Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage uploaden op onze website. Wij zullen deze controleren en bij goedkeuring publiceren.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie

Filteren op datum:
        
Streekhistorie: Meten is weten! zondag 17 februari 2019 13:01

Streekhistorie: Meten is weten!

In 2019 wordt de sinds 1889 internationaal geldende definitie van 1 kilogram als meeteenheid voor massa gewijzigd. Dit gebeurt na een jarenlange studie. Ook vroeger was er ‘gedoe’ over; dorpen en steden hadden vaak hun eigen eenheden voor maten en gewichten. In 1809 werd bij Koninklijk Besluit het Metrieke Stelsel geïntroduceerd. Pas rond 1870 kwamen de nieuwe namen voor maten en gewichten in zwang, daarvoor was er niet overal eenheid in eenheden. Zo gebruikte men eind 18e eeuw in Den Briel als lengtemaat de roede met een lengte van 3,74 m. In Maassluis gebruikte men ook de roede, echter met een lengte van 3,796 m. In het hele land (en daarbuiten) gebruikte men verschillende namen en afmetingen voor maten, gewichten en volumes. Regelmatig moesten standaardgewichten en andere meetinstrumenten gecontroleerd worden. Omstreeks 1780 werden er in Maassluis en Delft opnieuw ijkingen verricht voor het vaststellen van de juistheid van de gebruikte ‘Maaten en Gewichten’. Daarbij betrokken was Jan Schim, burgemeester en gecommitteerde van de visserij in Maassluis. Hij was amateur wetenschapper en lid van het Departement des Oeconomische Taks, de voorloper van de huidige Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel. De restanten van het gebouw Varia en woningen aan de Wagenstraat gezien vanaf de Noorddijk na het bombardement van 18 maart 1943. Op de achtergrond de ruïne van de Noorderkerk.Mede door Jan Schim kon de Commissie van Delft melden dat men ‘in ’t byzonder het genoegen had, door den Heere Schim, in dit werk te zyn geadsisteerd’. Voorbeelden van het resultaat van de ijkingen, waaruit ook de complexiteit blijkt, zijn de volgende: ‘het Graan agtendeel houd in 1952½ Cubic duimen, drie van die agtendeelen maken een Zak, en 29 Delftsche Zakken een Last en de Stoopsmaat waar meede sterke dranken, Bier, Azyn en Oly verkogt worden, houd in 129½ Cubic duimen.’Voor Maassluis werden soortgelijke metingen verricht waarbij ook de afmetingen van de haringtonnen werden vastgesteld. Zo moet ‘de Tonne binnen het Kroos (de groef in de duigen van een vat, waarin de bodem moet passen) van Bodem tot Bodem hoog vyff en twintig duim, de wydte van buiten op den buik vyff en sestig duim’ zijn.De Bethelkerk van de Christelijke Gereformeerde Kerk Maassluis aan de Wagenstraat omstreeks 1971. De kerk werd op 28 juni 1957 in gebruik genomen.De invoering van het metrieke stelsel betekende dat men nieuwe gewichten en meetlatten moest aanschaffen. Niet iedereen stond te trappelen om aan de wet te voldoen. Er zijn meerdere voorbeelden van kooplieden, winkeliers en handelaren bij wie lange tijd nog de oude maten en gewichten werden aangetroffen. ‘Het is speelgoed voor de kinderen, ik gebruik ze niet’, zei men.Meer weten? In het boekje Historische Schetsen 69 van de Historische Vereniging Maassluis staat een uitgebreid verhaal over het meten en wegen in het Maassluis van toen. Boekje niet in uw bezit? Op de HVM Collectiebank – collecties – Historische Schetsen vindt u de digitale versie van alle boekjes, inclusief een aparte index. Auteur: Ineke Vink van de Historische Vereniging Maassluis
Lees meer
Streekhistorie: Een picknicktochtje naar Ter Heijde in 1890 zondag 10 februari 2019 09:09

Streekhistorie: Een picknicktochtje naar Ter Heijde in 1890

Op zondag 15 juni 1890 organiseerde de Delftsche Wielrijderclub P.I.M. een fietstochtje vanuit Delft naar Ter Heijde aan Zee. Van dit tochtje is verslag gedaan in het blad De Kampioen van de in 1883 opgerichte Algemene Nederlandsche Wielrijders-Bond, de ANWB. Dat nog steeds bestaande blad is tegenwoordig het grootste verenigingsblad van Nederland en de ANWB is heden ten dage een organisatie met meer dan 4 miljoen leden. Eind 19e eeuw was het een vereniging die zich uitsluitend bezighield met het bevorderen van het recreatieve fietsen. Een van hun activiteiten was het selecteren van Bondshotels, waar leden tegen een gereduceerd tarief konden dineren en overnachten. Er waren bij de hotels ook faciliteiten aanwezig om de fiets te repareren en de banden op te pompen. Hotel Overheijde in Monster was een voorbeeld van zo’n Bondshotel. De eerste fietsen verschenen in de loop van de 19e eeuw op de weg. Aanvankelijk waren dat loopfietsen. Rond 1870 ontstond een fiets met een hoog voorwiel en een klein achterwiel. De trappers zaten aan het voorwiel. Het was een hele kunst om daarop overeind te blijven. Nog iets later werden de eerste fietsen met kettingaandrijving ontwikkeld. Reparatie van een fiets bij een BondshotelOver de Delftsche Wielrijdersclub P.I.M., waarvan de leden dus kennelijk waren aangesloten bij de ANWB, is op internet niets terug te vinden. Ook is niet bekend waar de afkorting P.I.M. voor staat. Volgens het verslag in De Kampioen was de tocht naar Ter Heijde pas de derde officiële fietstocht van de club en was de club pas vier weken oud. Het doel was een ‘pic-nic’ te houden in de duinen nabij het dorp. De verwachtingen dat het een echte picknick zou kunnen worden waren echter laaggespannen. Daarvoor waren er volgens de schrijver van het verslag te weinig dames in het gezelschap aanwezig. Met andere woorden: het sprak kennelijk vanzelfsprekend dat het een taak van de dames zou zijn om dit deel van het evenement te verzorgen. Het weer was niet al te best die zondagmorgen, maar tegen de verwachting in kwam er op het afgesproken vertrektijdstip toch een achttal rijders opdagen van de 18 leden die de club inmiddels telde. Na een kwartiertje wachten kwamen er nog 6 leden opdagen en werd het sein voor vertrek gegeven. Onderweg pikte men nog een viertal leden op en was het gezelschap compleet: 16 heren en 2 dames. Onderweg hield het al snel op met regenen en kwam de zon door. Men had, ondanks het geringe aantal dames, toch zo veel etenswaren meegenomen dat het vervoer ervan ‘wel eenigszins lastig was’. Dat gold vooral voor een van de beide dames die achterop een tandem een zware mand met etenswaren meesjouwde. Nadat dit probleem was opgelost, reed men onder ‘vrolijken kout en zonder ongelukken’ door Wateringen, Kwintsheul en Monster. Daar kreeg men wat oponthoud doordat er een hek, dat midden voor een steeg geplaatst was, dicht zat. Alle drie- en vierwielers moesten er volgens de schrijver overheen getild worden. Men reed dus kennelijk niet alleen op tweewielers! Eenmaal in Ter Heijde aangekomen had men veel bekijks van de plaatselijke bevolking. Nadat alle ‘machines’ waren tegen de ‘onhebbelijk gladde en steile duinen’ waren opgesjouwd, kon de picknick beginnen. Een van de dames had zelfs gebakjes gemaakt met de naam P.I.M. erop. Het schijnt een vrolijke boel geweest te zijn. Een van de leden gebruikte zijn ‘signaalhoorn’ om eruit te drinken. Bondshotel Overheijde in de Choorstraat in Monster aan het begon van de 20ste eeuwOp de terugweg naar Delft werd nog een keer ‘aangelegd’ en werd de Bondsmarsch gezongen. Van dit lied bestaat een brochure met als titel ‘Wielrijderslied. Opgedragen aan den ANWB’. De tekst is van J.D.C. van Dokkum en de muziek van J.J. Koopman. Rond vier uur arriveerde men weer in Delft. De verslaglegger brengt aan het eind van zijn verslag nog een woord van hulde aan de twee hoornblazers in het gezelschap die de tocht hadden opgevrolijkt door zich onderweg van tijd tot tijd te laten horen. Het tweetal had ook goede diensten bewezen bij het handhaven van de orde en ze hadden in Ter Heijde vanaf een hoog duin het signaal om te vertrekken geblazen. De schrijver spreekt tot slot van zijn verslag de wens uit dat die zomer nog vele van dergelijke tochten voor P.I.M. zouden mogen opleveren. wielrijderslied ANWB Auteur: Leo van den Ende van de Historische Werkgroep Oud-Monster
Lees meer
Streekhistorie: Meer dan honderd buitenverblijven in het Westland zondag 3 februari 2019 09:09

Streekhistorie: Meer dan honderd buitenverblijven in het Westland

Buitenplaatsen speelden in het Westland eeuwenlang een belangrijke rol. Vanaf het begin van de Gouden Eeuw tot ver in de negentiende eeuw waren er in de hele streek meer dan honderd buitenverblijven te vinden van welgestelde stedelingen uit omringende plaatsen als Delft en Den Haag. Onlangs verscheen onder verantwoordelijkheid van het Genootschap Oud Westland het boek Buitenplaatsen in het Westland. Het eerste boek is tijdens een bijeenkomst in de Naaldwijkse Ontmoetingskerk door eindredacteur Martin van den Broeke overhandigd aan wethouder Piet Vreugdenhil van de gemeente Westland. Volgens Van den Broeke is de relatie tussen de tuinbouw en de buitenplaatsen in het Westland nog nooit zo gedetailleerd beschreven. Vreugdenhil benadrukte het belang van het behoud van de buitenplaatsen. ,,Het Westland is het hart van de tuinbouw in Nederland en wereldwijd’’, zei Vreugdenhil. ,,In de tuinbouw in het Westland wordt ontzettend veel geld verdiend. Is de tuinbouw de oorzaak van het verdwijnen van de buitenplaatsen? Dat gevoel bekroop mij tijdens het lezen van het boek. Er is een kaalslag geweest. Het is jammer dat slot Honselersdijk er niet meer is. Wat zou er van het Westland zijn geworden als het slot er nog zou staan?’’ Versailles van NederlandHet Huis Honselersdijk is een begrip in het Westland. Het door stadhouder Frederik Hendrik vanaf 1621 gebouwde slot was vanwege zijn luister bekend in heel Europa. Van het slot resteert slechts een bijgebouw. Het hoofdgebouw is in 1815 afgebroken. Kunsthistoricus René Dessing, die opgroeide aan de Dijkweg in Honselersdijk, hield een lezing over Slot Honselersdijk, dat in de 17de eeuw het Versailles van Nederland werd genoemd. ,,Buitenlanders, die het Hof in den Haag bezochten, kwamen altijd naar het slot Honselersdijk om van alles te genieten’’. Bij de bouw van het slot waren belangrijke architecten betrokken zoals Jacob van Campen en Pieter Post. De bouw verliep niet zonder problemen. Omdat de grond te zwak was, kon geen hoog gebouw worden gerealiseerd. Na de dood van de koning-stadhouder Willem III kwam het slot in handen van De Pruisische koning. In deze tijd begon het verval, die leidde tot de sloop van een deel van de Nederhof. Het slot verloor de symmetrie van het bouwplan. Het werd het begin van het einde. SloopHet lot van Huis Honselersdijk is illustratief voor veel buitenverblijven in het Westland. In 1799 werd Patijnenburg gesloopt. In dezelfde tijd moest ook buitenverblijf Sion het veld ruimen. Meer recentelijk vielen de voormalige landhuizen Ouwendijk aan de Naaldwijkseweg in ’s-Gravenzande (1984) en Vreeburg naast de Dorpskerk in ’s-Gravenzande (1991) ten prooi aan de sloophamer. Enkele buitenverblijven zijn bewaard gebleven zoals Broekzicht aan de Dijkweg in Honselersdijk, de Hofboerderij en Suijdervelt in Wateringen, Op Hodenpijl bij Schipluiden en Sarijnenhove in de Zuidbuurt, thans gemeente Vlaardingen. In het landschap is weinig behouden. De oplettende bezoeker herkent hier en daar nog een hek, een sloot of een verkavelingspatroon dat herinnert aan een vroeger buitenverblijf en ook in namen van wegen, straten en wijken komen we verwijzingen tegen naar de voormalige lustoorden. De buitenplaatsen in het Westland hebben buiten deze regio niet de aandacht gekregen die ze verdienen. Dit boek wil daarin verandering brengen. Westlandse buitenplaatsen beschrijft het ontstaan en de verdwijning van deze buitenverblijven in het Westland. Ook geeft het een antwoord op de vraag welke rol zij gespeeld hebben in de ontwikkeling van de tuinbouw in deze streek. Tot slot bevat het uitgebreide beschrijvingen van achttien buitenplaatsen, die gezamenlijk een beeld geven van de rijkdom van het buitenleven in het Westland. Het rijk geïllustreerde boek Westlandse buitenplaatsen is gedrukt in een oplage van duizend exemplaren. Het is verkrijgbaar in de boekhandel en het Westlands Museum.Auteur: Frank de Klerk van Genootschap Oud Westland
Lees meer
Streekhistorie: Twee bijzondere schilderijen van de ’s-Gravenzandse familie De Fremery maandag 28 januari 2019 09:09

Streekhistorie: Twee bijzondere schilderijen van de ’s-Gravenzandse familie De Fremery

Op een internetveiling in de Verenigde Staten werden twee schilderijen aangeboden van Casparus de Fremery (1775-1853) en Ursula Hortensia Sprecher de Bernegg (1772-1842). Dit waren de ouders van Jacobus Petrus de Fremery, geboren in 1800. Jacobus de Fremery werd in 1824 eerst notaris en later burgemeester in ’s-Gravenzande. Bij zijn aanstelling in 1824 kocht hij de buitenplaats Ouwendijk aan de Naaldwijkseweg in ’s-Gravenzande om daar met zijn gezin te gaan wonen. In 1826 werd op Ouwendijk zijn zoon Jacobus geboren die door de familie Co werd genoemd maar zich later James ging noemen. Dat zal te maken hebben gehad met het feit dat hij al op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten (VS) (van Amerika) trok om daar in zaken te gaan. Op 21-jarige leeftijd trad hij in dienst van de firma Herckenrath & Van Damme die een vestiging hadden in New York. Hij kwam echter nog regelmatig terug in Nederland en dan verbleef hij op Ouwendijk. In 1853 trouwde hij met Virginie Theresa Herckenrath, dochter van Leon Herckenrath, die burgemeester was van Monster. Leon Herckenrath was ook zakenman en was mede-eigenaar van de firma Herckenrath & Van Damme die zaken deed in de VS. Schilderij Casparus de FremerySchilderij Ursula Hortensia Sprecher de BerneggBeide welgestelde families hadden een verzameling familieportretten. Deze verzamelingen werden door het echtpaar De Fremery-Herckenrath samengevoegd en opgehangen in het woonhuis van de buitenplaats Ouwendijk. De twee hierboven genoemde portretten waren onderdeel van die verzameling en hingen ook in Ouwendijk. Het is niet bekend wie de schilderijen van Caspar de Fremery en zijn vrouw vervaardigd heeft, op de schilderijen zijn geen signeringen aangetroffen. Het vermoeden bestaat echter, op basis van een catalogus uit 1942, dat ze geschilderd zijn door Johan Friedrich August Tischbein (1750-1812), telg uit een geslacht van bekende Duitse schilders. Hij was in zijn tijd een beroemd portretschilder. buitenplaats Ouwendijk in ’s-Gravenzande, afgebroken 1983In het laatste kwart van de 19de eeuw emigreerde James de Fremery met zijn vrouw Virginie Herckenrath naar de VS. De samengevoegde kunstverzameling met familieportretten werd door het echtpaar meegenomen naar de VS. James overleed hier in 1899, de verzameling familieportretten bleef echter bij elkaar en vererfde op zijn oudste zoon James Leon. De collectie hing in het woonhuis op hun landgoed The Grove in Oakland. Het was een bijzonder rijke collectie van ruim 50 schilderijen, die een periode van bijna drie eeuwen besloeg, vervaardigd door gerenommeerde schilders. James Leon de Fremery overleed in 1911, waarna zijn weduwe de collectie in bruikleen gaf aan het Golden Gate Museum in San Francisco. James de FremeryDoor financiële tegenslag die ontstond tijdens de crisisjaren na 1930 was de familie De Fremery gedwongen het grootste deel van de schilderijencollectie te belenen. Dit was gedaan door de kleinzoon van James, Paul William de Fremery. Na diens plotselinge dood in 1942 liet de firma die de collectie had beleend de schilderijen veilen zonder eerst in overleg te treden met de familie. Door deze veiling viel de schilderijencollectie De Fremery-Herckenrath uiteen en raakte verspreid door de VS. Virginie HerckenrathIn de 21ste eeuw was het wereldwijde web, het internet, zo goed ontwikkeld, dat je op veel plekken in de wereld allerlei zaken kon opzoeken. Zo kwam men achter het bestaan van zaken waar men geen weet van had en kon men ook redelijk eenvoudig spullen kopen bij bedrijven of instellingen die geen vestiging in Nederland hebben. Instellingen als Ebay, maar ook websites van veilinghuizen leverden zo een schat aan gegevens op over voorwerpen die in Nederland helemaal niet meer bekend waren. Het speuren op sites van veilinghuizen kon zo tot verrassende ontdekkingen van kunstwerken leiden. Zo kreeg het Westlands Museum in 2007 een schilderij te koop aangeboden door een kunsthandelaar, dit portret van Alida Herckenrath-Milius, was in 1836 geschilderd door Jan Willem Pieneman. Deze kunsthandelaar had dit schilderij gekocht via een internetveiling in de VS. Dat schilderij hebben we toen met steun van Fonds Westland kunnen aankopen. Sinds die tijd zijn verschillende mensen, waaronder Leo van den Ende en Maarten van der Schaft, ook regelmatig veilingsites in de VS gaan afspeuren op kunst met een Westlands onderwerp, en met name naar kunst die ooit onderdeel was van de verzameling De Fremery-Herckenrath. van de familie De Fremery in de VS In 2015 vonden we zo een schilderij terug van Leon Herckenrath, ook geschilderd door J.W. Pieneman en in 2017 een schilderij van Frans Herckenrath. Ook deze schilderijen konden we met hulp van de cultuurfondsen Loswal de Bonnen en Fonds Westland aankopen. Onlangs, eind 2018, werden er weer twee schilderijen uit de Fremery-Herckenrathcollectie gevonden op een internetveiling in de VS. Dit waren de hierboven genoemde schilderijen van het echtpaar Casper de Fremery en zijn vrouw. Ook nu lukte het weer om die schilderijen met steun van Fonds Westland aan te kopen, waardoor we inmiddels ongeveer 10% van de collectie De Fremery-Herckenrath terug hebben in het Westland. We hopen in de toekomst nog meer exemplaren van deze verzameling terug te vinden.Auteur: Ton Immerzeel, Conservator bij het Westlands Museum
Lees meer
Audio Streekhistorie: Van Tol leverde eerste DAF-je in het Westland maandag 21 januari 2019 09:09

Streekhistorie: Van Tol leverde eerste DAF-je in het Westland

Tinus van Tol was schipper. Zijn zoons Jan en Wim van Tol startten een transportbedrijf met oude legertrucks. Gevestigd bij de veiling Poeldijk. Daar hadden ze ook een kantoortje. De zaken gingen goed. Begin jaren ’50 had het bedrijf een wagenpark van meer dan tien vrachtwagens. De gebroeders van Tol hadden een prachtige Borgward Isabella (zie foto), waar ze heel zuinig op waren. Als een chauffeur eerder terugkeerde van een rit dan verwacht dan kreeg hij van een van de broers vaak de vraag om de Borgward even te wassen. En het kwam ook voor dat een andere chauffeur later die dag dezelfde vraag kreeg van de andere broer. Het wagenpark van transportbedrijf Van Tol (veiling Poeldijk) De vrachtwagens en aanhangwagens moesten iedere 10.000 km worden doorgesmeerd en om zelf in die behoefte te voorzien werd eind jaren ’50 besloten aan de Jan Barendselaan een eigen garage te laten bouwen. En al tijdens de bouw van die garage besloten de gebroeders van Tol ook maar meteen DAF-dealer te worden.Mei 1959: "Het eerste DAF-je, produkt van Nederlandse auto-industrie, is zaterdag met muziek voorop het Westland binnengereden. En alsof het de intocht van een beroemd autocoureur betrof zo reed burgemeester Wouters van Monster achter de harmonievereniging Pius X aan, Poeldijk binnen"."De eerste die in onze streek een DAF-personenwagen zal bezitten is een Westlandse verpleegster, woonachtig in Monster. Zij zal echter nog even geduld moeten hebben want het wagentje van zaterdag is bestemd voor demonstraties. Dealer voor het Westland van deze eerste Nederlandse personenauto is de firma Gebr. van Tol in Poeldijk." (krant de Westlander 15 mei 1959) De garage was nog niet af. Van Tol maakte gebruik van een noodgebouw aan de Slachthuiskade. In december 1959 was het dan zover. De garage werd geopend door burgemeester Wouters. "Burgemeester Wouters vond het een knappe prestatie van de heer van Tol, dat deze, in een gebied, dat opgeslokt wordt door het glas, een dergelijk garagebedrijf kon oprichten. Met het gereedkomen van deze DAF-garage wordt in een grote behoefte voorzien, want ook de tuinders gaan met de moderne tijd mee" (krant De Westlander 4 december 1959).Als officiele openingshandeling reed burgemeester Wouters met een DAF-je door een gespannen lint. Van de toespraken tijdens de opening is een geluidsopname bewaard gebleven. U hoort resp. de ceremoniemeester, burgemeester Wouters, dhr. Homan (namens de DAF-fabrieken), dhr. Kooi (namens ESSO) en dhr. Wim van Tol. In de geluidsopname horen we Wim van Tol vertellen hoe enthousiast hij is over de DAF. Het DAF-je bevalt hem zo goed dat hij er, zo vertelt hij, liever in rijdt dan in zijn dierbare Borgward. “Laat mijn broer daar maar in rijden”. Er kwam in 1959 niet alleen een garage, maar ook een benzinestation. In de krant van juni 1959 adverteerden de gebroeders van Tol. Ze zochten personeel. Marcel van Elswijk weet het nog. "Je hoefde bij van Tol niet zelf te tanken. Dat deden Jan Kok en Janus Kok voor je. 49 cent (23 eurocent) per liter (1962). En tweetakt voor je brommer, zelf mengen."De aanhangwagens van het transportbedrijf werden doorgesmeerd en vervolgens vaak door een pickup-DAFje naar de veiling getrokken. Ze konden net genoeg snelheid maken om over de bult bij de Nieuweweg te komen. Er reed nog weinig verkeer in die tijd.De aanhangwagens van het transportbedrijf werden doorgesmeerd en vervolgens vaak door een pickup-DAFje naar de veiling getrokken. Ze konden net genoeg snelheid maken om over de bult bij de Nieuweweg te komen. Er reed nog weinig verkeer in die tijd.Eerste DAF-bestelautoCarrosseriebouwer Van Beurden in De Lier kreeg een zeer bijzondere opdracht kreeg van het garagebedrijf van Tol in Poeldijk. Op een goeie dag kon van Tol weer een DAF-autootje afleveren aan een kruidenier in Poeldijk. Maar die zei er bij dat het een bestelauto moest zijn. "Komt voor elkaar zei van Tol en ging praten met Piet van Beurden in De Lier, het kwam toen ook inderdaad keurig voor elkaar en van Beurden met zijn beide zoons zijn er met garagehouder van Tol nog steeds trots op dat zij de eerste DAF-bestelauto op de weg hebben gebracht". (krant De Westlander 18 juli 1969).Rond 1965 werd het bedrijf van de gebroeders van Tol gesplitst. Jan van Tol nam het transportbedrijf onder zijn hoede en Wim van Tol ontfermde zich over de garage en het inmiddels florerende ESSO-benzinestation. Het transportbedrijf is begin jaren ’70 opgegaan in transportbedrijf Van Geest. In 1974 is het benzinestation grondig verbouwd naar een self-servicestation. Bij de bouw van de garage, hebben Wim en Riet van Tol een huis aan de garage vast gebouwd. Dit huis mocht volgens de regels van toen niet te hoog worden en is daarom een soort bungalow geworden. Het huis staat er nog steeds en daar woont op dit moment Hans (jongste zoon van Wim). De garage is, toen de bedrijfsvoering veranderde, verkocht aan Nadorp, die er een drukkerij hield. Later, in de jaren 90, is de garage gedeeltelijk weer terug gehuurd om een autowasstraat en twee zelfwasboxen te realiseren, een van de eerste in Westland. Auteur: Jan Buskes van het Historisch Archief Westland Foto’s en geluidsopname van Hans van Tol en Kelly van Rijn-van Tol
Lees meer
Streekhistorie: Oud 's-Gravenzande wordt vereniging maandag 14 januari 2019 09:09

Streekhistorie: Oud 's-Gravenzande wordt vereniging

De Historische Werkgroep Oud ‘s-Gravenzande is opgericht in 1975 op initiatief van de destijds bekende streekhistoricus M.C.M. van Adrichem. Hij had zich ten doel gesteld om in elk Westlands dorp een werkgroep op te richten die een studie zou maken van de plaatselijke historie. Burgemeester Van Prooijen stelde als tijdelijke behuizing het voormalige B.B- gebouwtje aan de Gravenstraat daarvoor beschikbaar, dat ook in gebruik was bij de vrijwillige brandweer. Tijdens de oprichtingsvergadering, waarvoor ongeveer 30 ’s-Gravenzanders met bijzondere historische interesse waren uitgenodigd, werd de rijke historie van ’s-Gravenzande geschetst en konden de aanwezigen een onderwerp uitkiezen dat zij zouden gaan bestuderen. In het begin werden de bijenkomsten van de werkgroep om beurten bij de leden thuis gehouden. Later toen er foto’s , dia’s, kaart- en ander materiaal over ’s-Gravenzande verzameld was werden de maandelijkse bijeenkomsten om praktische redenen op een vast adres bij een werkgroeplid gehouden. Al snel werden er allerlei activiteiten georganiseerd, zoals een maandelijks historisch spreekuur in de bibliotheek, fietstochten met uitleg langs historische plekken en stands op de braderie e.d. In de loop der tijd werden met toestemming van de Provinciaal archeoloog opgravingen gedaan bijvoorbeeld in 1979/1980 bij het nieuwe gemeentehuis in aanbouw. Ook op andere plekken in ’s-Gravenzande werd steeds in overleg met deze archeoloog opgegraven. In de hal van het in 1981 geopende gemeentehuis werd door de gemeente een vitrine geplaatst waarin de werkgroep archeologische vondsten ten toon stelde. In de loop der tijd heeft de werkgroep het nodige op historisch gebied van ’s-Gravenzande gepubliceerd. Vanaf het begin heeft de werkgroep veel historisch materiaal over de rijke geschiedenis van ’s-Gravenzande verzameld uit allerlei boeken, geschriften en archieven. Deze kennis werd op verzoek van het gemeentebestuur bijeengebracht in het boek genaamd ” ‘s-Gravenzande in verleden en heden” waarvan het eerste exemplaar bij de opening van het nieuwe gemeentehuis werd aangeboden aan de commissaris van de Koningin van de provincie Zuid-Holland. Dit boek voorzag in een grote behoefte omdat er tot die tijd eigenlijk geen alles omvattende beschrijving van de geschiedenis van ’s-Gravenzande was. De historisch werkgroep ontving daarvoor in het jaar 1983 de gemeentelijke cultuurprijs. Verder werd onder andere een historisch artikel over brand in de middeleeuwen geschreven voor het boekje ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van de vrijwillige brandweer van ‘s-Gravenzande.Detail van centrum van ’s-Gravenzande, zoals dat er in 1566 uitzag, uit het Kaartboek van de Regulieren met de kerk, het gasthuis en het bagijnhof (foto Nationaal Archief).Een van de werkgroepleden was gefascineerd door de bemoeienis door de graven uit het Hollandse huis met ’s-Gravenzande. Daaruit ontstond een uitgebreide studie over het leven van gravin Machteld de echtgenote van graaf Floris IV en wat zij voor ’s-Gravenzande betekende. Dit leidde tot een foto-expositie in de bibliotheek en ook o.a. in het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. De door haar opgestelde uitgebreide levensbeschrijving van de gravin verscheen in 1988 in het eerste deel van het Historisch Jaarboek van het Genootschap Oud Westland. In 1990 werd bij de herdenking van de bevrijding een grote foto-expositie gehouden in de bibliotheek en kwam het boekje “Stad binnen de vesting” uit dat ging over ’s-Gravenzande in WO II. Daarvoor werd veel archiefonderzoek verricht en werden interviews o.a. met leden van het voormalig verzet gehouden. Later in 1996 bij het herdenken van 750 jaar ’s-Gravenzande stelde de werkgroep een boekje samen “’s-Gravenzande door de eeuwen heen” met grepen uit de belangwekkende ’s-Gravenzandse stadsgeschiedenis en een zogenaamde kopieermap over de plaatselijke geschiedenis voor de hoogste leerjaren van het basisonderwijs. Verder werden nog geschreven het boekje “Negentig jaar vereniging Evangelische Unie ’s-Gravenzande en P.R.Dingemans van de Kasteele” en een gedenkboekje ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Sint Lambertuskerk aan de Heenweg. Ook werd een foto-expositie samengesteld over de middeleeuwse kerk van ’s-Gravenzande die in de Dorpskerk werd opgesteld. Bij de opening van het bezoekerscentrum “D Oude Koestal” werd een expositie gehouden over de historie van het Staelduinse bos.Opgraving Bagijnhof en de buitenplaats VreeburchIn 1999 en 2000 heeft de werkgroep in samenwerking met de Archeologische Werkgemeenschap Nederland en met medewerking van de gemeente ’s-Gravenzande een grote opgraving georganiseerd aan de Vreeburghlaan en het achterliggende veilingterrein naar de buitenplaats Vreeburch en het Bagijnhof. Gevonden werd de fundering van een deel van de buitenplaats en een middeleeuwse kelder die waarschijnlijk nog aan het bagijnhof had toebehoord. Ook van de bagijnen is veel aardewerk gevonden en zelfs nog schoeisel. Later werkte de werkgroep samen met de afdeling archeologie van Den Haag aan een opgraving van het daarachter gelegen kloosterterrein van de Regulieren van ’s-Gravenzande. Ook daar werden zeer interessante vondsten gedaan, met name de vondst van de resten van een middeleeuwse kloosterling.Aardewerkvondsten van het middeleeuwse BagijnhofIn de loop der tijd werden op verzoek geregeld dia-lezingen gehouden over een groot aantal onderwerpen, zoals de prehistorie, het ontstaan van ’s-Gravenzande, het leven van gravin Machteld, de geschiedenis van ’s-Gravenzande door de eeuwen heen, het Staelduin en omgeving, het leven van burgemeester Dingemans van de Kasteele, de ’s-Gravenzandse buitenplaatsen, ’s-Gravenzande in de 2e WO en ook veel gevraagd “’s-Gravenzande in oude ansichtkaarten” waarin een rondgang door ’s-Gravenzande in de loop van de 19e eeuw werd getoond. Ook werden een groot aantal items over ’s-Gravenzandse historische onderwerpen gemaakt samen met de Stichting Video- en JournaalGroep ’s-Gravenzande (VJG TV Producties) die o.a. op de WOS werden getoond en ook via RITV (Regionale Internet Televisie) nog bekeken kunnen worden. Ook werd meegewerkt aan het organiseren van Monumentendagen.Na 45 jaar bestaat de werkgroep door allerlei oorzaken nog maar uit enkele leden, maar er wordt nog wel flink gewerkt aan de ’s-Gravenzandse geschiedenis. Zo werd de laatste jaren o.a veel energie gestoken in het bestuderen van het Notarieel Archief van ’s-Gravenzande in het Historisch Archief Westland. Er zijn interessante uittreksels uit dit notarieel gemaakt m.b.t. belangrijke objecten uit de periode 1800 tot 1900. Wij als werkgroepleden zijn blij dat er nu initiatieven zijn gekomen voor het oprichten van een historische vereniging in ‘s-Gravenzande. Een vereniging heeft juridisch een bredere basis als een werkgroep en ook wel andere doelstellingen. Wij zullen de initiatiefnemers dan ook van harte steunen en met raad en daad bijstaan. De door ons in de loop der tijd opgedane kennis over de rijke historie van ’s-Gravenzande, in al zijn facetten, zullen wij daarbij inbrengen. De komende tijd zullen de initiatiefnemers de publiciteit zoeken en zult u meer lezen over de “Vereniging Oud ‘s-Gravenzande in oprichting”. Belangstellenden kunnen zich nu al melden via het mailadres: oudsgravenzande@hotmail.com Auteur: Jan Dahmeijer van Vereniging Oud ’s-Gravenzande i.o.
Lees meer
Streekhistorie: Ontstaansgeschiedenis omgeving Delft woensdag 9 januari 2019 11:11

Streekhistorie: Ontstaansgeschiedenis omgeving Delft

Wat was er eerst de stad of het platteland? In de omgeving van de latere stad Delft was er eerst sprake van een grafelijke hof, de Hof van Delft, waar vanuit de ontginning van het platteland werd georganiseerd. Een hof was een agrarisch bezitscomplex van de graaf. Er zijn er vele geweest. De kern van de grafelijke hof bij Delft lag op de plaats waar later het klooster Koningsveld tussen de Rotterdamseweg en de Delf (Schie) werd gesticht. De graaf betrok al vroeg andere instellingen bij het ontginningswerk, zoals de Domkerk van Utrecht, die gewijd was aan Sint Maarten. Deze instelling verkreeg mogelijk reeds in de tiende eeuw het gebied St. Maartensrecht, gelegen tussen de Gaag in Schipluiden en de Schie. Op het meest westelijke puntje van dit bezit werd later kasteel Keenenburg gebouwd. De abdij van Egmond ontving in de elfde eeuw stroken grond ten oosten en westen van de Delf, de latere Schie (Abtsrecht) en de abdij van Rijnsburg verkreeg in de twaalfde eeuw een gebied ten oosten van de Schie (Vrouwenrecht), dat ter hoogte van Ackersdijk was gelegen. Na de overstromingen in 1134-1135 en 1163 werden door de graaf ook particulieren bij de aanleg van het cultuurlandschap betrokken. Dit waren enerzijds vertrouwelingen, bevriende edelen, anderzijds werden er ook lokale grondgebruikers ingezet. Dit gebeurde in Woud-Harnasch (in het stroomgebied van de Lee) en in Vrijenban (stroken grond ten westen en oosten van de latere stad Delft en het gebied Ruiven (ten oosten van de Schie).kaart: Ambachten rond Delft omstreeks 1400Ontstaan van DelftDoor de toename van de agrarische bedrijvigheid rond de grafelijke Hof van Delft groeide de noodzaak van een marktplaats. Niet ver van de grafelijk hof ontstond in het begin van de dertiende eeuw een tweede grafelijke kern, rond het latere stadhuis op de Markt. Hier vestigden zich handelaren. Op 15 april 1246 kreeg deze kern, die met de naam Delft werd aangeduid, van de graaf stadsrechten. Wie zich na die datum in de stad vestigde en poorter wilde worden, moest daarvoor betalen en de eed van trouw afleggen aan de stad. Een poorter genoot overal in het graafschap vrijheid van tol voor zaken die hij de stad wilde in- of uitvoeren. Alleen poorters hadden in het vervolg het recht om op de weekmarkt te staan. Deze voorrechten gaven de stedelingen een voorsprong op handelsgebied ten opzichte van de bewoners van het platteland. De stad lette sterk op het gebruik van de juiste maten (inhoud en gewicht). De komst van de stad, gelegen aan een belangrijke binnenvaartroute, was gunstig voor het omringende platteland. De boeren konden hun agrarische producten aan handelende poorters leveren, en in ruil hiervoor kochten ze in de stad nijverheidsproducten. Deze wisselwerking tussen stad en platteland heeft tot ver in de twintigste eeuw bestaan.Kort voor 1350 vonden er in meerdere steden, waaronder in Delft, stadsuitbreidingen plaats. Dit is een aanwijzing voor de bloei van handel en nijverheid, maar ook van het machtstreven van steden. De nieuwe stedelijke bevolking was voor een deel afkomstig zijn van het platteland. Omstreeks 1368 woonde er zo’n 235.000 personen in het graafschap Holland, waarvan zo’n 172.500 (ruim 73%) op het platteland. Anderhalve eeuw later woonde er zo’n 275.000 mensen in het graafschap, waaronder ruim 54% op het platteland. De verstedelijking is duidelijk toegenomen.foto: Rond 1500 is de kerk van ’t Woudt vergroot en de toren verhoogd. De belangrijkste reden hiervoor was de toename van de bevolking. Foto: Quendoline Kunz.Demografische crisisIn 1369 was er een ernstige demografische crisis op zowel het platteland als in de steden. Deze crisis werd veroorzaakt door een uitbraak van de pest, die naar schatting zo’n 30% van de bevolking heeft weggevaagd. Door de combinatie van enkele bronnen kan gereconstrueerd worden wat het effect van deze epidemie op de bevolking van Woud-Harnasch was. Uit een register met de opgave van het aantal gezinshoofden in 1369 kan worden afgeleid, dat er toen ongeveer 90 personen in dit gebied woonde. Een opgave uit 1371 levert een plaatselijke bevolking van 52 personen op, waaruit een teruggang van 38 personen ofwel ruim een derde kan worden afgeleid. Dit is heftig. Of dit cijfer alleen bepaald is door de pest valt te betwijfelen. Ze ziekte sloeg vooral toe in steden, waardoor hier een gebrek aan arbeidskrachten ontstond. Ongetwijfeld zullen er bewoners van Woud-Harnasch naar de stad getrokken zijn. Overigens valt het vertrek van de bevolking in Woud-Harnasch ook af te leiden uit het aantal verlaten woonplaatsen. De kerk van ’t Woudt had vanwege het geringe aantal parochianen van ca. 1370 tot ca. 1473 geen eigen pastoor. In 1514 bedroeg de bevolking van Woud-Harnasch en ’t Woudt zo’n 130 personen en was er geen sprake meer van crisis. De vergroting van de kerk van ’t Woudt, omstreeks 1500, heeft te maken met de groei van het aantal inwoners.Auteur: Jacques Moerman, Historische Vereniging Oud-Schipluiden
Lees meer
Streekhistorie: Kwintsheul was even 'wereldnieuws' maandag 31 december 2018 10:10

Streekhistorie: Kwintsheul was even 'wereldnieuws'

Bij het Historisch Archief Westland in Naaldwijk kwam de vraag binnen of men iets wist van een ongeluk met een luchtballon dat in Kwintsheul had plaatsgevonden. Er zouden ook twee leden van het Koninklijk Huis bij betrokken zijn. Men dook in oude kranten en ontdekte dat er in 1932 inderdaad een ballon in Kwintsheul een noodlanding heeft gemaakt! Met behulp van die stukjes die in die week na de landing in verschillende kranten stonden is nu (voor zover mogelijk) een reconstructie gemaakt. Het is 1932, al in het begin van december zakt de temperatuur mede door de harde oostenwind tot onder nul. Dit houdt dagen lang aan en er kan dan ook al snel op natuurijs geschaatst worden. Op zondag 10 december omstreeks negen uur 's ochtends stijgt er in Düsseldorf (Duitsland) een luchtballon op met de naam "Stadt Düsseldorf". Het ligt in de bedoeling een vlucht naar België te maken, maar dat liep anders!Artikel Westlandsche Courant 14 december 1932 In de mand bevonden zich vier mannen, waarvan er twee hun eerste vlucht maakten. De andere twee waren ervaren ballonvaarders. De heer Pfeffer had de leiding, hij was de "Führer". De "Unterführer" (letterlijk verslag) was dr. Karl Münck. De twee nieuwelingen waren Otto Gaumnitz en Theo Jansen. Negen keer eerder was er met deze ballon gevaren en er waren nooit eerder problemen geweest. Men was ook al vaker in Nederland zonder moeilijkheden geland. Maar de tiende vaart zou niet goed aflopen…Door de harde wind kwam men nog wel over Limburg (ze hebben de Rijn en de Maas gezien) maar daarna dreven ze richting Nederland. Kort na twaalf uur waren ze boven Den Hoorn en zagen ze de Noordzee! De mannen raakte enigszins in paniek, want met die koude oostenwind en temperatuur rond het vriespunt was dat niet de meest ideale plaats om te landen.Het huis aan de Bovendijk 55 zoals het nu is. Waarschijnlijk woonde hier Jac. Hanemaaijerwaar het ongeluk in de tuin gebeurde.Men gooide een aantal zakken zand over boord, iets wat tegen alle regels van de ballonvaart ingaat. Je hoort los zand of water overboord te gooien. Maar gelukkig ging dat nog goed, bij de eerste poging te ankeren lukte dat niet maar maakten ze wel schade aan het elektrische net. Ook de volgende poging was niet direct succesvol. Door de vorst van de laatste dagen was de grond zo hard dat het anker geen grip kreeg. Vanaf hier lopen de berichten uiteen.In de Westlandsche Courant wordt vermeld dat ze eerst bij Raaphorst achter het voetbalterrein de grond raken. Daar zou Otto Gaumnitz al uit de mand geslingerd zijn. Terwijl hij aan de mand hing en onmogelijk door zijn medepassagiers gered kon worden, werd hij ongeveer 40 meter over de steenharde grond meegesleurd. Dat ging via het spruitenveld van J. Vijverberg tot het land van J. Hanemaaijer. Doordat het anker in een greppel bleef steken kwam de mand eindelijk tot stilstand. Daarbij was de klap zo groot dat de overige drie inzittende zich ook verwonden. De gewonde Otto is bij de bewoners van Bovendijk 55 (de familie Hanemaaijer) binnengebracht.De heer dr. Karl Münck, een van de andere passagiers van de ballon was arts maar had geen verbandtrommel bij zich en kon daardoor niets doen… Daarom is dokter Hoogwater uit Wateringen er bij gehaald voor de eerste medische hulp evenals de pastoor van Kwintsheul die inmiddels ook ter plaatse was. Piet Lipman van VIOS brengt het slachtoffer met zijn ambulance naar het Westeinde ziekenhuis in Den Haag. De gemeentepolitie met de rijksveldwachter stelde een onderzoek in. Er werd beslag gelegd op de ballon en de instrumenten.De drie anderen die ook wel enig letsel hadden opgelopen mochten nog niet terug naar huis in verband met het onderzoek. Later in de middag mochten ze onder politiebegeleiding een bezoek brengen aan het ziekenhuis maar de patiënt was niet bij kennis.Zondagavond kregen ze hun spullen zoals de ballon en bijbehoren, weer terug. Na onderzoek was er geen mankement aan ontdekt en ook het vliegbrevet was in orde. Het was inmiddels te laat om nog naar huis af te reizen dus men overnachtte in hotel Terminus in Den Haag. Dat hotel stond recht tegenover het station Hollands Spoor en is in 1982 gesloopt. Verslag uit de Sumatra PostDan de tweede lezing die in de Sumatra Post van woensdag 28 december 1932 staat. Het begin is hetzelfde als in de Westlandsche Courant, maar dan schrijft men dat de ballon zeer snel daalde en al erg laag was toen het anker op de hard bevroren grond kwam. Door die schok vloog de heer Gaumnitz uit het schuitje. Hij viel wel van zo’n 8 à 10 meter hoog. Hij bleef bloedend op de grond liggen en was buiten kennis. Toen de mand even daarna op de grond neerkwam was die klap zo hard dat de andere drie inzittenden ook gewond raakten.Halve kaart van Nederland met de vliegroute in pijlenDeze krant haalt ook een ooggetuige aan die tegen De Telegraaf zijn verhaal vertelde. Dat was de heer Hardonk uit Wassenaar. Hij reed met zijn wagen in Wateringen toen hij boven de polder een grote ballon zag die zichtbaar snel daalde. Hij zette zijn auto in Kwintsheul langs de weg en zag dat ze het anker uitgooiden dat door de hard bevroren grond geen grip kreeg. Maar toen het anker toch grip kreeg was de schok zo groot dat de heer Gaumnitz uit het schuitje viel. Hij viel van een hoogte van acht à tien meter op de bevroren grond, en bleef daar bloedend en buiten kennis liggen. De heer Hardonk ging via het ijs op de sloot het veld in en ook de bewoners van het huis langs de Bovendijk snelden er naar toe. "Ik zag", zo vertelde de heer Hardonk, "dat de man die gevallen was er erg slecht aan toe was en waarschuwde de pastoor van Kwintsheul, die hem de laatste sacramenten toediende."Men heeft de zwaargewonde man in het huis van Jac. Hanemaaijer gedragen. Hardonk reed ook nog naar Wateringen om de politie te waarschuwen. Met een ziekenwagen van VIOS-Autobusdienst is het slachtoffer naar het R.K. Ziekenhuis aan het Westeinde gebracht. Daar werd geconstateerd dat hij een schedelbreuk had, en men vreesde voor zijn leven.Nadat de politie de ballon vrijgaf is de balloncommandant Hauptmann Erwin Pfeffer, een zeer bekend Duitse oorlogsvlieger uit Düsseldorf, nog tot zondagavond acht uur bezig om de ballon te bergen en in te pakken voor de terugzending naar Düsseldorf. Pas daarna had hij gelegenheid om de journalist te woord te staan. Dat geschiedde in hotel Terminus in Den Haag. Daar hebben de drie de nacht doorgebracht.Artikel De Westlander 16 december 1932Dr. Karl Münch had bij de landing zijn hoofd zodanig gestoten tegen de bevroren grond en was direct naar zijn hotelkamer gegaan met de nadrukkelijke boodschap dat hij zich te ziek voelde om nog gestoord te worden. Zo troffen ze in de lounge van het hotel alleen de heren Pfeffer, met een grote pleister op zijn hoofd, en Theo Janssen aan, die ook een bloederige schram op zijn voorhoofd had. ''Een gevaarlijke tocht, Herr Führer?"   "Had feitelijk niets te betekenen", was het antwoord. "En de ongelukken dan?" "Als Gaumnitz zich goed had vastgehouden, was er niets gebeurd", zegt de commandant. Toen de mand met enige vaart over de grond sleepte en daardoor schuin hing, viel hij er uit en bezeerde zich door de snelheid op de harde grond ernstig. Wij zijn er alle drie uitgestegen toen de vaart verminderd was en hebben slechts enkele schrammen opgelopen." "Wanneer ging u uit Düsseldorf?" "Hedenmorgen om negen uur stegen wij met de ballon 'Düsseldorf' op. Het was een zuiver sportieve tocht, zoals wij zo dikwijls bij goed weer op zondag ondernemen. Wij zijn meermalen in Nederland geland, zonder ooit een ernstig ongeval te hebben meegemaakt. Dit is het eerste incident, dat mij sinds de oorlogsjaren 1914-1918 overkomt. Wij dreven vanmorgen op een hoogte van 300 meter in N.W. richting over Limburg, en passeerden de Maas en de Rijn." "Het was prachtig, zonnig weer daar boven. In het geheel niet koud. Het zal ongeveer twaalf uur vanmiddag geweest zijn toen we de Noordzee in de verte zagen opdoemen. Wij ontwaarden Den Haag. Het werd tijd om naar beneden te gaan en we besloten in de gemeente Wateringen te landen. Wij lieten gas ontsnappen en waren weldra boven een geschikt landingsterrein. Eerst moesten wij nog ballast uitgooien om een paar minder gunstige punten te ontgaan. Maar daarop verliep alles goed. Met enige snelheid begon de mand over de grond te slepen en alles zou vrij goed verlopen zijn als ook de heer Gaumnitz zich stevig had vastgehouden." "Viel hij dan niet op enige hoogte uit de mand, zoals beweerd werd?" "Absoluut niet", verzekerde Herr Pfeffer met nadruk. "Trouwens hoe zou dit ook gekund hebben. De mand van de ballon reikt tot borsthoogte der luchtvaarders, men kan er dus eenvoudig niet uitvallen, zolang de mand recht hangt. Bij het slepen over de grond kwam zij echter in scheve positie, waardoor het voor de inzittende niet gemakkelijk werd. De ballon zelf, die 1680 m3 inhoud heeft, is in het geheel niet beschadigd en is nu naar Düsseldorf teruggezonden."Over de medewerking der politie en bevolking van Wateringen was de balloncommandant zeer te spreken. Men had hem alle hulp geboden die nodig was. Maandagmorgen vroeg gaan de drie luchtvaarders naar Duitsland terug. Tot zover de lezing van de Sumatra Post van woensdag 28 december 1932. Het doet niet erg sympathiek aan zoals de verantwoordelijkheid van het ongeval geheel bij het slachtoffer gelegd wordt, hij had zich vast moeten houden…. In de avond van dinsdag 13 december om haf tien overlijdt Otto Felix Gaumnitz in het ziekenhuis St. Johannes de Deo in Den Haag. Hij was geboren in Dresden en werkte en woonde in Düsseldorf als handelsreiziger. Hij is 28 jaar geworden. Zijn moeder was vanuit Duitsland overgekomen. Woensdag is zijn stoffelijk overschot naar zijn geboorteplaats Dresden in Duitsland overgebracht.Overlijdensakte Otto Felix GaumnitzDit is het verslag van het ballonongeluk in Kwintsheul. Het was groot nieuws en het bracht heel wat mensen op de been. Volgens de krant kwamen er ondanks de snijdende oostenwind veel mensen tot laat in de middag naar de Bovendijk.In alle landelijke kranten stond er wel een stukje over. Blijft de vraag: door welke oorzaak is de ballon over een afstand van 240 km ongeveer 200 km naar het noorden afgebogen (afstand tussen Kwintheul en bijvoorbeeld Brussel)? Kwamen ze in een stevige noordwestelijke stroming terecht of was de navigatie niet correct? We komen er niet achter. Mochten er mensen zijn die meer weten over deze ongelukkige ballonvaart, laat het ons weten.Auteur: C.M.G. van Leeuwen-de Vette van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer
Streekhistorie: Stoere burgervaders maandag 24 december 2018 10:10

Streekhistorie: Stoere burgervaders

Op 18 december is Bouke Arends benoemd en beëdigd tot burgemeester van gemeente Westland. In 2017 kwam hij in het nieuws vanwege serieuze bedreigingen waardoor hij moest onderduiken. Dat burgemeester geen veilig beroep is, heeft ook Jacob van der Goes in 1854 ondervonden. Daarover gaat dit artikel. Arends is in 1966 geboren in Zuidbarge in Drenthe en was al op 21-jarige leeftijd lid van de gemeenteraad van Emmen. Vanaf 2010 is hij wethouder en in 2017 ook waarnemend burgemeester. In januari is Arends in die rol verantwoordelijk voor de sluiting van het clubhuis van motorclub No Surrender in Emmen. Hierna ontvangt hij serieuze bedreigingen. Hoewel hij niet van plan was om hiervoor te buigen, heeft hij op dringend advies van de hoofdofficier van justitie toch drie weken ondergedoken gezeten in Engeland. “Het voelde als een vlucht, alsof iemand anders heeft gewonnen. Het was een periode van boosheid, frustratie, een periode ook waarin de adrenaline door mijn lichaam gierde.”Grondwet – 5 juli 1854In 1854 heeft een andere burgervader ook met bedreigingen te maken gehad. De aanleiding was het afschaffen van de jaarlijkse kermis in Naaldwijk. Jacob Adriaan van der Goes (geboren op 4 juli 1808 in Ravenstein in Noord-Brabant) was in 1851 gekozen tot burgemeester van de gemeente Naaldwijk. Burgemeesterswoning van J.A. van der Goes in Honselersdijk, in 1851 gekocht op naam van zijn echtgenote E.M.A.F. de Jonge van Zwijnsbergen. Deze foto is rond 1900 genomen. Foto: HAW Van der Goes was op dat moment secretaris en ontvanger bij de gemeente Monster. De gegoede burgers van Naaldwijk moeten zich gepasseerd hebben gevoeld omdat er een burgemeester ‘van buiten’ benoemd werd. De reden van zijn aanstelling kan zijn geweest dat hij als ex-zeeofficier orde en discipline hoog in het vaandel had. Vanwege gezondheidsredenen heeft hij de marine moeten verlaten, maar dat hij er wel profijt van zijn opleiding heeft gehad, blijkt uit het onderstaande verhaal: Regen, wind een knetterende onweersbuien teisteren het Westland als op 23 september 1853 in Honselersdijk een groep kermisgangers beschonken langs de straten trekt. Ze joelen en schreeuwen en er spelen zich voor de nette burgerij ‘ergerlijke tonelen’ af. Het is zelfs zo erg, dat een aantal vooraanstaande Naaldwijkers het gemeentebestuur vraagt om de kermis in Naaldwijk en Honselersdijk te verbieden. Raadsbesluit van 26 oktober 1853Burgemeester Van der Goes is het daarmee eens, maar voorziet dat een andere deel van de bevolking het wel eens niet zo makkelijk zal pikken. Hij treedt daarom in overleg met zijn collegae uit de buurtgemeenten en slaagt erin om eenzelfde maatregel in het hele Westland ingevoerd te krijgen. Groninger Courant – 20 december 1853Naarmate de datum van de eerstvolgende kermis in Naaldwijk nadert, neemt het rumoer op straat gestaag toe. Vooral ’s avonds is het een drukte van belang. De herbergen worden platgelopen. Er wordt overvloedig geschonken en gedronken. De burgemeester heeft slecht twee agenten, een nachtwaker en twee extra rijksveldwachters tot zijn beschikking. Als het sluitingsuur van de herbergen aanbreekt, geeft Van der Goes de agenten de opdracht op controle uit te gaan en zo nodig cafés te ontruimen.Raadhuis van Naaldwijk met op de achtergrond hotel Torenburg. 1895. Foto: HAWRecht tegenover het raadhuis staat de herberg Jan van der Waal – het latere hotel Torenburg. Overal gaat men gedwee naar buiten, maar bij deze herberg stuiten de agenten op verzet. De bezoekers weigeren de herberg te verlaten. De agenten dreigen zelfs onder de voet gelopen te worden en trekken zich terug. Een kritiek moment waarop de burgemeester heeft gewacht. Met de ambtsketen om en een geladen pistool op zak, gaat hij alleen naar binnen en verzoekt de aanwezigen de herberg te verlaten. Schorvoeten wordt hieraan gehoor gegeven. Maar de laatste is nog niet vertrokken of het volk komt in opstand. Men begint zich op te dringen, terwijl de wildste kreten worden geuit. Ze willen weer naar binnen. De burgemeester begrijpt dat hij de toestand nu meester moet zien te blijven en gaat breeduit voor de deur staan. Maar men blijft zich roeren en enkele raddraaiers hebben het zelfs op zijn ambtsketen gemunt. Hij weet ze echter met enkele welgerichte vuistslagen uit te schakelen. Als een van de muiters driegt een vuurpot naar de burgemeester te gooien, grijpt deze zijn pistool en dreigt de eerste de beste die hem nadert neer te kunnen schieten. De beschonken massa trekt zich terug en de agenten sluiten de herberg. IJlings te hulp geroepen militairen hebben daarna een einde gemaakt aan de relletjes en de grootste raddraaiers opgepakt. Dit verhaal is gebaseerd op het boek Uit de geschiedenis van het Westland van J.G. de Ridder. Of Van der Goes werkelijk een pistool getrokken heeft kunnen we niet achterhalen, maar dat hij zijn mannetje stond is wel aannemelijk.Jacob Adriaan van der Goes (1808-1881) Foto: HAWJ.A. van der Goes is dertig jaar burgemeester van Naaldwijk geweest en in dezelfde periode ook twee keer van De Lier. Klik hier voor de lijst met alle burgemeesters. Auteur: Jolanda Faber van de Historische Vereniging Naaldwijk Honselersdijk
Lees meer
Streekhistorie: Truus Wijsmuller-Meijer en de Kindertransporten maandag 17 december 2018 10:10

Streekhistorie: Truus Wijsmuller-Meijer en de Kindertransporten

Op 2 december j.l. werd in diverse landen herdacht dat 80 jaar geleden het eerste Kindertransport in Engeland aankwam. Ook in Hoek van Holland werd hierbij stilgestaan. Er werd in samenwerking met leerlingen van de Rijckevorselschool een kleine ceremonie bij het Kindermonument aan de Koningin Emmaboulevard gehouden. Veel mensen kennen dit prachtige monument, maar hoe kwamen die transporten nou tot stand? Na de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938 gaat in Groot-Brittannië een delegatie van Joodse leiders naar minister-president Chamberlain om hem om hulp te vragen met het redden van Joodse kinderen uit Duitsland, Polen, Tsjechoslowakije en Oostenrijk. Er wordt de volgende dag over gedebatteerd in het Britse Lagerhuis en men besluit dat er kinderen naar Groot-Brittannië mogen komen, onder diverse voorwaarden. Zo mogen er geen ouders meekomen, mogen de kinderen niet ouder zijn dan 17 jaar, en mogen ze maar 1 koffer meenemen. Hierin mogen geen waardevolle spullen zitten en per kind mag er hooguit 10 Reichsmark meegegeven worden. Veel van deze kinderen zullen over Hoek van Holland naar Engeland reizen. Er wordt een heel netwerk van vrijwilligers opgezet in bovengenoemde landen, evenals Nederland en Engeland. Vanuit Nederland is de bankiersvrouw Truus Wijsmuller-Meijer een belangrijke spil in het geheel.Truus Wijsmuller bij de onthulling van standbeeld in 1965. Foto NL-HaNA_2.24.01.03_0_918-2071Al vanaf 1933 helpt ze het Bijzondere Comité voor Joodse Belangen met het naar Nederland halen van joodse volwassenen en kinderen, voornamelijk familieleden en vrienden van Hollandse joden. Eén van de eerste groepen die ze begeleidt is georganiseerd door joodse leiders in Duitsland en vindt plaats van 1 op 2 december 1938. Dit bestaat uit kinderen die dakloos zijn geworden nadat hun weeshuis in brand is gestoken, nog voor de Kristallnacht. Zij vinden onderdak in Amsterdam. Er vindt tegelijkertijd nog een transport, los hiervan, plaats van 200 kinderen. Dit waren o.a. jonge jongens die in kampen hadden gezeten, of het risico liepen opgepakt te worden, of waarvan de vader al in een kamp zat. Dit transport was eveneens door Joodse organisaties in Berlijn en Hamburg georganiseerd. Het was dit transport dat op 2 december herdacht werd.De kinderen van het transport van 1 december 1938 staan in de vertrekhal in Hoek van Holland te wachten tot ze de boot op kunnen. Afbeelding Wiener Library Photo Archive WL47Truus Wijsmuller is net terug in Amsterdam als ze uitgenodigd wordt om bij het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen te komen praten. Daar wordt ze voorgesteld aan Norman Bentwich, die de Britse Council for German Jewry vertegenwoordigt en in die hoedanigheid verantwoordelijk is voor de emigratie van Joden uit Duitsland. Het lukt hem niet om van de Duitse autoriteiten toestemming voor de emigratie van de kinderen te krijgen, dus men verzoekt haar om in Wenen te gaan praten met Adolf Eichmann, om officiële toestemming te verkrijgen voor de transporten. Eichmann is verantwoordelijk voor het verstrekken van uitreispapieren van Joden (en wordt na de oorlog bekend als 'architect van de Holocaust'). Eichmann zit in een grote zaal, op een podium, met een herdershond naast zich. Hij staat niet op om haar de hand te schudden en snauwt haar toe dat hij niet gewend is om met vrouwen te onderhandelen. O dat is jammer, zegt ze, en gaat zitten. Hij zegt dat ze op moet donderen., maar ze blijft zitten. Hij vraagt haar of ze officiële papieren heeft uit Engeland (die heeft ze niet) schijnt met een felle lamp op haar en vraagt haar dan haar handschoenen uit te trekken, haar schoenen ook, ze moet zelfs haar rokken boven de knie op tillen. Ze vind hem een viezerd. Wat ze niet weet is dat hij beweerd dat hij door middel van een quasi-wetenschappelijke methode aan haar vingers, tenen, plooitjes bij de ogen, aan het neusbeen en de aan de oren kan zien of ze Joods of Arisch is. Maar Truus Wijsmuller is voor de duvel niet bang, laat staan voor de Nazi’s, en ze laat zich dan ook niet van haar stuk brengen, hoewel ze het wel vreemd vindt. Eichmann zegt hoofdschuddend: ‘so reinarisch un dann so verrückt’**. Hij vindt het eigenlijk allemaal wel grappig: ‘Na schön, machen wir ‘nen Witz’** en zegt tegen haar dat ze 600 kinderen mee mag nemen, die dan op zaterdag weg moeten (het is een maandag als dit gesprek plaatsvindt). Als ze dit kan regelen, dan mag ze meer kinderen helpen. Eichmann denkt natuurlijk dat dit haar nooit op zo’n korte termijn zal lukken, en ook de Joden te kunnen pesten door hun kinderen op de Joodse sabbat te laten reizen. Maar Truus Wijsmuller krijgt het wel voor elkaar. Engeland laat 500 vluchtelingetjes toe, de andere 100 worden in Den Haag opgevangen. Ze regelt met de Havenmeester van de Hoek, Gerrit Quint, dat de kinderen met de boot mee kunnen zodra ze in de Hoek aankomen. Het eerste transport van de 10.000 komt op deze zondag, 11 december 1938, aan in Hoek van Holland. Er staan voor de 100 kinderen die niet mee kunnen bussen klaar om ze naar Den Haag te vervoeren. In het boek over Truus Wijsmuller en haar werk, “Geen Tijd Voor Tranen door” L. Vroonland, staat: “Alles klopte in Den Haag en de Hoek. Ze zegt er niet veel over. Ze zegt niets over de vrouw die op de kade stond toen de Praag langzaam wegvoer, ze zegt niets over de vrouw die daar stond te wuiven naar dat schip met die lege reling: het was hartstikke koud, zegt ze een beetje ruw. De kinderen waren meteen in bed gestopt, maar ze wuifde het toch na, dat schip waarop haar kinderen veilig waren.”Ansichtkaart van de Prague. Collectie Henk van der LugtHierna volgen de transporten elkaar in rap tempo op en per keer gaan er 150 kinderen mee, Engeland wil voortaan transporten die niet groter zijn dan 150 kinderen. Dat is ook makkelijker voor de Joodse organisaties die zo’n transport in een paar dagen klaar moeten maken, en voor de boot die de kinderen in de gewone lijndienst meeneemt. In december zijn er al 4 transporten per week. In Nederland worden de treinen net over de grens opgewacht door vrouwen die klaar staan met limonade en maaltijden, snoep en speelgoed. Ook in de Hoek worden de kinderen opgewacht door vrouwen van diverse comité’s. De treinen hebben wel eens vertraging, en komen dan eigenlijk te laat voor de boot. Vaak wacht deze wel een paar uur, zo zegt Truus Wijsmuller in het boek ‘Geen Tijd Voor Tranen’ ‘[…] tot grote woede van de gewone passagiers, want dat waren in die spannende maanden alleen maar zakenlieden en die hadden afspraken in Londen’. De bekende Hoekse Miep Jansen-van Vugt herinnert zich hoe haar vader Marinus, die bij de boot werkte, op een dag thuiskomt met de tranen in de ogen. Haar moeder vraagt wat er aan de hand is en hij zegt: ‘wat ik nu gezien heb…een heleboel Joodse kinderen zijn met de trein meegekomen en met de boot nu onderweg naar Engeland’. Er zaten kinderen bij in reiswiegjes, net twee weken oud. Tante Truus, zoals ze door de kinderen genoemd wordt, zegt over o.a. de kruiers in Hoek van Holland: ‘ […] de kruiers die de kinderen op hun arm of hun schouder de loopplank van de boot opdroegen, hebben me altijd ontroerd; ik weet zeker dat al die duizenden kinderen van mijn transporten het zo hebben gevoeld: dit is een andere wereld–hier wonen goede mensen’. Op 3 september verklaart Engeland de oorlog aan Duitsland, nadat deze Polen is binnengevallen. Hiermee stopt de bootverbinding tussen Nederland en Engeland. Er zijn op dat moment 10.000 kinderen gered.Leerlingen van de Rijckevorselschool bij het Kindermonument op 2 december j.l. Foto Annelies VisserAuteur: Mirjam Visser van het Historisch Genootschap Hoek van HollandDit is een ingekorte versie van van een artikel dat ik schreef over Truus Wijsmuller en hoe de Kindertransporten tot stand kwamen. Het hele verhaal is hier te lezen.
Lees meer
Streekhistorie: Sinterklaas in de wijnhandel maandag 10 december 2018 09:09

Streekhistorie: Sinterklaas in de wijnhandel

Sinterklaas heeft pasgeleden met zijn medewerkers enkele weken prettig vertoefd in een historisch pand in de oude binnenstad van Maassluis. Het Sinterklaashuis is een huis met geschiedenis, er valt veel te vertellen over Nieuwstraat 2. Het huis ligt op een belangrijke historische plek, aan de voet van de Wateringse Sluis. Mede op deze plek is Maassluis ontstaan rond 1334. Bij het eind van de Zuidvliet vormde zich al gauw een overslagplaats voor goederen en op de Markt werd handelgedreven. Het is dus niet verwonderlijk dat men hier in het hart van het dorp wilde wonen. In en rond de huizen daar werd altijd handel gedreven. Aan het eind van de Zuidvliet, bij de Boelhouwersbrug, stond het patriciërshuis. Hier werd altijd handel gedreven.BrouwerijIn de 18e eeuw was er een enorme stedelijke groei in Maassluis en werden er veel huizen gebouwd. Vanaf 1735 tot 1923 is het huis in bezit geweest van de familie Van der Lely die er een brouwerij had en handelde in wijn en gedestilleerd. Ary van der Lely kocht het in 1735 en liet het geboortejaar van zijn zoon Jacob, 1731, op de daklijst van de zijgevel zetten. Dit was overigens ook het jaar van zijn huwelijk. Tot 1976 is het jaartal zichtbaar geweest. Hij liet het huis verbouwen tot het patriciërshuis dat wij nu kennen, met een voorhuis, een binnenplaats en een L-vormig achterhuis. Deze structuur is nog steeds herkenbaar. Het voorhuis is hoog en imposant. Aan de zijkant is nog een klein stukje kade, nu afgeschermd met een stevig hek. Dat hek was er vroeger niet en de kade liep door tot de achterkant van het achterhuis. De kade en de deurtjes aan de zij- en achterkant werden gebruikt voor de aan- en afvoer van de vaten wijn. Zoon Jacob en kleinzoon Ary erven respectievelijk het huis en leven van de wijnhandel. Achterkleinzoon Jacobus Cornelis van der Lely (1820-1871), erft op zijn beurt het huis in 1856. Hij is behalve grossier in wijnen en gedestilleerd ook eigenaar van de Touwfabriek, notaris en enige tijd burgemeester van Maassluis. Zijn zoon Jacobus is de vijfde generatie wijnkoopman in het pand. De hoge imposante gevel van het voorhuis met het natuurstenen basement.NatuursteenEr is in de loop van de eeuwen veel verbouwd aan en in het pand. De voorgevel van het voorhuis is ooit vervangen. Het is zichtbaar aan afwijkende kleur van het metselwerk en aan de bouwsporen in het metselwerk. De aansluiting van de zijgevel op voorgevel is niet origineel, er zijn afgehakte stenen zichtbaar en het metselwerk is zichtbaar hersteld. In het classicisme was een evenwichtige, symmetrische indeling van de gevel belangrijk, zowel verticaal als horizontaal. Alhoewel de zijgevel van het achterhuis ook een symmetrische vensterindeling heeft, is dit bij de voorgevel veel opvallender. De vensters hebben dezelfde maatvoering en zijn recht boven elkaar geplaatst. Ook de tussenliggende, gemetselde penanten (muurdammen) hebben dezelfde breedte. De horizontale indeling is bedoeld om de functie van de woonlagen aan te geven. Op de begane grond bevindt zich het basement ofwel souterrain. Omdat de eigenaar wilde laten zien dat het een belangrijk gebouw was, werd het basement voorzien van een natuurstenen bekleding. Hier bevonden zich de ruimtes van het personeel, de keuken en hier was waarschijnlijk ook een opslagruimte van wijnvaten. De bovenliggende verdiepingen waren voor de familie van de heer des huizes. Op de 1e verdieping waren de woonruimtes en deze wordt de bel-etage genoemd. De slaapvertrekken waren op de 2e verdieping. Op het stucplafond van de erkerkamer is naast allerlei plantmotieven ook een luchtballon te zien. Boven een deur zijn in stucwerk engeltjes (putti) bezig met wijn maken.LuchtballonEen belangrijke toevoeging is de karakteristieke erker met erkerkamer aan de zijgevel van het achterhuis, bedoeld om indruk te maken. Men kon in deze kamer gasten ontvangen en met hen de stad bekijken. Het stucwerk heeft voorstellingen die bol staan van de symboliek met allerlei verwijzingen naar de wijnhandel. Boven de deur zijn blote engeltjes in de weer met een wijnglas, het persen van druiven en een wijnvaatje waaruit wijn stroomt. Op het stucplafond is tussen de planten en wijnmotieven merkwaardig genoeg ook een luchtballon te zien! Ook is er een afbeelding in stucwerk van een cornucopia, ofwel een hoorn des overvloeds. In de Romeinse oudheid was dit een attribuut van Fortuna (Romeinse godin van het lot, het geluk of het ongeluk) en een symbool van onuitputtelijke overvloed. Het wordt vaak weergegeven als een geitenhoorn waaruit fruit en andere verfrissingen eindeloos blijven stromen.Van Linschoten in zijn slijterij in het souterrain van Nieuwstraat 2.Het huis op tvNa bijna twee eeuwen in bezit te zijn geweest van de familie Van der Lely, gaat het pand Nieuwstraat 2 in 1926 over in eigendom naar de heer Janssen. Tot 1960 zet hij de slijterij in het souterrain voort. Hierna is het Van Linschoten die de wijnhandel tot 1986 voortzet. Het huis heeft daarna vele bestemmingen gehad. Sinds de landelijke intocht van Sinterklaas in Maassluis in 2016, is het souterrain enkele weken per jaar het onderkomen van Sinterklaas in Maassluis. Het huis was in dat jaar regelmatig op tv te zien in het jeugdjournaal.Meer weten? In het boekje Historische Schetsen 73, dat de Historische Vereniging Maassluis in november 2018 heeft uitgegeven, staat een uitgebreid artikel over de geschiedenis van dit huis.
Lees meer

Meer Streekhistorie