanaf de toenmalige woning van schipper Van Dijk de Herenstraat vrij wilde houden van de Duitsers, die vanaf het Plein oprukten. Dat is door zijn kordate optreden gelukt, maar niet zonder een spoor van vernieling achter te laten: kapotte ruiten, dakpannen, kapotgeschoten etalages en kogelgaten. Met vijf strijdmakkers onder zijn bevel voerde sergeant Tobben dit uiterst gevaarlijke werk uit en bediende constant de mitrailleur, dus hij bracht de schade aan pand op nummer 34 toe. Sergeant H.H. TobbenOok bij de gevechtshandelingen van 11 mei 1940 aan de Zweth waarbij 26 Duitsers gevangen werden genomen, viel sergeant Tobben op door zijn optreden. In gevechtsverslagen werd hij geroemd, alle "rotklussen" loste hij op. Gedreven door de gedachte "wij laten ons op geen ene manier inpakken door die Duitsers". Twintig jaar geleden vertelde zijn dienstkameraad sergeant Albert van Laar (Maastricht) geëmotioneerd dat Tobben in een kamp in Hameln (Duitsland) in gevangenschap was omgekomen. Zijgevel van het postkantoor met kogelgatenUit het contact dat ik heb gehad met stadhistoricus Roelof Braad van Heerlen (woonplaats van sergeant Tobben) is het volgende bekend geworden: Tobben heeft de vijf oorlogsjaren lang in het verzet gewerkt, hij pleegde sabotage, bood hulp aan onderduikers en zorgde voor vluchtwegen voor vliegeniers. Jammer dat deze informatie mij nu pas bereikt, want Gerard en Jan kan ik hier niet meer over informeren. De huidige eigenaar van Herenstraat 34, W. van der Ham, ziet het kogelgat als een zeer aparte herinnering en wil er niets aan veranderen. Waarschijnlijk komen er uit Heerlen nog enkele gegevens over sergeant Harry Tobben.Wat nu bekend is, is erg waardevol. Wat er achter de schade schuilging en dat sergeant H.H. Tobben een enorme bijdrage heeft geleverd aan de strijd. Niet alleen tijdens de vijf Meidagen in Wateringen, maar ook als verzetsstrijder in de vijf oorlogsjaren erna. Het is gepast dit te herdenken, zeker nu in 2018, het Jaar van Verzet.Auteur: Henk Brabander van de Historische Werkgroep Oud-Wateringen & Kwintsheul
Lees meer
Streekhistorie: De Hofstraat, het oude centrum van Honselersdijk maandag 23 juli 2018 09:09

Streekhistorie: De Hofstraat, het oude centrum van Honselersdijk

Tijdens het Historisch Café op 12 juli stond Café Bij ’t Hof in de spotlight. Al eerder hebben we de Nederhof de revue laten passeren. In dit artikel lichten we vijf andere markante gebouwen in het oude centrum van Honselersdijk aan: Een Herberg, een molen, een veiling, een station en sporen van het oude dorpsplein. Luchtfoto 1954 met tekst Het oude dorpspleinAan de zuidzijde van de Hofstraat op nummer 42 staat een wit huisje vreemd schuin ten opzichte de straat. Op deze plek had circa 400 jaar geleden timmerman Teunes Gerritszn. zijn woning, werkplaats en erf. Het lag nogal prominent aan het oude dorpsplein dat vlak naast het oude jachtslot lag. Andere gebouwen aan de zuid-oostzijde van het plein waren eigendom van een smid, een bakker, een wielmaker en diverse schippers. Maar ook een perceel van ‘Zijn Hoocheijdt’ (prins Frederik Hendrik), met daarop sinds 1630 een schooltje. Kennelijk waren er voldoende kinderen aanwezig om te onderrichten. kaart uit ca. 1640 De bijhorende stallen lagen uitgespreid aan de westzijde van het plein, dat hierdoor geen duidelijke begrenzing had. Het dorpsplein dat beplant was met bomen heeft nadien nog ongeveer 30 jaar bestaan. Met de transformatie van het oude middeleeuwse jachtslot in een modern paleis waren de stallen op het plein te klein en moesten vervangen worden. Het Huis Honselaarsdijk was bedoeld om hoog bezoek te ontvangen en dan kwam de hele hofhuishouding mee. Aanvankelijk zou het dorp gespaard blijven, zoals te zien is op de prent van Balthasar Florisz. van Berckerode. prent Balthasar Florisz van Berckerode Maar toen rond 1640 de Nederhof gebouwd werd, moesten het plein en zeker vijf huizen plaatsmaken. Dit was een mooie gelegenheid om dit rommelige dorpje eveneens te moderniseren. Het verkavelingsplan met rechte lijnen en haakse hoeken was net als het paleis keurig georganiseerd volgens de rationalistische stedenbouw uit die tijd. Voor zover ik weet, had alleen Den Haag een vergelijkbare stadsuitleg langs haar Prinsengracht. kaart uit ca. 1640 bewerkt Het nieuwe rechthoekige dorpsplein met bomen werd begrensd door de Nederhof en de woningen aan onze huidige Prinsengracht. Aan de zuidzijde van de Nederhof was een ommuurde tuin bedacht, maar daar is het nooit van gekomen. Hierdoor slingert de Hofstraat en zijn de sporen van het oude dorp zichtbaar gebleven, zoals te zien is aan de schuine ligging van nummer 42. Herbergen en hotelsIn het kader van het thema van Open Monumentendag is het interessant om te melden dat Honselersdijk een toeristische trekpleister was. Huis Honselaarsdijk was het mooiste Hollandse lusthof in de 17e eeuw en was daarmee een interessante bezoekplek voor een eerst vorm van toerisme en voor studiereizen van jonge architecten en kunstenaars uit heel Europa. Zij kwamen naar Den Haag en namen vervolgens de trekschuit naar Honselersdijk. Dat was in die tijd een dagje reizen, dus moest er ook overnacht kunnen worden. Prent met trekschuit voor de Nederhof Er waren in elk geval twee herbergen die onderdak boden: De Moriaan in de Hofstraat en ’s Lands Welvaren nabij de Valbrug. Deze laatste kocht het recht zich Hofherberg te noemen en werd in 1707 in opdracht van Frederik van Pruisen (kleinzoon van Frederik Hendrik) verplaatst naar het midden van het plein, dat al versmald was door de aanleg van de Prinsengracht en nu dus de helft korter werd. Na de terugkeer van de Van Oranjes in 1754 ging deze herberg Het Wapen van Oranje heten. kaart van Samuel de Puyt, 1760 Op een kaart van Samuel de Puyt uit 1760 is de indeling van deze herberg te zien en een ook dat de naastgelegen stal plaats bood aan 20 paarden. De Hofstraat heette toen nog De wegh na Naaldwijck, later Naaldwijksche weg en pas sinds 1930 Hofstraat. De herberg is sinds 1857 niet meer als zodanig in gebruik. Het werd het eerste postkantoor van Honselersdijk en is nu een monumentaal woonhuis. Foto Hofstraat 62, voormalige Hofherberg Het Wapen van Oranje De stal van de Hofherberg is al 175 jaar ingericht als tapperij. Het is een wonder dat dit café er nog staat want er is al eens een locomotief van de WSM naar binnen gereden. Sinds 1932 heeft het de naam Café bij ’t Hof en is het in handen van dezelfde familie gebleven. Ansichtkaart van de Hofstraat met rechts De Moriaan Herberg De Moriaan lag op het perceel van schipper Huijch Janssen en heeft nog lang bestaan. Op een oude ansichtkaart is deze herberg te zien. Nu staat er een pand met het jaartal 1901 op de gevel ingemetseld. Tegenover de Mondriaan lag in die tijd het Bondshotel. Ook deze is afgebroken. Ansichtkaart van Hofstraat met het bondshotel De molenIn het jaar 1854 is een korenmolen aan de Hofstraat gebouwd. Het was een stellingmolen die verhoogd is om de wieken te verlengen. Rond 1910 woonde de familie Aalbrechts in het naastgelegen molenaarshuis. Ansichtkaart vanaf de Dijkweg met zicht op de korenmolen De wieken zitten er in 1954 niet meer op, zoals op foto’s te zien is. De molenstomp behoorde vervolgens bij de boerderij van Olsthoorn en is in 1966 na een brand gesloopt. Foto vanaf de Hofstraat met de stomp van de molen De veilingHonselersdijk heeft meerdere veilinggebouwen gehad. De eerste stond aan de Dijkstraat op het voorplein van de huidige Katholieke kerk. De tweede stamt uit 1905 en lag aan de Hofstraat ter hoogte van de huidige Kapelweg. Het was een groenteveiling met een representatieve voorgevel, maar vooral ook een overdekte losplaats aan het water. Het veilinggebouw had een zaagtanddak met veel ramen waardoor de hal goed verlicht werd. Foto Bloemenveiling ca. 1927 Deze veiling bleek in 1927 te klein en werd voor korte tijd een bloemenveiling. Oudere bewoners kennen het gebouw vooral als Kistenfabriek Bodegraven. Deze oude veiling is in de jaren 70 afgebroken en heeft plaats gemaakt voor woningen. Het stationTot 1912 reed de stoomtram van de WSM door de Hofstraat. Dat was een lastige en gevaarlijke situatie. Met het verleggen van de spoorbaan naar een nieuw tracé tussen de Nieuweweg en de Dijkweg (achter de Nederhof langs) waren er minder ontsporingen. Het nadeel was dat passagiers niet meer in een café op de tram konden wachten, maar in de kou stonden. Foto Station Honselersdijk In juli 1912 was er pas een stationnetje. Maar dan ook een goede, waarbij de entree van het wachtlokaal in de zijgevel zat en tuimelramen aan de zijde van de Hofstraat had waardoor de rook en het stoom niet naar binnen woei. Ladingmeester en tekenaar Jaap Binnendijk, woonde bij zijn moeder aan de Hofstraat. Na het verwijderen van het spoor in de jaren 70 is ook het station gesloopt. WinkeliersDe Hofstraat was lange tijd de hoofdweg en kende naast horeca ook veel kleine ondernemingen. Buurtbewoners kennen nog kruideniers Van der Burg en Brandhorst, melkboer Braat, bakker Scholtes, de sigarenwinkel van Van der Lugt, Aagje Dijkhuizen met ondergoed en garenband, Joop Gardien IJzerwaren (waar voorheen Den Hollander een benzinepomp had en petroleum verkocht) . Schoenmaker Speelgoed en herenkapper Piet van Ommeren. Wie voortaan over Hofstraat fietst, ziet niet alleen woningen en een café, maar met wat verbeeldingskracht ook 10 winkeltjes, twee herbergen, een hotel, een molen, een veiling en een station. En let even op het huis op nummer 42 dat het oude dorpsplein markeert. Auteur: Jolanda Faber, Historische Vereniging Naaldwijk Honselersdijkmet dank aan Gerard Beijer en bezoekers van het Historisch Café in Café Bij ’t Hof.Foto’s: Historisch Archief Westland en Westlands MuseumHeeft u foto’s van de winkels in de Hofstraat? Wij zijn er nieuwsgierig naar. Kom naar de Historische Informatiemarkt op zaterdag 13 oktober in het gemeentehuis aan de Verdilaan om deze ter plekke te laten scannen.
Lees meer
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS