Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie: 's-Gravenzande aan ramp ontsnapt

Door: Bas Booister

Gepubliceerd op: maandag 29 januari 2018 09:01


Op 1 februari 1953, nu 65 jaar geleden, werd Nederland getroffen door een ramp. Een zware storm met windvlagen van orkaankracht, nog versterkt door springtij, veroorzaakte op vele plaatsen in Zuid-Hol­land en Zeeland dijkdoorbraken. Hoewel de toestand in het begin zeer ver­ward was, werd al gauw duidelijk dat een ramp van ongekende omvang ons land getroffen had. Uiteindelijk kwam ongeveer 175.000 hectare land onder water te staan en kwamen 1835 mensen om het leven. Het heeft toen niet veel gescheeld of bij ’s-Gravenzande waren de duinen doorgebroken.

In Hoek van Holland werd zondagmorgen 1 februari 1953 om 4.00 uur alarm geslagen. De smalle duinenrij langs de Westlandse kust werd nauwlettend in de gaten gehouden. Een doorbraak zou namelijk tot gevolg hebben dat een groot deel van het Westland onder zou lopen.


Telexbericht

Zondagmiddag kwamen er plotseling alarmerende berichten uit 's-Gravenzande. Om half twee werd burgemeester H.B.N. Mumsen gewaarschuwd dat de duinen ernstig gevaar liepen waarna hij direct naar het strand ging. Nabij het rijslag naar het ‘s-Gravenzandse strand aan de kant van Arendsduin was een diepe bres geslagen in de smalle duinen. Leden van de Nationale Reserve, brandweermannen en veel vrijwilligers werkten, onder leiding van A.C.Peters, technisch hoofdamb­tenaar van Delfland, met man en macht om een doorbraak te voorkomen. Samen met minis­ter Mans­holt van Landbouw, die inmiddels ook gearriveerd was, volgde burgemees­ter ­Mum­sen de dichtings­werk­zaamheden nauw­lettend. Voordat het weer hoog water werd moest de bres gedicht worden. Daarvoor werden vier­dui­zend zandzakken gebruikt en veel klei die met grote spoed met vracht­wa­gens was aangevoerd


Foto: De Westlander 1953

Ook werden zware zeilen ge­bruikt, die met ijzeren pinnen werden vastge­sjord. Na een eindeloos ge­vecht tegen de woeste zee kwam eindelijk het moment dat de inge­nieur van Del­fland mee­deelde dat het ergste gevaar geweken was. De dijk­graaf van het Hoog­heem­raad­schap Mr.Dr. Th.F.J.A.Dolk vertelde later dat het op het nippertje geweest was en dat het er lang heel somber uitge­zien had.


Dichten gat in het duin

In een radio-uitzending in de nacht van zondag op maandag voor de Wereldomroep deelde burgemeester Mumsen radioreporter Herman Felderhof mee dat de mannen van de 1e luitenant Van Pelt van de Nationale Reserve al paraat gehouden werden voor­dat er sprake was van een noodsituatie. Verder bedankte de burge­meester in deze uitzending voor het grote aanbod aan hulp dat binnengekomen was en was hij zeer dankbaar voor de eensge­zin­de samen­werking.

De gehele nacht van zondag op maan­dag hebben medewerkers van Delfland de wacht gehou­den bij de bres, te meer omdat ook een bunker op de grens van het gat voor een deel ondermijnd was. Gelukkig nam de storm af en hoefde niet op­nieuw alarm te worden geslagen.

Achteraf kan worden vastgesteld dat Delfland precies op tijd geweest is om overstroming van een groot deel van het Westland te voorko­men. Dit is zoals de verslaggever van de krant, nog onder de indruk van de gebeurtenissen, in hoogdravende bewoor­dingen schreef:

"vooral te danken aan hun paraatheid en het zweet van de honderdvijftig West­landse kerels, die als karrepaarden hebben gezwoegd om hun tuinderij­en en weilanden tegen de vernielende kracht van het zoute water te beschermen en die hebben verhoed dat Nederlands vrucht­baar­ste groententuin verzwolgen werd en dat er een schade werd geleden waarvan men zich in misschien geen kwart eeuw had kunnen herstellen.

Het was een recht­streek­se aanval op de Achilleshiel van Del­fland. De grauwende zee­wolf beet zich hier in het land en scheurde met zijn muil de stukken grond weg. Zo veel zand werd er in enkele uren tijd afgeslagen dat de duindrempel, toen de nood het hoogst was en het rijke Westland een verloren gebied scheen te worden, nog hooguit twintig meter breed was. Hoe deze smalle drempel door de Westlandse vrijwilligers werd verdedigd is een geschiedenis die misschien spoedig vergeten zal worden, omdat er zoveel is dat ons aan dit rampzalige weekeinde zal blijven herinneren maar zelf zullen zij het nimmer vergeten, die verbeten strijd om hun land, hun have, hun goed op deze helse Zondag".


Werkzaamheden na de ramp (foto Hoogheemraadschap van Delfland)

In het gebied tussen Maassluis en Hoek van Holland verdronk veel vee. Boerderijen stonden daar tot de bovenverdieping in het water. De uiteindelijke schade in het Westland viel erg mee. Wel had bijna iedere tuinder glasscha­de. In ver­schil­lende dorpen waren hele warenhuizen platge­slagen, het proefstation berekende de stormschade voor het Westland op ongeveer 13.000 m2 kasglas. Maar het zogenaam­de platglas kreeg de meeste schade, er sneuvelden ongeveer 55.000 eenruiters. Verder waren er veel dakpan­nen van de daken gewaaid en bomen ontworteld maar in vergelij­king met de noodge­bieden was de schade hier te verwaarlozen.

Als snel werden er overal in Nederland hulpacties op touw gezet. In 's-Gravenzande bleef men niet achter bij de rest van het Westland. Ongeveer 75 winkeliers gaven het goede voorbeeld en zamelden maandag onderling al in totaal een bedrag van f 6000,- in. Maandagmiddag 2 februari fietsten de dorpsomroepers Boers en De Geus onver­moeid rond om de mensen aan te sporen flink te geven. Zij riepen overal in het dorp met luide stem “Morgen zal een geldinzameling worden gehouden voor de geteisterde gebieden en woensdag zullen kleding, dekking en schoeisel worden opgehaald. Zegt het voort”. Verder wisten de dorpsom­roe­pers nog te vertellen dat er evacuees zouden komen, hoeveel en waar van­daan was toen nog niet precies bekend maar vermoede­lijk zouden het mensen van Goeree zijn.

Onder voorzitterschap van burgemeester Mumsen werd een grote commissie gevormd die de inzameling van geld en goederen organiseerde. De collecte voor de nationale ramp bracht in ‘s-Gravenzande met inbegrip van het door de winkeliers ingezamelde bedrag in totaal f 44.600,- op. Ook werd een enorme hoeveelheid kleding opgehaald.


Burgemeester H.B.N.Mumsen

Verder stelde de reddingsbrigade een zogenaamde tomboot (speciaal voor reddingwerk in de branding) beschikbaar. Vrijwilligers vertrokken er dinsdagnacht om half twee mee naar Middel­harnis. Zij namen voor de slachtoffers op Goeree-Overflakkee voor f 1200,- aan goede­ren in natura mee, die door winkeliers en particulieren waren ingezameld. Een kruidenier schonk bijvoorbeeld 50 kilo bruine bonen, 24 bussen tomatensoep, 24 potten jam, 22 pakken HO-havermout, 20 pakken liga en 24 blikjes leverpastei.

Deze springvloed was één van de hevigste die sinds mensenheu­genis aan de Westlandse kust werd waargenomen. In 1882 bereik­te het water in Hoek van Holland een hoogte van 3.78 meter, dit­maal steeg het water tot 4.15 meter boven N.A.P. Volgens berekeningen van Delfland werd langs de 20 kilometer lange kust­strook van het Westland in 4 uur tijd ongeveer 2,5 miljoen m3 zand weggeslagen.

In verband met dringende herstelwerkzaamheden aan de Westlandse kuststrook besloot het Hoogheemraadschap van Delfland het strand en de duinen af te sluiten voor het publiek. Door de stormvloed waren veel Duitse bunkers, die ingegraven waren in deze duinstrook, bloot komen te liggen en verzakt wat gevaar opleverde voor nog meer kustafslag. Besloten werd deze bunkers zo spoedig mogelijk op te blazen. Een grote groep Amerikaanse militairen hebben daarbij met hun gespecialiseerde materieel uitstekend geholpen. Kort na de ramp waren er in ’s-Gravenzande dan ook dagelijks enorme knallen te horen, dan zei men tegen elkaar “daar gaat er weer een”!


Duinversterking door Hoogheemraadschap bij slag Arentsduin in 1963

Om een vervolg op deze ramp te voorkomen werd in 1958 de Deltawet aangenomen waardoor in onze regio de duinen en dijken op deltahoogte, d.w.z. op 10,5 meter boven NAP, gebracht werden. In dit verband legde het Hoogheemraadschap van Delfland in 1963 tussen Hoek van Holland en Ter Heijde een enorm zandlichaam aan tegen de binnenzijde van de smalle duinenrij. Deze kustversterking werd groots aange­pakt er werd zelfs een tijdelijke spoorlijn aangelegd zodat het benodigde zand met zandtrei­nen naar de plaats van bestem­ming vervoerd kon worden. Vòòr de smalle duinen tussen Hoek van Holland en Scheveningen werden in 2008/2009 door opspuiting een nieuw duin en een breed strand aangelegd. Een extra veiligheid tegen abnormaal hoog water is nog de in 1997 aangelegde Maeslandkering in de Nieuwe Waterweg.


Aanleg van nieuw strand bij slag Beukel

Auteur: Jan Dahmeijer van de historische werkgroep Oud ‘s-Gravenzande


Terug

Deel deze pagina: LinkedIn Google+
Greve banden algemeen
Gerelateerd
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS