Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie

Filteren op datum:
        
Streekhistorie: Engelandvaarders uit Hoek van Holland zondag 20 oktober 2019 07:07

Streekhistorie: Engelandvaarders uit Hoek van Holland

Op 14 september van dit jaar onthulde burgemeester Aboutaleb het Engelandvaardersviaduct, de fietsbrug over het metrospoor nabij de Maeslantkering. Dit deed hij samen met 2 nazaten van Hoekse Engelandvaarders*, Wilma van Oeffelt-Tabben en Henk Kamstra. In de Tweede Wereldoorlog vinden diverse pogingen plaats om vanuit Hoek van Holland het vrije Engeland te bereiken, van waaruit men tegen de Duitse bezetter wilde gaan vechten. Van deze is er echter maar één succesvol.De eerste pogingDe allereerste poging vind al op 6 juni 1940 plaats. De negentienjarige Jacoba ‘Cootje’ van Oven komt naar Hoek van Holland en laat in Hotel Caland op enige manier weten dat zij van plan is om naar Engeland te gaan. De eigenaar van het hotel is echter een NSB’er, en hij schakelt Duitse militairen in, die haar naar de Nederlandse politie brengen. Daar verklaart ze dat ze van plan was om, zodra het donker was, een roeiboot in de haven te pakken om naar Engeland over te steken. Ze wordt door de Duitse autoriteiten weer vrijgelaten, nadat haar ouders verzocht waren haar op te komen halen. Dan, in het voorjaar van 1941, probeert de Naaldwijkse verzetsman Herman Lucas met zijn vrienden Cor Nijman en Roel de Wilde de oversteek te maken. Zij willen met een gestolen boot de tocht wagen. Ze hebben tekeningen van Duitse versterkingen in de regio bij zich. Eenmaal in de Hoek komen ze een groep Duitsers tegen. Ze heffen het lied “Wir fahren gegen Engeland” aan en worden ongemoeid gelaten. Maar als ze vlak bij de Waterweg op een Duitse patrouille stuiten, besluiten ze de onderneming af te blazen, waarbij ze de tekeningen vernietigen. Hoekse jongensIn de nacht van 2 op 3 augustus van datzelfde jaar doen zes Hoekse jongens een poging: Bernard Tabben, Cees Kamstra, Bert Timmers, Koos Riedijk, Koos Jansen en Wim de Bruin. Allen deden verzetswerk, Tabben en de Bruin brachten ook verdedigingstellingen in kaart. Kamstra is bakkersjongen en levert o.a. brood aan de schepen in de Berghaven. Hiervoor heeft hij een speciale ausweis. Zo kent hij al snel de werkwijze van het Hafenschutzflotille dat in de Berghaven ligt. Nadat diverse verzetsgroepen waar ze mee in contact staan, opgerold worden, besluiten ze dat ze weg moeten. Ze vertrekken vanuit de Krimsloot met documentatie over de verdedigingsstellingen in een koffer. Ze hebben een pistool bij zich dat ze van een soldaat hebben gestolen in een Hoeks café. Op de Waterweg vaart een schip van de Kriegsmarine vlak langs ze. Er gaat een deur open, waardoor licht op hen schijnt, maar ze worden niet ontdekt. Het is slecht weer en ze raken snel vermoeid van het roeien. Als het licht wordt blijken ze niet veel opgeschoten te zijn, ze zien de vuurtoren van Ouddorp zelfs nog. Al gauw worden ze gezien door een schip van het Hafenschutzflotille; voorzichtig laten ze het geweer en de koffer met belastend materiaal overboord zakken. Aan boord herkent één van de matrozen, Karl Hinterkopf, Kamstra. In de bakkerij waar Kamstra werkt werd, als er geen klanten waren, nogal eens naar de Engelse radio geluisterd, en omdat Hinterkopf communist was en tegen Hitler, luisterde hij wel eens mee. Nu zei hij: ik kan helaas niks voor je doen. Het is ook Hinterkopf die de foto’s van de jongens aan boord maakt. Deze geeft hij later aan de ouders van Kamstra. Aankomst in de Berghaven. In het midden Cees Kamstra, rechts Bernard Tabben. © families Tabben/KamstraZe komen in het Oranjehotel in Scheveningen terecht. In april 1942 krijgen ze hun straffen te horen; Tabben en de Bruin krijgen de doodstraf, voor de anderen wachten tuchthuizen en concentratiekampen. Maar doordat een zus van één van de jongens een flink bedrag betaalt aan de Duitsers, lukt het haar de straffen van Tabben en de Bruin om te laten buigen in levenslang. Alleen Tabben, Kamstra en Timmers overleven de oorlog.De enige geslaagde poging De groep Jansen bestaat uit Johannes Jansen, het Joodse echtpaar Bram en Greta Levi, Walrave van Krimpen, Anton Loontjes, Adriaan van der Craats en Jan Bastiaans, Theo Daalhuizen en Gerardus van Asch. Als leden van de verzetsgroep waar Jansen deel van uitmaakt worden gearresteerd en hij tenauwernood kan ontkomen, krijgt hij opdracht om met gegevens over de IJssellinie uit te wijken naar Engeland. In de avond van 19 november 1941 verzamelt de groep zich in het huis van Jansen in Assen. Ze willen vanuit Hoek van Holland vertrekken. Van Krimpen was 14 dagen eerder naar de Hoek gereisd en ziet een reddingvlet van de Zuid-Hollandse Redding Maatschappij die ze willen gebruiken. De groepsleden reizen in koppeltjes van twee met de trein naar Hoek van Holland. In het huidige café Harwich heeft Jansen een toevallige ontmoeting met een eigenaar van een kolenboot die ook in de Berghaven lag. Hij verstrekt informatie over de reddingvlet, de aanwezige Duitse militairen en overige zaken. Ook kan het gezelschap aan boord komen van de kolenboot zodat zij vandaar kunnen overstappen op de vlet.Een boot van het Hafenschutzflotille in de Berghaven. Archief Stichting Fort aan den Hoek van Holland.Op de avond van 20 november 1941 glipt het gezelschap steeds in groepjes van twee en drie aan boord van de kolenboot. Zij sluipen langs de Duitse wachtposten, als deze het verst van elkaar zijn verwijderd.Hierna roeit men heel zachtjes met omwikkelde peddels de Berghaven uit. Op zee blijkt dat de bougies en de startknop van de motor te zijn verwijderd. Ongeveer 3 mijl uit de kust vindt men de bougies en de verstopte startknop. Er steekt een harde wind op en de zee wordt ruw. De motor hapert diverse malen maar men ziet steeds kans om hem weer op gang te krijgen. De opvarenden voelen zich beroerd door zeeziekte, vermoeidheid en angst voor ontdekking. Voor de aanvang van de tocht was Jansen vergeten water mee te nemen, dus ook de dorst slaat toe. Hij had wel voor scheepsbeschuit gezorgd. Op een gegeven stopt de motor en men krijgt hem niet meer aan de praat: de brandstof is op. Hierop gaan ze roeien met de peddels terwijl een van de marinemannen van een meegenomen hangmat een zeiltje improviseert. Na drie dagen op zee zien zij een vissersbootje. Aarzelend vragen ze: ‘Are You English?’ De visser antwoord met ‘Yes’. Na 68 uur varen bereikt het scheepje Reculver in Engeland.**De Joodse groep Parfumeur. Drie weken later, op 13 december komt een Joodse man, genaamd Hartog Parfumeur, naar Hoek van Holland. Hij is lid van het Joodse verzet en had gehoord van de geslaagde poging van de groep Jansen. Hij is met een groepje van zeven Joodse mensen naar de Hoek gekomen. Dit zijn Paul Cohen de Boer, zijn broer Robert Cohen de Boer, een jongedame genaamd Cohen de Boer, Wolf van den Berg, Dr. Arntzenius en nog twee mensen van wie de namen niet bekend zijn. Parfumeur begaat de vergissing om in het Hotel Caland informatie in te winnen over de reddingsvlet en de veiligheidsmaatregelen in de Berghaven.Het Hotel Caland op de Hoek Prins Hendrikstraat/ Nijverheidsstraat. Tegenwoordig loopt hier de Huydecooperstraat, in de oorlog is dit gedeelte van het dorp gesloopt. Collectie Henk van der LugtNet als bij Jacoba van Oven seint de eigenaar de Duitsers in dat er weer wat op handen is, en zij voeren de bewaking op. Als het gezelschap bij de Berghaven aankomt, worden zij direct door de Duitsers gearresteerd. Hartog Parfumeur heeft een gifpil bij zich en ziet kans om die in te nemen. Hij sterft ter plaatse. Paul Cohen de Boer weet in het water van de Berghaven te springen en houdt zich schuil tussen de schepen. De jongedame weet te ontsnappen. De overige mensen worden door de Duitsers gearresteerd en afgevoerd. In december 1941 wordt door het Duitse Oppercommando der Strijdkrachten de order voor het bouwen van de Atlantikwall gegeven. Er komt vanaf het voorjaar van 1942 prikkeldraad langs de Waterweg en het strand, en in de zomer een anti-tankgracht met mijnenvelden om het dorp. Het wordt nu welhaast onmogelijk om nog vanuit de Hoek te proberen weg te komen, en er vinden , voor zover bekend, dan ook geen pogingen meer plaats.*Iedereen die tussen de capitulatie van het Nederlandse Leger en D-Day een poging waagde om naar geallieerd gebied te ontkomen om tegen de bezetter te gaan vechten, al moest men plannen voortijds afbreken of werd men onderweg opgepakt, wordt officieel Engelandvaarder genoemd.** Dick Ruis schreef al eerder een uitgebreid artikel over deze poging op onze website: http://historischhoekvanholland.nl/?p=1200Auteurs: Mirjam Visser en Dick Ruis van het Historisch Genootschap Hoek van Holland
Lees meer
Streekhistorie: Monsterse winkeliers op de weegschaal zondag 13 oktober 2019 09:09

Streekhistorie: Monsterse winkeliers op de weegschaal

De Monsterse winkeliers organiseerden in 1953 een ludieke actie. Een van de organisatoren van de actie was de heer A. (Bram) Troost, eigenaar van de manufacturenwinkel in de Herenstraat. Het publiek moest raden wat het gezamenlijke gewicht van de deelnemende winkeliers was. Gedurende twee weken ontvingen de klanten voor elke halve gulden aan aankopen een fotootje van een van de deelnemers of hun personeel. Op aparte formulieren voor de deelnemende heren en de dames kon men zestig foto’s plakken, één foto voor elke winkelier die aan de actie meedeed. Wanneer het formulier vol was, moest men raden hoeveel de gefotografeerde heren en dames gezamenlijk wogen. Na een aarzelende start ontstond er een ware fotorage. Wie van sommige foto’s ‘dubbele’ had mocht natuurlijk ruilen. Buren, schoolkinderen, familieleden, alles ruilde. Op de hoeken van de straten, in de winkels en bij de kapper werd ook druk geruild. Nagenoeg elk Monsters gezin deed mee en menige familie was in de avonduren gezellig bezig om de gespaarde foto’s op de formulieren te krijgen. Ook de kinderen deden enthousiast mee met het verzamelen en opplakken van de foto’s. Het zal niemand verbazen dat de winkeliers gedurende de weken van de actie bepaald niet over de omzet te klagen hadden. En er gingen heel wat foto’s over de toonbank. Als de formulieren vol waren, werden ze met de opgeplakte portretjes in de winkels in grote stembussen gedeponeerd. Op de avond van de inlevering van de formulieren kwamen de winkeliers handen tekort om alle inzendingen te tellen en te sorteren.Wie van sommige foto’s ‘dubbele’ had probeerde ze natuurlijk te ruilen.Bram Troost, een van de organisatoren van de actie, in zijn fourniturenwinkel in de Herenstraat.De kinderen deden enthousiast mee met het opplakken van de foto’s.Het sorteren en tellen van de ingezonden formulieren door de winkeliers.Op een heldere zaterdagavond werd de weegactie afgesloten op het Kerkplein. Daar stond een grote platte kar met een levensgrote weegschaal. Daarop moesten eerst de heren een voor een plaatsnemen, waarna hun gewicht werd omgeroepen ten overstaan van een afgeladen Kerkplein. Er werd geen onsje over het hoofd gezien. Na het omroepen van het gewicht van het ‘slachtoffer’ zal het commentaar in veel gevallen niet van de lucht geweest zijn. Op een schoolbord werd vervolgens met een krijtje het gewicht opgeschreven. Het resultaat werd na elke weging opgeteld bij het totaalgewicht van degenen die eerder gewogen waren. Naarmate dit proces vorderde, steeg uiteraard de spanning en sloeg men aan het rekenen en speculeren. Wie moest er nog aan de beurt komen om gewogen te worden, wat zou het totaal gewicht van alle mannelijke winkeliers kunnen worden en kwam die schatting een beetje in de buurt bij wat men zelf had ingevuld? Helaas zijn de uitkomsten niet bewaard gebleven en is ook niet bekend wie won. Alleen van de eerder genoemde winkelier Troost is overgeleverd dat hij goed was voor 106 kilo schoon aan de haak.Een onbekende winkelier gaat op de schaal.Het Kerkplein in Monster waar destijds de weging plaatsvond.Een afgeladen Kerkplein kijkt in spanning toe.Dhr. Fischer van Fischers Bazar in de Choorstraat kijkt met vertrouwen naar de wijzer van de weegschaal.De dames kwamen een week later aan de beurt, maar zij werden niet in het openbaar gewogen, want dat vond men wat ongepast.Het bord waarop de uitkomsten met krijt werden opgetekend.Van de actie is destijds een fotoserie geplaatst in een tijdschrift. Onbekend is welk tijdschrift het geweest is. Auteur: Leo van den Ende van de Historische Vereniging Monster – Ter Heijde
Lees meer
Streekhistorie: De eerste Furieade zondag 6 oktober 2019 10:10

Streekhistorie: De eerste Furieade

De Furieade in Maassluis is dit weekend precies 40 jaar oud. Reden om terug te blikken naar het feest van de allereerste Furieade en hoe dat tot stand kwam. Hugo MetsersHet begon allemaal in 1976 met het filmen van de 12-delige televisieserie Hollands Glorie, gebaseerd op het boek Hollands Glorie van Jan de Hartog. De serie vertelt het levensverhaal van Jan Wandelaar, gespeeld door Hugo Metsers sr. Wandelaar werkt zich op van matroos op de zeesleepvaart tot internationaal vermaard kapitein. Maar voor het zover is, overkomt hem nog een hele hoop ellende. Hij moet zware tegenslagen incasseren, zoals uitzuigerij door de reders en de dood van zijn vrouw na de geboorte van hun tweede zoon. Hij komt zelfs in de gevangenis terecht nadat hij de onderdirecteur van een rederskantoor in elkaar heeft geslagen. Terug uit de gevangenis richt hij zijn eigen succesvolle zeesleepmaatschappij J. Wandelaar & Co op. Zo laat hij zien dat hij er niet onder te krijgen is. Fragmenten zijn in de Maassluise haven gefilmd. Voor de tv-serie had de AVRO een stoomzeesleper van Nederlandse herkomst nodig. Na veel gezoek kwam regisseur Walter van der Kamp in Stockholm terecht en zag daar de sleepboot die hij hebben wilde. Het was een sleper die in 1916 was gebouwd in Nederland en van 1918 tot 1967 in Zweden was ingezet voor het verslepen van houtvlotten. Het schip werd gekocht, overgevaren naar IJmuiden en aangepast voor de tv-opnamen. Schip met twee gezichtenDaar de sleper in de serie zowel als ‘Furie’ en als ‘Jan van Gent’ moest optreden, kreeg stuurboordzijde een roestig en verwaarloosd uiterlijk (Jan van Gent) en bakboordzijde zat keurig in de verf (Furie). Zeven weken werd er in Ierland gefilmd met Hugo Metsers als kapitein Wandelaar. En de ‘W’ van Wandelaar staat nog steeds fier op de schoorsteen.Thuishaven MaassluisNa de tv-opnamen werd de Furie door de AVRO verkocht aan de firma Heise te Zaandam waar ze anderhalf jaar heeft gelegen. De Maassluise ondernemer Henk de Haas dacht: ‘Dat is fraai zo’n oude stoomzeesleper, die moet naar Maassluis komen, eens de thuishaven van de Smit-zeeslepers.’ De Stichting Hollands Glorie werd opgericht en binnen een paar weken was er voldoende geld om de Furie te kopen. En op 17 februari 1978 werd de sleepboot haar nieuwe thuishaven Maassluis binnen gesleept. In de volgende twee jaar lukte het om de Furie opgeknapt en vaarklaar te krijgen. En zo vond op 4 oktober 1980 de eerste ‘Furie-ade’ plaats, waarop de Furie door Hugo Metsers officieel in gebruik werd gesteld. Hugo Metsers en Pleuni Touw, hoofdrolspelers uit de tv-serie, waren de bijzondere gasten die speciaal waren uitgenodigd om de eerste vaart van het schip luister bij te zetten.Vol trots stond Dirk Strijbos die dag in 1980 achter het stuurrad van de Furie. Hij was blij dat eindelijk de stoomsleepboot weer terug in de vaart was. En als oud-sleepbootkapitein bij Smit-Internationale werd uitgerekend hij de nieuwe gezaghebber van het gerenoveerde schip. De sleepvaart zat hem in het bloed: ‘Als ik opnieuw een vak moest kiezen dan was er voor mij maar één keuze: weer de sleepvaart en weer bij Smit.’Furie-adeIn 1980 is het grote feest rond de officiële ingebruikname van de Furie bedacht door de Stichting Hollands Glorie, de ‘Furie-ade’. Dat het een groots feest zou zijn, met veel aandacht voor de sleper en de haven van Maassluis, stond meteen vast. De naam van het feest kwam als vanzelf naar voren, geïnspireerd door de grote tuinbouwtentoonstellingen ‘Floriade’. In 1989 kreeg de Furie de status van varend museum en werd opgenomen in het Nationaal Register Varende Monumenten.Zwarte rookDiverse kranten uit 1980 deden verslag van de eerste vaart van het ‘nieuwe’ schip.‘De Furie is bijna klaar: En elke rechtgeaarde Maassluizer weet dat we hiermee niet bedoelen de wraakgodin uit de Romeinse mythologie, of een in razende woede ontstoken vrouw, en zelfs niet een helleveeg. Het mag voor ons vrouwelijk volksdeel een pleister op de wonde zijn dat Jan de Hartog aan die naam kennelijk een veel mildere betekenis gaf en in zijn boek ‘Holland’s Glorie’ een stoomzeesleepboot met de naam ‘Furie’ een hoofdrol gaf. We hebben het natuurlijk over de boot van Jan Wandelaar. De Furie is nu bijna klaar en Neerlands enig overgebleven stoomzeesleepboot wordt zaterdag 4 oktober a.s. weer officieel in gebruik gesteld. Een werkgroep namens de Stichting Hollands Glorie en het Nationaal Sleepvaarmuseum heeft grootse plannen om er, in samenwerking met de binnenstadmiddenstanders, een groot feest van te maken. Dit bewijst de naam al, die de werkgroep voor het festijn bedacht: Furieade.’Over de ‘zegetocht’ van de Furie schreven de kranten:‘Dirk Strijbos stond weer op de brug, alsof hij nooit was weggeweest. Naast hem televisiekapitein Hugo Metsers. Mensen van de wal riepen zijn naam en zwaaiden enthousiast. Precies om 12.00 uur sloeg het ‘8 glazen’. De Furie kwam los van de wal, braakte een pluim zwarte rook uit en voer. Langs de wal stonden duizenden mensen en Kunst na Arbeid begeleidde de vaart met muziek. Boten van Rijkswaterstaat voeren voor de Furie uit en spoten van louter vreugde grote stralen bluswater omhoog. Pleuni Touw stond echt genietend aan de railing en het leek of ze elk mens apart zag en begroette.’Over op handstuurDe binnenkomst in de haven in 1980 verliep niet vlekkeloos, hoewel waarschijnlijk niemand op de kant dat gemerkt heeft. De stuurmachine vertoonde kuren en Strijbos moest over op handstuur. Het vergde grote behendigheid en veel ervaring wanneer het schip met achterkant nog in de stroming van de waterweg was en de voorkant al in de haven. Er stond bovendien een flinke wind en het begon te regenen. Bij de spoorbrug lag de Diana in de weg en moest de spoorbrug nog opengaan. Aangekomen bij de Stadhuiskade bleek het reddingsvlet Prinses Margriet daar te liggen en dat moest in allerijl weggehaald worden. Toen de Furie eenmaal lag aangemeerd verrichte Hugo Metsers de laatste handeling met ‘afbellen’ (de telegraaf heen en weer halen).Diep ontroerdJan de Hartog, die in Amerika woonde, zag de Furie pas voor het eerst in maart 1987. Toen hij de trap aan de Stadhuiskade afkwam en de sleper zag zei hij: ‘Dit is voor de schrijver van Hollands Glorie een diep ontroerende dag. Om na 47 jaar de hoek van de kade om te komen en het schip te zien liggen waar ik als 26-jarige over droomde, is een onvergetelijke ervaring.’Maarten ’t HartOok in de boeken van Maarten ’t Hart speelt de Furie een rol. In ‘een dienstreis naar Maassluis’ schrijft hij over zijn tocht door Maassluis:‘Ik liep langs museumschip De Hudson, dat afgemeerd lag tegenover de plaats waar vroeger een uitzonderlijk fraai logement had gestaan, herberg De Moriaan (afgebroken uiteraard). Aan de Stadhuiskade lag het beroemdste Maassluise museumschip afgemeerd: De Furie. Ooit een openbrugsleepboot met een tweevuurs Schotse ketel en een triple-expansie-machine van 450 pk. Nu heeft het de status verworven van Varend Museum en mag het zich verheugen in het bezit van het Waarderingsschildje Beschermd Stadgezicht van de gemeente Maassluis. Hoe een schip een stadsgezicht kan zijn, blijft overigens een raadsel. (Het biedt wel perspectief; wellicht krijg ik dat schildje mettertijd ook opgespeld). Maar stadsgezicht of niet, de Furie heeft gezorgd voor een jaarlijks terugkerend maritiem volksfeest. In het eerste weekend van oktober staat Maassluis in het teken van de Furieade. Dan branden reeds op vrijdagavond op alle vensterbanken Furieade-kaarsen en de dag daarop barst het feest los, met onder andere in de haven een vlootschouw van oude en recent verworven museumschepen.’Schip met drie poten‘De poten: dat is het eerste waar een machinist naar kijkt. Poten zijn de zuigerstangen. Nou, de Furie heeft drie prachtpoten.’ Aldus Gijs Smoor, een van de ‘meesters’ van de enige overgebleven, in Nederland gebouwde, stoomzeesleper Furie. Met circa 25 andere vrijwilligers had hij in tweeëneenhalf jaar tijd hard gewerkt om de Furie weer onder stoom te krijgen.Tekst: uit eerder gepubliceerde artikelen en kranten, samengesteld door de Historische Vereniging Maassluis.Foto’s: kranten, Gerry Hanneman, Stichting Hollands Glorie
Lees meer
Streekhistorie: Fulps Vincentinus Valstar en meer zondag 15 september 2019 08:08

Streekhistorie: Fulps Vincentinus Valstar en meer

Fulps Vincentinus Valstar (1879-1944) werd op 30 augustus 1944 het slachtoffer van een vergeldingsmaatregel door de Duitse bezetter. Zijn nagedachtenis leeft vooral voort door deze brute moord. Voor zijn kleinzoon Leen Valstar is deze gedachte niet te verteren. "Het is niet goed dat deze man alleen wordt herinnerd door zijn dood", zei Leen Valstar op 7 september bij de uitreiking van het Historisch Jaarboek Westland 2019. "Het kriebelde bij mij al jaren en ik ben aan de slag gegaan." Het resultaat is een uitgebreid artikel in het Historisch Jaarboek Oud-Westland. De Naaldwijkse tuinder Fulps Valstar was al jong actief in het bestuur van de plaatselijke Boerenleenbank, de veiling, Bond Westland en de Nederlandse Tuinbouwraad. Van 1917 tot aan zijn vroegtijdige dood in 1944 was Valstar voorzitter van het Centraal Bureau Tuinbouwveilingen (CBT). Tijdens zijn speurtocht kreeg Leen Valstar te maken met tegenvallers. Zo ontbrak het notulenboek van het CBT over de vooroorlogse periode. Hij kon echter wel informatie putten uit een jubileumboek in de jaren negentig en de krantensite Delpher van de Koninklijke Bibliotheek. Ook maakte hij gebruik van de jeugdherinneringen van de broer van Fulps, Vincentinus Valstar. Zo lukte het hem het leven van zijn grootvader te reconstrueren. De vader van Fulps was in Naaldwijk een van de initiatiefnemers van de afsplitsing in de Nederlandse Hervormde kerk en de bouw van een eigen gereformeerde kerk aan de Dijkweg ter hoogte van de Grote Woerdlaan. Daarna was de vader van Fulps veertig jaar voorzitter van het bestuur van wat later de Christelijke Nationale Schoolvereniging zou gaan heten. De jonge Fulps zag van nabij hoe zijn vader ingrijpende beslissingen nam en daar bestuurlijke verantwoordelijkheid voor droeg. Zelf droeg hij ook die verantwoordelijk in de economisch moeilijke jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog.Henk Lelieveld ontdekte dat een ver familielid bisschop was geweest in Afrika. Het bleek te gaan om de uit Naaldwijk afkomstige Hermanus Johannes van Elswijk (1905-1987). Van Elswijk werd geboren in een groot gezin in de Molenstraat in Naaldwijk. Zijn moeder Henderica overleed in het kraambed bij de geboorte van haar tiende kind. Vader hertrouwde en er kwamen nog zes kinderen. Tot zijn vijftiende werkte Van Elswijk in de tuinbouw bij de familie Voskamp. Hij kreeg een priesterroeping en trad in bij de kloosterorde van de Paters van de Heilige Geest. Hij moest het geld voor de studie bij elkaar bedelen maar kreeg steun van de niet-katholieke familie Voskamp. Een jaar na zijn priesterwijding in 1933 vertrok Van Elswijk naar Tanzania. In 1954 werd hij in de Adrianuskerk in Naaldwijk tot bisschop van Morogoro gewijd. Oudere Westlanders weten zich Van Elswijk nog te herinneren vanwege zijn legendarische bedelpreken voor de missie. De bevolkingsgroei van het Westland door de eeuwen heen is in kaart gebracht door Jaap van Duijn. De huidige gemeente Westland behoort tot de 31 gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Op het grondgebied van de gemeente woonden rond 1500 nog maar 4.000 mensen. Bijzonder is zijn vondst van de eerste vermelding, voor zover bekend, van de naam ‘Westland’ in een rekening uit 1382. Het jaarboek bevat verder een artikel van Ron Oosterveer over de talloze lijnbanen voor de productie van garen en touw, die ooit in Monster en Ter Heijde hebben gestaan. Van het overgrote deel van de garens werden netten gebreid voor de visserij. Jan van Dijk, medeoprichter van chrysantenstekbedrijf Fides uit De Lier schrijft over de teelt van jaarrondchrysanten. Sinds deze in 1961 voor de Westlandse veilingklok kwamen, heeft deze chrysantenteelt een grote vlucht genomen. In het voorjaar van 2018 organiseerde het Genootschap een excursie naar de Beekenkamp Group in Maasdijk. Het is inmiddels traditie dat over de geschiedenis van de bedrijven waarnaar het Genootschap een excursie organiseert een artikel verschijnt in het Jaarboek. Annieck Ruijgrok schrijft erover. Het Jaarboek wordt afgesloten met de Archeologische kroniek, de bibliografie van het Westland over het afgelopen jaar en met het jaarverslag van de secretaris van het Genootschap. Het jaarboek is verkrijgbaar in het Westlands Museum.Auteur: Frank de Klerk van het Historisch Genootschap Oud-Westland
Lees meer
Streekhistorie: Werkgroep Oud 's-Gravenzande verder als vereniging zondag 1 september 2019 07:07

Streekhistorie: Werkgroep Oud 's-Gravenzande verder als vereniging

Al decennia lang leeft de interesse in het ’s-Gravenzandse verleden. Niet verwonderlijk, aangezien de enige stad in het Westland terugkijkt op een rijke historie van meer dan 800 jaar. In 1975 is daarom door enkele enthousiaste ’s-Gravenzanders de Historische Werkgroep Oud ’s-Gravenzande opgericht. De werkgroep had al snel een flink aantal leden en de activiteiten bestonden o.a. uit archiefonderzoek en voorlichting. Regelmatig werden lezingen en diapresentaties verzorgd. Ook heeft de werkgroep archeologisch onderzoek verricht in de tijd dat daar nog geen gemeentelijk beleid voor was. De laatste opgraving die de werkgroep heeft verzorgd is die van het bagijnhof en de buitenplaats Vreeburgh aan het Vaartplein in 1999. In de jaren daarna heeft de werkgroep te maken gehad met een slinkend aantal leden, totdat er vorig jaar nog een drietal over was. Enkele opgegraven en gerestaureerde kannen van het BagijnhofMaar ook voor de jongere generatie heeft het verleden aantrekkingskracht. Afgelopen winter hebben enkele ’s-Gravenzanders de koppen bijeen gestoken om “Oud ’s-Gravenzande” nieuw leven in te blazen. In eerste instantie is het idee los van de bestaande werkgroep ontstaan, maar al snel is contact gezocht en is gedurende de wintermaanden onderzocht in hoeverre de werkgroep een doorstart kon maken. Het oprichten van een vereniging, om op die manier als rechtspersoon op te kunnen treden, was daarin een logische stap. Op 16 april 2019 was het dan zover en is de Vereniging Oud ’s-Gravenzande officieel opgericht. Het driekoppige bestuur bestaat uit Michiel Kruijthof als voorzitter, Joke Gijsberts als secretaris en Ruud Heus als penningmeester. Jan Dahmeijer en Piet van der Steen, beide al decennia lang verbonden aan de werkgroep, zullen het bestuur ondersteunen bij het uitbouwen van de vereniging.Prent van de oude kerk, voorganger van de Dorpskerk.De Vereniging Oud ’s-Gravenzande zal niet alleen de activiteiten van de voormalige werkgroep voortzetten, maar ook nieuwe activiteiten ontplooien. Zo is er een wandeling uitgezet langs diverse historische plekken in het centrum en is via de Izi-Travel app een fietsroute uitgezet. De leden zullen een aantal keer per jaar een online nieuwsbrief ontvangen met interessante wetenswaardigheden en ontwikkelingen over ’s-Gravenzande. Niet alleen het verre verleden zal aan bod komen: ook de recente geschiedenis zal een grotere rol gaan spelen. De ‘s-Gravenzandse dertigers en veertigers van nu zijn immers lang niet allemaal meer in de oude kern opgegroeid, maar grotendeels in de nieuwbouwwijken die na de oorlog tot stand zijn gekomen. Ook die maken deel uit van de stadshistorie. Om ook voor deze en toekomstige generaties de nostalgie naar “hun” ’s-Gravenzande levend te houden, is het van belang dat eenvoudige dingen die nu zo gewoon lijken, voor de toekomst bewaard blijven.De vereniging wil ook een collectie opbouwen, waarin zowel het verre als het recente verleden terugkomt: niet alleen bodemvondsten, ansichtkaarten en voorwerpen of documenten uit de oorlog zijn gewenst, maar zo zijn er bijvoorbeeld al een steen en een tegel uit de Koningswerf, een stoeptegel van het Gemeentelijk Energiebedrijf, een ’s-Gravenzandse hondenpenning en wat onderdelen uit het in 1976 gestrande schip Stardust aanwezig, maar staan bijvoorbeeld een zinken vuilnisemmer en een oud plaatsnaambord nog op het verlanglijstje! Ook zijn wij bijzonder geïnteresseerd in oude foto’s.In het najaar zal de vereniging een eerste openbare bijeenkomst organiseren, een historisch café dat voor jong en oud een feest van herkenning zal zijn. Ook op Open Monumentendag op 14 september zal de vereniging aanwezig zijn in de Dorpskerk, het trapgevelhuisje op het Marktplein en in het privé-museum van Ruud Heus in de Langestraat. Verder zijn we op zaterdag 28 september aanwezig op de grote jaarlijkse Historische Informatiemarkt in het gemeentehuis aan de Verdilaan in Naaldwijk met uitgebreide informatie over ‘s-Gravenzande. Marktplein in recent verledenIets bijleren over een ver verleden en herinneringen aan een minder ver verleden, dat zal de rode draad in de koers van de vereniging zijn! Initiatieven vanuit de leden worden ook zeer op prijs gesteld. Bent u nieuwsgierig of wilt u lid worden? U kunt contact opnemen op het e-mailadres oudsgravenzande@hotmail.com.Auteur: Michiel Kruijthof van de Vereniging Oud ‘s-Gravenzande
Lees meer
Streekhistorie: De Gouden eeuw als inspiratie voor vernieuwing zondag 25 augustus 2019 07:07

Streekhistorie: De Gouden eeuw als inspiratie voor vernieuwing

Openingstoespraak door Jacques Moerman (historicus) op 20 juni 2019, bij gelegenheid van de start van een fototentoonstelling in de Dorpskerk van Schipluiden. Hier zijn nog op de laatste zaterdagen van augustus en in het Monumentenweekend (14 en 15 september) foto’s van Fleur Halkema te zien van stillevens die een band met de Gouden Eeuw en Midden-Delfland hebben. Nederland staat dit jaar bol van activiteiten die met de Gouden Eeuw te maken hebben. Een van de hoogtepunten in onze omgeving is vanaf het najaar de tentoonstelling over Pieter de Hooch in het Prinsenhof te Delft. Voor het eerst is een overzicht van zijn werk te zien in Nederland. Maar er gebeurt meer! Is de Gouden Eeuw ook in onze streek, in Midden-Delfland, te beleven? Sporen van de Gouden Eeuw in Midden-DelflandKijk in de Dorpskerk van Schipluiden om u heen. Zondag 28 augustus 1616 was er een dorpsbrand, waarbij ook de oude kerk van Schipluiden afbrandde. Dankzij de bemoeienis van Jacob van Egmond, heer van Keenenburg, kon het gebouw reeds in 1619 weer in gebruik worden genomen. Het gehele interieur van de kerk dateert dus vanaf 1619. De Gouden Eeuw is zichtbaar in de kerk. Wat denkt u van de grafzerk van Otto van Egmond, de preekstoel, circa 1620, een voorbeeld van Delfts houtsnijwerk, met renaissance-elementen, let op de korintische zuilen, het koorhek met de wapens van Otto van Zevender en zijn vrouw Besten van Brienen, circa 1627. De dragers van het familiewapen, een olifant en een eenhoorn, symboliseren kracht, verder een schepenbankje uit het midden van de 17e eeuw, waarin de lokale bestuurders zaten, de barokke herenbank (ook vrouwenbank) van het Huis Keenenburg uit 1662. De vruchten symboliseren de welvaart van die tijd.Ook buiten de kerk zijn sporen uit de bloeitijd van de Gouden Eeuw te beleven. Nog altijd is in Midden-Delfland een aantal boerderijen te bewonderen, die in de periode 1625-1665 zijn gebouwd, zoals boerderij Abbestee uit 1646 in Schipluiden, boerderij Meerzicht in Zouteveen, de Lindenhoeve in ’t Woudt uit 1665. Investeerders waren vaak stedelingen, die hun geld belegden in grond en de bebouwing op het platteland. Soms vestigden zij op het boerenwerf een tweede woning. Denk aan de Leeuwenwoning in Maasland, bezit van de Delftse juristen- en artsenfamilie Van ’s Gravenzande; de familie bouwde een vleugel aan de boerderij om daar in de zomermaanden te recreëren, dichterbij hebben wij het voorbeeld Hodenpijl. In 1634 kocht de Haagse familie Van Wouw hier een boerderij, waarnaast een buitenplaats werd aangelegd. Het complex is bewaard gebleven. Het is nu de Levende Buitenplaats. Een ander voorbeeld is Sion, waar vanuit een boerderij een van de grootste buitenplaatsen van Zuid-Holland werd aangelegd. De eigenaren kwamen uit Rotterdam, de familie Van Hogendorp. Twee stenen hekpalen herinneren in Sion nog aan de buitenplaats, evenals het koetshuis (uit 1700), dat binnenkort wordt gerestaureerd. Trekschuit met jaagpaard, Vlaardingse Vaart 2018. Foto Jacques Moerman.Ook een teken van welvaart is in 1645 de komst van de trekvaartroute Delft-Maassluis, in 1654 verlengd naar Vlaardingen. Zesmaal per dag passeerde een trekschuit van Delft en Maassluis het dorp Schipluiden, tweemaal een trekschuit uit Vlaardingen. De komst van deze routes, waardoor de verse vis sneller naar de stad kon worden afgevoerd, betekende welvaart voor het dorp. Het aantal herbergen groeide in Schipluiden van twee naar vijf. Maasland behield er twee, omdat de trekschuit niet door, maar om dat dorp voer via de Noordvliet/Maassluisse Trekvliet. Belangrijk was ook het personenvervoer op vaste tijden. Via een netwerk van trekschuitroutes was men in de 17e eeuw in ruim drie uur van Delft in Leiden, Amsterdam was in één dag per trekschuit bereikbaar (het jaagpaard liep gemiddeld 7 km per uur). De mooiste herinneringen aan dit tijdperk zijn de jaagpaden in dit gebied, een bron voor inspiratie voor talloze kunstenaars, waaronder de 19e-eeuwse schilder Jongkind. Sinds kort is hij in de vorm van een standbeeld terug in Midden-Delfland, het gebied waar hij in zijn jeugd heeft gelopen.De adel had belangstelling voor kunst. Dit blijkt uit de schilderijencollectie van de Commandeurshof in Maasland. Hieronder bevond zich een Boerenkermis en een Boerenbruiloft, mogelijk uit de school van Breughel, maar ook een reeks van portretten en religieuze schilderijen. Enkele jaren geleden kocht Museum Prinsenhof in Delft het schilderij ‘De droom van Jacob’van de Delftse schilder Cornelis Jacobsz. Delff. Dit schilderij komt ook voor in de schilderijenlijst van kasteel Keenenburg. Twee hoofdpersonen van de Keenenburg droegen de naam Jacob, namelijk Jacob van Egmond en Jacob Frederik van Zevender, mogelijk een reden voor de aankoop van dit historiestuk. Een inboedellijst uit 1535 van de boerderij van Maritgen de Voecht laat zien dat ook boerderijen collecties kunst hadden. In haar boerderij langs de Woudseweg hingen naast schilderijen (‘taferelen’ zei men toen) borden met de afbeeldingen van Karel V, Maria van Hongarije, Johannes de Doper, Maria Magdalena en de heilige Veronica.De welvaart van Maritgen hing samen met de verkoop van boter en kaas. De Woudse boter en de Harnaschkazen werden in de 16e eeuw onder meer verhandeld in Brussel en Antwerpen. Je vindt deze aan Midden-Delfland gebonden producten ook terug in de archieven van Vlaamse kloosters, zoals in Brugge en Gent. De internationale zuivelhandel stopte grotendeels toen de Zuidelijke Nederlanden in de Tachtigjarige Oorlog losraakten van het Noorden. De opkomende welvaart in de Noordelijke Nederlanden bood echter voor de boeren ruime compensatie. De bevolking in de steden van Holland groeide enorm door de grote toestroom van vluchtelingen uit met name de Zuidelijke Nederlanden. De ondernemingslust van deze immigranten droeg in belangrijke mate bij aan de bloeitijd van de Gouden Eeuw in de Noordelijke Nederlanden. In de steden was veel vraag naar voedsel. Het gebied van Midden-Delfland, dat vanouds vertrouwd was met de boter- en kaasproductie, kon men deze producten gemakkelijk kwijt aan stedelingen. De bereikbaarheid over water bevorderde de handel. De stad Delft heeft daarvan enorm geprofiteerd. De buitenplaats Sion en het vroege tuinbouwgebied van de Noordhoorn, Kruikius 1712.De waterweg was ook belangrijk voor de eerste tuinders in deze regio. Buiten de stadsmuren van Delft ontstonden vanaf het eind van de zestiende eeuw kleine tuinbouwgebiedjes, waaronder langs de Hoornsevaart, het gebied de Noordhoorn bij de opkomende buitenplaats Sion en in Den Hoorn langs de Lookwatering. Naast een variatie aan fruitbomen was er een specialisatie in de teelt van asperges, bessen en aardbeien. Stad en platteland profiteerden van elkaars nabijgelegen aanwezigheid. In deze tijd zien we eenzelfde ontwikkeling. Het gaat dan niet alleen om voedsel, maar ook om de beleving van ruimte. In Midden-Delfland kun je nog ver kijken, en dit behoedt je voor kortzichtigheid. De groeiende welvaart in de Gouden Eeuw betekende een toenemende belangstelling voor kunst. Het aantal genres nam toe, waaronder het schilderen van stillevens. Stillevens werden in de zeventiende eeuw in groten getale vervaardigd. De schilder gaf de voorwerpen op een stilleven zo echt mogelijk weer. Tevens moest hij zorgen voor een goede compositie, zodat alle voorwerpen tot hun recht kwamen. Ook de lichtval was erg belangrijk. Op pronkstillevens zijn weelderige tafels met luxe voorwerpen als geslepen glazen, porselein en exotische vruchten afgebeeld. Op eenvoudige 'banketjes' en 'ontbijtjes' zien we sobere spijzen, zoals kaas, brood en haring, een combinatie van voedsel, dat nauw met deze streek verbonden was en in de Gouden Eeuw bereikbaar werd voor alle klassen. Iedereen in Nederland at boter en kaas. Deze producten stonden niet alleen als ontbijt op tafel, maar waren ook geliefd als laatste gang van een diner. Als dessert kwamen zij op de tafels van de gegoede burgerij, bijvoorbeeld in de Keenenburg te Schipluiden, geserveerd met noten, fruit, zuidvruchten en suikerwaren, zie de voedselresten uit de beerputten van het kasteel, maar bekijk ook de stillevens uit de Gouden Eeuw in de Nederlandse musea.Voedselrijkdom uit Midden-Delfland. Foto van Fleur Halkema.Fotograaf Fleur Halkema heeft zich door het genre van stillevens in de schilderkunst laten inspireren. Zij toont in haar werk de voedselrijkheid van onze streek. De instandhouding van het open landschap van Midden-Delfland hangt nauw samen met de overlevingskansen van de voedselproducenten in het gebied. Het overleven van het poldergebied van Midden-Delfland is ook voor de omringende steden van groot belang. De geschiedenis laat een constante interactie tussen stad en platteland zien. Deze geschiedenis verdient een toekomst. Elk initiatief om de betekenis van deze relatie te onderstrepen is belangrijk. In dit licht kunt u het fotowerk van Fleur Halkema bekijken. Geniet van haar fraaie stillevens, unieke hedendaagse foto-impressies, geïnspireerd door het werk van 17e-eeuwse Meesters! Met dank aan de initiatiefnemer, Arti Delflandiae, met name Flip van der Eijk, voor het initiatief van deze bijzondere tentoonstelling en de kerkrentmeesters voor de openstelling van deze kerk. Hierdoor hangen de kunstwerken in een passende historische ambiance! Midden-Delfland staat door deze expositie op een aansprekende, kunstzinnige wijze op de kaart! Hiermee is de tentoonstelling ‘Stillevens uit Midden-Delfland’ in de Dorpskerk van Schipluiden geopend.Auteur: Jacques Moerman van de Historische Vereniging Oud-Schipluiden
Lees meer
Streekhistorie: Een oud schilderij op de zolder van boerderij Berestein zondag 18 augustus 2019 10:10

Streekhistorie: Een oud schilderij op de zolder van boerderij Berestein

Elke eerste zaterdag van de maand houdt de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul een historisch spreekuur in de Kaaskelder van de Hofboerderij. Bij een van de afgelopen edities kwam Rianne Ammerlaan langs in de Kaaskelder. Zij had het onderstaande schilderij bij zich. Rianne was thuis de boel aan het opruimen. Zij had dit schilderij van haar moeder Martina Raaphorst, die getrouwd was met Martinus Ammerlaan, gekregen. Martina had dit schilderij in 1968 meegenomen toen de boerderij Berestein van haar vader werd afgebroken. Het lag toen op zolder van de boerderij. Het was te zien dat de tand des tijds het schilderij en de lijst flink hadden aangetast, maar weggooien wilde Rianne het ook weer niet. Vandaar de vraag aan ons of wij als Historische Vereniging iets hadden aan dat schilderij met de afmetingen van zo’n 40 bij 25 cm. Op het schilderij is een groot hoog huis te zien met twee bouwlagen met een flinke kap met dubbele schoorstenen met een aanbouw van één laag met dak over de gehele lengte van het huis met een aansluitende muur. Rechts een kleiner huis van één laag met kap waar in de deuropening een man op klompen staat Op de voorgrond zien we een handkar.Familie Adrianus Raaphorst en Adriana EnthovenDe vraag was welke huizen dit waren en waar de huizen lagen. Rianne zei dat niet te weten. En als historische vereniging hebben we niet veel aan een schilderij zonder inhoud. De vraag aan Rianne Ammerlaan was dan ook nader onderzoek te doen bij haar familie. Rianne is een kleindochter van Adrianus Petrus Raaphorst en Adriana Klazina Enthoven. Haar grootouders trokken na hun huwelijk in 1916 in bij Adrianus' ouders Piet Raaphorst en Anna Groenewegen die boerden op de boerderij Berestein. Deze lag aan de Broekweg (nu Kerkstraat) in Kwintsheul, vlak bij de kerk, omgeven door grote kastanjebomen. In 1928 werd Adrianus zelf eigenaar en beheerder van boerderij Berestein. Hij kreeg een groot gezin.Het wat en waar van het schilderij van familie RaaphorstRianne kon aan haar moeder niets meer navragen, want zij is reeds overleden. Maar door contacten van Rianne met haar tante Gré Raaphorst, een dochter van Adrianus Petrus Raaphorst en Adriana Klazina Enthoven (wonend in Zuid-Afrika en ook even in Australië) kwamen twee oude foto’s boven tafel die meer informatie gaven.Op de eerste foto uit circa 1925 zien we Petronella (Nellie) Raaphorst, een oudere zus van Gré. Nellie staat hier in de voortuin van boerderij Berestein. Op de foto zien we de voorkant van boerderij Berestein rechts van haar. Achter Nellie Raaphorst zien we een hoog huis van twee lagen met dak en schoorstenen en rechts daarvan nog een vrijstaand huis. Links kan het de achterkant van de Andreasschool of de Andreaskerk zijn. Het hoge huis achter haar heeft veel overeenkomsten met het schilderij.Op de tweede foto, die ouder is, zien we wederom een hoog huis met twee lagen met een kap en met de aanbouw wat dichterbij. Op deze foto is heel duidelijk de gelijkenis te zien met het schilderij, met name de aanbouw. De oude bouwmanswoning BeresteinOp basis van deze twee foto’s kunnen we stellen dat het hoge huis van twee lagen met dak ten oosten van de boerderij Berestein lag, richting Lange Wateringkade, achter de Andreas- of Jongensschool. In 1909 had de weduwe Maria Raaphorst-de Winter, oma van Adrianus, een stuk grond verkocht aan het R.K. Kerkbestuur.Uit het contact met Toos van Zeijl-Raaphorst, de jongste dochter van Adrianus Petrus Raaphorst en Adriana Klazina Enthoven, werd zelfs verteld dat het hoge huis ‘de oude boerderij Berestein’ was, waar in het verleden hun knecht David van Ooijen had gewoond, die later naar de Hoenderparklaan was verhuisd. De boerderij Berestein die in 1968 gesloopt is, werd namelijk pas in 1854 gebouwd. In de koopakte van 11 juli 1843 werd door Pieter Raaphorst Louweriszoon eene kapitale ruime en welgelegen Bouwmanswoning, vijf arbeidershuisjes en ongeveer 100 hectare extra best teel- en weiland gekocht. Deze boerenwoning was genaamd “Veenrust” alias “Berestein”.Dus wat blijkt: het schilderij geeft een beeld van de oude ‘Bouwmanswoning Berestein’. Op het schilderij en de tweede foto zijn de arbeidershuisjes goed zichtbaar.Nu is daar niets meer van over. Volgens Toos van Zeijl-Raaphorst was voor de oorlog de oudste boerderij Berestein al gesloopt. De nieuwe Berestein, die wel zijn honderdjarig bestaan heeft gevierd, is in 1968 afgebroken om plaats de maken voor de Kastanjehof en een gymzaal bij de Andreasschool. Nu ligt op deze locatie de supermarkt van Jumbo. De oude bouwmanswoning Berestein op oude kaartenDe oudste boerderij Berestein is al gebouwd in de zestiende eeuw. De naam is ontleend aan Pouwels van Beresteijn, Burgemeester der Stad Delft, die getrouwd was met Volckera Claesdr. Knobbert. Hij liet in 1622 de boerderij met landerijen die lagen tussen de huidige Kerkstraat bijna tot aan de Zwet in Kwintsheul in kaart brengen op basis van kaartgegevens uit 1576. Hij had deze wooninge mitte landen daer toe behoorende ende al 't gunt daerop aert ende nagelvast is ende daer van dependeert, groot ontrent sesendvertich mergen leggende bij de Quintsheul als legaat in 1606 verkregen van zijn schoonmoeder Maritgen Dicksdr. Duyst. De kaart is het uitvergrote detail van Kwintsheul in 1576. De bebouwing bij de Heulbrug is rechts weergegeven door drie getekende huizen. De bouwmanswoning Berestein ligt dan in het midden met diverse andere bijgebouwen en twee hooimijten. Alle groene percelen hoorden bij de boerderij en liepen bijna door tot de Zwet. Verder naar links richting Naaldwijk lag de oude Uithofwoning van het klooster van Loosduinen op de locatie van het pas gesloopte huis van bakker Bom. Het weggetje dat daarboven ligt was het Munnickenlaantje, later De Driesprong en nu de Vorkotterstraat. Deze liep naar het oude Slimpad.Eigenaren van de bouwmanswoning Berestein tot 1743De boerderij kwam na het overlijden van de heer Pouwels van Beresteijn in 1625 toe aan zijn vrouw Volckera Knobbert. Na haar overlijden in 1634 erfden haar negen kinderen ieder een negende deel. Familieleden zouden de jaren die volgden hun erfdeel vaak verkopen aan een van de andere familieleden. Toen in 1724 Corvina Maria Valensis haar erfdeel verkocht aan Adriaan Bogaart, ook een achterkleinkind van Pouwels Beresteijn, werd Adriaan volledig eigenaar van de landerijen van zijn overgrootvader. Hij was getrouwd met Petronella van Groenedijk en hertrouwde in 1728 met Elisabeth Adriana Backer.De erfgenamen van Elisabeth verkochten in 1781 de boerderij en bijbehorend land aan Jan van der Arend en Phillius Roels, ieder voor de helft. Maria van der Arend, een dochter van Jan en getrouwd met Hendrik van Leeuwen, werd hierna eigenaresse van de boerderij. In 1825 overleed Maria en in 1843 werd na het overlijden van weduwnaar Hendrik van Leeuwen de kapitale en welgelegen woning, toen genaamd ‘Veenrust’, verkocht aan Pieter Louwrensz. Raaphorst. In 1846 werd het nieuwe voorhuis van de boerderij Berestein gebouwd.Het schilderij is door Rianne Ammerlaan aan ons geschonken, maar in overleg met haar hebben wij dit nu historisch waardevolle schilderij overgedragen aan het Westlands Museum. Wie de schilder was, is nog niet bekend.Auteur: Chris Batist van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer
Streekhistorie: Nieuwe straatnaam met historie: Boswoning zondag 11 augustus 2019 16:04

Streekhistorie: Nieuwe straatnaam met historie: Boswoning

De gemeenteraad heeft op advies van de straatnamencommissie vastgesteld dat de nieuwe openbare ruimte op ontwikkellocatie Elsenbosch vernoemd wordt naar een oude boerderij: de Boswoning. De historische vereniging heeft deze naam voorgesteld en helpen onderbouwen. Het past goed bij de nabijgelegen Bosweg en Boslaan. Maar is vooral belangrijk voor het geheugen van Honselersdijk. Nieuwe openbare weg op ontwikkellocatie Elsenbosch, in de bocht van de Burgemeester Elsenweg. Ontwikkellocatie Elsenbosch en de Boschwoning gemarkeerd op kaart uit 1850De oorsprong van de BoswoningHonselersdijkers die zich de oude vervallen Boswoning kunnen herinneren, zullen zich waarschijnlijk niet gerealiseerd hebben dat het zo’n bijzondere geschiedenis had. Het stamt nog uit de tijd dat deze plek onderdeel was van de domeinen van stadhouder Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms. Ook dat is nu moeilijk voor te stellen: het zomerpaleis met uitgebreide tuinen en duizenden bomen dat een voorbeeld was voor de zowel de architectuur als de tuinkunst in de 17e eeuw.Huis Honselaarsdijk in vogelvlucht met gemarkeerd de twee speelhuizenDe Boswoning was in het aangelegde bos te westen van het paleis gesitueerd en diende als ‘speelhuys’. Dit was plek om zich te amuseren, thee te drinken en goede gesprekken te voeren. Je kan het zien als de voorloper van het prieel. Grote buitenplaatsen hadden vaak meerdere speelhuizen. In de tuin ten noordwesten van de Nederhof is een paar jaar later een tweede speelhuis gebouwd. De Boswoning lag wat verder van het hoofdhuis af en werd bereikt door aan het einde van de formele tuin de boomgaard door te steken en halverwege linksaf te slaan om een recht pad te volgen dat naar de fazanterie en de hertenwei leidde. TH. Morren schreef in zijn boek Het Huis Honselaarsdijk in 1908: "Indien men vanaf het begin van dezen vijver in rechte lijn loopt in de richting van Naaldwijk, komt men aan de oude boschwachterswoning, welke gedeeltelijk is vernieuwd en aangebouwd, maar waarvan het oude gedeelte nog duidelijk zichtbaar is"Met de vijver bedoelt hij de karpervijver die bij tuinderij Nieuw Honsel aan de Nieuweweg lag en een paar jaar later gedempt is. ArchitectuurOpvallend aan dit speelhuis is dat het veel overeenkomsten vertoont met de hoektorens van het paleis. Het is in 1636 gebouwd in de stijl van het Hollandse classicisme. Daarmee is de Boswoning een van de eerste bouwwerken in deze nieuwe bouwstijl.Typerend zijn de sobere bakstenen muren zonder versiering rond de ramen of op de hoeken, de zuiver symmetrische gevel indeling, en het leien dak met dakvensters. Twee jaar ervoor was de Frans-Zweedse architect Simon de la Vallée in dienst gekomen van Frederik Hendrik, maar waarschijnlijk was Jacob van Campen ook betrokken bij het ontwerp. Er zijn geen tekeningen bewaard gebleven maar wel een bestek waarin alle maten en materialen beschreven zijn. Op basis hiervan is door de Rijksdienst een reconstructietekening gemaakt, waarop te zien is dat op de verdieping de belangrijke ruimte is gesitueerd met zeven ramen en een hoog betimmerd plafond. Voor een uitgebreide beschrijving zie: https://www.dbnl.org/tekst/_jaa030199201_01/_jaa030199201_01_0007.php. De reconstructie vertoont veel overeenkomsten met de prenten die in 1695 en 1700 vervaardigd zijn.’t Boswachters Huijs. Randgravure bij de kaart van A. Bega en A. Blooteling uit 1695De Boschwachters wooning. Randgravure bij de kaart van Carel Allard uit 1700Functies en eigenarenOp deze prenten komen we de naam ‘t Boswachtershuys en De Bosch-wachters wooning tegen. De hooiberg die ernaast getekend is en een bijgebouw dat mogelijk een schuur was, doen vermoeden dat het niet langer voor vermaak diende, maar dat het bewoond werd door personeel. Op de eerste kadastrale kaart (1809-1832) staat bij het huis “Maison de Boschwoning”. In 1819 spreekt men van “een boumanswoning van ouds genaamd "de BOSCHWONING", een naam die ook nu nog voorkomt op huidige kaarten van de topografische dienst.In het jaar 1819 koopt Willem Klaasz Kester de boerenwoning “de Boschwoning” met circa 55 hectaren van de domeinen. Dit land liep van de “Jeneverbrug” (Jan Evertsbrug) over de Nieuwe vaart tot de Bossloot. Het grensde aan het bezit van de rentmeester van de domeinen Johan David Nicolaas van der Trappen. Deze had langs de Dijkweg zelf de mooiste stukjes grond gekocht; zijn zoon bouwde hier in 1851 zijn buitenplaatsje “Maria’s oord”.Notariële akte uit 1847, Willem Klaasz Kester verkoopt dan de Boswoning aan zijn zoonEen ander naam die aan de Boswoning verbonden was, is C.M. (van) Haaster. In 1920 en 1922 biedt deze resp. iepenbomen als een “beste beer” aan. Hij geeft daarbij als adres Boschwoning Dijkweg, Honselersdijk en vermeldt dat dit via de weg en het water bereikbaar is. Of hij daadwerkelijk de Boswoning in bezit had, is onduidelijk. Mogelijk huurde hij het van een Kester, want deze familienaam is lange tijd verbonden gebleven aan dit gebied tussen Honselersdijk en Naaldwijk. Er is ook sprake van de firma “Boschwoning” aan de Nieuweweg 5. Zeer waarschijnlijk was deze nabij de Boswoning gevestigd. In 1962 was het eigendom van ene A. Kester die er zelf niet woonde. Het was in zeer slechte staat en werd onbewoonbaar verklaard.Knipsels uit De Westlander 1920, 1922 en 1962. Beeldbank HAW.Boslaan en Boswoning op de kaart van Kruikius uit 1712 (Gerard Beijer)HerinneringDe Boslaan was - vanaf de Dijkweg in Naaldwijk - de oprijlaan naar deze woning voordat de Burgemeester Elsenweg - vlak na de Tweede Wereldoorlog - doorgetrokken werd en de boerderij aan de andere kant van deze weg kwam te liggen. Deze geïsoleerde ligging wordt nu opgeheven door de aanleg van een nieuwe toegangsweg vanaf de rotonde van de Burgemeester Elsenweg en de Bosweg. Te laat voor de Boswoning zelf. Na de transformaties van speelhuis naar boswachtershuis naar boerderij heeft het plaats moeten maken voor de glastuinbouw. De herinnering wordt nu vastgelegd in de straatnaam op het nieuwe bedrijventerrein. Wanneer de woning precies gesloopt is, weten we niet, maar Wim Duivesteijn heeft in 1989 nog een tekening van dit bijzondere pand gemaakt.Foto van de Boswoning uit het archief van Jan van Dijk. In bezit van HVNH.Weet je het jaartal van de sloop? Ken je (volks)verhalen over de Boswoning? Of ben je er ooit binnen geweest? Stuur dan een mail naar info@hvnh.nlAuteur: Jolanda Faber van de Historische Vereniging Naaldwijk Honselersdijk
Lees meer
Streekhistorie: Ruim 5.000 Padvinders in Hoek van Holland zondag 4 augustus 2019 10:10

Streekhistorie: Ruim 5.000 Padvinders in Hoek van Holland

Van 31 juli tot en met 9 augustus 1937 vond in Vogelenzang, bij Hillegom, de 5e padvinders Wereldjamboree plaats. Tegenwoordig zouden de meeste deelnemers aan een dergelijk evenement per vliegtuig reizen, maar in 1937 was men nog op treinen en veerboten aangewezen. Op donderdag 29 juli kwam Lord Baden Powell, de grondlegger van de padvinderij/scouting, met de Harwichboot in Hoek van Holland aan. Op de steiger werd hij verwelkomd door J.J. Rambonnet, de Nederlandse Hoofdverkenner.De meeste andere Engelse deelnemers, maar ook een aantal Australische, arriveerden op vrijdag 30 juli in Hoek van Holland. Zij werden verder vervoerd met zeven speciale treinen met in totaal 77 wagons. Er kwamen op die dag 5.171 padvinders in Hoek van Holland aan en uiteraard had de Harwichboot geen capaciteit voor een dergelijk aantal.Daarom werden er zes extra schepen ingezet:Gelijk met de Harwichboot AMSTERDAM kwam de BRUGES aan met het eerste contingent van ongeveer 600 padvinders. Deze BRUGES was ook een Harwichboot, maar voer normaal tussen Harwich en Antwerpen.De andere vijf schepen waren ’s ochtends vroeg uit Engeland vertrokken en kwamen pas in de loop van de middag aan. Hierbij was de PRINSES JULIANA van de Maatschappij Zeeland die voor de oorlog tussen Vlissingen en Harwich voer, maar nu voor deze speciale reis was gecharterd.De schepen die werden ingezet voor het vervoer van de padvinders. De aantallen in de rechter kolom geven ongeveer het aantal padvinders aan boord aan. *lijst samengesteld door Henk van der Lugt*Met de overige vier werden normaal excursies gemaakt op de Theems, langs de Engelse zuidkust en naar Calais. Twee van deze vier, de QUEEN OF KENT en QUEEN OF THANET, waren zelfs raderboten. Kennelijk waren de certificaten voldoende om ook een oversteek over de Noordzee te mogen maken. De raderboot Queen of Kent, een van de schepen waarmee de padvinders de overtocht over de Noordzee maakten. *collectie Henk van der Lugt*Gelukkig was het weer goed maar anders zou het geen plezierreisje voor de padvinders zijn geweest. Zeker op de vier excursie-schepen die een stuk kleiner waren dan de andere. Het Hoekse publiek en de zomergasten zorgden voor een hartelijke ontvangst. De jongelui op de schepen hieven de nodige ‘cheers’ aan die op de wal spontaan werden beantwoord. Daarna verliep de passencontrole snel en de douane liet de padvinders ongemoeid.Engelse en Australische padvinders in Hoek van Holland op 13 augustus 1937 bij terugkeer naar huis. Als souvenir nemen zij klompen mee. *Krantenfoto uit de Maasbode van 14 augustus 1937*Voor een opknappertje was gezorgd, want op de wal stonden tafels met bekertjes koffie en broodpakketjes klaar. Op vrijdag 13 augustus vertrokken de Engelse en Australische padvinders weer via Hoek van Holland, nu met vijf extra schepen. Zo was Hoek van Holland ook betrokken bij de Wereldjamboree.De terugkerende padvinders gaan aan boord van de PRINSES JULIANA van de Maatschappij Zeeland op 13 augustus 1937. *Krantenfoto uit de Maasbode van 14 augustus 1937*Auteur: Henk van der Lugt van het Historisch Genootschap Hoek van Holland
Lees meer
Streekhistorie: Geschiedenis van de bibliotheek in Maassluis zondag 28 juli 2019 11:11

Streekhistorie: Geschiedenis van de bibliotheek in Maassluis

De bibliotheken van Maassluis en Vlaardingen zijn samen gegaan en heten voortaan Bibliotheek De Plantaan. De naam van de Maassluise bieb was voorheen Bibliotheek Maassluis/Midden Delfland, daar weer voor was het de Openbare Bibliotheek en die was ontstaan uit de Evangelisatie Bibliotheek. Reden om eens te kijken naar het ontstaan van deze bibliotheek in Maassluis. In de Adriaan van Heelstraat, op ’t Hoofd, was het ‘Zaaltje’. Officieel was de naam Evangelisatielokaal. Het gebouw was eigendom van de Gereformeerde Kerk.Adriaan van Heelstraat. Links, met de grijze onderpui, het Evangelisatiegebouw.Bibliotheek in het Evangelisatielokaal, 1950Daar in die ruimte ontstond ook een bibliotheek. Rond het jaar 1948 werd Cornelis Baatenburg de Jong aangesteld als beheerder van dit lokaal. Hij trof daar een kast aan met een hoeveelheid in slechte staat verkerende boeken. Dit was het bestand van de Evangelisatie Bibliotheek. De uitleningen vonden plaats op zaterdagmiddag van twee tot vijf. Een voor die tijd logisch tijdstip, want op zaterdagmorgen werd over het algemeen nog gewoon gewerkt. En op de vrije zondag had men de tijd om een boek te lezen en de dag in gepaste rust door te brengen.Inschrijven aan de keukentafelVanaf de start kwam de groei redelijk snel op gang. Al snel kwamen er een tweetal kasten bij, een kast voor de kinderboeken en een voor de jeugdboeken. Niet erg veel later moest er alweer uitbreiding komen voor de meisjesromans.Alle boeken werden keurig gekaft met het bekende bruine kaftpapier en daarna voorzien van een nummer. Dat kaften en inschrijven gebeurde thuis aan de eettafel van Baatenburg de Jong. Zijn vrouw heeft menigmaal de zucht geslaakt: ‘Kunnen we misschien ook nog even eten?’.De boekenschat bleef groeien, net als het aantal uitleningen. Lang niet elk boek kon en mocht in de collectie worden opgenomen. De boeken moesten toch tenminste op een christelijke leest geschoeid zijn. Het was uiteindelijk wel een bibliotheek van de evangelisatie. Ondanks de selectie vooraf waren er toch altijd lezers voor wie bepaalde zinnen of woorden niet passend waren. Menig boek kwam dan ook voorzien van de nodige doorhalingen terug.De Boekhandel, tevens bibliotheek, van Fortuin aan de Markt in 1949.Er waren in die jaren drie boekhandels gevestigd in Maassluis, allemaal op de Markt. Naast het politiebureau was Boekhandel Bergema, op de hoek van de Dr. Kuyperkade was Boekhandel Van Wieren en tegenover deze twee, aan de andere zijde van de Markt, de Boekhandel van Fortuin. De keuze voor een winkelier, in dit geval de eigenaar van een boekhandel, was in die tijd vaak afhankelijk van de kerk waarvan men lid was. Voor de boeken voor de bibliotheek viel de keus op de gereformeerde Van Wieren. Boekhandel Fortuin had in die tijd zijn eigen bibliotheek, dus deze viel als concurrent van de Evangelisatie Bibliotheek natuurlijk af. In een later stadium werd ervoor gekozen om de inkoop van de boeken te verdelen over de drie winkels.Vier bibliotheken in MaassluisNaast de twee al genoemde bibliotheken bestonden er nog twee: de bibliotheek van de Nutsspaarbank en de bibliotheek van de roomse kerk. De bibliotheek van de Nutsspaarbank was in de beginperiode de grootste van de vier. Lange tijd was er sprake van een zekere concurrentie.Van de toen aanwezige bibliotheken was er eigenlijk maar één waar echt groei inzat: de Evangelisatie Bibliotheek. Uit heel Maassluis en zelfs daarbuiten kwamen de lezers. Er was in die tijd nog geen sprake van leden en abonnementen. Men betaalde voor elk boek dat men meenam. De bibliotheek was op zaterdagmiddag een gezellig ontmoetingspunt. Lezen zonder geloofsovertuigingEr kwam een moment dat er iets moest gebeuren. De ruimte was te klein geworden om nog te kunnen delen met de andere activiteiten in het Evangelisatielokaal. Er was geen ruimte om nog meer kasten te plaatsen. Ook werd in die tijd duidelijk dat de vlag ‘Evangelisatie Bibliotheek’ de lading niet meer dekte. De bieb stond goed aangeschreven bij heel veel mensen in Maassluis. Er bestond behoefte aan een bibliotheek zonder drempels. Het wel of niet aanhangen van een geloofsovertuiging mocht geen belemmering zijn om de bibliotheek te bezoeken. Er moest gezocht worden naar een oplossing.Oprichtingsvergadering in het Zeemanshuis van de zelfstandige bibliotheek in 1961. (Foto Teunissen uit Maassluis)Na overleg kwam men tot de conclusie dat er een zelfstandige bibliotheek moest komen, weliswaar met een christelijke grondslag. Er werd een bestuur gevormd bestaande uit: ds. Mak (gereformeerd), ds. Meyer (hervormd), mevrouw Van Dijck (burgemeestersvrouw), Van der End (drukkerij), C. Baatenburg de Jong en waarschijnlijk nog een of twee personen. Bibliotheek Hoogstraat 13, 1961Een van de eerste besluiten was om op zoek te gaan naar een eigen pand, dat niet gedeeld behoefde te worden en dat meer centraal in Maassluis zou liggen. Dit pand werd gevonden aan de Hoogstraat: het voormalige pand van kapper Dijkhuizen, gelegen naast het Gemeenlandshuis. Het pand werd gehuurd van Willem Oranje, de toenmalige organist van de Groote Kerk, die boven de winkel woonde. Met de huur van dit pand ontstond de mogelijkheid van twee aparte afdelingen: een voor de volwassenen en een voor de jeugd, elk met een eigen ingang. De ingang voor de jeugd kon aan de Stadhuiskade komen. Deze ingang is echter nooit in gebruik genomen. De inpandige trap bleef in gebruik als toegang tot de jeugdafdeling.Bij een nieuwe bibliotheek moest ook een nieuwe naam komen. Duidelijk moest in de naam de oorsprong en achtergrond van de bibliotheek te herkennen zijn. Zo ontstond de nieuwe naam ‘Christelijke Openbare Bibliotheek’. Dus een christelijke bibliotheek, maar dan wel voor iedereen. In het najaar van 1961 was het dan zover dat de bibliotheek geopend werd door Burgemeester Van Dijck.Het aanbod aan boeken nam steeds meer toe, net als het aantal lezers. De lezers werden met de invoering van een abonnementensysteem voortaan leden. De registratie van de leden en abonnementen en daarmee ook de vastlegging van de uitleningen begon steeds meer aandacht te vragen. Ook de openingstijden werden uitgebreid. Kortom, de belasting voor de vrijwilligers werd steeds groter. Ook de behoefte aan een goede catalogus nam steeds meer toe. Naast een catalogus in kaartsysteem, die voor eenieder ter inzage was, kwam uiteindelijk ook een gedrukte versie in boekvorm, die voor iedereen verkrijgbaar was. Elk jaar kwam er een nieuwe uitgave van de catalogus.De bibliotheek in de Hoogstraat. (Foto Teunissen uit Maassluis)Officiële opening van de bibliotheek Hoogstraat 13 door burgemeester Van Dijck in 1961. (Foto Teunissen uit Maassluis)Door de toenemende drukte werd duidelijk dat er een grote behoefte was aan een vaste beroepskracht. De uiteindelijke invulling zou echter nog een aantal jaren op zich laten wachten. Het was ook duidelijk dat het pand aan de Hoogstraat door de groei van het aantal boeken en lezers op den duur niet voldoende ruimte zou bieden. Ook de plaats aan de Hoogstraat werd door de groei van het aantal lezers en daarmee de groei van het aantal vervoermiddelen langzaam een probleem. De Hoogstraat was toen nog een druk bereden weg met heel smalle trottoirs, dus waar liet je dan een groot aantal fietsen? Voor auto’s was al helemaal geen plaats.Bibliotheek aan de Haven, 1967Het was dus van belang om een gebouw met voldoende ruimte te vinden, liefst op een aantrekkelijke plaats, goed bereikbaar en met voldoende ruimte voor het plaatsen van de diverse vervoermiddelen. Dit gebouw werd uiteindelijk in 1967 gevonden aan de Haven 27, het voormalige kantoor van Dirkzwager. De toenmalige gebruiker, de Volks Krediet Bank, ging het gebouw verlaten. Hiermee kwam er een mooie grote ruimte ter beschikking. Op de begane grond was ruimte voor de afdeling voor de volwassenen. Op de eerste verdieping (bereikbaar via de achteringang) was voldoende ruimte voor de jeugdafdeling en ook was er een goede ruimte voor een leeshoek met kasten voor naslagwerken.Vanaf dit moment kwam de professionalisering op gang. Via de Bibliotheekcentrale in Dordrecht ging de eerste gediplomeerde assistente in het gebouw aan de Haven aan het werk. Zij was verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken.Het Poldergebouw aan de Rozenlaan bood onderdak aan de bibliotheek.Bibliotheek aan de Rozenlaan en de UiverlaanVanaf de Haven is de bibliotheek op 1 februari 1971 verkast naar een tijdelijk gebouw aan de Rozenlaan. Daar was het gebouw van de Ichthuskerk neergezet, een houten ‘noodkerk’ die overbodig was geworden toen kerkgebouw De Ark in gebruik was genomen.Toen het gebouw voor de bibliotheek naast zalencentrum Koningshof gereed was opende de Openbare Bibliotheek op 17 mei 1975 haar deuren aan de Uiverlaan 18. Van half 1999 tot december 2000 betrok de bibliotheek een tijdelijke huisvesting aan de Ibisstraat in een oud schoolgebouw. In die tijd werd aan de Uiverlaan de bibliotheek op dezelfde plek opnieuw gebouwd. Op 1 december 2000 opende de bibliotheek in het nieuwe gebouw aan de Uiverlaan 18.De naamgeving veranderde voor de derde maal. De naam Christelijke Openbare Bibliotheek was, net als de Evangelisatie Bibliotheek, hiermee geschiedenis.Bibliotheek aan de Uiverlaan (1975-1999).Bron: Bovenstaande tekst is gebaseerd op een uitgebreider artikel in HS 66 van Niko Baatenburg de Jong, zoon van de oprichter van de Evangelisatie Bibliotheek in Maassluis.Auteur: Ineke Vink van de Historische Vereniging Maassluis
Lees meer
Streekhistorie: Socialisten uit Monster geslagen zondag 14 juli 2019 09:09

Streekhistorie: Socialisten uit Monster geslagen

Aan het einde van de negentiende eeuw ontstond als reactie op het kapitalisme het socialisme, dat later één van de belangrijkste politieke stromingen van ons land zou worden. Het socialisme streefde naar een rechtvaardiger wereld, waarin concurrentie werd vervangen door samenwerking. Een groot deel van de arbeidersbevolking leefde in deze tijd - ook in Monster - onder erbarmelijke omstandigheden en stond open voor de idealen van het socialisme. De Sociaal Democratische Bond (1881) ontstond. Door organisatie van de arbeiders en algemeen kiesrecht zouden de arbeiders uit de kapitalistische ellende worden verlost. De Bond kreeg in de tachtiger jaren veel aanhang in Noord- en Zuid-Holland en veroverde zelfs een zetel in de Tweede Kamer (1888). Een gewezen predikant, Ferdinand Domela Nieuwenhuis, werd de eerste parlementariër van de Bond. In 1891 ging hun kamerzetel verloren. Domela Nieuwenhuis streefde vanaf dat moment steeds meer naar anarchisme. Deelname aan verkiezingen was voor hem voortaan uit den boze. Niet iedereen was het met deze koerswijziging eens. Een aantal socialisten besloot toch door te gaan op de parlementaire weg en stichtte op 26 augustus 1894 de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP), waarvan de huidige PvdA zich nog steeds als de opvolger beschouwt. In het voorjaar van 1894 waren veel socialisten op straat actief om aanhangers te winnen voor hun partij in oprichting, de al eerder genoemde SDAP. Zo ook in Den Haag. Vanuit het vergaderlokaal ‘Walhalla’ aan de Westerbaenstraat en een wijklokaal aan de Koninginnestraat startten de Haagse SDAP-ers met hun wervingsactiviteiten. Zij beperkten zich niet alleen tot de hofstad, maar hielden geregeld ook propagandatochten in het Westland. Een van deze tochten naar Monster liep verschrikkelijk uit de hand.Op naar MonsterOp 26 maart 1894 - het was toen Tweede Paasdag - trok een propagandaclub bestaande uit zo’n vijftig mannen, vrouwen en kinderen naar het Westland. Het doel was de arbeiders te informeren over het socialistische gedachtegoed en hen tot nadenken te stemmen over het wonen in krotten, het leiden van een armoedig bestaan, terwijl rijke grootgrondbezitters nooit werkten en in weelde en overdaad leefden. Met het uitdelen van brochures wilden zij hun boodschap kracht bijzetten. In Loosduinen verliep de verspreiding probleemloos. ‘Met graagte namen [zij] onze geschriften aan, uitgezonderd enkelen.’ In Monster ging het echter mis. Nadat de zangclub in het dorp enkele strijdliederen had gezongen en anderen brochures wilden uitdelen en gesprekken wilden aangaan, barstte de bom. Ondanks de vredelievende bedoelingen van de socialisten kwam er op een hardhandige wijze een einde aan hun aanwezigheid. Met woest getier en gebrul werden zij door met stokken gewapende boeren uit het dorp gejaagd. Via de Madepolderweg vluchtten de deelnemers aan de propagandatocht naar het veilige Den Haag om hun wonden te likken. De Monsterse veldwachters hielden zich bij de confrontatie afzijdig.Timerman Klaas van Vliet verklaarde later dat een welgestelde boer op één van de deelnemers een mooie wandelstok had buitgemaakt en deze met veel lawaai en triomfantelijk aan de omstanders liet zien. Waarop omstanders schamper naar hem riepen: ‘Wat ben jij een held!’. Een week later stond in Recht voor Allen, het orgaan van de Sociaal Democratische Partij een (gekleurde) terugblik op het bezoek aan Monster:‘Een massa door de jenever verdierlijkte en door den godsdienst afgestompte lui vielen ons als een donderslag bij heldere hemel op het lijf, slaande en rukkende, alsof daardoor het vaderland gered werd, hun heldenmoed uiting gevende op weerloze vrouwen en meisjes. Wij moesten voor de overmacht wijken, wij hebben slaag gehad doch ook zooveel mogelijk met intrest teruggegeven doch dit is zeker, meneer de pastoor heeft daar eer van zijn verdommingswerk gehad daar hij zijn parochianen in zoo’n toestand heeft weten te brengen, dat het een beleediging voor het minst nuttige dier zou wezen het te vergelijken met den toestand waarin zijn parochianen verkeerden’.Pamflet dat op dinsdag 3 april 1894 in Monster is verspreid.VervolgactiesDankzij een informant van het ministerie van Justitie, hij was aanwezig bij de SDAP-vergaderingen in het wijkgebouw aan de Koninginnestraat, weten we exact welke vervolgplannen werden gemaakt. Daags na het bezoek aan Monster en op 4 april kwamen de organisatoren van de tocht bij elkaar om de balans op te maken. Door mishandelingen waren verscheidene socialisten gewond geraakt. Een man had een gebroken knieschijf opgelopen, terwijl een meisje zo was geschopt dat zij een breuk had gekregen. Bij verschillende deelnemers was de kleding van het lichaam gescheurd. De totale schade bedroeg 75 à 80 gulden. Niet iedereen beschikte over voldoende geld om nieuwe kleding te kopen. Ter compensatie van deze ongemakken werd een 'strijdpenning' uitgekeerd. Ook werd besloten om bij meer gefortuneerde partijgenoten geld hiervoor in te zamelen. De aanwezigen schreeuwden om wraak op de Monsterse boeren. Een aanwezige zei: 'Als ik een boer te pakken krijg, dan bijt ik hem zijn strot af’. Plannen werden gemaakt voor nieuwe acties. Sommigen wilden zo spoedig mogelijk opnieuw naar Monster trekken om die boeren een lesje te leren. Om op alles voorbereid te zijn moesten revolvers, messen en stokken worden meegenomen. Anderen waren voorstanders van meer vreedzame acties. 'Wij moeten vol blijven houden met daar heen te gaan en vooral de vrouwen trachten te winnen, dan hebben wij al veel gewonnen'.De haviken leken even de overhand te krijgen. Op zondag 1 april 1894 was J.G.H.Ph. Methöfer met een vriend opnieuw naar Monster geweest om te kijken ‘hoe de geest van het volk was’. Deze liet zijn inziens te wensen over. De dinsdag daarop was hij met enkele partijgenoten nog een keer terug geweest en hadden zij pamfletten kunnen uitdelen ‘die gretig door de vrouwen waren aangenomen’. In dit pamflet 'Aan de inwoners van Monster!' werden de socialistische ideeën met verve uiteengezet en werd de Monsterse ontvangst sterk afgekeurd. Het pamflet eindigde met 'Wij koesteren geen haat tegen u en willen geen wraak oefenen maar kunnen slechts medelijden met u hebben en u beklagen, omdat gij getoond hebt nog zoo ver te staan van de meest gewone beschaving. Wij verwachten een volgende keer als menschen ontvangen te worden'. Voordat de boeren van hun werk kwamen, waren zij naar huis gegaan. Besloten werd op korte termijn nogmaals Monster met een bezoek te vereren. TegenmaatregelenDe aanwezige informant stelde de Haagse Officier van Justitie van de vergaderuitkomsten op de hoogte. Hij nam direct zijn maatregelen. De Monsterse burgemeester G. van Luik stelde hij van de voorgenomen actie op de hoogte. Uitdrukkelijk waarschuwde hij Van Luik voor de komst van de beruchte socialist Methöfer. De hoofdcommissaris van de politie in De Haag stuurde een signalement van hem. Hij betitelde Methöfer als anarchist die klein van stuk was, mager, met een zwarte snor, bril, hoed, korte jas en oud ongeveer 38 jaar. Methöfer was door de Krijgsraad in 1882 veroordeeld voor de doodslag op een prostituee en had hiervoor vijf jaar in een tuchthuis gezeten. Als de Monsterse burgemeester dit wenste konden de Monsterse veldwachters op versterking rekenen van rijksveldwachters uit Den Haag. Onderlinge onenigheid tussen de socialisten over het tijdstip om de Monsterse boeren mores te leren leidde ertoe dat van de voorgenomen plannen niets kwam. Een nieuwe confrontatie bleef uit. Wel spraken zij af dat binnen enkele weken ‘een klein getal den leeuwenkuil voor socialisten weer eens binnen [zou] gaan’ om er hun wervingsfolders uit te delen. Enkele inwoners van Monster waren namelijk door het optreden en volhouden van de propagandisten de SDAP-in-oprichting gunstig gestemd.Auteur: Adri P. van Vliet van de Historische Vereniging Monster & Ter HeijdeGebaseerd op: Nationaal archief Den Haag, Ministerie van Justitie 1876-1914, 6485.Historisch Archief Westland, OA Monster, OA, 2389, 2438. Recht voor Allen, 1 en 8 april 1894Nieuwe Westlandsche Courant, 4 en 11 april 1894.
Lees meer

Meer Streekhistorie