Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie

Filteren op datum:
        
Streekhistorie: Grafelijke hoven in Holland zondag 16 februari 2020 12:12

Streekhistorie: Grafelijke hoven in Holland

Over de ontstaansgeschiedenis van Holland is niet zoveel bekend. Wat wij wel weten is dat de Hollandse graven hun gebied vanaf het einde van de 10e tot in de 13e eeuw vanuit hoven bestuurden en exploiteerden. Ook in het Westland, in 's-Gravenzande lag een dergelijk grafelijk hof. Over de ontstaansgeschiedenis van Holland is niet zoveel bekend. Wat wij wel weten is dat de Hollandse graven hun gebied vanaf het einde van de 10e tot in de 13e eeuw vanuit hoven bestuurden en exploiteerden. Ook in het Westland, in 's-Gravenzande lag een dergelijk grafelijk hof. Tijdens een lezing voor het Genootschap Oud Westland spraken de Vlaardingse stadsarcheoloog Tim de Ridder en de Leidse promovenda Middeleeuwse geschiedenis Roosje Peeters over grafelijke hoven in Holland. Wat moeten we ons voorstellen bij grafelijke hoven? Hoe functioneerden ze?Tim de Ridder werkt als stadsarcheoloog bij de gemeente Vlaardingen. Hij heeft onderzoek verricht naar het grafelijk hof in Vlaardingen. Roosje Peeters werkt als promovenda aan de Universiteit Leiden bij de sectie Middeleeuwse Geschiedenis. Zij doet onderzoek naar de grafelijke hoven in het huidige Zuid-Holland in de periode 900-1300. Daarbij kijkt zij ook naar het grootgrondbezit van de Hollandse graven en hoe deze hun hoven inzetten om hun macht uit te oefenen.Aanvankelijk lag het kustgebied van West-Nederland in de invloedssfeer van de Friezen. "Van de negende tot de elfde eeuw had het gebied te lijden van aanvallen en plunderingen door de Vikingen", zei De Ridder. In 885 vond de moord op de Viking Godfried plaats en kwam Gerulf aan de macht. Hij werd de stamvader van de Hollandse graven en zorgde voor de aanleg van zogenoemde ringwalburchten. Voorbeelden van dergelijke burchten zijn Den Burg op Texel, Egmond, Rijnsburg en Vlaardingen."Skeletten"In de zesde en zevende eeuw was er veel bewoning in het Rijnmondgebied en weinig in het Maasmondgebied. In 985 geeft de Duitse koning en leenheer Otto het Maasmondgebied aan graaf Dirk III van West-Friesland om een grootschalige ontginning van de moerasgebieden mogelijk te maken. In de tiende eeuw was er een klimaatverandering en werd het gebied droger. De versterking Vlaardingen groeide tot een zeer sterke burcht halverwege de elfde eeuw. Het aantal inwoners van Holland nam toe tot 85.000 in het jaar 1200. Waar komt die groei vandaan? In Vlaardingen is een begraafplaats uit de periode 1000-1050 onderzocht. Een aantal graven bevatte boomstamkisten met hout afkomstig van Vikingschepen gebouwd in Engeland. Van de skeletten waren er zes afkomstig uit Engeland. Dat wijst erop dat Holland duizend jaar geleden misschien al een migratieland was."Koningsoorkonden"Ik bestudeer schriftelijke bronnen over hoven en verwerk deze in een historisch geografisch informatiesysteem", zegt Peeters. "Het gaat mij om de overdracht van het grootgrondbezit zoals vastgelegd in de koningsoorkonden. De eerste oorkonde met een gift van bezittingen aan graaf Gerulf stamt uit 889. Daarnaast zijn er nog drie oorkonden uit de tiende eeuw. Het duurt tot 1300 eer de graven alle grond in bezit hadden.""De hoven waren grote boerderijen, centrale punten van waaruit het land werd bestuurd. Op het omliggende land werkten horige boeren in intensieve arbeidsdienst. Het model van de Karolingische hoven en abdijen was zeer gevarieerd. In de Hollandse veengebieden was het onmogelijk grootschalige landbouw op te zetten. Het is niet uitgesloten dat in Loosduinen, Maasland, De Lier, Naaldwijk grafelijke hoven waren. Bedoeling van het onderzoek is om tot een reconstructie van het systeem van hoven te komen. Dat leidt tot een beter inzicht in de machtsopbouw van de Hollandse graven."Roosje Peeters verricht nader onderzoek naar de hoven in het Westland en staat open voor suggesties uit het Westland.Auteur: Frank de Klerk van het Genootschap Oud-Westland
Lees meer
Streekhistorie: Hotel Verburgh maandag 10 februari 2020 13:01

Streekhistorie: Hotel Verburgh

Vele jaren is, als je het dorp Poeldijk binnenkwam, het Hotel Verburgh beeldbepalend voor het dorp geweest. Het was een fraai gebouw met een terras ervoor. Aan de andere kant van de weg een sierlijk veilinggebouw. Hoe kwam het hotel daar? Hieronder de voorgeschiedenis en het verdere wel en wee van het Hotel- Café Restaurant Verburgh. StationskoffiehuisDe voorgeschiedenis begint bij het voormalige Stationskoffiehuis dat stond aan de Nieuweweg in de toen scherpe bocht in de weg vlak bij het huidige kruispunt Voorstraat/Monsterseweg/ Nieuweweg. Het stond wel een paar honderd meter van het station af.Een van de eerste uitbaters vanaf eind 1800 was A. J. van Rest.(foto’s Anky de Kok www.poeldijk.net)Biljartwedstrijden, verenigingsvergaderingen, boelhuis, roerend en onroerend goed, aanbestedingen van bepaalde objecten en veiling van groente en tuinbouwproducten werden in het koffiehuis gehouden. Er werden vroege aardappelen, fruit zoals appelen, peren, alle soorten bessen (er waren veel boomgaarden) druiven, aardbeien en asperges geveild. De afdeling 'Westland van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw", voorloper van de Bond Westland, hielden er hun vergaderingen. In de zaal van het café werd zelfs een tentoonstelling van groenten en fruit gehouden. Na die tentoonstelling wilde het veilingbestuur een grotere ruimte Men dacht om een zaal aan het café te bouwen. Of moeten we elders een ruimte bouwen was de vraag. Het werd een gebouw elders: het eerste echte veilinggebouw nabij de Gantel aan de Nieuweweg. Dus aan weg en water voor de toekomst zeer belangrijk. Vanaf april 1901 was er driemaal per week veiling. Het café had door het vertrek van de handel wel een aderlating voor Van Rest en vroeg het bestuur om een tegemoetkoming in zijn inkomstenVolgens krantenberichten hebben na A. J. Van Rest, die in 1905 uit Poeldijk vertrekt, nog enkele andere eigenaren het café beheerd o a. L. v.d. Wurf en F. Klaverkamp.Omstreeks 1916 neemt F.A. van Bergenhenegouwen het cafe over. Frans van Bergenhenegouwen was koopman/kastelein. Zijn vrouw Marie (kasteleinsdochter uit Poeldijk) zal wel het meest de kastelein zijn geweest in het café. Frans van Bergenhenegouwen was ook koopman Het lijkt erop dat hij alles verkocht "wat los en vast zit". Hij was zeer actief in diverse verenigingen. Zo was hij in 1919 bij de oprichting van een "Westlandse vereniging van groenten- en fruitexporteurs" en vertegenwoordigde hij Poeldijk als bestuurslid. Hij was secretaris van de IJsvereniging van Poeldijk. Regelmatig werden in de winter biljardwedstrijden georganiseerd in het café. Van Bergenhenegouwen speelde dan ook mee. In oktober 1929 koopt de gemeente Monster de tuin 3 Ha groot van L. v.d. Klugt. Die tuin was gelegen tussen de Voorstraat, Leuningjes en Nieuweweg. Die tuin lag dus naast het stationskoffiehuis. Die tuin werd belangrijk voor Van Bergenhenegouwen. Nadat v.d. Klugt de tuin nog een jaar huurde, huurde Van Bergenhenegouwen de tuin tot 1940. Begin januari 1930 zijn er plannen tot reconstructie van een gedeelte van de Nieuweweg vanaf de kruising bij de in 1929 gebouwde veiling tot aan de Kastanjelaan/Dr. Weitjenslaan. De hele Nieuweweg, van de Kastanjelaan/Dr. Weitjenslaan tot op het kruispunt bij de Voorstraat/ Monsterseweg moet op de schop.(foto Anky de Kok www.poeldijk.net)De W.S.M. wil ook meer ruimte om te rangeren en ook een spoorrail voor een losplaats voor steenkool langs het water van de Nieuwevaart. Het stationskoffiehuis met diverse huizen zal moeten worden afgebroken omdat het in de weg staat. De scherpe hoek in de Nieuweweg zal dan een overzichtelijke bocht worden.Nieuw hotelVan Bergen Henegouwen vat het plan op om een nieuw hotel te laten bouwen. “Naar wij vernemen, zal door den heer Van Bergen Henegouwen op een terrein aan de Voorstraat een groot hotelbedrijf worden gesticht. Dit hotel zal naast verschillende logeerkamers o.m. een ruime restauratiezaal bevatten. Een flinke speeltuin komt achter het gebouw, terwijl aan de overzijde een tuin van 20 bij 30 m wordt aangelegd.” (25 april 1930)In de raadsvergadering van de Gemeente Monster werd op 12 september 1933 behandeld een verzoek van de Heer van Bergenhenegouwen om 1000 m² grond te mogen kopen van de tuin die hij huurde voor het bouwen van een hotel. B en W stellen voor f. 10 per meter. De raad gaat akkoord.In het plantsoen zal straks overgeplaatst worden het bekende standbeeld van pastoor Verburch, de grondlegger van de druivencultuur, en het is van den heer Van Bergen Henegouwen goed bedacht zijn cafe-restaurant den naam Verburch te geven.Een sieraad voor Poeldijk De grote benedenzaal, welke behalve een flink buffet ook een tooneel bevat, benevens een garderobe, waarboven een muziekloge, kan door middel van een harmonicawand in twee deelen worden gesplitst, zoodat het tooneel vrij komt. Er is een brandvrije cabine voor bioscoop, welke aan het gezicht is onttrokken. Langs de groote ruiten is buiten een luifel gebouwd, welke bij goed weer een gezellig zitje biedt. Hotel Verburch is een sieraad voor Poeldijk en het geheel Westland. In de eerste dagen na de opening zullen er veel bezoekers geweest zijn.Nieuwsgierigen, maar ook bezoekers van de bloemententoonstelling die op dat moment werd gehouden in de bloemenveiling van 14 t/m 18 augustus 1934.Poeldijk krijgt een bioscoopIn het hotel ging men ook films vertonen. Vergaderingen werden er gehouden zoals de woningbouwvereniging Eensgezindheid, bloembollenkwekers, of een vergadering van tuinders die gedupeerd werden doordat de sla niet verkocht werd. De Honselersdijkse Reciteervereniging O.K.K. gaf een uitvoering. Het huisorkest Verburch o.l.v. Jan Nat verzorgde de muzikale omlijsting. Later speelde een zoon en dochters van Bergenhenegouwen op die dansavonden en zij luisterden ook feestavonden op, zelfs buiten Poeldijk. Het hotel werd een geliefde plek voor het houden van feesten vergaderingen. Het Restaurant ontvangt 150 ouden van dagen uit IJsselmonde.Een demonstratie van het Mey-systeem, een waarschuwingssysteem voor politie en brandweer via de radiodistributie. Ontvangst Journalisten die door de W.S.M. waren uitgenodigd voor een rondrit met nieuwe bussen door het Westland. Bezoek van 300 Duitse vakantiegangers.En vergaderingen van VVV Monster/Poeldijk, de veiling en de ijsvereniging. De motorclub gebruikte het Hotel als clublokaal. De wereldcrisis gaat men in de tuinbouw voelen. Ook in het hotel. Het hotel had ook enige concurrentie van het Vincentiusgebouw ook daar werden vergaderingen gehouden en feestjes gevierd.Hotel Verburgh verzint leuke dingen om een bezoek aan het hotel aantrekkelijk te maken. Begin januari 1938 was de zaal van het hotel groots met Oranje versierd in afwachting van de blijde gebeurtenis op het paleis Soestdijk. Bruiloften en andere familiefeestjes werden er gevierd. Danslessen werden gegeven. Ook dansavonden met het huisorkest van Jan Nat.Zo geeft de Haagse Reisvereniging een feestavond in hotel Verburgh omdat het hotel er zich zo uitzonderlijk voor leent. Het Comité Auto en Boottochten voor gehandicapten uit Den Haag komt met zeer veel auto’s naar Hotel Verburgh voor een gezellig samenzijn met 180 personen. In oktober 1938 koopt F. van Bergenhenegouwen 328 m² grond achter het hotel voor de aanleg van een speeltuin. Een stuk grond van de tuin die hij huurde. De heer Lipman van de autobusonderneming V.I.O.S. geeft begin januari 1939 voor het personeel een feestavond in hotel Verburgh.In februari 1939 een zeer zware klap voor de familie Van Bergenhenegouwen. Mevrouw Marie van Bergenhenegouwen -Smit komt plotseling te overlijden. Bekend was dat zij toch wel de kastelein (zwaaibaas) van het café/ hotel was. Heel Poeldijk leefde met de familie mee, met het zo plotseling overlijden van Marie. 1939 oorlog in Europa. De economische crisis is ook nog niet voorbij. In de tuinbouw gaat het slecht mede ook dat veel gewassen bevroren zijn afgelopen winter. De Poeldijkse bloembollenkwekers vergaderen nog, maar de vereniging heft zich op. Dat alles zal zijn weerslag hebben op het horecagebeuren.Op 11 januari 1940 inspecteerde Prins Bernhard de in het Westland gelegen troepen en nam een parade af aan de Haagweg in Monster, waarna hij een lunch gebruikte in hotel Verburgh. Het trok veel belangstelling in Poeldijk toen hij daar aankwam met een aantal auto’s en zijn gevolg van officieren, commandanten. De kranten geven maar sporadisch bericht dat er ten tijde van de bezetting iets bijzonders te beleven valt in Hotel Verburgh. Er waren toch wel gasten, waaronder een tweede dokter die zich in Poeldijk vestigde: H. A. de Lange in Poeldijk en W. Scheer van de kistenfabriek (zijn huis werd gevorderd) door de Duitsers. Op een dag was er een grote Duitse militair kapel ter opluistering van een onderscheiding van een Duitse officier in het Hotel. Ik ben toen wezen kijken en vond het prachtig al die marsmuziek.Sporadisch vermeldden de kranten dat er nog vergaderingen werden gehouden. Een enkele keer werd gemeld dat de luchtbeschermingsdienst, de Boerenleenbank en een lustrumviering van de Westlandse Slagers Vereniging werd gehouden.Andere vergaderingen waren door de bezetter verboden. Sociale verenigingen moesten zich ontbinden. In 1946 komt het verhuren van vergaderruimte langzaam op gang. Vergadering van de oprichting van een Westlandse invalidenbond. In 1948/ 1949 vergaderingen van de groenteveiling. Bijeenkomsten van ouden van dagen, IJsclub, Wielerronde, Oranjevereniging en Receptie van Jan Barendse (70e verjaardag).Dan bijzonderheden uit 1950: Willem Scheer (van de Kistenfabriek) geeft in hotel Verburgh een receptie voor het 25-jarig jubileum van de fabriek en zijn gouden huwelijksfeest eind januari. Er is een feestavond van de Westlandse beroepsvervoerders eind februari.Op 12 mei 1950 een artikel in de krant dat het standbeeld van pastoor Verburgh verplaatst werd naar het plantsoen voor het hotel.In 1951: een voorlichtingsavond Steun Wettig Gezag. Jaarvergadering van de Veiling. Feestelijke opening van de Jan Barendselaan. Opheffing van de Oranjevereniging. Start van een cursus snijbloemen en potplanten.In 1952: 15 februari Na het defilé een koffietafel van de Westlandse Nationale Reserve.In mei 1952 neemt Jan Barendse afscheid als voorzitter in het veilingwezen in het Westland. Op 9 april 1953 werd hotel Verburgh opnieuw geopend door de nieuwe eigenaar: C. G. Oosterveer, hij kwam uit Voorburg. Er kwamen weer activiteiten in het hotel. Huwelijksfeesten, recepties voor jubilea, verenigingsvergaderingen en verkoopdemonstraties. Maar zeker ook: men kon er gewoon dineren, een lunch gebruiken of gezellig iets drinken. Regelmatig werden feestjes gegeven. Vergaderingen gehouden. Postgiro en een wasserij hielden er een personeelswervingsavond. Het veilingbestuur hield bijna altijd de vergadering in hotel Verburgh. In 1957 schreef de krant dat er ruim 200 leden aanwezig waren. In 1958 wisselt het Hotel weer van eigenaar. De heer van Hoorn neemt het hotel over. In mei 1959 werd de eerste Daf in Poeldijk gepresenteerd. Op de grens Wateringen/Poeldijk werd het Dafje, bestuurd door burgemeester Wouters met het muziekkorps Pius X voorop, naar Hotel Verburgh gereden. Er waren zeer veel belangstellendste op af gekomen.foto: Kelly van TolDe commissaris van de Koningin Mr. J. Klaasensz brengt op 8 december 1959 een werkbezoek aan de gemeente Monster t.g.v. het vertrek van burgemeester Wouters. Hij gebruikt de lunnch in Hotel Verburgh.Vanaf 18 mei tot 27 september 1960 is de op 20 mei geinstalleerde burgemeester A. J. Berends gast/loge in hotel Verburgh. Eigenaar van Hoorn opende op 2 juni 1960 een klein Motel achter het hotel. Na enige jaren van succes begint in hotel Verburgh in oktober weer een cursus spreken in het openbaar.Op 12-01-1962 is er een propaganda avond van het Genootschap Oud Westland. Sprekers zijn Dr. C. A.M. Holtkamp pr. en Deken v.d. Goes het onderwerp is "Pastoor Verburgh". En er worden damavonden georganiseerd. Er werd gespeeld in de bovenzaal.Chinees restaurantIn 1986 komt het hotel in Chinese handen. De familie Teh wil het hotel ombouwen tot Chinees restaurant.De letters “Hotel Verburgh” op de gevel zullen worden verwijderd en vervangen door vier grote Chinese tekens. Hotel Verburgh is Chinees-Indisch restaurant De Chinese muur geworden. Op een zomerse avond in juni 1986 wordt Poeldijk opgeschrikt door vuurwerk. Het nieuwe restaurant is geopend.De naam van het restaurant verandert enkele jaren later in Canton Paleis. Het restaurant is een wokrestaurant geworden waar de gasten voor een vast bedrag onbeperkt kunnen eten en drinken. Het restaurant sloot haar deuren in 2017.Op het raam naast de voordeur hing een oranje A-viertje met de tekst "Beste gasten. Wij zijn gesloten. Wegens hoge leeftijd. Bedanken voor uw vertrouwen van afgelopen jaren".Auteur: Ton van Lier van het Historisch Archief Westland
Lees meer
Streekhistorie: Een bijzondere 's-Gravenzander zondag 2 februari 2020 09:09

Streekhistorie: Een bijzondere 's-Gravenzander

Wekelijks wordt bij ons het huisvuil opgehaald en eens in de maand papier. Verder doen we aan afvalscheiding van glas, plastic en oude kleding en veel overbodige spullen gaan naar de recycling. Vroeger had men weinig afval, eigenlijk alleen kapotte flessen, gebroken aardewerk en de as van het haardvuur. Vaak ging dat in een afvalput of werd als bestrating gebruikt. Hout werd opgestookt en plantaardig en dierlijk afval ging op de afvalhoop op het erf. Bijna alles werd hergebruikt. In de 19e eeuw werd de as van het haardvuur opgehaald door een "aschman" zoals hierboven met zijn kar en ratel is afgebeeld. Deze prent met allerlei goede wensen staan op een pamflet, dat de 's-Gravenzandse asophaler Geerlof Haaring ter gelegenheid van nieuwjaar 1865 aan zijn klanten in het dorp overhandigde. De bedoeling was dat er dan wat geld gegeven werd als dank voor de in het afgelopen jaar bewezen diensten. Deze pamfletten bevatten een standaard afbeelding, tekst en gedicht en werden bedrukt met de naam van de plaatselijke asman. Geerlof Haaring was een man die alle 's-Gravenzanders kenden, hij overleed op 26 februari 1885. Hij was jarenlang in dienst van de gemeente en van de kerk (Ned. Hervormde Kerk). Hij leek een wat ruwe, onbeschaafde man maar van aard was hij goedhartig en hulpvaardig. Hij was bijna onvermoeibaar en overal inzetbaar. Van hem kon met recht gezegd worden dat hij een ruwe bolster was met een blanke pit. Geerlof had een groot aantal taken. Hij was onder andere belast met de straatreiniging in het dorp. Ook haalde hij een paar maal per week met zijn kar huis aan huis de as van het haardvuur op. In de winter moest hij aan de Vaart bijten in het ijs hakken om bij brand bluswater te hebben en strooide hij bij gladheid zand op de straten.Verder was hij waagmeester, hij woog de varkens van de tuinders in de stadswaag als ze verkocht werden. In het voorjaar werd hij ingeschakeld voor de schoonmaak, dan boende hij de gevels af en maakte de dakgoten van de huizen schoon. Ook was het zijn taak om regelmatig de beerputten bij de 's-Gravenzanders leeg te maken. De beer werd overgeschept in overdekte wagens, die vanwege de stankoverlast pas 's avonds na 10 uur door 's-Gravenzande mochten rijden! Op zondagen was hij al voor dag en dauw op. Voor de kerkdienst begon moest hij de straten rond de dorpskerk schoonvegen, de klok luiden en de kerkdeuren openen. 's Winters stak hij voor de avonddienst de verlichting in de kerk aan. Bij feestelijkheden hing hij de vlag van de toren van de dorpskerk. Nadat hij een hele dag gewerkt had was hij 's nachts nog vaak met zijn vishengel aan de waterkant te vinden.Er werd over hem de anekdote verteld dat, toen hij eens een keer ziek was, hij direct weer herstelde en aan de slag ging toen het bericht kwam dat er een schip op het stand zat. Tenslotte was het zijn taak schipbreukelingen te helpen en gestrande goederen te bewaken. Ondanks zijn ziekte was het zijn eer te na om zijn taak te verzaken.Over deze bijzondere 's-Gravenzander troffen wij in een oude krant uit 1885 een bericht ter nagedachtenis. Dit opmerkelijke artikel laten wij hier onverkort volgen. 's Gravenzande dd. 5 Maart 1885.In de registers van den burgerlijken stand is het overlijden ingeschreven van Geerlof Haaring, een man, dien velen beschouwden als sterker dan de sterkste en taaier dan de taaiste. De ruwe, ronde Geerlof is niet meer.Jaren lang was Geerlof in dienst van gemeente en kerk. De straatreiniging was aan hem opgedragen, het maken van bijten in het ijs, het uitsteken van de vlag uit den toren was zijn werk. Stak er een storm op uit het westen, dan liep Geerlof langs het strand, om daar te zorgen voor alles, wat de zee aanbracht. Moesten de gestrande goederen bewaakt worden, Geerlof was de waker, en 't zou lang duren, eer hij klaagde, dat zijn oogleden zwaar werden. Boerderij Vlugtenburg waar de strandvonder woonde en de aangespoelde goederen in de schuur werden opgeslagen.Geen lijk werd begraven, of Geerlof had het graf gemaakt. De boomen van de gemeente en van menigen particulier werden gesnoeid, gehakt en gerooid door hem. In de kerk was hij deurwachter, klokluider, lichtopsteker; het plantsoen van de kerk werd door hem verzorgd. En alsof dat aantal baantjes nog niet groot genoeg was, bekleedde hij bovendien een post, die hem tot een gewichtig man maakte in den drukken aardappelentijd. Voordat iemand anders op was, dikwijls reeds om half een of een ure, was Geerlof op de Vaart aan 't uitzoeken van de honderden leege kinnetjes (kleine manden waarin de aardappelen verzonden werden), die uit Rotterdam en Amsterdam teruggezonden worden. Alle manden te sorteeren naar de letters en verfstreepen, in die vreeselijke wanorde de orde te brengen, waaruit iedere tuinder zijn hoopje bijeen kon vinden, dat deed Geerlof en dat deed hij zoo, dat menigeen bedrukt aan zijn buurman vraagt: "wie zal nu voortaan onze kinnetjes uitzoeken".Een merkwaardig man was Geerlof Haaring. Wat niemand durfde, dat durfde hij. Wat niemand kon, dat kon hij. Hoe ruw en onbehouwen Geerlof was, hij was hooggeschat door velen. En dat kwam zeker niet weinig daardoor, dat hij dikwijls getoond had, hoe groot en edel zijn hart was.Menige armere dan hij vond bij hem steun. 't Moet inderdaad grappig, maar niet minder schoon geweest zijn, toen Geerlof eenmaal zijn verontwaardiging luchtte tegen eene commissie, die gecollecteerd had voor de armen, en zijne deur voorbijgegaan was. Mocht hij zijn gulden dan ook niet geven?Geerlof Haaring is 65 jaar oud geworden. Hij was in de laatste jaren sterk verminderd. Kleinmoedigheid had hij vroeger nooit gekend, maar den vorigen zomer had hij, nadat een pieterman (een zeevis) hem duchtig gestoken had, geweeklaagd, dat nu voor hem ook gauw "een pitje" (een graf) zou moeten gemaakt worden. Zijne jaren en ook zijn onbesuisd voortwerken, als menig ander al lang gezegd zou hebben: "ik kan niet meer", hadden zijn krachten ondermijnd. Dat was vroeger anders, toen hij den voerman van de diligence, die bij de Loosduinsche Brug tot vertrek naar 'sGravenzande gereed stond, en hem vroeg, of hij een plaatsje op den bok wilde hebben, ten antwoord gaf: "dankje man, ik heb geen tijd!"Geerlof is dood, maar zijne gedachtenis zal nog lang blijven leven onder de 's-Gravenzanders. Zijne asch ruste in vrede!Auteur: Jan Dahmeijer van de Vereniging Oud ’s-Gravenzande
Lees meer
Streekhistorie: 75 jaar Bevrijding in Schipluiden zondag 26 januari 2020 11:11

Streekhistorie: 75 jaar Bevrijding in Schipluiden

75 jaar Bevrijding, Oorlogsverhalen en oorlogsattributen, 1940-1945. Dit is de titel van de nieuwe expositie in Museum Het Tramstation, Otto van Zevenderstraat 2 te Schipluiden. De WOS besteedde er op dinsdag 22 januari al aandacht aan. De tentoonstelling is tot eind juli 2020 te zien. Openingstijden: woensdag, zaterdag en eerste zondag van de maand van 14.00-16.00 uur. Eén van de oorlogsverhalen gaat over de burgemeester tijdens de oorlog. Burgemeester D.J.M. van Gent was niet fout In tegenstelling tot in veel andere gemeenten is de burgemeester van Schipluiden, de heer D.J.M. van Gent, tijdens de oorlog niet vervangen door een NSB-burgemeester. Dit betekende dat hij regelmatig maatregelen van de Duitsers moest uitvoeren. Zo waarschuwde hij in het begin van de oorlog diverse malen tegen sabotage, riep hij mannen van 17 tot 40 jaar op voor de Arbeidsdienst in 1942-1943, vroeg hij op 10 november 1943 de inwoners aangifte te doen van Amerikaanse vliegeniers die zich in de gemeente schuilhielden en riep hij in het voorjaar van 1944 herhaaldelijk de mannen op om dijkjes aan te leggen met het doel tuinderijen en boerderijen in Schipluiden tegen het water van de inundatie te beschermen. De orders van de Duitsers kon hij niet weigeren, want anders was hij zelf opzijgezet. Oproep voor aangifte van Amerikaanse vliegersVolgens oudere Schipluidenaren was de rol van de burgemeester tijdens de oorlogsjaren niet altijd overtuigend. Hij kwam soms onzeker over. Op het eerste gezicht lijkt het bedenkelijk dat hij zijn ambt is blijven vervullen. Achteraf weten we dat hij, omdat hij bleef zitten, een positieve bijdrage heeft geleverd aan verzetsacties binnen het gemeentehuis. Eén van zijn ambtenaren, Rien van der Kooij, gaf op vrij grote schaal persoonsbewijzen uit voor onderduikers. Hij zocht een geboorteakte op van een persoon die als kind was overleden en die ongeveer de leeftijd gehad zou hebben van een onderduiker. Deze kreeg de naam van de overledene plus de bijbehorende papieren, die van een gemeentestempel en handtekening van de betreffende ambtenaar werden voorzien. Het plaatselijke verzet, onder leiding van Piet van der Windt, bemiddelde hierbij. Dit was dapper. Mensenlevens zijn hierdoor gered. Uiteraard is er tijdens de oorlog geen lijst bijgehouden van de verstrekte niet-authentieke persoonsbewijzen. Wel is uit een andere bron bekend, dat de staartschutter van een neergeschoten Amerikaanse bommenwerper (Vlucht 648), Walter Kasievich, een van de personen was die vanuit Schipluiden aan een vervalst persoonsbewijs werd geholpen. Zijn naam werd Johannes Koole, met de aantekening dat hij doofstom was. Burgemeester Van Gent was op de hoogte van het ambtelijke verzet in zijn gemeentehuis. Onder een NSB-burgemeester zou dit verzet niet mogelijk zijn geweest. In augustus 1945 liet Van Gent zijn danig herziene bevolkingsregister weer op orde brengen.Burgemeester D.J.M. van Gent en zijn echtgenoteNa de Bevrijding hebben enkele leden van het lokale verzet geklaagd over het optreden van de burgemeester tijdens de oorlog. De landelijke overheid heeft zijn gedrag tijdens de bezettingsjaren laten onderzoeken. In een brief van 10 april 1946 van Minister Beel aan de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland staat dat er geen zuiveringsmaatregel nodig was vanwege de houding van burgemeester Van Gent tijdens de oorlog. Wel wordt betreurd dat hij zijn medewerking heeft verleend om arbeiders aan te wijzen voor werkzaamheden ten behoeve van de Duitse Weermacht. Feitelijk heeft hij hiervoor alleen Duitsgezinde inwoners, zwarthandelaren en personen die geen bezwaren hadden, aangewezen. In de loop van 1946 is Van Gent herbenoemd als burgemeester van Schipluiden.De oorlogsperiode en de maanden na de Bevrijding zullen voor het burgemeestersgezin niet altijd gemakkelijk zijn geweest…! Terugblik op de oorlogsjaren door burgemeester Van Gent tijdens de eerste raadsvergadering na de oorlog, 16 november 1945‘Wij zijn nu verlost van het juk van den vijand, waaronder wij vijf volle jaren gebukt gingen. Van directe krijgsverrichtingen heeft de gemeente behalve in de Meidagen van 1940 geen noemenswaardige schade geleden, maar in de laatste jaren, 1944 en 1945, bleef het oorlogsleed de gemeente niet bespaard. In Maart 1944 moest een gedeelte der gemeente worden geïnundeerd, welk gedeelte later werd uitgebreid tot 1/3 deel van het grondgebied der gemeente. Een tiental woningen, dat door het water werd bedreigd, moest worden ontruimd. Voorts moesten 32 woningen worden afgebroken, hetgeen echter tot 17 is beperkt gebleven.Evenals in andere gemeenten is ook in deze gemeente een groot woningtekort. Gezien de materiaalpositie zal het evenwel niet gemakkelijk zijn dit tekort binnen afzienbaren tijd te boven te komen. Zeer zware jaren liggen achter ons. Behalve de drie gesneuvelde militairen uit deze gemeente in de Meidagen van 1940 hebben nog enige inwoners hun leven moeten geven voor de bevrijding van ons vaderland. Namelijk één voor het vuurpeloton, twee in een Duitsch concentratiekamp, terwijl een vierde ten gevolge van een vliegtuigongeval om het leven kwam. Ook onder de in Duitschland tewerkgestelde arbeiders uit deze gemeente valt één slachtoffer te betreuren. Op den dag der bevrijding van Frankfort a/d Main werd een ingezetene dezer gemeente door een kogel der Fransche bevrijdingstroepen getroffen en overleed drie maanden later in een ziekenhuis aldaar. Mijn innige deelneming gaat uit naar de getroffen gezinnen.Veel verzet is gepleegd, waarbij ik het gemeentepersoneel en de politie niet mag vergeten, die daaraan hebben deelgenomen. Er zijn weleens fouten gemaakt en ik wil het openlijk bekennen, dat ook ik die weleens heb gemaakt. Men heeft mij weleens verweten: dit of dat had je anders moeten doen. Mijne heeren, dat weet ik wel. Steeds heb ik echter voor oogen gehouden: op de beste wijze de belangen van de gemeente en haar inwoners dienen. Aan vele vooraanstaande inwoners der gemeente heb ik raad gevraagd. Steeds werd door hen geadviseerd zoolang mogelijk aan te blijven en probeeren de moeilijkheden te trotseeren. Toen dit niet meer ging, ben ik heengegaan. De zuiveringscommissie heeft mijn zaak in onderzoek. Rustig zie ik haar uitspraak tegemoet.Wij gaan nu alles weer opbouwen. Wij moeten nu gaan werken voor het heil der gemeente…..’Zuiveringsbrief D.J.M. van Gent, Commissaris van de Koningin van Zuid-HollandAuteur: Jacques Moerman van de Historische Vereniging Oud-Schipluiden.
Lees meer
Streekhistorie: Waterput als schuilplaats bij razzia zondag 19 januari 2020 10:10

Streekhistorie: Waterput als schuilplaats bij razzia

In 2020 staat de herdenking van 75 jaar bevrijding van Nederland centraal. In Westland wordt met een scala aan activiteiten teruggekeken op deze heugelijke gebeurtenis en op de vijf donkere jaren die daaraan vooraf gingen. Ook in deze rubriek komt de periode 1940-1945 regelmatig langs. Als aftrap is hier het verhaal dat Leo van Gaalen in 2012 schreef over de razzia die op 20 december 1944 plaatsvond in het Westland en die hij beleefde in de Herenstraat in Wateringen. Op 5 december 1940 verhuisden wij van Herenstraat 45 naar Herenstraat 150. Als u dit leest zult u zeggen: dat is niets bijzonders. En dat is correct, want verhuizingen gebeuren dagelijks. Maar de omstandigheden waaronder, de manier waarop en de snelheid waarmee deze verhuizing tot stand kwam, is toch wel het vermelden waard.Laatstgenoemde woning stond al enkele maanden leeg omdat het bejaarde echtpaar Hein Zwinkels-van Steekelenburg de woning had verlaten en zich had gevestigd in het toenmalige bejaardentehuis Huize St. Jan, dat recht tegenover hun huis gebouwd was. Het huis kwam toen in bezit van hun zoon Leen, de latere wethouder en locoburgemeester, die ernaast woonde op nummer 152. Omdat hij in de gemeenteraad zat, had hij goede contacten met enkele ambtenaren van het gemeentehuis en van hen hoorde hij dat de Duitse bezetters plannen hadden om het huis te vorderen om er soldaten in te legeren of als gelagkamer te gaan gebruiken voor de in Wateringen gelegen soldaten. En dat zag hij helemaal niet zitten. Omdat hij ook wist dat mijn ouders, het echtpaar Theodorus G. van Gaalen en Maria C. van der Zijden, met hun tien kinderen in leeftijd variërend van 8 tot 25 jaar, op zoek waren naar een grotere woning stond hij een dag na zijn informatie 's morgens om half acht op de stoep van ons huis met het dringende verzoek om op stel en sprong naar nummer 150 te verhuizen. Hij stelde al zijn personeel en de veilingschuit ter beschikking om dit in een dag te klaren. En zo gebeurde het dat wij 's morgens in nummer 45 uit bed kwamen en 's avonds, na eerst nog een beetje het sinterklaasfeest gevierd te hebben, in het nieuwe huis nummer 150 naar bed gingen.Herenstraat 150 in 2012Voor ons was het een ideaal huis. Het voorste gedeelte bestond uit een grote woonkamer met daaraan een erker aan de voorzijde. Deze kamer werd meestal op zondag bewoond. Aan de andere kant van de voordeur was een zijkamer, die in de week gebruikt werd met daarachter een opkamer als slaapkamer voor de ouders. Via een ruime trap kwam je op een grote zolder met nog een ouderwets rookhok waarin vlees kon worden gerookt. Aan de straatzijde waren drie slaapkamers. Deze werden gebruikt door de zes meisjes. Het achterste gedeelte was van oudere datum en bestond uit een grote woonkeuken met daarnaast een grote kamer die via porte-briséedeuren verbonden was met de grote voorkamer. Bij openstaande deuren was de totale lengte van de kamers bijna twintig meter. Via een trap in de keuken kwam je op de achterzolder. Daar waren een grotere en twee kleine slaapkamers getimmerd, die voorheen als slaapplaats dienden voor veldstudenten, die in het Westland het tuindersvak leerden. Deze drie kamers waren voor de vier jongens. Onder de steile keukentrap bevond zich een waterput. En over deze put gaat het verhaal.In de zomervakantie van 1941 - ik zou per 1 september naar de ULO in Rijswijk gaan -, gaf mijn moeder mij als taak deze waterput eens schoon te maken, omdat in de loop der jaren er nogal wat vuil van de daken in het water was gekomen. Het zou heel gemakkelijk zijn, want de vloer van de keuken was van plavuizen en er was een uitlaatgat naar buiten, dus ik kon de opgehaalde emmers ter plaatse leeggooien. En dus begon ik met goede moed aan het karwei, maar dat viel wel wat tegen. Na 100 emmers was ik nog niet veel opgeschoten… Meer dan 300 emmers heb ik opgehaald en geleegd voordat ik een grote groentekist op zijn kop op de bodem kon laten zakken om beneden droog te kunnen inspecteren. En wat bleek? De put was niet de gedachte vierkante put van 80 bij 80 centimeter, maar had onder de keuken nog een uitloop van 1,20 meter. De hoogte hiervan was ook 1m20 meter en de breedte ruim 1 meter. De put kon meer dan 3 kubieke meter water bevatten. De muren hebben wij afgeschrobd en het vuil zo veel mogelijk verwijderd, zodat het water weer goed bruikbaar was.In het najaar van 1944 werd de dreiging van een razzia steeds groter en er moest nodig een schuilplaats worden gemaakt om eventueel drie man - Aad (28 jaar), Antoon (23 jaar) en ikzelf (17 jaar) - te kunnen herbergen. Want bij razzia's werden mannen opgepakt van 17 tot 45 jaar. In familieberaad werd toen geopperd om de waterput als schuilplaats in te richten. Hiertoe moest eerst de regentoevoer worden afgesloten en een nieuwe afvoer naar buiten worden gelegd. Daarna weer water uit de put scheppen tot er nog maar 10 centimeter in stond. Als de Duitsers van in de put zouden kijken, dan zouden zij het water zien blinken en werd het idee van een lege droge put voorkomen. Tenslotte werden drie groentekisten op zijn kop in de put tegen de achterwand geplaatst en twee kisten voorin waarop wij konden staan als wij de put ingingen. Zaten wij achterin dan werden die twee kisten naar ons toegetrokken en konden wij onze benen daar op leggen. Keek je dan in de put, dan was er alleen water te zien en dus was de schuilplaats gereed.Aad Antoon en Leo van GaalenEn toen kwam 20 december 1944. Mijn broer Aad was in die tijd dirigent van het parochiekoor in Naaldwijk. Hij stapte 's morgens om zes uur op zijn fiets om in Naaldwijk de Gulden Mis (een speciale Heilige Mis ter ere van Maria) te dirigeren. Maar op de Mariëndijk, op de grens met Honselersdijk, werd hij door Duitse soldaten tegengehouden en teruggestuurd met de mededeling dat hij zich klaar moest maken voor de reis naar Duitsland. Terugfietsend naar huis heeft hij diverse mensen, die onderweg waren naar hun kerk in Kwintsheul en Wateringen, kunnen vertellen dat de razzia op handen was en met dit verhaal kwam hij ook thuis. Maar om nu direct in de waterput te gaan zitten, vonden wij nog niks. Vanuit de erker in de voorkamer had een van mijn zussen een goede kijk in de Herenstraat. En om ongeveer tien uur werden de eerste soldaten in de verte gesignaleerd en zochten wij onze schuilplaats op. Rond half elf werd bij ons aangebeld. De soldaten kwamen binnen en doorzochten het hele huis. Maar aan de put werd voorbijgelopen en dus vertrokken zij. Maar wij durfden nog niet naar boven te komen en bleven nog enkele uren in de put.Rond twee uur trokken de Duitsers weer naar het Plein om de opgepakte mensen mee te nemen. En om drie uur, toen alles veilig leek, zijn wij uit de put gekropen en konden wij ons wat vertreden en opgelucht ademhalen. Deze razzia hadden wij gelukkig overleefd. In die winter is er nog een keer alarm geweest. Een van mijn zussen hoorde midden in de nacht Duitse soldaten pratend door de straat gaan en heeft ons toen gewekt. Wij hebben wel bij de put gezeten maar zijn er niet ingegaan. Achteraf was het loos alarm.Na de bevrijding is de regentoevoer weer naar de put gelegd en deed de put weer dienst waarvoor hij gemaakt was. Na 1956 is het achterste gedeelte van het huis afgebroken, maar de put is wel gebleven, hoewel hij geen dienst meer doet. Een grote plaat bedekt nu de put.Een verhaal van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer
Streekhistorie: Wat skeletten ons vertellen… zondag 12 januari 2020 11:11

Streekhistorie: Wat skeletten ons vertellen…

Het onderzoek naar de twaalf skeletten onder het Wilhelminaplein is afgerond. Op 4 februari zal archeoloog Jorrit van Horssen verslag uitbrengen van zijn bevindingen. Dit zal een nieuw licht werpen op het leven in Naaldwijk in de middeleeuwen. Archeoloog aan het werk in het WilhelminapleinIn 2017 zijn bij de herinrichting van het Wilhelminaplein veel archeologische vondsten aangetroffen die een ander licht werpen op de historie van Naaldwijk. Het onderzoek was beperkt omdat alleen bij de pomp en de boomaanplanting gegraven is. Hierover is in februari 2018 al een artikel in deze rubriek verschenen. Voor het plaatsen van een boom zijn bij de kerkmuur is een groot gat gemaakt, waarin menselijke resten gevonden zijn. https://www.wos.nl/meer-skeletten-gevonden-rondom-oude-kerk/nieuws/item?991016De skeletten liggen net buiten de kerkmuur en dus onder het plein. Je bent er misschien al eens overheen gelopen of hebt je fiets er geparkeerd. Op de plek van de boom zijn de skeletten verwijderd voor onderzoek. Dichter naar Grand Café Bij5 en onder de Kerkstraat liggen nog steeds botten en schedels. En aan de andere kant van de muur zijn nog veel meer skeletten te verwachten. Al met 10 doden per jaar heb je binnen een eeuw 1000 begravingen. Met de groeiende bevolking en de lage levensverwachting waren het er uiteraard steeds meer. Het kerkhof was bijna zevenhonderd jaar lang in gebruik geweest, dus reken maar uit.De opgravingen langs de kerkmuurDe kerkmuur is trouwens nog niet zo oud, deze dateert uit 1935. Daarvoor liep de openbare ruimte vanaf de marktplein tot in de kerk. Schilderijen van kerkinterieurs tonen dat ook de binnenruimte onderdeel van het sociale leven was. Een stiekeme afspraak, een picknick en een begrafenis staan gelijktijdig afgebeeld. Het begraven worden op een plek waar veel mensen komen werd in de middeleeuwen als prettig ervaren. Dan werd er nog eens aan je gedacht, ook zonder dat je een grafsteen had. In de kerk nabij het altaar en het koor was de beste - en daarmee duurste - locatie. Daar lag je ook nog eens dicht bij God. Buiten aan kille noordkant was vaak het goedkoopst. In Naaldwijk liep het kerkhof tot aan de huizen aan de Kerkstraat die als een ring om het kerkgebouw heen ligt. En - zoals nu blijkt - ook tot onder het plein, wat de centrale ontmoetingsplek was en waar markten en kermissen gehouden werden.Tekening en locatie van de opgravingDit in tegenstelling tot de rustgevende en groene begraafplaatsen we nu kennen en buiten het centrum gesitueerd zijn. Dit heeft uiteraard redenen. De volksgezondheid liet duidelijk te wensen over. Pokken, pest en cholera waren gebruikelijke ziekten. Maar ook een simpel griepje kon je fataal worden. Besmettingsgevaar was groot en de drinkwaterkwaliteit slecht. Ook het kraambed was een spannende plek waar zowel moeder als kind om het leven vochten. Begrafenissen hoorden bij het dagelijks leven. In Naaldwijk zal het gemiddelde op een of twee doden per week hebben gelegen. In de kerk zal minder vaak begraven zijn, want dat was duur. De vloer van de kerk was niet dicht genoeg om de rottingslucht onder het oppervlak te houden. De uitspraak ‘Rijke stinkerd’ komt hier vandaan. Tijd dus om een andere locatie te gaan zoeken. De omslag naar het huidige idee van begraven is niet van de ene op de andere dag tot stand gekomen. Grafsteen op RK Kerkhof aan de DijkwegNapoleon was er wel mee begonnen. Vanaf 1804 werd het verbod op begraven in de kerk in Frankrijk ingevoerd en niet veel later ook in Nederland. Maar de Hollander laat zich zijn tradities niet makkelijk afnemen. Hoewel de lijkenlucht in de kerk en ook daarbuiten voor ongemakken zorgden, werd na zijn vertrek de wet in 1813 weer ingetrokken. In 1829 was het Koning Willem I die er alsnog een einde aan maakte. Begraven in kerken, kapellen en gebedshuizen werd verboden en nieuwe begraafplaatsen moesten buiten de bebouwde kom een plek krijgen. In Naaldwijk werd dat aan de Dijkweg nabij de huidige Verdilaan. Zie ook het artikel over het RK kerkhof van Corry Schreuder-Fransen. Schema van de ligging van de skelettenDe botten die in 2017 in het Wilhelminaplein zijn gevonden, behoren bij twaalf skeletten van zowel mannen, vrouwen en kinderen die vermoedelijk in de 15e een 16e eeuw gestorven zijn. Bij onderzoek in laboratoria is gekeken naar hun leeftijd, lengte, gebit en doodsoorzaak. Aan de hand hiervan weten we nu meer over de middeleeuwse bewoners en hun welvaart, ziektes en eetgewoonten. Wat zijn we precies te weten zijn gekomen over deze vroege Naaldwijkers? Dat zal Jorrit van Horssen van Archeologie Delft op dinsdagavond 4 februari onthullen. Hij heeft recentelijk zijn onderzoek afgerond, waarin hij ook de resultaten van eerdere opgravingen in het centrum betrokken heeft. De lezing wordt gehouden in het Pleincentrum van Bij5 naast de Oude kerk en vlak bij de bijzondere vindplaats.Meer informatie is te vinden op www.hvnh.nlAfbeeldingen 1 t/m 6 en 8 zijn afkomstig van Archeologie DelftAuteur: Jolanda Faber van de Historische Vereniging Naaldwijk-Honselersdijk
Lees meer
Streekhistorie: Kettingbotsing op de Waterweg zondag 5 januari 2020 08:08

Streekhistorie: Kettingbotsing op de Waterweg

Tegenwoordig is radar niet meer weg te denken in de scheepvaart waardoor vertraging tijdens mistperiodes zeer sterk is teruggedrongen. Radar is ontwikkeld tijdens de Tweede Wereldoorlog en kwam na de oorlog ook beschikbaar voor koopvaardijschepen. Zonder radar zat er voor schepen niets anders op dan voor anker te gaan als ze overvallen werden door mist. Bij mist worden schepen geacht regelmatig met de scheepsfluit te blazen zolang ze varend zijn en regelmatig met de scheepsbel te bellen zodra ze voor anker liggen. Ooggetuigen uit vooroorlogse jaren vertelden dan ook dat je toen bij mist constant hoorde blazen en bellen op de Waterweg. Nu zouden mensen hierover een klacht indienen wegens geluidoverlast.Bij het kenteren (wisselen van eb- in vloedstroom en andersom) zwaaiden de schepen rond op het anker en het gebeurde daarbij ook wel dat schepen tegen elkaar aan dreven of aan de grond liepen. De sleepdienst moest dan ook regelmatig in actie komen.De Volendam aan de grond op de zuidoever van de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland. (Ansichtkaart, collectie Henk van der Lugt)Zo was het op maandag 8 april 1929 erg mistig op de Nieuwe Waterweg. Ter hoogte van de Berghaven lagen al vijf schepen voor anker toen ook de binnenkomende ‘Volendam’ van de Holland Amerika Lijn wilde gaan ankeren. Bij het ankeren van de ‘Volendam’ braken echter beide ankerkettingen en door de eb werd het schip tegen het Duitse stoomschip ‘Gillhausen’ aangedreven. Dit schip was achter de ‘Volendam’ de Waterweg op gevaren en net zelf voor anker gekomen. Door de aanvaring brak ook de ketting van de ‘Gillhausen’ waardoor dit schip op zijn beurt tegen een zandzuiger van de firma Volker aandreef die ook voor anker lag. Na de aanvaring zijn zowel de ‘Volendam’ als de ‘Gillhausen’ aan de grond gelopen op de zuidoever. Als gevolg van de aanvaring had de ‘Volendam’ een paar deuken in het achterschip en had de ‘Gillhausen’ schade aan voor- en achterschip, maar alles boven de waterlijn. De zandzuiger was echter ernstiger beschadigd want hier waren tal van huidplaten ontzet en was ook het dek opgezet.In de loop van de ochtend zijn de passagiers van de ‘Volendam’ door de tender ‘Columbus’ van boord gehaald en naar Hoek van Holland gebracht. De ‘Volendam’ en de ‘Gillhausen’ zijn rond de middag vlot gesleept door sleepboten van L. Smit & Co’s Internationale Sleepdienst en vervolgens opgestoomd naar Rotterdam.Auteur: Henk van der Lugt van het Historisch Genootschap Hoek van HollandBronnen:Diverse krantenartikelenCollectie Henk van der Lugt
Lees meer
Streekhistorie: Veenman, een Wateringse bakkersfamilie zondag 29 december 2019 10:10

Streekhistorie: Veenman, een Wateringse bakkersfamilie

In de periode rond Sinterklaas, Kerstmis en Oudejaarsavond draaien bakkerijen overuren. De sint heeft flinke voorraden pepernoten en chocoladeletters nodig en later in december zijn de kerststollen en oliebollen niet aan te slepen. Om het werk van de bakkers eens wat meer onder de aandacht te brengen nemen we een kijkje bij bakkerij Veenman die vele jaren in de Wateringse Herenstraat was gevestigd. Opa Jan Veenman begon als boerenzoon uit Naaldwijk in 1899 een bakkerij in Kwintsheul. Tegenover tankstation Schulte en waar nu Bouwbedrijf Jongerius is, stond de bakkerij met winkel. Opa Jan was getrouwd met boerendochter Adriana van Zeijl van langs de Zwethkade Noord. Samen kregen ze veertien kinderen. Alle zonen begonnen al vroeg in de bakkerij te werken. Vader was namelijk erg zwaar en liet op een gegeven moment het bakken over aan zijn zoons. Hij zat op een stoel in de bakkerij. De jongsten stonden op een kratje totdat ze groot genoeg waren voor de werkbank.Bakkerij Veenman aan de Herenstraat, 1975Alle vijf zoons zijn een eigen bakkerij begonnen. Chiel in Loosduinen, Leen in Voorburg, Siem in Naaldwijk, Jan in Wateringen en de jongste, Cor nam de bakkerij in Kwintsheul over.Mijn vader Jan begon al na de basisschool met werken. Eerst bakken en daarna het brood met een mandenfiets bij de klanten brengen. Zijn 'wijk' was de Hollewatering waar hij over het smalle pad naar zijn klanten fietste. Na de oorlog waarin hij Riek Verbakel uit Wateringen had leren kennen, begon hij in 1947 een bakkerij aan de Herenstraat in Wateringen. Dit was achterin de smederij en fietsenmakerij van zijn schoonvader Joop Verbakel. Het was geen gemakkelijke tijd, er waren al zo'n tien bakkerijen in Wateringen. Er was veel concurrentie. De fietsenwinkel maakte plaats voor een bakkerswinkel, waar mijn moeder met veel plezier werkte.Den Haag breidde zich snel uit en in nieuwe woonwijken zoals Escamp begon mijn vader, eerst op de fiets, en later vanuit de auto brood te verkopen. De huizenblokken hadden vier verdiepingen, het was dus heel wat trappenlopen.Meel werd door Wessanen in een silowagen aangeleverd. V.l.n.r.: Henk van der Meer (deegmaker) Veenman Senior, Petra Zwinkels, Jan Joop Veenman, Veenman Junior en Ben van der Knaap (vertegenwoordiger).Mijn oom Chiel uit Loosduinen overleed en zijn zoon Jan nam de bakkerij over. In 1962 fuseerden de bakkerijen uit Loosduinen en Wateringen. De bakkerij in Loosduinen sloot en aan de Herenstraat breidde men uit. Door deze schaalvergroting was het mogelijk om grotere machines te kopen. Zo kwam er al vroeg een bandoven. Dit was een oven waarbij het brood in blikken op een draaiende gaasmat in een soort baktunnel wordt gebakken. Authentiek brood stond altijd voorop. Zo waren ze heel trots op een broodinstallatie uit Frankrijk waarmee het bakken van brood en stokbrood op de vloer van de bandoven kon worden gemechaniseerd.Beide Jannen waren oom en neef van elkaar en er was ook een leeftijdsverschil. Zo werd mijn vader Veenman Senior en neef Jan Veenman Junior. Samen met Henk Ros, de bedrijfsleider, vormden ze een goed team. Elk had zijn eigen kwaliteiten. Mijn vader meer vaktechnisch en neef Jan was heel goed in het klantcontact. Een goede band met het personeel was belangrijk en was een onderdeel van het succes.In de bakkerij werd voornamelijk brood gebakken. Veel mensen uit Wateringen hebben er gewerkt. En het was niet altijd makkelijk. Men werkte in twee ploegen, de dag- en de nachtploeg. De ene week vier dagen en de andere week zes nachten. Al het brood werd dagvers gebakken en het was vooral donderdag- en vrijdagnacht heel druk in de bakkerij. In Den Haag was Henk van der Straaten aan de Waldorpstaat een van de eerste supermarkten begonnen. Hij was een goed zakenman, hij had een goed oog voor wat de consument wilde en na een aantal jaren bezat hij in de regio een groot aantal supermarkten onder de naam Konmar. Ook Albert Heijn werd een grote klant. De bakkerij aan de Herenstraat werd veel te klein Op donderdag en vrijdag stond het brood op wagens buiten af te koelen. Wanneer het regende was er een probleem. De omzet was zodanig dat nieuwbouw noodzakelijk was. Eerst werd nog de tuin van buurman Kees Zwinkels gekocht. Maar een groot bedrijf midden in het dorp met al het vrachtverkeer dat was niet meer haalbaar.Advertentie Veenman voor baguettesIn 1983 verhuisde de bakkerij naar een nieuw pand aan het Veenland in de polder achter het zwembad, een grote investering. Ook alle machines werden nieuw gekocht. De economie stond er niet goed voor, toch was dit een goede beslissing. Mijn vader zei altijd: "brood blijven ze altijd eten". Naast dagvers kwam voorgebakken brood in opkomst. Dit werd in de supermarkt afgebakken. De machines die vooral in de nacht en vroege ochtend werden gebruikt konden nu 24 uur per dag draaien. De omzet steeg enorm.Maar brood is geen merkartikel en de supermarkten kregen door hun schaalvergroting steeds meer invloed. Een aantal grote familiebedrijven maakte plannen voor een fusie om de krachten te bundelen. Ook ING-bank en een pensioenfonds namen deel aan deze fusie. Uiteindelijk haakten steeds meer bakkerijen aan onder wie ook Bakkerij Veenman. Zo ontstond er in 1999 een bakkerijconcern van tien grote familiebedrijven onder de naam Bakkersland. De afzonderlijke bakkerijen gingen zich steeds meer specialiseren en in Bakkersland Wateringen bakte men op een gegeven moment alleen nog voorgebakken brood zoals het beroemde Pain de Boulogne voor Albert Heijn en Frans brood in houdbare verpakking.Kantoor en magazijn aan het Veenland, circa 1984Een groot bakkerijconcern is moeilijk te organiseren, brood is een dagvers product, dat vereist vakkennis. Alle voormalige bakkerijeigenaren werkten inmiddels niet meer bij het bakkerijconcern. De financiële positie maakte het niet mogelijk dat er veel in machines werd geïnvesteerd. In 2016 is Bakkersland uiteindelijk samengegaan met Bakkerij Borgesius uit Stadskanaal. Samen vormen ze een organisatie met twintig grote bakkerijen en 2000 personeelsleden. In Aalsmeer wordt gewerkt aan een bakkerij met een oppervlakte van 30.000 vierkante meter. In februari 2017 is men gestopt met het bakken van brood in Wateringen. Mogelijk gaat de bakkerij in Wateringen definitief gesloten worden.Zo is toch in kort tijdsbestek te zien hoe snel alle ontwikkelingen gaan. Zelf koop ik toch maar weer mijn brood bij de warme bakker in mijn woonplaats Naaldwijk. De ene keer bij de een de andere bij een andere. Een beetje zoals vroeger, allemaal moeten we tenslotte eten.Auteur: Jan Joop Veenman van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer
Streekhistorie: Het oudste hotel van Maassluis zondag 22 december 2019 10:10

Streekhistorie: Het oudste hotel van Maassluis

In het welvarende Maassluis van de 17e eeuw waren veel herbergen te vinden. Maassluis was een belangrijke overstapplaats omdat het op een kruising van belangrijke land- en waterwegen lag. Reizigers moesten vaak overnachten voor ze verder konden reizen. Een van de grootste herbergen was De Moriaan met zo’n 15 slaapplaatsen. Soms sliepen er belangrijke gasten, zoals de Hollandse stadhouders. Hotel De Moriaan stond aan de Haven en was vanaf de Zuiddijk gerekend het tweede pand. Het logement stond hier vanaf ongeveer 1610 tot 1939 met als blikvanger de zwarte kop van een Moor die vanaf de gevel over het water van de Kolk keek.Rechts van het midden De Moriaan, links van het midden het raadhuis of stadhuis Waar precies de naam vandaan komt is niet te achterhalen, evenmin als de exacte datum van de bouw. Wel staat vast dat er op die plaats in de 14e eeuw al een herberg stond. De buste van een ‘Moor’ (een zwarte man) was populair als naam en gevelversiering van een logement. De Moor is de jongste van de drie koningen. Zij zijn reizigers die een verre reis maken in het kerstverhaal. Zo is misschien de Moor als symbool van rijke reiziger uit een ver vreemd land ontstaan. Stadhouders Voor reizigers tussen Den Haag en Den Briel en reizigers die zich voor een buitenlandse reis in Hellevoetsluis moesten inschepen, was Maassluis in vroeger eeuwen een belangrijke pleisterplaats. Als er belangrijke personen overnachtten, werd hun personeel meestal ondergebracht in een eenvoudiger herberg, zoals De Oranjeboom, later De Zon, aan de Noorddijk.Bezoek van stadhouder Willem IV aan Maassluis in 1734Al rond 1570 verbleef Marnix van Sint Aldegonde, de rechterhand van Willem van Oranje, in de voorloper van De Moriaan. Hij coördineerde de bouw van het fort op de Schans in opdracht van de stadhouder. Ook de stadhouder Willem van Oranje zelf (bijgenaamd de Zwijger) heeft in 1575 Maassluis aangedaan. Hij reisde naar Den Briel om er te trouwen met zijn derde vrouw, Charlotte de Bourbon. Moriaanskop aan het voormalige café BellevueVerder weten we van het bezoek van de volgende stadhouders aan Maassluis, waarbij soms een overnachting in De Moriaan nodig was. Prins Maurits in 1616, Frederik Hendrik in 1632 en in 1642, Willem II in 1641, Willem III in 1660 en in 1688.Duur etentjeVan het bezoek van stadhouder Willem IV in 1734 is een tekening gemaakt. We zien een rijk gekleed gevolg en een juichende bevolking. De mensen zitten tot in de dakgoot van het raadhuis.Stadhouder Willem V is meerdere malen in Maassluis geweest. Zo gebruikte hij in 1768 een overvloedige maaltijd in De Moriaan, die hem werd aangeboden door het dorpsbestuur. Speciale schuiten waren uitgestuurd om vers fruit, kostelijke wijn en fijne Delftse boter te kopen in de omliggende plaatsen. Toen het bezoek weg was, stapte de waard met een rekening van maar liefst 452 gulden naar het dorpsbestuur in het raadhuis. Ter vergelijking: het jaarinkomen van een zeeman was ongeveer de helft.Links De Moriaan aan de KolkDe Moriaan is in de loop van de eeuwen vele malen verbouwd. Het karakteristieke balkon dat we kennen van foto’s, is van een latere datum dan het oorspronkelijke gebouw. Ook is het niet altijd een logement geweest. Rond 1880 was het bijvoorbeeld alleen café. Na de verbouwing in 1737 heeft de Maassluise dichter Pieter Schim een gedicht van 31 regels gewijd aan De Moriaan genaamd 'De Herbergzaemheit gekroont'. Vaststaat dat het in die tijd een logement was met circa 15 slaapplaatsen waaronder 8 ledikanten. De andere 7 slaapplaatsen zullen bedsteden zijn geweest. Het was tevens het culturele centrum van de plaatselijke notabelen en diende als koffiehuis, postkantoor, vergadercentrum, plaats van openbare veilingen en andere samenkomsten. Rechts De Moriaan, links in de verte het Verenigingsgebouw aan de ZuiddijkOver de eigenaren in de loop der eeuwen is niet veel bekend. Af en toe duikt er een naam op, zoals die van Hendrik Stoffeling die er de scepter zwaaide in de jaren zeventig van de 18e eeuw. Op een nacht is hij er met vrouw en kind vandoor gegaan voor zijn schuldeisers. De sleutels liet hij netjes achter op de balie.'Ten doode gedoemd'In 1909 nam Jean Pierre Felix Frison De Moriaan over. Hij liet het, bij veel oudere Maassluizers nog bekende, Verenigingsgebouw aan de Zuiddijk bouwen. Het Verenigingsgebouw was het centrum voor bijeenkomsten en uitvoeringen van plaatselijke verenigingen, maar ook voor artiesten en acteurs met grote namen zoals Fien de La Mar en Albert van Dalsum. AdvertentieIn 1928 volgde Joseph Jean Henri Frison zijn vader op als hotelhouder. Begin 1936, in de crisistijd, ging het slechter met De Moriaan en deden veel geruchten de ronde dat het hotel te huur of te koop stond. De Telegraaf kopte op 13 maart 1936: 'Historisch hotel te Maassluis ten doode gedoemd.' Kort hierna doken berichten op dat er in verband met de bouw van een nieuw raadhuis pogingen gedaan werden tot het opkopen van een complex percelen waaronder De Moriaan. Al snel bleek dat de geruchten gegrond waren, want in 1937 werden vier architecten uitgenodigd om een plan te ontwerpen voor een nieuw raadhuis op de plek waar De Moriaan stond. De sloop van het karakteristieke gebouw begon in 1938, maar de geplande nieuwbouw is in verband met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940 niet doorgegaan.De Moriaan naar BellevueJoseph Jean Henri Frison en zijn gezin verhuisden naar café Bellevue aan de Haven 29. Dit café werd omgedoopt in De Moriaan en de buste van het oude hotel werd aan de gevel van de nieuwe locatie bevestigd, waar hij tot op heden nog steeds te zien is.Woningen ‘De Put’Na de sloop van het oude hotel De Moriaan en de omliggende panden bleef er een lege bouwplaats over, in de volksmond De Put genoemd. In 1959 maakte het gemeentebestuur plannen om ter vervanging van het eveneens gesloopte Verenigingsgebouw een nieuw complex met hotel-restaurant te realiseren. Dat is nooit doorgegaan. Wel werd er in de zomermaanden een grote tent neergezet en werden tijdelijke tribunes gebouwd zodat er toneelvoorstellingen, spelletjes en andere evenementen georganiseerd konden worden. Het nieuwe stadhuis verrees in 1978 bij winkelcentrum Koningshoek. In 1984 kwamen er woningen in De Put te staan.Auteur: Ineke Vink van de Historische Vereniging Maassluis
Lees meer
Streekhistorie: Unieke opgravingen van Cananefaten in het Westland zondag 15 december 2019 11:11

Streekhistorie: Unieke opgravingen van Cananefaten in het Westland

In de eerste eeuwen van onze jaartelling leefden er in het Westland Cananefaten. Deze stam leefde van de landbouw en hand en spandiensten voor de verdediging van de grenzen van het Romeinse rijk. Archeoloog dr. Jasper de Bruin, werkzaam bij de Leidse universiteit en het Rijksmuseum voor Oudheidkunde hield op 11 december in De Lier een zeer drukbezochte lezing over de Cananefaten. Er is weinig bekend over de Cananefaten, vroeger ook Canninefaten genoemd. In de oude schoolboekjes stond slechts als wetenswaardigheid vermeld dat zij in de duinen op konijnen joegen. Jasper de Bruin zei dat de Cananafaten door Romeinse auteurs sporadisch worden genoemd. Zij staan sinds 28 n. Chr. Door het werk van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus bekend als soldaten in het Romeinse leger. Dat wordt bevestigd door de vondst van een militair diploma uit 165 n. Chr. in Poeldijk en een inscriptie op een van de in Wateringen gevonden mijlpaal uit 250 n. Chr. Vermoedelijk vestigden zij zich vanuit Noord-Holland maar mogelijk ook vanuit de Zuid-Hollandse eilanden in het Westland.De Bruin is een specialist op het gebied van de Cananefaten. Hij promoveerde op een proefschrift met als titel: Rurale gemeenschappen in de Civitas Cananefatium 50-300 n. Chr. Het boek is onlangs in het Engels vertaald. De monding van Maas en Rijn was destijds grensgebied van het Romeinse rijk. Het was een natuurlijk en dichtbegroeid landschap met duinen in de omgeving van het huidige Den Haag, een veengebied rond Zoetermeer en hoger en lager gelegen kleigebieden."De duingebieden waren nauwelijks bewoond", zei De Bruin. "Wellicht zijn ze bewust leeg gehouden door het Romeinse leger. Wij kunnen alleen maar naar de redenen gissen. De hoge klei in het Westland was echter met dichte bewoning de kern van het gebied van de Cananefaten. Er waren in de civitas Cananefatium 18 militaire nederzettingen, een stad (Voorburg) en 172 plattelands nederzettingen. Het gebied vormde de Classis Germanica Pia Fidelis (CGPF’)"Archeologische vondsten"In Naaldwijk zijn enkele grote archeologische vondsten gedaan zoals een arm van een beeld en plaat met een decreet. De vlootbasis van de Romeinse vloot is altijd in Naaldwijk gezocht maar bij opgravingen in 2014 op Leehove bij De Lier zijn sporen van een waterkering gevonden. De vindplaats leverde ook negen stempels op. Door de archeologie is er ook inzicht in de leefwijze van de bevolking gekomen. De nederzettingen van de Cananefaten bestonden doorgaans uit een boerderij, die maximaal 25 personen telde, die dicht op elkaar leefden. Het waren gemengd bedrijven met moestuinen. Je kunt zeggen dat er al in de eerste eeuw in het Westland tuinbouw bestond.""In de periode 50 tot 150 na Chr. ontstond een homogene cultuur met vergelijkbare nederzettingen, huisconstructies, aardewerk, voedselproductie en lokale keuken. Er waren nauwelijks geïmporteerde producten. De stichting van Forum Hadriani (Voorburg) had geen invloed op de nederzettingen. De Cananefaten wilden wel in het Romeinse leger maar niet Romeins worden. In die tijd is de Romeinse weg aangelegd met het kanaal van Corbulo ernaast. Wij hebben een mijlpaal uit 151 opgegraven, die langs de weg stond. De weg was wel verhoogd aangelegd maar niet verhard. Alle vervoer ging per boot."Vloerverwarming"In die tijd is het gebied grotendeels ingericht. Er werden grote opslaggebouwen gebouwd voor de opslag van annona, een belasting in de vorm van een deel van de oogst. Dat bracht sociale ongelijkheid. Er kwamen beheerders van de geïnde belasting. Uit die tijd stammen ook grafheuvels met crematieresten. Forum Hadriani krijgt in die tijd een officiële stadstatus als municipium. In de derde eeuw verdwijnt een deel van de nederzettingen weer. Door de verkaveling heeft ontwatering en daardoor bodemdaling plaats gehad. Op veel plaatsen zoals Overschie verdrinkt het landschap maar in het Westland was dit geen probleem. Het traditionele woonstalhuis verdwijnt en er vindt een overgang plaats naar vakwerkgebouwen en ook echte stenen gebouwen met dakpannen en vloerverwarming.""In Naaldwijk zijn langs de Middelbroekweg op de plek van het industrieterrein Mars opgravingen gedaan. Er zijn unieke opgravingen gedaan met vondsten zoals het aardewerk terra sigillata en een houten schrijftafeltje, die je niet zou verwachten in dit gebied met beperkte mogelijkheden. De nederzetting Naaldwijk profiteerde van de handelsstromen. Er is veel materiaal uit Engeland gevonden. Als je de Rijn op wilde, kwam je hier aan. De vondsten wijzen op een verregaande integratie in het Romeinse rijk. Na 300 loopt de bewoning in het Westland snel terug. Er zijn wel sporen van bewoning in Naaldwijk maar die duiden op een nieuwe groep. Het aardewerk is weer gedraaid dus zelf gemaakt. Vanaf 350 is het gebied helemaal onbewoond."Auteur: Frank de Klerk van Genootschap Oud-Westland
Lees meer
Streekhistorie: Piet Willemse, bode bij de gemeente Monster zondag 8 december 2019 11:11

Streekhistorie: Piet Willemse, bode bij de gemeente Monster

De uit Zeeland afkomstige Piet Willemse is van 1964 tot 1989 bode geweest van de gemeente Monster. Hij werd geboren op 9 februari 1925 in Sint Laurens, een dorpje vlak bij Middelburg. Na zijn schooltijd ging hij als jonge jongen werken bij een slager in het dorp. In 1949 trouwde Piet met de uit Zeeuws-Vlaanderen afkomstige Annie Hermans. Ze vestigden zich in Sint Laurens. Piet bleef werken in de slagerij in Middelburg. Op een gegeven moment overleed de gemeentebode van het dorp en Piet werd gevraagd of hij wellicht interesse had in die baan. Hij werd uitgenodigd op gesprek bij de burgemeester en eigenlijk tegen zijn verwachting in werd hij aangenomen. Dat was in 1958. Piet mocht met zijn gezin gaan wonen in een vleugel van het gemeentehuis, dat in verhouding tot de omvang van het dorp nogal ruim was uitgevallen. Ze hebben daar gewoond tot 1964. Toen solliciteerde Piet naar de vrijgevallen post van gemeentebode in Monster. Hij werd aangenomen en kon op 1 april 1964 beginnen als opvolger van bode Dijkhuizen. Gemeentesecretaris in die tijd was de heer Bos. Dat werd Piets directe chef. Burgemeester was de heer Berends, iemand die goed overweg kon met het gemeentepersoneel. Dat was in veel mindere mate het geval met zijn opvolger, de heer Daniëls, die in 1968 aantrad. Hij was nogal kort aangebonden.Piet Willemse ten voeten uitDe bodekamer van het uit de jaren twintig stammende gemeentehuis aan het Kerkplein was dichtbij de ingang. De bode kon dus goed in de gaten houden wie het gemeentehuis binnenkwam en wie wegging. Aanvankelijk deed Piet het bodewerk in zijn eentje, maar later kreeg hij assistentie van Bert Zeeman. En nog weer later voegde ook de heer Ram zich bij het team. Piet had als gemeentebode in Monster velerlei taken, van het verzorgen van de externe en interne post tot het rondbrengen van de koffie. Hij zorgde er kortom voor dat alles in het gemeentehuis op rolletjes verliep. Hij was ook vaak aanwezig in de avonduren als er een receptie was, een vergadering was van de gemeenteraad of van een commissie uit de raad. Ook bij huwelijksvoltrekkingen was hij actief betrokken. Zelfs bij burgemeester Daniëls thuis hebben Piet en zijn vrouw wel geholpen in de burgemeesterswoning aan het einde van de Choorstraat als er eens een feestje was.Het oude raadhuis van Monster op het KerkpleinHet kwam in die tijd wel eens voor dat het burgerlijk huwelijk eerst werd gesloten en dat het, met een uitgebreide feestelijkheden omgeven, kerkelijk huwelijk pas dagen of weken later plaatsvond. Dat kon te maken hebben met fiscale voordelen om voor het einde van het jaar burgerlijk gehuwd te zijn, maar het kon ook schelen bij het in aanmerking komen voor een woning om zo snel mogelijk volgens de burgerlijke stand getrouwd te zijn. De eerste trouwpartij die Piet als gemeentebode in goede banen moest leiden, was zo’n geval. Het bruidspaar kwam in zijn dagelijkse kleding binnen om zonder veel plichtplegingen te trouwen. Piet wist wel dat er rond dat tijdstip een bruidspaar werd verwacht, en had de deuren van het gemeentehuis en van de trouwzaal wijd opengezet en alles klaargelegd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Maar hij dacht dat deze lieden om een andere redenen een afspraak hadden bij een van de ambtenaren. Hij vroeg hen plaats te nemen op een van de stoelen in de hal en vertrok weer snel naar de voordeur van het gemeentehuis om daar een oogje in het zeil te houden. Maar toen er na verloop van tijd nog steeds geen bruidspaar in vol ornaat kwam opdagen, begon er ook bij Piet iets te dagen, en werd het in de hal wachtende tweetal met enige vertraging alsnog in de burgerlijke echt verbonden.Piet was zoals gezegd in de avonduren nogal eens in het gemeentehuis te vinden. Zijn vrouw hield hem dan vaak gezelschap in de bodekamer. Ze nam dan een breiwerkje mee en als het nodig was assisteerde ze bij het verzorgen van de koffie.De bodebus van de gemeente MonsterGedurende ongeveer een tiental jaren heeft Piet ook als marktmeester gefungeerd. De markt werd gehouden op het Woutersplein en besloeg tientallen kramen. Zijn voorganger, Pakvis, was nogal streng. Om klokslag een uur liep die de markt over om de kooplieden een voor een toestemming te geven om te starten met de verkoop. En ze moesten het niet in hun hoofd halen een paar minuten eerder te beginnen. Piet hield zich ook wel aan de regels, maar was toch aanmerkelijk soepeler.In de begintijd heeft Piet met zijn slagersachtergrond nog wel eens een handje geholpen bij slager Kees Oosterveer. Dat deed hij dan in de zeer vroege ochtenduren. En ’s avonds brachten hij en zijn vrouw Annie wel eens post van de gemeente rond binnen de dorpen Monster, Ter Heijde en Poeldijk. De portokosten die de gemeente zo uitspaarde verdienden ze op die manier bij, totdat de gemeente op een gegeven moment ook de lokale post via de PTT ging verzenden. De dikke pakken met raadsstukken voor de leden van de gemeenteraad bezorgde Piet ook, maar dat gebeurde als onderdeel van het reguliere werk gewoon overdag.Als bode was Piet in het bezit van een zogenaamde bodebus. In een ver verleden vervoerde de bode in de bodebus, die werd gedragen aan een gordel, de poststukken van de gemeente. Aan de bodebus was een draaginsigne bevestigd met het wapen van de gemeente waar de bode werkzaam was. Het draaginsigne gaf bepaalde privileges, zoals gratis vervoer per postkoets. In de loop der tijd is de bodebus verdwenen, maar wordt het insigne hier en daar nog steeds als onderscheidingsteken voor de bode in ere gehouden. Na zijn pensionering heeft Piet Willemse zijn bodebus ingeleverd. Deze bevindt zich nu bij het Historisch Archief Westland.Bode Piet Willemse en assistent bode Bert ZeemanEind jaren zeventig werd het gemeentehuis te klein voor het in omvang toenemende ambtenarenapparaat. Er werden toen enkele afdelingen gevestigd in twee woningen in de nieuwbouwwijk Zwartenhoek. Assistentbode Ram reed dan heen en weer met een karretje om de interne stukken van het gemeentehuis naar de Zwartenhoek en vice versa te brengen.Halverwege de Choorstraat verrees in 1980 een nieuw gemeentehuis. Ook daar heeft Piet nog een flink aantal jaren gediend. In 1989 ging hij op 64-jarige leeftijd met pensioen. Hij kreeg bij die gelegenheid een koninklijke onderscheiding opgespeld door burgemeester Van der Klugt-Witteman. De burgemeester liet hem in haar afscheidswoord weten dat ze het eigenlijk wel jammer vond dat hij een eremedaille in zilver had gekregen. Ze vond dat hij met zijn niet aflatende ijver en hart voor de zaak goud verdiend had. Bij zijn afscheid ontving bode Willemse ook een horloge, met daarin aan de achterkant het gemeentewapen van Monster gegraveerd.Vlak voor zijn pensionering was bij Piet kanker geconstateerd. Hij is daaraan geopereerd en het ging daarna een tijd goed. In 2000 kwam de ziekte echter terug. In december van dat jaar is hij op 75-jarige leeftijd overleden.Auteur: Leo van den Ende van de Historische Vereniging Monster – Ter HeijdeMet dank aan mw. Annie Willemse-Hermans, uit wier mond een uitgebreidere versie van dit verhaal is opgetekend op 26 mei 2016.
Lees meer

Meer Streekhistorie