Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Rubrieken


Streekhistorie: Waterput als schuilplaats bij razzia zondag 19 januari 2020 10:10

Streekhistorie: Waterput als schuilplaats bij razzia

In 2020 staat de herdenking van 75 jaar bevrijding van Nederland centraal. In Westland wordt met een scala aan activiteiten teruggekeken op deze heugelijke gebeurtenis en op de vijf donkere jaren die daaraan vooraf gingen. Ook in deze rubriek komt de periode 1940-1945 regelmatig langs. Als aftrap is hier het verhaal dat Leo van Gaalen in 2012 schreef over de razzia die op 20 december 1944 plaatsvond in het Westland en die hij beleefde in de Herenstraat in Wateringen. Op 5 december 1940 verhuisden wij van Herenstraat 45 naar Herenstraat 150. Als u dit leest zult u zeggen: dat is niets bijzonders. En dat is correct, want verhuizingen gebeuren dagelijks. Maar de omstandigheden waaronder, de manier waarop en de snelheid waarmee deze verhuizing tot stand kwam, is toch wel het vermelden waard.Laatstgenoemde woning stond al enkele maanden leeg omdat het bejaarde echtpaar Hein Zwinkels-van Steekelenburg de woning had verlaten en zich had gevestigd in het toenmalige bejaardentehuis Huize St. Jan, dat recht tegenover hun huis gebouwd was. Het huis kwam toen in bezit van hun zoon Leen, de latere wethouder en locoburgemeester, die ernaast woonde op nummer 152. Omdat hij in de gemeenteraad zat, had hij goede contacten met enkele ambtenaren van het gemeentehuis en van hen hoorde hij dat de Duitse bezetters plannen hadden om het huis te vorderen om er soldaten in te legeren of als gelagkamer te gaan gebruiken voor de in Wateringen gelegen soldaten. En dat zag hij helemaal niet zitten. Omdat hij ook wist dat mijn ouders, het echtpaar Theodorus G. van Gaalen en Maria C. van der Zijden, met hun tien kinderen in leeftijd variërend van 8 tot 25 jaar, op zoek waren naar een grotere woning stond hij een dag na zijn informatie 's morgens om half acht op de stoep van ons huis met het dringende verzoek om op stel en sprong naar nummer 150 te verhuizen. Hij stelde al zijn personeel en de veilingschuit ter beschikking om dit in een dag te klaren. En zo gebeurde het dat wij 's morgens in nummer 45 uit bed kwamen en 's avonds, na eerst nog een beetje het sinterklaasfeest gevierd te hebben, in het nieuwe huis nummer 150 naar bed gingen.Herenstraat 150 in 2012Voor ons was het een ideaal huis. Het voorste gedeelte bestond uit een grote woonkamer met daaraan een erker aan de voorzijde. Deze kamer werd meestal op zondag bewoond. Aan de andere kant van de voordeur was een zijkamer, die in de week gebruikt werd met daarachter een opkamer als slaapkamer voor de ouders. Via een ruime trap kwam je op een grote zolder met nog een ouderwets rookhok waarin vlees kon worden gerookt. Aan de straatzijde waren drie slaapkamers. Deze werden gebruikt door de zes meisjes. Het achterste gedeelte was van oudere datum en bestond uit een grote woonkeuken met daarnaast een grote kamer die via porte-briséedeuren verbonden was met de grote voorkamer. Bij openstaande deuren was de totale lengte van de kamers bijna twintig meter. Via een trap in de keuken kwam je op de achterzolder. Daar waren een grotere en twee kleine slaapkamers getimmerd, die voorheen als slaapplaats dienden voor veldstudenten, die in het Westland het tuindersvak leerden. Deze drie kamers waren voor de vier jongens. Onder de steile keukentrap bevond zich een waterput. En over deze put gaat het verhaal.In de zomervakantie van 1941 - ik zou per 1 september naar de ULO in Rijswijk gaan -, gaf mijn moeder mij als taak deze waterput eens schoon te maken, omdat in de loop der jaren er nogal wat vuil van de daken in het water was gekomen. Het zou heel gemakkelijk zijn, want de vloer van de keuken was van plavuizen en er was een uitlaatgat naar buiten, dus ik kon de opgehaalde emmers ter plaatse leeggooien. En dus begon ik met goede moed aan het karwei, maar dat viel wel wat tegen. Na 100 emmers was ik nog niet veel opgeschoten… Meer dan 300 emmers heb ik opgehaald en geleegd voordat ik een grote groentekist op zijn kop op de bodem kon laten zakken om beneden droog te kunnen inspecteren. En wat bleek? De put was niet de gedachte vierkante put van 80 bij 80 centimeter, maar had onder de keuken nog een uitloop van 1,20 meter. De hoogte hiervan was ook 1m20 meter en de breedte ruim 1 meter. De put kon meer dan 3 kubieke meter water bevatten. De muren hebben wij afgeschrobd en het vuil zo veel mogelijk verwijderd, zodat het water weer goed bruikbaar was.In het najaar van 1944 werd de dreiging van een razzia steeds groter en er moest nodig een schuilplaats worden gemaakt om eventueel drie man - Aad (28 jaar), Antoon (23 jaar) en ikzelf (17 jaar) - te kunnen herbergen. Want bij razzia's werden mannen opgepakt van 17 tot 45 jaar. In familieberaad werd toen geopperd om de waterput als schuilplaats in te richten. Hiertoe moest eerst de regentoevoer worden afgesloten en een nieuwe afvoer naar buiten worden gelegd. Daarna weer water uit de put scheppen tot er nog maar 10 centimeter in stond. Als de Duitsers van in de put zouden kijken, dan zouden zij het water zien blinken en werd het idee van een lege droge put voorkomen. Tenslotte werden drie groentekisten op zijn kop in de put tegen de achterwand geplaatst en twee kisten voorin waarop wij konden staan als wij de put ingingen. Zaten wij achterin dan werden die twee kisten naar ons toegetrokken en konden wij onze benen daar op leggen. Keek je dan in de put, dan was er alleen water te zien en dus was de schuilplaats gereed.Aad Antoon en Leo van GaalenEn toen kwam 20 december 1944. Mijn broer Aad was in die tijd dirigent van het parochiekoor in Naaldwijk. Hij stapte 's morgens om zes uur op zijn fiets om in Naaldwijk de Gulden Mis (een speciale Heilige Mis ter ere van Maria) te dirigeren. Maar op de Mariëndijk, op de grens met Honselersdijk, werd hij door Duitse soldaten tegengehouden en teruggestuurd met de mededeling dat hij zich klaar moest maken voor de reis naar Duitsland. Terugfietsend naar huis heeft hij diverse mensen, die onderweg waren naar hun kerk in Kwintsheul en Wateringen, kunnen vertellen dat de razzia op handen was en met dit verhaal kwam hij ook thuis. Maar om nu direct in de waterput te gaan zitten, vonden wij nog niks. Vanuit de erker in de voorkamer had een van mijn zussen een goede kijk in de Herenstraat. En om ongeveer tien uur werden de eerste soldaten in de verte gesignaleerd en zochten wij onze schuilplaats op. Rond half elf werd bij ons aangebeld. De soldaten kwamen binnen en doorzochten het hele huis. Maar aan de put werd voorbijgelopen en dus vertrokken zij. Maar wij durfden nog niet naar boven te komen en bleven nog enkele uren in de put.Rond twee uur trokken de Duitsers weer naar het Plein om de opgepakte mensen mee te nemen. En om drie uur, toen alles veilig leek, zijn wij uit de put gekropen en konden wij ons wat vertreden en opgelucht ademhalen. Deze razzia hadden wij gelukkig overleefd. In die winter is er nog een keer alarm geweest. Een van mijn zussen hoorde midden in de nacht Duitse soldaten pratend door de straat gaan en heeft ons toen gewekt. Wij hebben wel bij de put gezeten maar zijn er niet ingegaan. Achteraf was het loos alarm.Na de bevrijding is de regentoevoer weer naar de put gelegd en deed de put weer dienst waarvoor hij gemaakt was. Na 1956 is het achterste gedeelte van het huis afgebroken, maar de put is wel gebleven, hoewel hij geen dienst meer doet. Een grote plaat bedekt nu de put.Een verhaal van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer
Streekhistorie: Wat skeletten ons vertellen… zondag 12 januari 2020 11:11

Streekhistorie: Wat skeletten ons vertellen…

Het onderzoek naar de twaalf skeletten onder het Wilhelminaplein is afgerond. Op 4 februari zal archeoloog Jorrit van Horssen verslag uitbrengen van zijn bevindingen. Dit zal een nieuw licht werpen op het leven in Naaldwijk in de middeleeuwen. Archeoloog aan het werk in het WilhelminapleinIn 2017 zijn bij de herinrichting van het Wilhelminaplein veel archeologische vondsten aangetroffen die een ander licht werpen op de historie van Naaldwijk. Het onderzoek was beperkt omdat alleen bij de pomp en de boomaanplanting gegraven is. Hierover is in februari 2018 al een artikel in deze rubriek verschenen. Voor het plaatsen van een boom zijn bij de kerkmuur is een groot gat gemaakt, waarin menselijke resten gevonden zijn. https://www.wos.nl/meer-skeletten-gevonden-rondom-oude-kerk/nieuws/item?991016De skeletten liggen net buiten de kerkmuur en dus onder het plein. Je bent er misschien al eens overheen gelopen of hebt je fiets er geparkeerd. Op de plek van de boom zijn de skeletten verwijderd voor onderzoek. Dichter naar Grand Café Bij5 en onder de Kerkstraat liggen nog steeds botten en schedels. En aan de andere kant van de muur zijn nog veel meer skeletten te verwachten. Al met 10 doden per jaar heb je binnen een eeuw 1000 begravingen. Met de groeiende bevolking en de lage levensverwachting waren het er uiteraard steeds meer. Het kerkhof was bijna zevenhonderd jaar lang in gebruik geweest, dus reken maar uit.De opgravingen langs de kerkmuurDe kerkmuur is trouwens nog niet zo oud, deze dateert uit 1935. Daarvoor liep de openbare ruimte vanaf de marktplein tot in de kerk. Schilderijen van kerkinterieurs tonen dat ook de binnenruimte onderdeel van het sociale leven was. Een stiekeme afspraak, een picknick en een begrafenis staan gelijktijdig afgebeeld. Het begraven worden op een plek waar veel mensen komen werd in de middeleeuwen als prettig ervaren. Dan werd er nog eens aan je gedacht, ook zonder dat je een grafsteen had. In de kerk nabij het altaar en het koor was de beste - en daarmee duurste - locatie. Daar lag je ook nog eens dicht bij God. Buiten aan kille noordkant was vaak het goedkoopst. In Naaldwijk liep het kerkhof tot aan de huizen aan de Kerkstraat die als een ring om het kerkgebouw heen ligt. En - zoals nu blijkt - ook tot onder het plein, wat de centrale ontmoetingsplek was en waar markten en kermissen gehouden werden.Tekening en locatie van de opgravingDit in tegenstelling tot de rustgevende en groene begraafplaatsen we nu kennen en buiten het centrum gesitueerd zijn. Dit heeft uiteraard redenen. De volksgezondheid liet duidelijk te wensen over. Pokken, pest en cholera waren gebruikelijke ziekten. Maar ook een simpel griepje kon je fataal worden. Besmettingsgevaar was groot en de drinkwaterkwaliteit slecht. Ook het kraambed was een spannende plek waar zowel moeder als kind om het leven vochten. Begrafenissen hoorden bij het dagelijks leven. In Naaldwijk zal het gemiddelde op een of twee doden per week hebben gelegen. In de kerk zal minder vaak begraven zijn, want dat was duur. De vloer van de kerk was niet dicht genoeg om de rottingslucht onder het oppervlak te houden. De uitspraak ‘Rijke stinkerd’ komt hier vandaan. Tijd dus om een andere locatie te gaan zoeken. De omslag naar het huidige idee van begraven is niet van de ene op de andere dag tot stand gekomen. Grafsteen op RK Kerkhof aan de DijkwegNapoleon was er wel mee begonnen. Vanaf 1804 werd het verbod op begraven in de kerk in Frankrijk ingevoerd en niet veel later ook in Nederland. Maar de Hollander laat zich zijn tradities niet makkelijk afnemen. Hoewel de lijkenlucht in de kerk en ook daarbuiten voor ongemakken zorgden, werd na zijn vertrek de wet in 1813 weer ingetrokken. In 1829 was het Koning Willem I die er alsnog een einde aan maakte. Begraven in kerken, kapellen en gebedshuizen werd verboden en nieuwe begraafplaatsen moesten buiten de bebouwde kom een plek krijgen. In Naaldwijk werd dat aan de Dijkweg nabij de huidige Verdilaan. Zie ook het artikel over het RK kerkhof van Corry Schreuder-Fransen. Schema van de ligging van de skelettenDe botten die in 2017 in het Wilhelminaplein zijn gevonden, behoren bij twaalf skeletten van zowel mannen, vrouwen en kinderen die vermoedelijk in de 15e een 16e eeuw gestorven zijn. Bij onderzoek in laboratoria is gekeken naar hun leeftijd, lengte, gebit en doodsoorzaak. Aan de hand hiervan weten we nu meer over de middeleeuwse bewoners en hun welvaart, ziektes en eetgewoonten. Wat zijn we precies te weten zijn gekomen over deze vroege Naaldwijkers? Dat zal Jorrit van Horssen van Archeologie Delft op dinsdagavond 4 februari onthullen. Hij heeft recentelijk zijn onderzoek afgerond, waarin hij ook de resultaten van eerdere opgravingen in het centrum betrokken heeft. De lezing wordt gehouden in het Pleincentrum van Bij5 naast de Oude kerk en vlak bij de bijzondere vindplaats.Meer informatie is te vinden op www.hvnh.nlAfbeeldingen 1 t/m 6 en 8 zijn afkomstig van Archeologie DelftAuteur: Jolanda Faber van de Historische Vereniging Naaldwijk-Honselersdijk
Lees meer
Streekhistorie: Kettingbotsing op de Waterweg zondag 5 januari 2020 08:08

Streekhistorie: Kettingbotsing op de Waterweg

Tegenwoordig is radar niet meer weg te denken in de scheepvaart waardoor vertraging tijdens mistperiodes zeer sterk is teruggedrongen. Radar is ontwikkeld tijdens de Tweede Wereldoorlog en kwam na de oorlog ook beschikbaar voor koopvaardijschepen. Zonder radar zat er voor schepen niets anders op dan voor anker te gaan als ze overvallen werden door mist. Bij mist worden schepen geacht regelmatig met de scheepsfluit te blazen zolang ze varend zijn en regelmatig met de scheepsbel te bellen zodra ze voor anker liggen. Ooggetuigen uit vooroorlogse jaren vertelden dan ook dat je toen bij mist constant hoorde blazen en bellen op de Waterweg. Nu zouden mensen hierover een klacht indienen wegens geluidoverlast.Bij het kenteren (wisselen van eb- in vloedstroom en andersom) zwaaiden de schepen rond op het anker en het gebeurde daarbij ook wel dat schepen tegen elkaar aan dreven of aan de grond liepen. De sleepdienst moest dan ook regelmatig in actie komen.De Volendam aan de grond op de zuidoever van de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland. (Ansichtkaart, collectie Henk van der Lugt)Zo was het op maandag 8 april 1929 erg mistig op de Nieuwe Waterweg. Ter hoogte van de Berghaven lagen al vijf schepen voor anker toen ook de binnenkomende ‘Volendam’ van de Holland Amerika Lijn wilde gaan ankeren. Bij het ankeren van de ‘Volendam’ braken echter beide ankerkettingen en door de eb werd het schip tegen het Duitse stoomschip ‘Gillhausen’ aangedreven. Dit schip was achter de ‘Volendam’ de Waterweg op gevaren en net zelf voor anker gekomen. Door de aanvaring brak ook de ketting van de ‘Gillhausen’ waardoor dit schip op zijn beurt tegen een zandzuiger van de firma Volker aandreef die ook voor anker lag. Na de aanvaring zijn zowel de ‘Volendam’ als de ‘Gillhausen’ aan de grond gelopen op de zuidoever. Als gevolg van de aanvaring had de ‘Volendam’ een paar deuken in het achterschip en had de ‘Gillhausen’ schade aan voor- en achterschip, maar alles boven de waterlijn. De zandzuiger was echter ernstiger beschadigd want hier waren tal van huidplaten ontzet en was ook het dek opgezet.In de loop van de ochtend zijn de passagiers van de ‘Volendam’ door de tender ‘Columbus’ van boord gehaald en naar Hoek van Holland gebracht. De ‘Volendam’ en de ‘Gillhausen’ zijn rond de middag vlot gesleept door sleepboten van L. Smit & Co’s Internationale Sleepdienst en vervolgens opgestoomd naar Rotterdam.Auteur: Henk van der Lugt van het Historisch Genootschap Hoek van HollandBronnen:Diverse krantenartikelenCollectie Henk van der Lugt
Lees meer
Streekhistorie: Veenman, een Wateringse bakkersfamilie zondag 29 december 2019 10:10

Streekhistorie: Veenman, een Wateringse bakkersfamilie

In de periode rond Sinterklaas, Kerstmis en Oudejaarsavond draaien bakkerijen overuren. De sint heeft flinke voorraden pepernoten en chocoladeletters nodig en later in december zijn de kerststollen en oliebollen niet aan te slepen. Om het werk van de bakkers eens wat meer onder de aandacht te brengen nemen we een kijkje bij bakkerij Veenman die vele jaren in de Wateringse Herenstraat was gevestigd. Opa Jan Veenman begon als boerenzoon uit Naaldwijk in 1899 een bakkerij in Kwintsheul. Tegenover tankstation Schulte en waar nu Bouwbedrijf Jongerius is, stond de bakkerij met winkel. Opa Jan was getrouwd met boerendochter Adriana van Zeijl van langs de Zwethkade Noord. Samen kregen ze veertien kinderen. Alle zonen begonnen al vroeg in de bakkerij te werken. Vader was namelijk erg zwaar en liet op een gegeven moment het bakken over aan zijn zoons. Hij zat op een stoel in de bakkerij. De jongsten stonden op een kratje totdat ze groot genoeg waren voor de werkbank.Bakkerij Veenman aan de Herenstraat, 1975Alle vijf zoons zijn een eigen bakkerij begonnen. Chiel in Loosduinen, Leen in Voorburg, Siem in Naaldwijk, Jan in Wateringen en de jongste, Cor nam de bakkerij in Kwintsheul over.Mijn vader Jan begon al na de basisschool met werken. Eerst bakken en daarna het brood met een mandenfiets bij de klanten brengen. Zijn 'wijk' was de Hollewatering waar hij over het smalle pad naar zijn klanten fietste. Na de oorlog waarin hij Riek Verbakel uit Wateringen had leren kennen, begon hij in 1947 een bakkerij aan de Herenstraat in Wateringen. Dit was achterin de smederij en fietsenmakerij van zijn schoonvader Joop Verbakel. Het was geen gemakkelijke tijd, er waren al zo'n tien bakkerijen in Wateringen. Er was veel concurrentie. De fietsenwinkel maakte plaats voor een bakkerswinkel, waar mijn moeder met veel plezier werkte.Den Haag breidde zich snel uit en in nieuwe woonwijken zoals Escamp begon mijn vader, eerst op de fiets, en later vanuit de auto brood te verkopen. De huizenblokken hadden vier verdiepingen, het was dus heel wat trappenlopen.Meel werd door Wessanen in een silowagen aangeleverd. V.l.n.r.: Henk van der Meer (deegmaker) Veenman Senior, Petra Zwinkels, Jan Joop Veenman, Veenman Junior en Ben van der Knaap (vertegenwoordiger).Mijn oom Chiel uit Loosduinen overleed en zijn zoon Jan nam de bakkerij over. In 1962 fuseerden de bakkerijen uit Loosduinen en Wateringen. De bakkerij in Loosduinen sloot en aan de Herenstraat breidde men uit. Door deze schaalvergroting was het mogelijk om grotere machines te kopen. Zo kwam er al vroeg een bandoven. Dit was een oven waarbij het brood in blikken op een draaiende gaasmat in een soort baktunnel wordt gebakken. Authentiek brood stond altijd voorop. Zo waren ze heel trots op een broodinstallatie uit Frankrijk waarmee het bakken van brood en stokbrood op de vloer van de bandoven kon worden gemechaniseerd.Beide Jannen waren oom en neef van elkaar en er was ook een leeftijdsverschil. Zo werd mijn vader Veenman Senior en neef Jan Veenman Junior. Samen met Henk Ros, de bedrijfsleider, vormden ze een goed team. Elk had zijn eigen kwaliteiten. Mijn vader meer vaktechnisch en neef Jan was heel goed in het klantcontact. Een goede band met het personeel was belangrijk en was een onderdeel van het succes.In de bakkerij werd voornamelijk brood gebakken. Veel mensen uit Wateringen hebben er gewerkt. En het was niet altijd makkelijk. Men werkte in twee ploegen, de dag- en de nachtploeg. De ene week vier dagen en de andere week zes nachten. Al het brood werd dagvers gebakken en het was vooral donderdag- en vrijdagnacht heel druk in de bakkerij. In Den Haag was Henk van der Straaten aan de Waldorpstaat een van de eerste supermarkten begonnen. Hij was een goed zakenman, hij had een goed oog voor wat de consument wilde en na een aantal jaren bezat hij in de regio een groot aantal supermarkten onder de naam Konmar. Ook Albert Heijn werd een grote klant. De bakkerij aan de Herenstraat werd veel te klein Op donderdag en vrijdag stond het brood op wagens buiten af te koelen. Wanneer het regende was er een probleem. De omzet was zodanig dat nieuwbouw noodzakelijk was. Eerst werd nog de tuin van buurman Kees Zwinkels gekocht. Maar een groot bedrijf midden in het dorp met al het vrachtverkeer dat was niet meer haalbaar.Advertentie Veenman voor baguettesIn 1983 verhuisde de bakkerij naar een nieuw pand aan het Veenland in de polder achter het zwembad, een grote investering. Ook alle machines werden nieuw gekocht. De economie stond er niet goed voor, toch was dit een goede beslissing. Mijn vader zei altijd: "brood blijven ze altijd eten". Naast dagvers kwam voorgebakken brood in opkomst. Dit werd in de supermarkt afgebakken. De machines die vooral in de nacht en vroege ochtend werden gebruikt konden nu 24 uur per dag draaien. De omzet steeg enorm.Maar brood is geen merkartikel en de supermarkten kregen door hun schaalvergroting steeds meer invloed. Een aantal grote familiebedrijven maakte plannen voor een fusie om de krachten te bundelen. Ook ING-bank en een pensioenfonds namen deel aan deze fusie. Uiteindelijk haakten steeds meer bakkerijen aan onder wie ook Bakkerij Veenman. Zo ontstond er in 1999 een bakkerijconcern van tien grote familiebedrijven onder de naam Bakkersland. De afzonderlijke bakkerijen gingen zich steeds meer specialiseren en in Bakkersland Wateringen bakte men op een gegeven moment alleen nog voorgebakken brood zoals het beroemde Pain de Boulogne voor Albert Heijn en Frans brood in houdbare verpakking.Kantoor en magazijn aan het Veenland, circa 1984Een groot bakkerijconcern is moeilijk te organiseren, brood is een dagvers product, dat vereist vakkennis. Alle voormalige bakkerijeigenaren werkten inmiddels niet meer bij het bakkerijconcern. De financiële positie maakte het niet mogelijk dat er veel in machines werd geïnvesteerd. In 2016 is Bakkersland uiteindelijk samengegaan met Bakkerij Borgesius uit Stadskanaal. Samen vormen ze een organisatie met twintig grote bakkerijen en 2000 personeelsleden. In Aalsmeer wordt gewerkt aan een bakkerij met een oppervlakte van 30.000 vierkante meter. In februari 2017 is men gestopt met het bakken van brood in Wateringen. Mogelijk gaat de bakkerij in Wateringen definitief gesloten worden.Zo is toch in kort tijdsbestek te zien hoe snel alle ontwikkelingen gaan. Zelf koop ik toch maar weer mijn brood bij de warme bakker in mijn woonplaats Naaldwijk. De ene keer bij de een de andere bij een andere. Een beetje zoals vroeger, allemaal moeten we tenslotte eten.Auteur: Jan Joop Veenman van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS