Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie: Scheepswerven in het Westland

Door: Bas Booister

Gepubliceerd op: maandag 4 december 2017 13:01


Tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw was het transport van goederen over water van groot belang. Een groot deel van de tuinders gebruikte de ‘schuit’ om de producten naar de veiling te brengen en de kooplieden brachten die vervolgens met de ‘westlanders’ naar de steden in de omgeving.

Voor het onderhoud van die schepen waren werven nodig. Daarvan waren er ooit ongeveer 15 in het Westland. Maar met de terugloop van het vaarverkeer, zijn die scheepswerven langzaamaan verdwenen. Recent zijn de laatste twee gestopt met hun activiteiten. Dat betreft de werven van Nico van Zeijl en van Bol, beide langs de Gantel gesitueerd. In twee artikelen krijgt u een overzicht van de scheepswerven die het Westland in de loop der tijd heeft gehad. Vandaag deel 1.

Kwintsheul: Pieter van der Plas
Al in de tweede helft van de 17e eeuw was er een werf op de hoek van de Gantel en de Hollewatering en daarmee lijkt het de oudste werf die het Westland heeft gehad. Huijbert van Meurs is degene die deze werf dan runt. In 1711 wordt deze ‘Timmerragie, soo van Huijsinge, timmerloods, timmerwerf en alle tgeen daer op aert en nagelvast is staande’ door zijn weduwe Anna van Meurs-van Leeuwen en haar kinderen Jan en Maria verkocht aan Jan Pieterszn Olsthoorn. Dit was een succesvol zakenman die in Rotterdam en Poeldijk logementen in bezit had. Deze Jan doet de werf in 1719 kado aan zijn zoon, Jacob Janszn, als ‘huwelijks goet’. Daar zit overigens wel een ‘schultbrief’ van f. 700 aan vast t.b.v. Ary Pieterse van Meurs. Vier jaar later verkoopt Jacob de werf aan zijn neef, Jacob Jacobszn van der Knaap, die aan de overkant van de Gantel woont. Die had het tij mogelijk niet mee, want aan het einde van datzelfde jaar ging hij failliet en kon de boel alleen in de familie worden gehouden doordat zijn vader borg stond.

De scheepswerf is later in allerlei handen overgegaan, tot in 1851 het echtpaar Van der Plas – Machiele zich op de scheepswerf vestigde. Pieter van der Plas Sr. was scheepsbouwer en had in dat jaar de scheepsmakerij gekocht. Het scheepvaartverkeer was in die dagen voor het Westland erg belangrijk. Bijna alle vervoer van en naar de tuinderijen gebeurde met de schuit. Bovendien maakte Van der Plas ook de zogenaamde Westlanders, grote schuiten die voor de expediteurs de tuinbouwproducten naar de grote steden vervoerden.

Pieter Sr. stierf in 1884 op 80-jarige leeftijd. Daarvoor reeds had zijn zoon Cornelis de scheepmakerij van hem overgenomen. En na Cornelis was het diens zoon Pieter Cornelis die aan de Hollewatering de scheepswerf runde. Deze Pieter, aangeduid als P.C. van der Plas, maakte zich verdienstelijk voor de protestantse school aan de Heulweg in Wateringen, die mede dankzij financiële bijdragen van zijn oom was opgericht.

De crisistijd in de jaren 30 eisten zijn tol. De scheepsmakerij was niet meer lonend en in 1936 moest Pieter zijn werkzaamheden staken. Hij verhuisde naar Rijswijk om daar van zijn oude dag te genieten. Zijn bedrijf werd op 19 november 1937 verkocht aan tuinder J. Binnendijk, voor f. 4.500. Hij vermaakte de werf tot een tuinbouwbedrijf. Hoewel de scheepswerf verdwenen is, is het woonhuis wat bij de werf hoorde nog steeds aanwezig (zie kopfoto)

Wateringen: Scheepswerf Van der Kleij
De scheepstimmerwerf langs de Heulweg in Wateringen zou in het jaar 1750 al zijn gesticht, door een zekere Van der Spek. Uit het bevolkingsregister van 1829 blijkt dat op deze scheepstimmermanswerf de 42 jaar oude Phillipus van den Ende als scheepsmaker resideert. Als zijn knechten vinden wij vermeld: Ary Hooyer: 61 jaar oud, Hermanus Waardeloo: 31 jaar oud (eind 19e eeuw komen we deze familienaam ook tegen bij een kleine werf in Poeldijk) en Lourens van der Meer 25 jaar oud. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Joannes van den Ende, geboren 1816. Deze vertrok in april 1882 naar Naaldwijk.

De nieuwe scheepsbouwer was Arnoldus Bos, die in 1896 stierf. Na hem kwam een zekere K. van Rossum, maar deze was een eigenaar en stond niet ingeschreven in de bevolking van de gemeente Wateringen.

In 1909 kwam de werf weer in andere handen. Dit blijk uit een schrijven, waarin Jacoba Verbeek, weduwe van Anthonius Hersbach, verklaart dat een woonhuis, werf en timmerloodsen worden verhuurd aan Evert Cornelis van der Kleij, wiens vader al vele jaren knecht op de werf was.



Op de foto met pet op: Evert. Van der Kleij, naast hem zijn zoon Joh, P. van der Kleij en met het hoofdje boven de boeg uit Evert jr. Links blootshoofds: secretariebeamte dhr. V.d. Gulik.

De nieuwbakken scheepmaker huurde het geheel voor 286 gulden per jaar of f 5,50 per week. Evert vond de huurprijs blijkbaar heel schappelijk, hij ging het avontuur volgens de gegevens tenminste aan. De opmars van de tuinbouw werkte in Everts voordeel, het werd op de werf steeds drukker. Nieuwe tuindersschuitjes bouwen en het verrichten van allerlei reparaties vergden veel tijd. Dat de drukke jaren op de werf Evert van der Kleij niet hebben getrakteerd op windeieren, blijkt uit een hypotheek die in 1929 passeerde bij notaris G.F. Roosen te Monster. In dat jaar was het inzake huren voor hem gedaan. Scheepmaker Van der Kleij kocht de werf, compleet met loodsen, werkplaats en open grond voor 12.000 gulden. Alhoewel zoon Jan van der Kleij zijn vader vol goede moed opvolgde, liep het werk op de werf in de vijftiger jaren geleidelijk aan terug.

Het tijdperk van de ontsluiting der bedrijven had zijn intrede gedaan, het betekende meer auto’s en minder schuiten. Toen Jan van der Kleij er lucht van kreeg dat de Wateringse Vaart zou worden gedempt, diende hij in mei 1959 een bezwaarschrift in. Het mocht niet baten, de vaart ging toch dicht en de scheepswerf ging ter ziele. Daardoor werd de tweede generatie Van der Kleij tevens de laatste die als scheepmaker in de boeken is gekomen. Evert junior (generatie drie), thans woonachtig in Zevenbergen, nam met vader Jan in de zestiger jaren de ontmanteling van de werf voor zijn rekening. Momenteel is op de bewuste locatie aannemersbedrijf Eijgermans van Graafeijland gevestigd.

Poeldijk: A. Waardeloo
Een van de weinige scheepswerven die in het centrum van een dorp gevestigd was. Deze werf lag aan het haventje van Poeldijk, achter het toenmalige café De Zwaan van A.J. van Rest. Hier vond alleen onderhoud van schepen plaats, door A. Waardeloo, die dit beroep als bijbaan deed. Het geeft aan dat er niet zoveel activiteiten plaatsvonden. De werf heeft dan ook maar kort bestaan, van (ongeveer) 1890 tot 1917. Uitbreiding van de dorpskern zal hier mede debet aan zijn geweest.

Honselersdijk: Nico van Zeijl

Deze werf, gelegen aan de Pouwelslaan 10 in Honselersdijk, heeft zich altijd bezig gehouden met reparatie en onderhoud van schepen. Complete nieuwbouw vond er nooit plaats.

Op de plek van de latere werf stond in de 19e eeuw een boerderij van de familie Van der Klugt. Zij verkochten de boerderij in 1875 aan de familie Kok. Omdat de gebouwen en boerenhoeve in slechte staat verkeerden, liet de nieuwe eigenaar de boerderij afbreken en de vele hectaren grond verkavelen ten behoeve van tuinderijen gelegen langs de Nieuwe Vaart (Weg). In 1890 vestigde zich, op de plaats waar vroeger de boerderij stond, de scheepsmaker Maarten Rijgersberg. Hij werd in de volksmond Maarten Blikkie genoemd, omdat hij dikwijls te dun plaatijzer voor het repareren van de tuinderschuiten gebruikte. Deze scheepswerf floreerde echter goed, vooral omdat er steeds meer schuiten nodig waren. In 1910 is zoon Gerard Rijgersberg verder gegaan met de werf. Bij het overlijden van Gerard heeft de knecht (Joop Hogervorst) de werkzaamheden doorgezet tot 1943. De vrouw van Gerard heeft de werf in dat jaar verkocht aan haar zwager, A.P. van Zeijl. In die laatste oorlogsjaren lagen de werkzaamheden echter stil.


Na de Tweede Wereldoorlog, in september 1945 is zoon Martien van Zeijl de werf gaan huren van zijn vader en startte de werkzaamheden weer op. In 1957 nam hij de werf van zijn vader over en vervolgens heeft hij de werf in 1990 verkocht aan zoon Nico van Zeijl. Vanwege milieuvereisten heeft Nico de onderhoudswerkzaamheden verzet naar de overkant van de Gantel, naar Poeldijks gebied. Het bedrijf richtte zich op het onderhoud van jachtjes, maar het onderhoud van tuindersschuiten vormde ook nog steeds een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden. Dit jaar is de werf gestopt met haar werkzaamheden.

Auteur: Gustaaf van Gaalen van de Historische Vereniging Naaldwijk-Honselersdijk


Terug

Deel deze pagina: LinkedIn Google+
Gerelateerd
Media Choice - powered by: HPU internet services / IB broadcast / Maxx-XS